De weg tussen M en V

'Derksen en de Jong framen transgenderissues als grachtengordelhobby’

Auteur, historicus en transman Alex Bakker ( 49 ) schreef een boek over de eerste generatie transgenderpioniers, Transgender in Nederland. V sprak Bakker over de weg die zij aflegden, Voetbal Inside-grappen en het links-elitaire frame.

Alex Bakker - tarief V dag Foto Jouk Oosterhof

Dat zijn boek Transgender in Nederland samenviel met de recente explosie van aandacht voor transgenderemancipatie, had auteur en historicus Alex Bakker (49) niet voorzien toen hij vier jaar geleden begon met fondsen werven om het boek te publiceren. ‘Maar het is natuurlijk niet zo dat het onderwerp net ontdekt is’, benadrukt hij. ‘Alleen waren er eerder hooguit twee tv-programma’s per jaar over transgenders, nu is het niet meer bij te houden.’

De interesse voor het onderwerp van Bakker, zelf transman die zijn transitie onderging toen hij 28 jaar was, werd gewekt toen hij vanaf 2010 researchwerk deed voor de documentaire I Am a Woman Now (2011) van Michiel van Erp. Nadat hij ook had meegewerkt aan de Andere Tijden-aflevering Transgender Pioniers (2013) voelde hij als historicus de urgentie om erover te schrijven. ‘Nu gaat de eerste generatie transgenderpioniers dood, dacht ik. Dus de tijd dringt.’

Binnen drie jaar schreef Bakker het boek. Het resultaat is een uitgebreide inkijk in de geschiedenis van transgenders in Nederland, aan de hand van een beschrijving van zes decennia medische behandelmogelijkheden, beeldvorming, juridische ontwikkelingen en emancipatieprocessen, tot leven gewekt met toegankelijke vertellingen van transgenders.

Waarom gaat de historische beschrijving van transgenderemancipatie in Nederland in uw boek niet verder terug dan de jaren vijftig?

‘Het concept transgender, of wat vroeger transseksueel werd genoemd, was voor die tijd moeilijk te interpreteren voor mij als historicus. Ik heb me grotendeels beperkt tot de geschiedenis van mensen die een transitie hebben beleefd. In de jaren vijftig werd de optie van geslachtsaanpassing voor het eerst publiekelijk bekend en ging die een rol spelen in het leven van Nederlandse transgenders. De mogelijkheden om fysiek te transformeren bestonden voordien überhaupt nog niet - in Nederland konden mensen pas vanaf die tijd aan hormonen komen. Ik kan dus meestal niet weten waar het vrouwen die zich presenteerden als man, of andersom mannen als vrouw, om te doen was. Er waren mensen die andere motieven hadden om de rol van het andere geslacht aan te nemen. Zo zijn er veel voorbeelden bekend van vrouwen die zich mannelijker gingen kleden om in aanmerking te komen voor een baan. Dat betekent niet dat ze écht een man wilden zijn.’

Waar werd u zelf door verrast tijdens uw research?

‘Ik kwam erachter dat in de jaren vijftig vanuit de Verenigde Staten enkele tientallen transvrouwen naar Nederland werden gestuurd om hier geholpen te worden. Dat gebeurde nadat de Amerikaanse transvrouw Christine Jorgensen in 1952 wereldberoemd was geworden toen ze in Denemarken een geslachtsaanpassende operatie onderging, de eerste in die tijd. Dat maakte veel indruk. Die Deense artsen kregen vervolgens honderden brieven uit de hele wereld, de meeste uit de VS, van transgenders die hetzelfde wilden. Maar het waren te veel aanvragen, waarop de Deense artsen besloten alleen nog mensen uit eigen land te helpen. De transgenders uit de VS weken daarop uit naar Nederland, waar operaties sinds midden jaren vijftig – weliswaar onder de radar – ook werden uitgevoerd.’

Dat wil niet zeggen dat er in die tijd sprake was van een uitgesproken progressief klimaat ten aanzien van transgenders. Transseksualiteit werd het ­algemeen gezien als een waanidee.

In 1959 durfde een team van chirurgen in een Arnhems ziekenhuis het aan om een penis te creëren bij een transman. De ingreep zou de eerste geregistreerde geslachtsaanpassende operatie in Nederland worden.Het succes viel in minder goede aarde in de ­samenleving. Na een publicatie over de geslaagde operatie in een medisch blad volgde een stroom van verhitte reacties. De Gezondheidsraad installeerde daarop een commissie en bracht zes jaar later een rapport uit met een vernietigend oordeel: transgenders waren ‘psychisch gestoorde mede-mensen’ die gebaat waren bij psychiatrische zorg en niet bij een operatie – met als gevolg dat artsen zich in de jaren die volgden niet meer durfden te branden aan geslachtsoperaties.

Het keerpunt kwam begin jaren zeventig, zegt Bakker. Er had zich inmiddels een lobby gevormd van progressieve artsen en pleitbezorgers, die aanstuurde op het opnemen van geslachtsaanpassende operaties in de standaardgezondheidszorg. ‘Dat betekende dat het in het ziekenfonds kwam en dus werd vergoed. Dat is heel belangrijk geweest voor de transgenderpopulatie in Nederland.’

Hielp de progressieve tijdgeest destijds, naast de lobby, ook bij dat keerpunt?

‘Dat geloof ik wel. Getuigen vertelden me dat de houding in de jaren zeventig meer onderzoekend en open was. Mensen waren nieuwsgierig en wilden helpen zonder een oordeel te geven over iets wat ze niet begrepen. Die mentaliteit zie je nu veel minder. Het klimaat is veel meer gepolariseerd.’

Ondanks dat kom je tegenwoordig veel positieve verhalen over transgenders tegen in de media. Hoe valt dat met elkaar te rijmen?

Verhalen in de media over transgenders waren tot de jaren tachtig en negentig inderdaad erg somber van toon. In zekere zin was dat ook logisch: wie vroeger in Nederland van geslacht veranderde, werd vaak veroordeeld tot een bestaan aan de onderkant van de samenleving. Het beeld dat werd geschetst, was voor andere transgenders die nog in de kast zaten dus niet echt aantrekkelijk.

‘Je moet je voorstellen dat de hele samenleving dacht dat transgenders gekken zijn of perverselingen die op de Wallen staan. Ze raakten bijna altijd hun baan kwijt of kregen problemen met hun omgeving. Als de beeldvorming heel somber is, dan heeft dat een ontmoedigende werking. Transgenders in de kast wilden hun status, baan en gezin immers niet kwijt raken.

‘Er worden nog steeds treurige stukken geschreven over de nare gevolgen van een coming out - en die verhalen zijn er natuurlijk ook gewoon – maar ze wekken niet meer de indruk dat het verdriet onoverkomelijk is. Het gaat nu meer over geluk en identiteit.’

Alex Bakker werd in Drenthe in een protestants gezin geboren als meisje. Hij studeerde af als historicus met als specialisatie de Tweede Wereldoorlog. Op zijn 28ste veranderde hij van geslacht. Alle herinneringen aan zijn voormalige leven als meisje en vrouw, bewaarde hij in dozen waar hij sindsdien niet meer naar omkeek. Ruim vijftien jaar later besloot hij toch naar buiten te treden met zijn verhaal. In 2014 publiceerde Bakker het autobiografische boek Mijn valse verleden. Bakker: ‘Ik beschouwde het voorheen als een privékwestie. Alleen familie en vrienden wisten ervan.’

Waarom keek u daar, ruim vijftien jaar later, toch anders tegenaan?

‘Tijdens mijn research voor twee documentaires in 2010 en 2013, wat ik heel interessant vond, dacht ik: dan moet ik er zelf ook maar eerlijk over zijn, wanneer ik transgenders interview. Dat maakt het ook voor hen een stuk aangenamer. Niet dat ik het steeds ging inzetten, maar ik wilde er niet meer geheimzinnig over doen. Daarna heb ik het autobiografische boek geschreven als totale coming-out. Tegen die tijd had ik geen behoefte meer om het als privézaak te beschouwen.’

Waarom daarvoor wel?

‘Na mijn verandering had ik tijd nodig om in alle rust mijn nieuwe leven te ondergaan. Ik vond het belangrijk eerst eens te voelen hoe anderen mij onbevangen als man tegemoet traden. Die periode waarin ik het als een privékwestie beschouwde is dus heel waardevol voor mij geweest. Maar ik kwam op een punt dat ik geen bevestiging meer nodig had. Dat betekent trouwens niet dat ik nu een activist ben, dat zit niet in mijn aard, maar ik wilde wel iets bijdragen met mijn verhaal, en nu ook met dit boek.’

Heeft die publieke coming-out grote gevolgen voor u gehad?

Lacht: ‘Niet eens, dat viel reuze mee. Misschien klink ik nu als een ouwe lul, maar soms houd ik wel mijn hart vast voor jonge transgenders die op sociale media hun hele proces delen. Ik snap het wel, waarschijnlijk had ik dat ook gedaan als ik in deze tijd opgroeide. De verleiding is immers groot met alle positieve feedback die je krijgt. Maar eens op internet is altijd op internet. Ik ben soms bang dat haast verplichte zichtbaarheid de nieuwe norm wordt.’

Wat verwacht u van de toekomst voor transgenders?

‘In de hulpverlening moet nog veel veranderen. De wachtlijsten zijn veel te lang: zestig weken voor een traject bij het VU-ziekenhuis. Omdat er zo veel meer aanmeldingen zijn, zou er ook meer capaciteit moeten komen. Verder verwacht ik dat de expertise in de hulpverlening in de toekomst zal toenemen – dat een willekeurige psycholoog in de GGZ niet schrikt van transgenderissues, maar er adequaat mee kan omgaan.

‘Waar ik me wel zorgen over maak zijn incidenten zoals die in het tv-programma Voetbal Inside. Toen een Belgische verslaggever die uit de kast kwam als transgender in een uitzending belachelijk werd gemaakt door presentator René van der Gijp, die verkleed als vrouw aan tafel verscheen. Daar wil ik nog wel een paar dingen over kwijt.

‘Allereerst: ik vind niet dat je een programma van de buis moet halen vanwege een discriminerende grap. Dat riekt naar een beroepsverbod. Volgens mij vonden ook niet veel mensen de grap geslaagd. Een grap kan zichzelf ook om zeep helpen omdat hij te stom is. Ik geloof in de kracht van de vrijheid van meningsuiting. Wat me ook stoort is de paternalistische gedachte dat transgenders een groepje weerloze zielige zeehondjes zijn die geen slechte grap aankunnen.

‘Presentator Johan Derksen verdedigde de grap met het argument dat hij het recht heeft om transseksualiteit vreemd te vinden. Daardoor was ik erg onaangenaam verrast. Ik ben een voetballiefhebber en ik had Derksen altijd hoog zitten als vrijdenker. Je mag iets natuurlijk vreemd vinden, maar je zou juist denken dat iets wat je vreemd vindt je nieuwsgierigheid prikkelt.

‘Mijn grootste zorg is de manier waarop Derksen en tv-recensent Angela de Jong van het Algemeen Dagblad het transgenderissue vervolgens gingen framen als een linkse grachtengordelhobby. Toen dacht ik pas: shit, dit is niet goed. Alsof alle transgenders links en elitair zijn. En nog erger: alsof het buiten de stad niet bestaat. Met dat frame doe je bovendien geen recht aan al die mensen in de provincie die hun transgenderkind, -nichtje of -neefje wél liefdevol hebben omarmd.’

Wat is, denkt u, het belangrijkste om transgenderemancipatie te bevorderen: Beeldvorming, politiek of medische mogelijkheden?

‘Het enige wat ik daar over durf te zeggen, wanneer het gaat over de medische aspecten: veel heeft afgehangen van individuen en pioniers, zoals de arts Otto de Vaal. Hij had een goed netwerk in Nederland en heeft veel betekend voor de medische vooruitgang. Hij was een van de mensen die lobbyde voor het opnemen van geslachtsaanpassende operaties in het ziekenfonds en werd een beetje de godfather van de transgenderzorg. Ik ben ervan overtuigd dat de emancipatie nog tien jaar langer had geduurd als hij er geen werk van had gemaakt. Je kon in de ­jaren vijftig en zestig nog zo hard schreeuwen als transgender, de situatie veranderde pas toen iemand met invloed zijn nek uitstak om voor concrete veranderingen te pleiten.’

Transgender in Nederland, Alex Bakker, Boom Amsterdam, € 24,90

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.