ACHTERGROND

De wereld mocht getuigen van frisse en opgeruimde wereldmuziek

De wereldmuziek werd door de pop omarmd op het moment dat de Britse muzikant Peter Gabriel supersterren van Youssou N'Dour tot Thomas Mapfumo naar de Real World Studio in Bath haalde. Ter ere van het 25-jarig bestaan van Gabriels label is nu een verzamelbox uitgebracht. Hoe klinkt die opgeruimde 'worldfusion' ook al weer?

The Blind Boys of Alabama.Beeld Henry Diltz

Het startschot kwam van een exoot in het hitparadewezen, op het randje van de jaren tachtig. In een weergaloze Afrikaanse jubelstem zong de Guinees Mory Kanté in 1988 het supervrolijke en razend ritmische Yéké Yéké naar nummer één van de Nederlandse Top40 en meer hitlijsten wereldwijd.

De eerste Afrikaan met een internationale pophit, gezongen in de voor ons onbegrijpelijke taal het Dogon en getokkeld op een Afrikaanse kora. En vooruit: voortvarend geremixt richting westerse dansvloerdisco, maar toch. Niet-westerse 'wereldmuziek' was ineens pop, en leuke ook. De Afrikanen waren ontsnapt uit de toch wat bedompte en cultureel antropologische podia voor wereldmuziek en klopten bij aanvang van de nineties aan bij de popinstituten. Mory Kanté geïnterviewd voor de Popfoto: het kon ineens.

Zeker, de jaren negentig behoorden toe aan de britpop en de Britse triphop. Aan de Amerikaanse 'gangsta' van Ice Cube en Dr. Dre. Maar in de nineties gingen ook de grenzen open en werd de wereldmuziek op wonderlijke wijze de pop binnengesleept. Hoorden we ineens een soefistische qawwali-zanger religieus zingen op een funky basloopje en een Nile Rodgers-gitaartje.

Medeverantwoordelijke voor het ontstaan van deze 'worldfusion', verfoeid door pijprokende en sandaal dragende puristen die de wereldmuziek in de jaren zeventig en tachtig nog in een warme houdgreep en voor zichzelf hielden, was Peter Gabriel. De Brit was na Genesis en zijn eigen hitsuccessen uit de jaren tachtig (Sledgehammer, Don't Give Up) klaar met de beklemmende Angelsaksische popcultuur en toog voor bijvoorbeeld zijn soundtrackplaat Passion uit 1989 (bij Martin Scorsese's The Last Temptation of Christ) zuid- en oostwaarts.

Gabriel wilde in zijn Christus-soundtrack de culturele verbondenheid van alle menselijke rassen laten opklinken en daartoe legde hij contact met de Senegalese superster Youssou N'Dour (in het Westen volslagen onbekend), met mede-Senegalees Baaba Maal en met de Pakistaanse zanger Nusrat Fateh Ali Khan. Zij zongen mystieke strofen op woestijnmuziek, geschapen uit een bizarre instrumentmix van Armeense fluiten, synthesizers, drumcomputers, Indiase tabla's en Braziliaanse surdo-trommels.

Nusrat bezig met het opnemen bij Real WorldBeeld -

Zonneschijn na donkere tijden

In 1990 haalde Gabriel zijn nieuwe vrienden naar zijn net opgerichte Real World Studio bij de Britse stad Bath, om vrij van geest te kunnen musiceren met producers en muzikanten uit het westerse popcircuit. In de studio's van Real World ontstonden multicultibands als Afro Celt Sound System, met leden uit Ierland en Senegal. De Zimbabwaanse gitaargigant Thomas Mapfumo nam voor onze gevoelige westerse oren wat gas terug en maakte voor Gabriels label Real World Records ineens soepele popliedjes. De Amerikaanse oermuziek mocht ook meedoen: de bluesgitarist en zanger Skip 'Little Axe' McDonald en de blinde gospelheren The Blind Boys of Alabama togen naar Bath.

Het was alsof in de nineties de zon weer mocht schijnen, na de donkere jaren tachtig van postpunk en doemdenken. Het leek even wel goed te gaan met de wereld en daarvan mocht diezelfde wereld getuigen in frisse en opgeruimde wereldpop. Purisme was passé, mixen mocht, en niemand keek dus vreemd op van de Aziatatische breakbeat-fusion en bhangra van de gebroeders Farook en Haroon Shamsher, verenigd in de band Joi. .

Helaas zag het label Real World Records de glans van de onbekommerde nineties verdwijnen, toen bij het begin van de nieuwe eeuw de schaduwen weer over de wereld trokken. Op de net verschenen verzamelbox ter ere van het 25-jarig bestaan van Real World is te horen hoe de wereldmuziek van ná de nineties weer een zwaarmoedige ondertoon kreeg. In 2010 bijvoorbeeld, aan de vooravond van de Syrische burgeroorlog, zong de Syrische zangeres Lubana Al Quntar het tergende klaaglied Al Araby, op de Real World-plaat The Road to Damascus. Een treurzang met vooruitziende blik, want die weg naar Damascus is inmiddels onbegaanbaar.

Real World 25, box van drie cd's met boekje, is verschenen bij Real World Records.

Beeld -

Vijf wereldpopliedjes

1. Nusrat Fateh Ali Khan - Mustt Mustt (1990)
Misschien wel de meest onwaarschijnlijke wereldmuziekman die begin jaren negentig de poppodia beklom. De Pakistaanse soefizanger Nusrat Fateh Ali Khan bewees dat je met ritmische keelklanken en ratelende tabla's ook gewoon een leuk en funky popliedje als Mustt Mustt kunt maken.

2. Ayub Ogada - Kothbiro (1993)
Vrouwen én mannenharten smolten bij de betoverend mooie en diep warme Afrikaanse zangstem van de Keniaan Ayub Ogada en zijn basale getokkel op de Keniaanse harp, de nyatiti. Ogada's album En Mana Kuoyo is een van de mooiste in de catalogus van het Real World-label.

3. Geoffrey Oryema - Land of Anaka (1990).
Na de verdachte dood van zijn vader, een Oegandese minister, vluchtte Geoffrey Oryema naar Groot-Brittannië en verder. Op zijn plaat Exile, geproduceerd door Brian Eno, horen we Peter Gabriel als achtergrondstem. Het liedje Land of Anaka balanceert op het randje van de kitsch, maar dat deden natuurlijk de hele jaren negentig.

4. Papa Wemba - Awa Y'okyi (1998)
In 2004 werd de Congolese zanger Papa Wemba veroordeeld tot bijna drie jaar cel, voor mensenhandel. In gelukkiger tijden maakte hij gloeiende Afrikaanse rumba en een curieus maar spectaculair gezongen pianopopliedje als Awa Y'okeyi.

5. Remmy Ongala & Orchestre Super Matimila (1989)
De Tanzaniaan Remmy Ongala duwde de wereldpop op Real World vanaf de oprichting in 1989 de nineties in, met het opgewekte maar tegelijk ingehouden gitaarliedje Kipenda Roho, vol ragfijne tokkelgitaartjes en beheerste Tanzaniaanse trommelritmes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden