De waarheid van het onbewuste

'Oh Gott, sein die Männer schlecht', verzucht een kamermeisje in Schnitzlers toneelstuk Reigen...

De soldaat die haar zojuist met geweld nam, heeft daarna zelfs niet de beleefdheid gehad haar thuis te brengen. De jongeheer bij wie ze vervolgens in bed belandt, is niet veel beter: ze is nog niet aangekleed of hij rent al naar het café. Na het kamermeisje doet de jongeheer het met een getrouwde vrouw, zij doet het weer met haar man en zo gaat de erotische rondedans voort tot we uiteindelijk belanden bij een graaf die het weer met de eerste deerne doet.

Dat klinkt misschien als een flauwe klucht, maar Reigen is allesbehalve dat. De tweeslachtige seksuele moraal van de burgers, de ijdelheid van de kunstenaars en de tirannie van de adel worden hier met doeltreffende ironie aan de kaak gesteld. Het stuk uit 1900 is zo'n subtiele analyse van het decadente, Weense fin-de-siècle dat Schnitzler er maar twintig exemplaren van liet drukken. Die gaf hij aan zijn vrienden, met de woorden dat de rest van de mensheid toch te dom of te slecht was om het op waarde te schatten.

Helaas heeft de geschiedenis hem gelijk gegeven. Het eerste Reigen-proces vondt plaats in 1921 in Berlijn, en tijdens het Derde Rijk werd het stuk verboden, net als de rest van het werk van de joodse Schnitzler. Maar ook daarna stuitte het op verzet. Hoewel veel aan de verbeelding wordt overgelaten, en op het moment suprême steeds veelzeggend stippellijntjes in de tekst staan, werd het stuk toch onzedelijk genoeg geacht om het, in Nederland tot 1954, te verbieden.

Tegenwoordig wordt Schnitzlers stuk weer druk opgevoerd; vorig jaar bijvoorbeeld door de Reisopera en deze maand in een regie van Dirk Tanghe bij de Paardenkathedraal. De hypocrisie van de burger en de onttakeling van alles wat ons heilig is - huwelijk, religie, kunst -, zijn blijkbaar nog steeds thema's die aanspreken. De waardering voor Schnitzler heeft ook te maken met zijn talent voor psychologie. Niet voor niets kreeg hij een bewonderende brief van zijn stadgenoot Freud, die hem prees voor het blootleggen van de 'waarheid van het onbewuste'.

Nog meer dan voor Reigen geldt dat psychologische vernuft voor Casanova's Heimfahrt uit 1918. In die novelle wordt Casanova's erotische verslaving zo scherpzinnig geanalyseerd dat het weinig meer te maken heeft met de schelmenverhalen waarin de rokkenjager doorgaans figureert. Casanova loopt hier weliswaar nog met de moed der wanhoop achter de vrouwtjes aan, maar krijgt hooguit een verveelde waardin het bed in. Zijn tragiek bereikt een hoogtepunt wanneer hij de erudiete Marcolina ontmoet, voor wie hij echte liefde voelt. Als ze met hem praat over wiskunde en kabbala, vergeet hij al luisterend zelfs dat ze ook nog begerenswaardig is.

Maar hij is het slachtoffer van zijn eigen neurose, en moet haar tegen wil en dank proberen te verleiden. Hij maakt echter geen schijn van kans, doordat zij haar hart aan Lorenzino verpand heeft, Casanova's jonge mooie dubbelganger. Casanova neemt stiekem diens plaats in in haar bed, maar bij de eerste straal daglicht kijkt Marcolina hem met onverholen afschuw aan. In haar blik ziet Casanova zichzelf weerspiegeld: een oude man met een door de nacht verwoest gezicht; 'een geel, slecht gelaat met diepe plooien, smalle lippen en stekende ogen'.

Hij vlucht en duelleert onderweg, poedelnaakt als hij is, met Lorenzino en doodt hem. De psychologische betekenis is onmiskenbaar; Casanova moest eerst afrekenen met zijn jeugd om zijn ouderdom te kunnen accepteren, om na jaren van verbanning terug te kunnen keren naar Venetië. Maar ook op maatschappelijk gebied is Schnitzlers boodschap niet mis te verstaan. In deze wereld wint, zoals Casanova het zegt, man van vrouw, list van vertrouwen, lust van liefde en oud van jong.

Terloops geeft de schrijver bij monde van Marcolina nog een verdediging van zijn eigen positie. Wat zij zegt over Voltaire geldt ook voor Schnitzler zelf. Twijfel, spot en zelfs ongeloof zijn niet erg, meent zij, zolang ze gepaard gaan met grote kennis, eerlijkheid en moed. Volgens Marcolina bevalt dat God beter dan de deemoed van de vromen, waarachter zich niets anders verbergt dan luiheid en huichelarij.

De censor bleek door dit pleidooi niet overtuigd; ook Casanova's Heimfahrt werd verboden. Hoewel de 'onzedelijkheid' van Schnitzlers werk nog steeds de officiële reden was, zal het eerder zijn vernietigende wereldbeeld zijn geweest waaraan de rechters zich stoorden. De maatschappij in het algemeen en de man in het bijzonder staan er in zijn werk net zo ontluisterend bij als de naakte Casanova in het scherpe ochtendlicht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden