Interview Martin Scorsese

De (waarschijnlijk) allerlaatste film van Martin Scorsese en Robert De Niro

Beeld Hollandse Hoogte / Zuma Press

Met The Irishman keert de gelauwerde cineast terug naar zijn beste misdaadfilms.

Nog één keer samenwerken met Robert De Niro. Zijn mannelijke muze. Bob. Dat was de vurige wens die de 76-jarige Martin Scorsese aanzette tot de regie van zijn drieënhalf uur durende misdaadfilm annex ouderdomsmeditatie The Irishman.

Tenminste, dat is de beknopte ontstaansgeschiedenis van de film. The Irishman is een op feiten gebaseerd epos dat zestig jaar omspant. De Niro overtuigt op klassieke wijze als doorleefde oorlogsveteraan, vrachtwagenchauffeur, vakbondsmedewerker en huurmoordenaar Frank Sheeran, die volgens de overlevering in opdracht van de Bufalino-familie onder meer verantwoordelijk was voor de moord op vakbondsleider Jimmy Hoffa in 1975. Het Bufalino-opperhoofd krijgt in The Irishman gestalte door een andere Scorsese-veteraan, Joe Pesci, terwijl Scorsese-debutant Al Pacino excelleert als Hoffa. Uniek: De Niro en zijn stercollega’s spelen dankzij een peperdure verjongingstechniek in een aantal dragende flashbackscènes ook de behoorlijk overtuigende, veertig tot vijftig jaar jongere versies van hun personages. Nóg zo’n vurige wens van Scorsese, die er bijna voor zorgde dat de film niet kon worden gemaakt. Daarover later meer.

Van links naar rechts: Robert De Niro, Joe Pesci en Martin Scorsese bij de opnamen van The Irishman.

Scorsese doet helemaal niet aan beknopt, tijdens een interview in oktober met een groepje journalisten in een hotelkamer in Londen. Werp de filmmaker een vraag toe en er volgt een verhandeling vol doorwrochte anekdotes waarvan hij zich de kleinste details herinnert, elk detail nieuwe details voortbrengt, iedere producent, scenarist, special effects-maker, kledingontwerper of studiobaas die in een van zijn antwoorden een rol speelt met naam en toenaam wordt genoemd. En, het oogst haast aandoenlijk, excuses volgen als een ogenschijnlijk niet eens zo belangrijk detail hem toch even lijkt te zijn ontschoten – was hij nou in zijn montagekamer of op zijn kantoor toen Bob bij hem aanklopte met een filmidee en hij in zijn ogen zag dat The Irishman hun gedroomde laatste project zou worden?

Scorsese en De Niro – beiden 76 jaar oud, De Niro exact negen maanden jonger – stonden acht keer eerder samen op de set, verspreid over ruim vier decennia filmgeschiedenis. Daar moest en zou dus een negende en – gezien hun leeftijd – zeer waarschijnlijk laatste keer aan worden toegevoegd, stelt de regisseur. Een film waarin ze elkaar nog één keer tot grote hoogte zouden stuwen, bij voorkeur gesitueerd in hun geliefde misdaadmilieu, met als existentialistisch fundament ditmaal voorname aandacht voor het verstrijken van de jaren. De kroon op het werk, zou je kunnen zeggen, na, houd je vast: Mean Streets (1973), Taxi Driver (1976), New York, New York (1977), Raging Bull (1980), The King of Comedy (1982), Goodfellas (1990), Cape Fear (1991), Casino (1995) en – God verhoedde dat dít hun laatste keer zou zijn – een tot korte film opgedirkte commercial voor een casino in de Chinese gokstad Macau, The Audition (2015).

Jimmy Hoffa (Al Pacino) en Frank Sheeran (Robert De Niro) in The Irishman.

Wanneer Scorsese losbarst met het uitvoerige wordingsverhaal van The Irishman, klinkt het alsof er ter plekke een nieuw hoofdstuk aan zijn memoires wordt bijgeschreven. Met veel puntige, staccato zinnetjes, uitgesproken in dat heerlijk rappe New Yorkse accent. ‘Het begon een jaar of tien geleden. Denk ik. Bob en ik keken elkaar aan en we zeiden: we naderen de 70. We weten van elkaar dat we nog één film samen willen maken. Vuist op tafel. Laten we dan, vanaf nu, écht beginnen met zoeken. We probeerden het wel hoor, in de jaren daarvoor. De ene keer deed hij een voorstel, dan ik. Maar we liepen elkaar steeds mis. Misschien zaten we even op een andere golflengte. De films die ik de afgelopen jaren maakte en de films waarin hij speelde waren nogal verschillend.’ Dat is de vriendelijke versie van: De Niro was de afgelopen twintig jaar vaker dan voorheen te zien in B-actiefilms en komedies van wisselende kwaliteit. Daarin bleek hij niet zonder talent, zoals in de hoogst vermakelijke maffiaparodie Analyze This, maar met films als het übermelige Dirty Grandpa vervreemdde de acteur zich de laatste jaren van een groot deel van zijn achterban.

‘De belangrijkste vraag die ik mijzelf tien jaar geleden stelde: kan ik nog eens iets maken met Robert De Niro dat voortborduurt op onze films uit de jaren zeventig? We waren een tijdje in de ban van een project genaamd Frankie Machine (de verfilming van de roman The Winter of Frankie Machine, een thriller van Don Winslow over een gepensioneerde huurmoordenaar die nog één laatste klusje moet opknappen, red.), maar daar wist ik me bij nader inzien toch niet zo goed raad mee. Te typisch genreverhaal: meer plot dan personage. Genre vind ik sowieso lastig, altijd gevonden. Mijn enthousiasme voor een film begint bij een personage, nooit bij een genre. En nu ben ik er echt te oud voor. Geen tijd meer.’

De Niro werkte op dat moment met scenarist Eric Roth (Oscar voor Forrest Gump) aan de verfilming van The Good Shepherd, een CIA-drama dat de acteur zelf zou regisseren en dat vrij goed werd ontvangen. Scorsese: ‘Eric gaf me een boek waarvan hij dacht dat het zou helpen met mijn research voor Frankie Machine, terwijl hij niet wist dat ik over dat project twijfelde. Dat was I Heard You Paint Houses (non-fictieroman van Charles Brandt, een voormalig officier van justitie, onderzoeker en advocaat, red.) was dat, over een huurmoordenaar die echt heeft bestaan: Frank Sheeran. Bob las het boek. Zocht me op. Meteen zag ik dat er iets aan de hand was. Zijn ogen: wijd open. Kwam nauwelijks uit zijn woorden. Uit het veld geslagen door het hoofdpersonage. Meteen wist ik: nú hebben we iets te pakken.’ Scorsese begint zachter te praten, alsof hij een geheim vertelt. ‘Ik moest het boek op dat moment nog lezen, maar als dit personage nu al zo bij hem binnenkomt, dacht ik, als de emotionele lagen van het personage hem nu al zo diep raken, dan hoop ik heel erg dat ik er ook enthousiast van word. Want dan is dít het project dat ons gaat herenigen.’

Recensent  Bor Beekman bekroonde de film met ★★★★★. Lees hier zijn filmrecensie van The Irishman. 

Zonder dat hij er bewust op reflecteert, blijkt tijdens het interview hoe vanzelfsprekend Scorsese na al die jaren in de hoogste regionen van Hollywood manoeuvreert. Toen het scenario van The Irishman moest worden geschreven dacht Scorsese ogenschijnlijk terloops ‘onmiddellijk’ aan Steve Zaillian (scenarist van onder meer Schindler’s List en Scorseses eigen Gangs of New York), zoals een normaal mens aan de bakker denkt wanneer het brood op is.

Zaillian overhandigde Scorsese een paar maanden later een scenario. Vrij vlot, maar niet vlot genoeg. ‘De studio was opeens niet meer geïnteresseerd in het type film dat ik wilde maken – een groot verhaal met nadruk op ontwikkeling van personages – en trok de stekker eruit. Mogelijk had het ook te maken met technische problemen: de film zit vol flashbackscènes waarin de acteurs tien tot veertig jaar jonger zijn. Make-up en gezichtsprothesen zijn dan niet meer voldoende om ze overtuigend te verjongen. De digitale oplossing, waarbij de acteurs met speciale camera’s worden gefilmd om ze vervolgens met computersoftware te verjongen, was absurd prijzig. De tweede keus: de jongere versies van De Niro, Pesci en Pacino door jongere acteurs laten spelen. Dan hadden we een jonge Bob, een jonge Joe…’ Theatrale zucht. ‘O jongens, dat kon ik echt niet doen. Nee, nee, écht niet.’

Waarom niet, eigenlijk? ‘De Niro is de enige die weet waar ik vandaan kom. We waren 16 toen we elkaar voor het eerst ontmoetten. Hij woonde op Kenmare Street, ik op Elizabeth (twee elkaar kruisende straten in de Lower East Side van New York, red.). Hij kent de mensen met wie ik ben opgegroeid. Hij kent de manier van leven. Hij kent de manieren van de mensen daar: hun gebaren, de blik in hun ogen. Wat heeft het dan voor zin om jonge acteurs een jongere versie van Bobs personage te laten spelen? Ook al komen ze uit dezelfde wijk, dan zijn ze alsnog in een andere tijd opgegroeid, in een andere context. Dan moet je ze uitleggen wie Billy Eckstine was. Bob ként die context gewoon.’

Joe Pesci en Robert De Niro in The Irishman.

Flashforward naar Taiwan, waar Scorsese enkele jaren geleden zijn gewichtige Japanse jezuïetenepos Silence draaide. De special effects-supervisor van Silence, Pablo Helman (Independence Day, War of the Worlds), stapte op hem af en zei: ‘We kunnen de gezichten van je acteurs verjongen zoals je wilt.’

Helman had het over een techniek waardoor acteurs zich niet meer in een speciaal pak hoeven te hijsen, met een camera aan het hoofd, zoals eerder noodzakelijk zou zijn geweest. Scorsese gruwelde bij de gedachte zijn sterrencast van oudgedienden met allerlei apparaten te moeten behangen. ‘Dat doen ze nooit. En ik begin er ook niet aan. Maar Pablo beloofde geen rommel aan de hoofden van mijn acteurs, maar subtiele stippen op hun gezichten, die door een speciale camera worden herkend, waarna de verjongingssoftware erop wordt losgelaten. Oké, de camera is groter dan ik de laatste jaren gewend ben geraakt, met drie lenzen. Maar het leek te gaan lukken.’

De filmstudio’s bleken alleen bepaald niet happig om zijn project te financieren. Wat begon als min of meer klassieke misdaadfilm, was inmiddels veranderd in een peperduur experiment. Op het laatste moment hapte Netflix toe: de streaminggigant was juist op zoek naar ambitieus materiaal om het platform cachet te geven.

Met The Irishman keert Scorsese terug naar de opkomst-en-ondergangstructuur van zijn beste misdaadfilms, hoe anders de uitkomst ditmaal ook is. De Niro was niet de enige aanleiding om zich weer op het terrein van films als Goodfellas of Casino te begeven. ‘Ieder mens streeft bepaalde doelen na in het leven, toch? In een misdaadcontext kun je die doelen heerlijk onder druk zetten. Want waar groei je naartoe als je je onder het kwaadaardige, moordzuchtige, machtswellustige deel van de mensheid bevindt? Dat vind ik een eeuwig fascinerende vraag. Ik vertel verhalen over mensen die zichzelf overstijgen en daarbij zichzelf voorbijrennen. Over trots. Over slagen in het leven, over het leven naar je hand zetten, maar daar een reusachtige prijs voor betalen. En hij, Frank, moet betalen. In zo’n tragedie schuilt voor mij een prachtig verhaal.’

Al Pacino in The Irishman.

De wijze waarop Scorsese ouderdom verbeeldt – de film begint en eindigt bij het personage van De Niro als tachtiger in een bejaardentehuis – oogt bijzonder pijnlijk. Het is een pijn die je zelden ziet in cinema, alsof Scorsese zijn variatie op Amour heeft gemaakt, de hartverscheurende film van Michael Haneke over een hoogbejaard koppel en lichamelijke aftakeling als een veredelde vorm van marteling.

Oplichtende ogen. ‘Yes! Yes. Kijk, het punt dat ik met die scènes wil maken: we sterven allemaal alleen. Misschien ga je in gezelschap van mensen die je liefhebben, maar het uiteindelijke sterven is toch echt een trip die je in je eentje maakt. Dat is het overpeinzen waard, vind ik. Hoe denk je over de waarde van je leven tijdens die laatste dagen, die laatste uren van het bestaan? Welke keuzes maakte je? Heb je geprobeerd een goed leven te leiden? Wat is een goed leven eigenlijk? Het zijn vragen die ik in al mijn films probeer te behandelen.

‘Onlangs las ik de autobiografie van Vladimir Nabokov: Speak, Memory. Daarin beschrijft hij de herinnering aan een specifieke lichtval door een raam in zijn kindertijd als een belangrijke gebeurtenis in zijn leven. Niet een groot feit, geen cruciale ontmoeting, maar dat soort triviale momenten herinneren we ons mogelijk tijdens die laatste uren. En die laatste uren zullen komen, voor iedereen, dus waarom zullen we ze niet omarmen?’

Rest de vraag over het podium waarop The Irishman wordt vertoond: een paar weken in de bios, daarna op Netflix. Bij andere filmmakers zou dat niet direct een gespreksonderwerp zijn, maar Scorsese heeft zich in vele interviews steevast gepositioneerd als filmliefhebber voor wie bioscoopbezoek vormend was voor zijn kijk op het leven. Al jaren mengt hij zich in het debat over de toekomst van film. In 2014 bijvoorbeeld in een open brief aan zijn dochter, waarin hij zijn zorgen uit over een kentering in de filmwereld: het grote publiek wil meer thuis kijken en lijkt minder geneigd tot een bioscoopuitje, waardoor de specifieke beleving van film verloren dreigt te gaan. Over de groeiende obsessie in de filmwereld met succes en falen aan de bioscoopkassa, in een gastcolumn voor The Hollywood Reporter. En vorige week nog een column in The New York Times , waarin hij verheldert waarom hij, enkele dagen voor dit interview in Londen, het superheldengenre vergeleek met pretparken.

Die vergelijking was niet zo beledigend bedoeld als ze door de liefhebbers van superhelden werd opgevat, zegt Scorsese nu. ‘Ik vind het prima dat er mensen zijn die van superheldenfilms houden. Die films zijn ook buitengewoon knap gemaakt. Wat ik heb gezegd, en waar ik ook achter sta, is dat het geen echte films zijn, geen verhalen over mensen met menselijke vragen. Ze zijn een nieuwe kunstvorm, in zekere zin. Een groter probleem is dat deze pretparkfilms de heersende norm zijn geworden. Natuurlijk hebben ze bestaansrecht, maar het wordt een probleem als ze het maken en vertonen van andersoortige films onmogelijk maken. En dat is precies wat er nu gebeurt: de grote studio’s maken een megabudget vrij voor één zo’n film en financieren nauwelijks meer iets anders. Wat ik écht moeilijk te accepteren vind, is dat er momenteel een hele generatie filmkijkers opgroeit die geen ander type film kent.’

Onlangs bekende hij in een interview met de BBC dat hij vier jaar lang heeft overwogen om Joker te regisseren, de meest besproken superheldenfilm van 2019 en zeer schatplichtig aan Scorseses Taxi Driver en The King of Comedy.

Staat Scorsese als overtuigd liefhebber van de bioscoopervaring film er eigenlijk wel bij stil dat The Irishman straks voornamelijk op televisies wordt gekeken? Door sommigen zelfs op hun telefoon? ‘Laat ik beginnen met het volgende: Netflix gaf alle financiële middelen die we nodig hadden (naar verluidt 160 miljoen dollar, red.) en bemoeide zich op geen enkele manier met de inhoud van de film. In ruil voor die vrijheid sloot ik een compromis. Vier weken in de bioscoop, zonder dat de film wordt gestreamd. Vanaf dan wordt de film gestreamd, maar blijft hij in de bioscoop, als de bioscoopeigenaren dat willen. Netflix stelde eerst één exclusieve bioscoopweek voor. We hebben er iets meer nodig, zei ik. Het werden er uiteindelijk vier. Niet slecht. Vooral in New York, daar draait hij in het Belasco Theatre aan Broadway, een echte, mooie, klassieke bioscoop.’

De-aging

De verjongde versies van Robert De Niro, Joe Pesci en Al Pacino in The Irishman overtuigen behoorlijk. Een jongere Brad Pitt in The Curious Case of Benjamin Button (2009) markeerde de geslaagde doorbraak van de-aging, de techniek die de afgelopen jaren volop in de bioscopen te zien is geweest. Sindsdien leverde de verjongingssoftware resultaat van wisselende kwaliteit. Sean Young bleek in Blade Runner 2049 (2017) een perfecte kopie van haar personage in de originele film (1982), maar vorige maand viel een dertig jaar jongere Will Smith in Gemini Man in de eerste plaats op als (fraai) digitaal product.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden