interviewLemohang Jeremiah Mosese

‘De wereld bevat veel schoonheid die alleen bij grote, tragische gebeurtenissen naar boven komt’

InThis Is Not a Burial, It’s a Resurrection toont Lemohang Jeremiah Mosese het verdriet van een gemeenschap die door de overheid wordt gedwongen te verhuizen. De Lesothaanse cineast vertelt de Volkskrant waarom zijn film toch zachtaardig en melancholisch is geworden.

Lemohang Jeremiah Mosese Beeld Ines Vansteenkiste-Muylle
Lemohang Jeremiah MoseseBeeld Ines Vansteenkiste-Muylle

‘Een wrange ironie’, noemt filmmaker Lemohang Jeremiah Mosese (41) zijn herinnering aan de keer dat hij de hand van Nelson Mandela schudde. Het was 1998 en de president van Zuid-Afrika was afgereisd naar Moseses geboorteland Lesotho voor de feestelijke opening van wat destijds de grootste stuwdam op het Afrikaanse continent was, de Katsedam. Mandela maakte indruk op de 18-jarige Mosese. ‘Ik herinner me vooral zijn gehoorapparaat. Hij leek een soort God van dichtbij.’

Later kwam de desillusie, en daarmee de grote inspiratie voor zijn betoverende drama This Is Not a Burial, It’s a Resurrection, dat vanaf vandaag in Nederlandse filmtheaters is te zien. De film verbeeldt de mijmeringen van een oude dame, gespeeld door de vorig jaar overleden Zuid-Afrikaanse acteerlegende Mary Twala, die onlangs haar zoon heeft begraven en vervolgens te horen krijgt dat haar dorp binnenkort onder water wordt gezet, in de naam van vooruitgang. Met fraaie beelden, buitengewoon goed gespeeld en zonder veel dialoog en plot vangt Mosese het verdriet van een ontwortelde gemeenschap, zonder weerloze slachtoffers van ze te maken. Mosese en zijn film schreven geschiedenis: in november 2020 werd This Is Not a Burial de eerste Oscarinzending uit Lesotho.

De filmer is medio juni een paar dagen in Nederland, per trein vanuit zijn huidige woonplaats Berlijn. We spreken elkaar in het Eye Filmmuseum in Amsterdam, waar tot begin september ook zijn filminstallatie Bodies of Negroes. I Will Sculpture God, Grim and Benevolent te zien is, als onderdeel van de expositie Vive le cinéma!

Dansende beelden

Lemohang Jeremiah Mosese wandelde vlak voor het interview voor het eerst door zijn filminstallatie in het Amsterdamse Eye Filmmuseum, Bodies of Negroes. I Will Sculpture God, Grim and Benevolent. Daarin zijn verschillende gebeurtenissen in dezelfde ruimte op meerdere schermen tegelijk te zien, van meisjes die hun stervende moeder verzorgen tot een energiek dansende man.

Hoe het is om zijn beelden in een museumopstelling te ervaren? ‘Een verademing’, zegt Mosese. ‘Als je een bioscoopfilm maakt, leg je je vanzelf beperkingen op. En de industrie stopt jou ook in een hokje: een film moet na ongeveer twee uur klaar zijn, je moet een min of meer concreet verhaal vertellen. Ik heb het gevoel dat mijn beelden in deze expositie kunnen dansen, ze krijgen op een nieuwe manier betekenis. Film voelt op deze manier haast als een nieuwe taal, die met veel minder filters en regels dan gebruikelijk op je netvlies belandt.’

Een ongedwongen kijkadvies, ten slotte: ‘Oordeel niet direct als je mijn ruimte binnenwandelt. Zoek niet meteen naar logica. Je zult zien dat ik hooguit je gemoedstoestand wat bijstuur.’

Lemohang Jeremiah Mosese bij het Eye Filmmuseum in Amsterdam. Beeld Ines Vansteenkiste-Muylle
Lemohang Jeremiah Mosese bij het Eye Filmmuseum in Amsterdam.Beeld Ines Vansteenkiste-Muylle

Mosese, pratend met zelfverzekerde, trage dictie, vertelt hoe zijn eigen oma behoorde tot de talloze dorpsbewoners die noodgedwongen moesten verhuizen om plaats te maken voor een stuwmeer van 3.500 hectare groot. ‘Maar als jochie tegenover de president van Zuid-Afrika hield ik mij niet zo bezig met het drama en de controverse rond de bouw van de dam. Ik heb na de verhuizing van mijn oma zelfs even bij haar gewoond, in een soort schuur vol kakkerlakken, maar heb nooit stilgestaan bij de reden van haar verhuizing. Ik weet alleen nog dat ik me schaamde, omdat het er vies was.’

Later ging Mosese de dam zien als Mandela’s erfstuk van het apartheidsregime, bedoeld om grote delen van Zuid-Afrika – dat Lesotho aan alle kanten omringt – van water te voorzien. ‘Wit goud, noemen ze het water in Lesotho. Het was puur imperialisme. We werden gewoon veroverd. De mensen die hun huizen moesten verlaten, werden door de overheid opgezadeld met de slechtst denkbare deals. Denk aan boeren die aan de rafelranden van steden moesten wonen, waar ze hun dieren niet eens konden houden. In Lesotho is dit hét verhaal van de afgelopen dertig jaar.’

U zou van een film over mensen die van hun geboortegrond worden verdreven ook een woedende aanklacht kunnen maken. Maar uw film is juist zachtaardig en melancholisch. Waarom is dat?

‘Dat is voor mij ook een mysterie. De wereld bevat zo veel schoonheid die alleen bij grote, tragische gebeurtenissen naar boven komt. Ik heb het gevoel dat God vooral op de smerigste en verdrietigste plekken woont. Ik weet niet waarom hij dat doet.

‘Woede voel ik ook. Ik bezocht de restanten van een van de dorpjes die onderwater zijn gezet. Het maakte me boos, echt boos. Ik dacht: waarom namen de dorpsbewoners het recht niet in eigen hand? Waarom bliezen ze die dam desnoods niet op? Dat blijft in mijn geval bij gedachten. Je zou kunnen zeggen dat woede mij inspireert; het komt er in de film alleen heel anders uit. Ik waak ervoor om concrete oordelen of een moraal in mijn werk te verstoppen.’

Het kan niet makkelijk zijn geweest om uw eigen oordeel er helemaal buiten te houden. Hoe ging u te werk?

‘Door heel nauwkeurig na te denken over wat ik wil vertellen. Ik hoop dat ik erin ben geslaagd om in de eerste plaats – heel eenvoudig – het verloop van tijd te laten zien. De tijd houdt geen rekening met ons, de wilskracht van de tijd is enorm. En ik wilde vooral die wilskracht laten zien. Ik denk dat ik zonder de filter van een eigen oordeel beter kan laten zien hoe we onszelf, anderen en de plek waar we wonen herinneren. Hoe onze taal en de plekken waar we leven ons definiëren. Hoe we vaak onze herinneringen verbinden aan een specifieke plek. En wat er gebeurt als de connectie met die plek wordt losgeknipt, als een navelstreng.

‘Een jongetje in de film zegt: ik kan me niet voorstellen dat hier straks vissen zullen zwemmen. Dat gebrek aan voorstellingsvermogen vind ik mooi. Een volstrekt logisch gebrek ook: de plek zal in iets fundamenteel anders veranderen, iets ongekends.

‘Ik kan wel zeggen dat we tradities en heilige plekken per definitie niet mogen opofferen voor progressieve ontwikkelingen, dat we van onze spiritualiteit worden beroofd, maar ik denk tegelijk dat de vernietiging van het oude ons kan aanzetten tot het verkennen van nieuwe tradities en nieuwe vormen van spiritualiteit. Er zijn mensen die zich verzetten tegen verandering; anderen moedigen het aan. Het mag binnen de context van mijn film allemaal bestaan.’

Hoe leerde u zo zonder oordeel te denken?

Lange stilte. ‘Dat is ontstaan in mijn tienertijd. Veel mensen hadden mij, toen ik klein was, opgegeven. Ik was een lastig kind, echt heel lastig. Ik groeide op in een ruige buurt waar iedereen gangster wilde worden. Niemand ambieerde een leven als astronaut, dokter of filmmaker. De mooiste auto en het meeste geld, niets anders telde.

‘Mijn moeder was overigens heel zorgzaam. Ze probeerde me op de best mogelijke school te krijgen en deed enorm haar best, bracht me in aanraking met poëzie en film. Mijn gedrag was mijn eigen schuld. De keren dat ik bijna werd gearresteerd zijn niet te tellen. Ik heb niemand vermoord, maar als je me zou veroordelen voor de stomme dingen in die tijd...’

Vertel.

‘Och. Bij de poort van het schoolplein wachtte eens een of andere gangster uit Johannesburg in een oude BMW op een meisje. Ik maakte een grapje over zijn auto, zoiets. Hij stapte uit en richtte direct een pistool op mij. Ik rende zo hard als ik kon, zigzaggend tussen de andere kinderen op het schoolplein. Uiteindelijk slaagde een van mijn vrienden erin hem te kalmeren.

‘Ook toen ik even bij mijn oma woonde, nadat ze haar huis had moeten verlaten vanwege die stuwdam, kwam ik in gevaarlijke situaties terecht. We waren eens aan het zwemmen in een riviertje, mijn broertje kreeg ruzie met een joch uit het dorp en we sloegen van ons af. Kwam het hele dorp achter ons aan: lui met honden en machetes.

‘Alle clichés van het straatkind heb ik meegemaakt. Bijna dagelijks geweld, ik zag geregeld ergens bloed van een recente steekpartij. Het geweld was op een gegeven moment zo alledaags dat ik mezelf had aangeleerd om niet bang te zijn. Als iemand met een mes zwaaide, ging ik hem met mijn vuisten te lijf. Pas later realiseerde ik me hoe idioot die periode was.’

null Beeld Ines Vansteenkiste-Muylle
Beeld Ines Vansteenkiste-Muylle

Wat zorgde voor de omslag?

‘Een van mijn beste vrienden schoot zichzelf overhoop. Een andere vriend had het christendom omarmd en nam me mee naar de kerk. Ik had twee keuzen: vermoedelijk óók snel sterven of mijn leven aan Jezus geven. De omslag ging eigenlijk heel snel. Mijn oma waarschuwde me voortdurend. Als je zo doorgaat, zei ze, eindig je in de gevangenis – en anders maakt iemand je wel van kant. Ik frustreerde haar enorm. En ik was een slechte luisteraar.’

This Is Not a Burial begint met een man die de lesiba bespeelt, een blaasinstrument dat hallucinante, zoemende klanken voortbrengt. Het is het nationale muziekinstrument van Lesotho, las ik. Hoe wordt het doorgaans gebruikt?

‘Er worden vooral klaagliederen mee gespeeld. Niet per se begrafenismuziek, maar er kleeft een gevoel van rouw en verlies aan. De lesiba wordt in Lesotho gebruikt bij traditionele voordrachten van gedichten. Dan is het vaak een lofzang op het overleven van zware tijden. Diepe liederen uit het hart – dat is de treffendste omschrijving. Een heel speciaal instrument, lastig te bespelen ook. De muzikant die ik filmde, speelde de lesiba ook niet zomaar. Hij wilde eerst nagaan of de zon en de maan in de juiste stand stonden. Dat vond ik een mooi ritueel, en het past bij de zoektocht naar spiritualiteit in de film.’

U lijkt sowieso met de intuïtie van een muzikant te filmen. In een van de fraaiste scènes van This Is Not a Burial danst de hoofdrolspeler in haar eentje, terwijl ze doet alsof ze een danspartner omarmt, alsof ze heel bewust danst met de geest van een overleden geliefde. Hoe ontstaat zo’n scène?

‘Ik wilde met deze scène uitbeelden hoe we soms dansen met de tijd. Met een herinnering, iemand van vroeger. Dit zijn momenten die me soms overvallen, als in een droom, waarin je op een veilige en vaak plezierige manier je gedachten kunt laten dansen. Nadenken over wie je ooit was, wie je bent, wie je kunt worden.’

Uw eerdere werk is onder meer vertoond in het Museum of Modern Art in New York. U hebt de eerste Oscarinzending uit Lesotho geregisseerd. Denkt u al aan een volgende stap?

‘Ik voel me ten eerste ontzettend bevoorrecht. Ik kan precies maken wat ik wil. Maar ik zie dit succes ook als onderdeel van een veel grotere zoektocht. Vaak voel ik me nog altijd dat jochie van de straat dat leeft bij de dag. Het voelt alleen al goed om te léven, om te bloeien. Ik ervaar niets als vanzelfsprekend, want het is te eenvoudig om jezelf uit het oog te verliezen, om te verzuipen in ambities. Maar als je ziet waar ik had kunnen eindigen en waar ik nu ben, dan is dit niets minder dan een wonder.’

null Beeld Ines Vansteenkiste-Muylle
Beeld Ines Vansteenkiste-Muylle

Verbintenis met de dood

Met Mary Twala strikte filmmaker Lemohang Jeremiah Mosese een grote Zuid-Afrikaanse actrice voor de hoofdrol van This Is Not a Burial, It’s a Resurrection. In de film speelt ze de oude dame in Lesotho die moet verhuizen vanwege de bouw van een stuwdam, terwijl ze ondertussen haar eigen begrafenis voorbereidt. De actrice overleed vorig jaar juli op 80-jarige leeftijd. ‘Mijn film kreeg als het ware een extra hoofdstuk’, zegt Mosese. ‘De film handelt onder meer over onze verbintenis met de dood. Ik heb het idee dat de film die verbintenis nu alleen maar sterker maakt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden