DE WERELD, EEN CATWALK

De fotografiegeschiedenis wordt flink herschreven op de tentoonstelling The Heartbeat of Fashion in Hamburg. Van portretten op visitekaartjes tot een foto van Angela Merkel – álles is er modefotografie....

Niet alleen de duivel draagt Prada, ook de paus is een liefhebber. Op de foto van de Italiaanse Maria Grazia Picciarella draagt Benedictus XVI prachtige rode instappers die, stelden deskundigen later vast, van het beroemde Italiaanse modemerk zijn. Picciarella heeft een close-up gemaakt van de voeten en benen van de paus, tot kniehoogte. Rode schoenen, witte kousen, een witte onderrok en daarover een rood gewaad. Al zien we het gezicht van de paus niet, toch getuigt de foto van zelfbewustzijn. Het is een prachtig beeld van macht gecombineerd met allure. De foto dateert van november 2005, werd via een persbureau verspreid en verscheen op 16 mei in de gedegen Frankfurter Allgemeine Zeitung.

Maar hij had net zo goed in Vogue of Harper’s Bazaar kunnen staan, vindt de Duitse fotoverzamelaar F.C. Gundlach (80). De foto is het slotbeeld van de door hem samengestelde tentoonstelling The Heartbeat of Fashion in de Deichtorhallen in Hamburg. De grenzen van het genre modefotografie worden er flink opgerekt, of liever: afgeschaft. Alle fotografie is modefotografie, vindt Gundlach, in zijn tijd een van de belangrijkste modefotografen van Duitsland, nu een van ’s lands grootste verzamelaars.

Met meer dan driehonderd foto’s in het Haus der Photographie – de samensteller is er de oprichter en directeur van – is The Heartbeat of Fashion een ambitieuze poging om het genre opnieuw te definiëren. Want modefotografie is veel minder oppervlakkig en ijdel dan het vooroordeel wil, stelt Gundlach. De hele wereld is een grote catwalk geworden. Mode is een fenomeen dat onze levens ten diepste beïnvloedt. Men is wat men draagt. Mode en modefotografie zijn belangrijke getuigenissen van hun tijd, en daarom veel meer dan slechts kleding.

Al direct aan het begin van de tentoonstelling begint het herschrijven van de fotografiegeschiedenis. De beroemde foto’s van de kunstschilder David Octavius Hill en de fotograaf Robert Adamson uit de jaren veertig van de 18de eeuw werden tot nu toe gezien als portretfoto’s van hun Victoriaanse tijdgenoten. Adamson legde kerkgangers op foto vast, zodat Hill ze later kon schilderen. Gundlach ziet ze echter als modefotografie. Immers, hier zien we voor het eerst op foto vastgelegd hoe mensen in die tijd zich kleedden, en hoe bewust ze zich waren van de camera.

De cartes de visite, de kleine portretjes op visitekaartjes van de groeiende middenklasse in de 19de eeuw? Modefotografie! Pas daarna komt bij Gundlach baron Adolphe de Meyer aan de beurt, die tot nu toe in de geschiedschrijving van de fotografie gold als eerste modefotograaf – dankzij zijn societyfoto’s voor Vogue in de jaren twintig van de vorige eeuw. Vervolgens trekt Gundlach weer zijn eigen plan. Portretten van Duitsers in de jaren dertig? Modefotografie! Beelden van gymnastiekende mensen als uitdrukking van de Duitse Körperkultur, naakten van Robert Mapplethorpe, portretten van Gerhard Schröder en Angela Merkel? Modefotografie!

Niemand ontsnapt aan de monomane visie van Gundlach. Zelfs de onopgesmukte straatfotografie van Leon Levinstein moet eraan geloven. Hij portretteerde ‘gewone’ mensen in New York. Rondhangend, wachtend, pratend. Het ging hem vooral om hun houding en gezichtsuitdrukkingen. Maar hun kleding vertelt ook een verhaal: dat van hun smaak en hun sociale standing. Ook hij wordt ingelijfd door Gundlach. Alsof iedere foto met een gebouw erop architectuurfotografie is, alsof niet alle foto’s per definitie een getuige van hun tijd zijn.

Het lijkt in Hamburg wel alsof de modefotografie tot nu toe een ondergeschoven kindje was. Heartbeat is ook een pleidooi voor de opwaardering ervan. Ook dit is hoge kunst, wordt betoogd. Maar is zo’n stellingname nog nodig? Ja en nee. Aan de prijzen te zien die op veilingen worden betaald, is modefotografie doorgestoten naar de top. Bij Christie’s werd vorige week ruim 262 duizend dollar betaald voor Black and White Vogue Cover van Irving Penn, die hij maakte in 1959. In 2001 werd dezelfde foto op 21 duizend dollar afgehamerd.

Maar het genre blijft kampen met een minderwaardigheidscomplex. Het gezaghebbende blad Art Review wijdde er vorige maand zelfs een special aan. De mode heeft grote commerciële en culturele kracht, maar ziet zichzelf toch als oppervlakkig, signaleert het blad. Mode blijft tenslotte minder serieus en authentiek dan ‘echte’ kunst. Maar volgens Art Review is dat helemaal niet nodig. Ook massacultuur kan kunst zijn.

Toch dringt modefotografie niet gemakkelijk door tot het museum. Het MoMA in New York wijdde pas twee jaar geleden voor het eerst een tentoonstelling exclusief aan modefotografie, maar bracht wel een duidelijke link aan met kunst. Fashioning Fiction in Photography toonde hoe sterk de modefotografie de laatste jaren is beïnvloed door de collega’s in de kunstfotografie. De rauwe snapshots van Nan Goldin over het leven van haar vrienden bijvoorbeeld vormden de oorsprong van de ‘heroïnechic’: graatmagere modellen die in nare gribussen mooie kleding aanhebben.

De onderwaardering van modefotografie hangt volgens verzamelaar Gundlach ook samen met dat rare onderscheid tussen ‘vrije’ fotografie en fotografie in opdracht. De laatste is commercieel, dus minder. Maar kijk eens naar het werk van Wolfgang Tillmans, winnaar van de prestigieuze Turner Prize. In Hamburg hangt een foto van een jongen onder de douche naast een foto van een jongen geknield voor een rij lockers. De een is gemaakt voor een tijdschrift, de ander is autonoom werk. Wie ziet het onderscheid? Blödsinn dus, complete onzin, aldus Gundlach.

En daar weet Heartbeat wel een punt te maken. Want modefotografie gaat niet per definitie ‘louter’ over schoonheid, zoals vaak denigrerend wordt gesteld. En als dat wel zo is – wat dan nog? Een mooie modefoto is nog niet meteen een behaagzieke modefoto. Neem Dovima with elephants (1955) van Richard Avedon, die op het geniale idee kwam om een frêle dame in avondjurk van Dior tussen de ruige poten van twee olifanten te klemmen. Het doordachte lijnenspel benadrukt de kwetsbaarheid van Dovima in haar bevallige houding. En tegelijk laat de foto ook zien dat zij de krachtigste is van de drie.

Bovendien heeft een modefoto soms wel degelijk meer te bieden dan de boodschap ‘kopen!’ alleen. Guy Bourdin confronteert de kijker met dood en verderf in zijn even gelikte als verontrustende foto’s uit de jaren zeventig, waarin een verloren roze pump op de plek van de misdaad de enige verwijzing naar mode kan zijn.

David Lachapelle gaat in zijn ironische commentaren op de ijdelheid zelfs zo ver om de modewereld zelf flink te kijk te zetten. Zoals in Say it with Diamonds (1997), waarin een model een lijntje diamanten snuift.

Heartbeat of Fashion is een tentoonstelling vol met prachtige foto’s waarbij het thema er later bijgezocht lijkt te zijn. De modefotografie is niet de moeder aller fotografie, al bekruipt die gedachte je wel in de Deichtorhallen. Wie Heartbeat of Fashion heeft bezocht, ziet de wereld voor een tijdje met andere ogen. Zie kandidaat-Kamerlid voor GroenLinks Mariko Peters, gefotografeerd bij een interview in de Volkskrant. Prachtige jurk, zelfbewuste uitstraling. Of neem Kim Jong Il, twee weken geleden op de buitenlandpagina, zijn troepen inspecterend. Wat een kekke zonnebril, wat een onmodieuze maar daardoor juist zeer modieuze jas. Oké, hij heeft iets minder allure dan de rode Prada’s van de Paus, maar de foto roept toch de vraag op waar Kim zijn kleren koopt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden