De week in boekenJeroen Brouwers

De week in boeken: Een engel in een oesterschelp

Jeroen Brouwers maakt een buiging voor zijn mentor Hans Roest, een engel in een oesterschelp. 

Schrijver Jeroen Brouwers in zijn huis in Lanaken, België, 6 maart 2017Beeld Els Zweerink

Een universiteit die een professor een eredoctoraat toekent, dat is een zelffelicitatie langs een omweg. Kijk eens wie wij naar ons toe hebben gelokt, zodat we elkaar in het zonnetje zetten. Afgelopen donderdag zat academisch Nijmegen in de Sint Stevenskerk te glunderen, toen de hooggeleerde Daniel Dennett (biologie, Boston), Mary Beard (de klassieken, Cambridge) en Stephen Pacala (ecologie en evolutionaire biologie, Princeton) de opening van het academisch jaar van de Radboud Universiteit bijwoonden.

Bedankt

Maar er was ook een verrassing: de titelloze Jeroen Brouwers (78 jaar, mulo-diploma in 1955) kreeg eveneens een eredoctoraat, vanwege zijn grote verdiensten als schrijver van romans, essays en polemieken. Helaas moest de tegenwoordig in het Belgische Lanaken woonachtige schrijver wegens gezondheidsredenen verstek laten gaan, maar hij had wel een dankwoord geschreven dat zijn partner Gwennie Debergh voordroeg. Als om te bewijzen dat niemand moet denken dat het schrijverschap van Brouwers voltooid is, zag bovendien vorige week de tiende aflevering van zijn eenmanstijdschrift Feuilletons het licht: Laatste plicht Terugdenken aan Hans Roest (uitgeverij Demian/AtlasContact; € 21,50).

Hierin brengt Brouwers een ode aan Hans Roest (1917-2006), die hij leerde kennen toen hij in 1962 werd aangenomen als schrijvertje voor het blad Romance, bij de katholieke Geïllustreerde Pers die was gehuisvest aan de Stadhouderskade in Amsterdam: ‘Het redactievolk was overwegend jeugdig tot jong-middelbaar, iedereen kwinkelerend lief voor iedereen, conform de tierelierende blijheid van leesgenoegen voor het hele gezin’.

Flinke klus

Daar leerde Brouwers veel van zijn belezen chef Roest, die de kunst verstond van het discreet bewonderen, en van betrokken zijn zonder zich zelf te laten kennen. ‘Een engel in een oesterschelp’. Over de decennia heen hebben ze elkaar vaak geschreven, en toen Roest afzag van zijn voornemen om de biografie van de sombere dichteres Hélène Swarth te schrijven, heeft Brouwers die klus op zich genomen, en droeg het boek in 1985 op met ‘groot respect en dierbare gevoelens’ aan zijn eertijdse baas.

Roest kende Henriëtte Roland Holst en Gerrit Achterberg persoonlijk, maar liet weinig over hen los. Hij was een overlevende van de treinramp bij Harmelen in 1962 (93 doden), waar hij slechts terloops melding van maakte. Als mijn geheugen mij ooit in de steek laat, had hij Brouwers al vroeg laten weten, dan mag jij me niet ‘met druifjes in het dementengesticht komen bezoeken’. Toch beschrijft zijn vroegere pupil de laatste visite aan de dementerende Roest, in een verzorgingstehuis in ’s-Heerenberg. Maar hij doet dat met piëteit.

Terwijl wij een buiging maken voor het schrijverschap van eredoctor Jeroen Brouwers, buigt die voor zijn bescheiden mentor die er niet meer tegen kan protesteren dat hem dit verdiende eerbetoon ten deel valt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden