VOORPUBLICATIE

De wereld onder de perrons van Amsterdam Centraal

Voor zijn boek over Amsterdam CS, dat 125 jaar bestaat, bezocht schrijver Joris van Casteren de verborgen plekken van het enorme complex. Ook de catacomben, op zoek naar een atoomschuilkelder. Een voorpublicatie uit Het Station, dat volgende week verschijnt.

Het bassin met bluswater voor de sprinklers.Beeld Marten van Wijk

Het is een uur of twaalf als ik mij meld bij een strenge receptioniste in gebouw De Oost, het voormalige pakketpostkantoor, ontworpen door Pierre Cuypers' zoon Joseph, dat in 1920 tegen het station aan werd gebouwd. Een tijdje moet ik wachten in een trappenhuis met gietijzeren leuningen, alvorens René Wubs op de tweede verdieping in de deuropening verschijnt.

Wubs is een soort stationschef, maar niet zo een als je die vroeger had. Hij is geen strenge man met een snor die 's nachts met lantaarn en herdershond door het gebouw patrouilleert, maar een modieus geklede veertiger, met ringbaard en glimmend haar. Hij draagt een zwart giletje en een grijze spijkerboek met ritsjes in de pijpen.

'Locatiemanager' luidt Wubs' functie officieel. Meestal vergadert hij of zit hij achter zijn bureau, in gebouw De Oost. Waar hij de rapportage bekijkt die hij dagelijks krijgt doorgestuurd en waarin staat wat zich in het gebouw heeft voorgedaan, op welk gebied dan ook.

De logistieke gang.Beeld marten van wijk

Doodstil

Af en toe maakt Wubs een ronde door het gebouw. Om de talloze verborgen ruimten na te lopen en om met eigen ogen te zien wat er speelt op de werkvloer. Vandaag volg ik hem op zo'n ronde. We verlaten De Oost en lopen via het stationsplein de Oosttunnel in. Wubs heeft een handig pasje, waarmee elektronisch beveiligde deuren in het gebouw vanzelf opengaan.

Terwijl reizigers voorbijsnellen, ernstig verdiept in zichzelf en hun bestemming, maakt Wubs met het pasje een onopvallende deur open, die met een dreun achter ons dichtvalt. Het is doodstil. Twee lange gangen strekken zich voor ons uit; we bevinden ons in het vochtige halfduister van de catacomben.

Aan de klamme muren hangen honderden gekleurde draden. De rode draden zijn van de brandbeveiliging, zegt Wubs. De grijze transporteren stroom, de groene bevatten glasvezel, die de beelden van de meer dan driehonderd bewakingscamera's doorgegeven.

Wisselslijpers en toiletjuffen

Voor zijn nieuwe boek Het Station hing Joris van Casteren op verzoek van Uitgeverij Bas Lubberhuizen een half jaar lang rond op Amsterdam CS, het 'paleis voor de reiziger', zoals architect Pierre Cuypers het bij de opening in 1889 noemde. Van Casteren verdiepte zich in de curieuze ontstaansgeschiedenis, vermengde die met zijn eigen herinneringen aan het gebouw en sprak uitgebreid met zwervers, burgeragenten, toiletjuffen, omroepers, ongediertebestrijders, wisselslijpers en vele andere opmerkelijke figuren die het station bevolken.

Ongediertebestrijdingsdienst

Wubs loopt de gang in die recht voor ons ligt, ik volg op een afstandje. Tot in de jaren zestig werd dit stelsel benut door beambten van de bagageafdeling. Destijds zeulde je je koffers niet zelf mee; personeel van de innamebalie in de vestibule reed ze op karretjes door dit onderaardse labyrinth naar de perrons, waar kruiers, die witkielen werden genoemd, ze overnamen en de trein in tilden.

Dit zou een onderzeeër kunnen zijn, of een Atlantikwall-bunker anno 1942. Wubs slaat een hoek om. We stuiten, tot mijn schrik, op twee NS-medewerkers. 'Zijn jullie van de ongediertebestrijdingsdienst?', vragen de NS'ers.

Als Wubs zijn functie kenbaar maakt stamelen de NS'ers excuses. Ze vertellen dat het keukentje achter hen, waar zij dagelijks koffie zetten en hun lunch bereiden, is getroffen door een vliegenplaag. Wubs maakt een aantekening. Verderop opent hij een volgende deur. We komen in een vierkante kamer met muren van baksteen. In een van de muren is op borsthoogte een opening uitgespaard. Naast de opening zie ik, vreemd genoeg, twee roeispanen staan.

Wubs helpt mij op een spekgladde verhoging onder de uitsparing en voor mij zie ik iets wat lijkt op een onderaards meer. Het meer is rimpelloos, aan de oever ligt een plastic bootje. Dit moet de atoomschuilkelder zijn waarvan ik heb gehoord.

Dit was ooit een 'loze ruimte', vertelt Wubs. Hij heeft geen idee of die destijds, in het geval van een Russische aanval, als schuilplek dienst had kunnen doen. Tegenwoordig, en eigenlijk al sinds lange tijd, is dit onafzienbare vertrek met water gevuld om de sprinklerinstallatie in het gebouw, duizenden spuitkoppen hangen er, van water te voorzien.

Om de zoveel tijd gaan controleurs, net als wij, deze ruimte binnen. Ze stappen in het bootje en roeien onder duizenden reizigers door om de filters van de opzuiginstallaties te inspecteren.

We komen langs zekeringskasten, liftvoorzieningskasten, gsm-kasten, deurontgrendelingskasten, noodverdeelkasten en aggregaten die in werking treden als de stroom uitvalt.

We passeren de 'highavailability-zone', waar de servers van de tientallen kaartjesautomaten in het gebouw staan. En de servers die het in- en uitchecken van de ov-chipkaart bijhouden. Als ik hier de stekkers uit de wandcontactdozen zou trekken, ligt het openbaar vervoer in Amsterdam en omstreken plat.

Laagspanningsruimte.Beeld Marten van Wijk

Ondragelijke stank

Onze tunnel mondt uit in een goederengang onder perron 15b, waar schoonmakers van de firma Asito met reinigingsapparatuur in de weer zijn. Het afval van de winkels in het station wordt via deze gang naar de vuilnisruimte vervoerd, waar perscontainers staan en de stank ondraaglijk is.

'Chef', zegt een van de schoonmakers, 'we moeten hier reinigen maar er staan allemaal karretjes van die winkels en zo.' Voor je het weet lopen de ratten hier weer in het rond. 'Dat is niet de bedoeling', antwoordt Wubs, die opnieuw een aantekening maakt.

Wubs opent een spiegelende wand en we staan in de Westtunnel, temidden van reizigers. Een week eerder, vertelt Wubs, regende het hevig. Ergens was een regenpijp verstopt, opgetrommelde loodgieters trokken er later een dode duif uit tevoorschijn, waardoor honderden liters boven een van de perrons naar beneden stortten.

Op het stationsplein konden de gemeenteriolen het water niet meer aan: loodzware putdeksels werden uit het plaveisel gedrukt, de ruimte met bagagekluizen stroomde onder. 'Dat is typisch CS', zegt Wubs, 'het is hier altijd wat.'

Bij de dienstingang in de centrale hal wacht een man met twee zware rugzakken ons op: Javed Ahmad, adviseur techniek. Op de zolderverdiepingen heeft Ahmad de afgelopen jaren allerlei installaties neergezet die zo nu en dan moeten worden bekeken.

Miniatuurmensch

In 1891 vond een merkwaardig incident plaats, dat in De Tijd werd beschreven. Op de douaneafdeling op het station was met de bagagestukken uit Parijs een kist binnengebracht. Toen beambten de kist optilden, hoorden ze een stem. 'Zooals gemakkelijk te begrijpen is, lieten de beambten de kist van schrik vallen, en werd nu duidelijk een schreeuw gehoord.' De stationschef en een politie brigadier werden opgeroepen. 'Zoodra dezen verschenen hoorde men duidelijk: Ouvrez le colli, en nauwelijks had men het touw losgemaakt, of daar gaat het deksel van de kist open, en treedt een miniatuurmensch in levenden lijve uit de kist tevoorschijn.' De dwerg vertelde dat hij de dag ervoor uit Parijs was verzonden, om in Amsterdam als artiest op te treden. Omdat de reiziger zich niet kon identificeren, werd hij met de kist in een vigilante naar het bureau aan de Oudebrugsteeg overgebracht.

Monument

We nemen de lift naar de bovenste verdieping. Daar beklimmen we een trap en komen op de zolders. Vroeger waren die leeg, nu staan ze vol met Ahmads installaties. Sinds 1974 is het gebouw een monument en mag je nergens meer in boren. De snoeren, kabels en buizen die de machines met elkaar verbinden, zijn op creatieve wijze bevestigd aan haken en schroeven die voor 1974 in de dakspanten zijn aangebracht.

Door een uiterst smalle gang lopen we van oost naar west. Halverwege verheft de ruimte zich en is de nok van de traptorens zichtbaar; van buiten bekleed met leisteen, van binnen met zink. Ik zie de metalen stang, zo nu en dan roterend, die de windvaan op het dak verbindt met de wijzer in de westelijke toren.

In de oostelijke toren staat een wankel laddertje. Als je dat beklimt, kom je aan de achterzijde van de klok, die om de zoveel tijd wordt nagekeken door medewerkers van een gespecialiseerde uurwerkfabriek.

Ahmad neemt ons mee naar een vide tussen de twee torens in, waar grote turbines staan opgesteld. In de turbines wordt water gekoeld, dat naar de winkels stroomt, om daar koelkasten en vriescellen op de juiste temperatuur te brengen.

Koelapparatuur in de winkels mag niet op elektriciteit werken, dan zouden de condensoren teveel warmte afgeven en de luchtvochtigheid doen oplopen, waardoor het monumentale gebouw op termijn averij zou oplopen.

Om de turbines binnen te krijgen werd het leistenen dak aan de achterzijde van het middendeel opengezaagd. Monumentenzorg was er niet blij mee, maar zonder de koelsystemen zouden de gevolgen uiteindelijk rampzaliger zijn.

Technische ruimte voor gekoeld water.Beeld Marten van Wijk

Frisse lucht

We bewegen ons in westelijke richting, onder buizen, leidingen en lage deurposten door. We komen in een kamer waar luchtbehandelingskasten staan. Ze zuigen lucht van buiten op en verspreiden die op de juiste temperatuur door het gebouw.

Volgens de huidige wetgeving moet elk kantoor zes keer per uur van frisse lucht worden voorzien; vandaar dat ook de plaatsing van deze apparaten noodzakelijk was. Nu ze er eenmaal staan is er wel frisse lucht voor de werknemers, maar die lucht is - in het belang van het gebouw - aan de droge kant, waardoor werknemers klagen over jeuk en rode ogen.

Als je het gebouw goed zou willen conserveren, zouden de winkels moeten sluiten, zegt Ahmad. Maar de NS wil juist meer winkels, omdat daarmee enorme winsten worden geboekt.

De winkels hebben niet alleen koeling en frisse lucht nodig, ze moeten ook vervuilde lucht kwijt zien te raken. Vandaar dat er op de zolders ook afzuiginstallaties moesten worden geplaatst. Die zuigen de vervuilde lucht op, persen die door allerlei filters en dan naar de schoorstenen op het dak.

De meeste filters moeten een of twee keer per jaar worden vervangen, behalve die van de aan perron 2 gelegen hamburgerketen Burger King. Speciaal voor Burger King is een aparte installatie gebouwd, waarvan de filters, die druipen van het vet, wekelijks moeten worden vervangen.

De hamburgerlucht die op het dak uit de schoorstenen walmt, wordt gedeeltelijk weer opgezogen door de luchtbehandelingssystemen, waardoor het, als de wind uit een bepaalde richting waait, overal in het gebouw naar frituurvet ruikt. 'Het is constant schipperen hier', zegt Ahmad. Hij noemt het station 'een heer op leeftijd waar je voorzichtig mee om moet gaan'.

We komen in een hoge ruimte waar een lange ladder staat. Uit de rugzakken haalt Ahmad tuigjes tevoorschijn die we om moeten doen. In onze tuigjes beklimmen we de lange ladder.

Ahmad duwt een luik open, wat later staan we op het dak en haken ons vast aan een ijzeren kabel. Het uitzicht is magnifiek: mensen als mieren, toeterende auto's, klingelende trams. Het ruikt hier inderdaad naar hamburgers.

Het luik waaruit we tevoorschijn kwamen, bevindt zich achter de toren van de voormalige stationschefwoning. Terwijl Ahmad enkele apparaten controleert die zo staan opgesteld dat ze onzichtbaar zijn vanaf het plein, wandel ik in mijn vreemde pakje achter de traptorens langs, richting de koninklijke wachtkamer.

Technische gang.Beeld Marten van Wijk

Schoonmaakstaking en duivenplaag

Overal op het dak en op de torens zijn staafjes bevestigd. Het zijn geen versieringselementen, verklaart Wubs, maar bliksemafleiders. De decoraties, waar ik intussen veel over heb gelezen in het proefschrift van Aart Oxenaar, directeur van de Amsterdamse Academie van Bouwkunst, zijn ineens erg dichtbij. Op het plein heeft een aantal mensen ons in de gaten. 'Tijd om naar beneden te gaan', zegt Wubs.

Als we de lange ladder zijn afgedaald en de tuigjes hebben afgedaan, zegt Ahmad dat elders nog enkele 'prachtige koelmachines' uit een andere serie staan opgesteld; ook die zou ik echt moeten zien. 'Ik denk dat hij het intussen wel heeft begrepen, Yaved', zegt Wubs.

We nemen afscheid van Ahmad. In april, vertelt Wubs, legden de schoonmakers wekenlang het werk neer. Het station veranderde in een Napolitaanse vuilnishoop. Wubs zegt begrip te hebben voor de schoonmakers, die van hun wergever Asito 50 cent per uur meer verlangen, maar hij vindt het 'jammer' dat die stakingen telkens, want het is vaker gebeurd, op zijn station moeten plaatsvinden.

Om het station begaanbaar te houden verwijderden hij en ander kantoorpersoneel 's avonds en in de weekenden eigenhandig het afval, wat de schoonmakers hen niet in dank afnamen. Het viel Wubs toen op 'hoe zwaar dat werk eigenlijk is'.

In diezelfde tijd was er sprake van een duivenplaag. De dieren waren niet alleen op de perrons te vinden, maar ook in de pas geopende filialen van Smullers, New York Pizza en de Döner Company in de Westtunnel. 'Het zijn smerige beesten die allerlei ziektes kunnen verspreiden.'

Wubs huurde een bedrijf in, Duke Faunabeheer, dat een werpnet over de dieren heenschoot. De gevangen duiven werden afgevoerd. Onduidelijk is wat er vervolgens met hen gebeurde.

Een rel ontstond, SP en Partij voor de Dieren stelden vragen in de Amsterdamse gemeenteraad. Of er geen diervriendelijker oplossing te bedenken was. 'Die is er niet', zegt Wubs, die zich afvraagt wat deze politici ervan vinden als ze zelf eens worden ondergescheten. Voor geluiden zijn duiven - anders dan spreeuwen, die vroeger met speciale toeters werden verdreven - niet gevoelig. 'Tenzij je een zware explosie zou nabootsen, maar zoiets is hier niet wenselijk.'

Technische ruimte voor luchtbehandeling.Beeld Marten van Wijk

Incidenten

In gebouw De Oost laat Wubs mij zijn werkplek zien: een kamertje met uitzicht op de bussen naar Amsterdam-Noord. Ik vraag wat voor incidenten er zoal in de veiligheidsrapportages staan.

'Alle denkbare incidenten', zegt Wubs. Niet alleen berovingen, handtastelijkheden, bommeldingen of vechtpartijen; ook moderne verschijnselen, zoals de zogenoemde flashmobs, waarbij een groep mensen plotseling samenkomt en iets ongebruikelijks doet.

Stapelgek wordt Wubs van de flashmobs. 'Ze worden van tevoren niet aangevraagd, dus in wezen zijn ze illegaal.' Laatst was er een in de Westtunnel. 'Een of andere dansschool, midden in de spits.'

De incidenten die zich het meest voordoen zijn valpartijen. Vooral als het heeft geregend: op de nieuwe vloer in de Westtunnel, die naar Wubs' mening net iets te steil omlaag loopt, glijdt de ene na de andere reiziger uit.

Na zo'n valpartij proberen sommigen de NS aansprakelijk te stellen voor het ongerief. Zoals, niet zo lang geleden, een wat oudere dame. Van Klantenservice kreeg Wubs te horen dat zij van het perron in de spoorbak was gevallen, waarbij haar bril en een vaas zouden zijn gesneuveld. 'Die spullen wilde ze vergoed krijgen.'

Installatie met gekoeld water.Beeld Marten van Wijk

Wubs ging naar de cameratoezichtruimte om de beelden te bekijken. Na een tijdje voor- en achteruit spoelen vond hij de dame. Ze had een grote rugzak om, hield een koffer in haar ene hand en een grote vaas met bloemen in haar andere hand. 'Mevrouw kon dus nauwelijks zien waar ze liep.'

Haar trein dreigde te vertrekken, de dame begon te rennen. Een oneffenheid bracht haar ten val, ze belandde tussen twee treinen in op de rails. 'Mevrouw heeft ontzettend veel geluk gehad dat een van die treinen niet is gaan rijden.' Wubs stuurde de beelden door naar een juridische afdeling. Hij heeft geen idee of de NS tot uitkering is overgegaan.

Het Station van Joris van Casteren verschijnt op 16/1 bij Uitgeverij Bas Lubberhuizen, 17,95 euro.

Verdeelunit met afsluiters voor het sprinklernet.Beeld Marten van Wijk
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden