INTERVIEW

De waanzin van bergbeklimmen

Interview met filmmaker Geertjan Lassche

Pas op 7.000 meter besefte Geertjan Lassche: bergbeklimmen doet iets met je. Waarom voelde hij zich zo onoverwinnelijk? Op het IDFA gaat de documentaire die hij erover maakte in première.

Geertjan Lassche (voor) op de berg Cho Oyu in de Himalaya.

Documentairemaker Geertjan Lassche (38) zat vier dagen alleen in een tentje op 6.439 meter hoogte. Hij was vooruitgegaan om te filmen hoe de andere klimmers zouden aankomen in kamp I, maar ze bleven in het basiskamp. Slechte weersomstandigheden. De vraag is nu: wat deed hij de hele dag?

Hij weet het niet. Een beetje muziek luisteren, bedenkt hij uiteindelijk. Belle and Sebastian. Hij had boeken ingepakt, maar heeft er geen gelezen. Hij lag daar maar in zijn dikke broek, donsjas en slaapzak - dag na dag. En het gekke was: ze vlogen voorbij.

Een raar gevoel, beseft hij nu. Alsof hij langzaam weggleed. Hij sliep steeds meer, de dagen werden korter. Eigenlijk was niet echt meer duidelijk wat dag en nacht was. Misschien raakte hij wel in een trance, door het gebrek aan zuurstof. Hij vond zichzelf bijzonder helder op dat moment, maar kijkend naar de foto's die hij van zichzelf maakte denkt hij nu: man, je was knettergek. Je hoort daar niet. Je hoort gewoon niet te leven op die hoogte.

De volgende foto's tonen het effect van de klim op Lassche. Hij maakte gedurende het proces negen foto's van zichzelf. Hier is Lassche voor de expeditie. 1/9 Beeld Geert Jan Lassche

Het plan

Het was begonnen met een plan op een A4-tje, zoals dit soort avonturen altijd begint. Nederland 3 was op zoek naar ideeën voor nieuwe documentaires en hij had er wel een: ronddwalen aan de voet van de K2 om daar de klimmers te filmen. Gesloten subculturen observeren en zo de psychologische processen blootleggen, dat vindt hij mooi. Vooral in situaties met extreme druk. Hij had het gedaan bij zijn documentaire over Thomas Dekker, de wielrenbelofte die op doping was betrapt. Hij had het gedaan bij zijn film over de opleiding van mariniers, met camera en apparatuur 's nachts door de bossen sjouwend. Nu wilde hij het dus doen met bergbeklimmers, zij het aan de voet van de berg, want klimervaring had hij niet. Die documentaire willen we wel hebben, zeiden ze in Hilversum.

Hij ging rondbellen, researchen, bij klimmers langs. En zo zat hij op een dag aan de keukentafel van beroepsavonturier Wilco van Rooijen. Die kende hij al van diens optredens bij Pauw & Witteman. Op tv vond hij hem niet zo interessant. Eendimensionaal vooral. Altijd ging het maar over de tenen die Van Rooijen was verloren na een ongeluk op de K2 in 2008. Een derdegraadsbevriezing: eerst werden ze paars, toen zwart en uiteindelijk moesten ze eraf.

Samengeknepen oogjes aan de andere kant van de keukentafel. Hij zag Van Rooijen denken: wat voor vlees heb ik in de kuip? Kenmerkend voor bergbeklimmers, weet hij inmiddels. Ze zijn altijd aan het peilen hoe ze zich tot elkaar verhouden, wie de sterkste is. En Van Rooijen ís de sterkste van allemaal, daar is geen twijfel over mogelijk. Toen vroeg hij het, uit het niets: 'Volgend jaar beklim ik de Cho Oyu. Waarom ga je niet mee naar boven?'

De volgende foto's tonen het effect van de klim op Lassche. Hij maakte gedurende het proces negen foto's van zichzelf. 2/9 Beeld Geert Jan Lassche

Krankzinnig

Uiteraard waren er bedenkingen. De voornaamste was nog wel: moet je zonder enige klimervaring meteen de vijf na hoogste berg van de wereld willen beklimmen? Een achtduizender in de Himalaya, op een paar steile ijswanden na technisch niet zo moeilijk, maar wel een gevecht tegen vermoeidheid, hoogte en sneeuw?

Ja natuurlijk, zeiden de klimmers die mee zouden gaan met de expeditie.

Nee dat is krankzinnig, zeiden de klimmers die hij op eigen houtje consulteerde.

De volgende foto's tonen het effect van de klim op Lassche. Hij maakte gedurende het proces negen foto's van zichzelf. 3/9 Beeld Geert Jan Lassche

Voorbereiding

Hij nam nog geen besluit, maar begon wel met trainen. Drie keer per week om zes uur op om te hardlopen, rondje Zwolle. Met zijn 1,90 meter en 90 kilo moest hij het niet hebben van snelheid, wist hij. Hij moest het hebben van 'de kop', zoals hij dat op z'n Overijssels zegt, met veel lucht bij de 'o'. Hij had het gemerkt bij het filmen van de mariniers in opleiding. Als die er mentaal doorheen zaten, kon hij nog wel even door. Hij is iemand van de tweede helft.

Als hij zou gaan, wilde hij ook zo hoog mogelijk de berg op. Hij herinnerde zich een recensie van een andere documentaire over bergbeklimmen. Jammer dat de maker niet hoger was gekomen, luidde het oordeel. Dat moest hem niet overkomen. Ik ga dit maar één keer doen, dacht hij, daarom moet ik mezelf dwingen zo ver mogelijk die berg op te gaan. Hoe hoger je komt, hoe spannender het wordt, weet hij nu.

Er was nog een reden voor een intensieve individuele voorbereiding buiten de andere expeditieleden om. Hij wilde onafhankelijk blijven. Stel dat er een conflict met andere klimmers zou ontstaan op 7 kilometer hoogte. Dan moest hij zichzelf kunnen redden. Hij wilde geen inhoudelijke concessies doen omwille van zijn veiligheid.

De volgende foto's tonen het effect van de klim op Lassche. Hij maakte gedurende het proces negen foto's van zichzelf. 4/9 Beeld Geert Jan Lassche

Twijfel

Hij ging op alpinistencursus in Chamonix, aan de voet van de Mont Blanc. Overdag de berg op, 's avonds theorie. Hij verzocht de trainer hem advies te geven na afloop: wel of niet meegaan met de expeditie. Hij zag zijn docent twijfelen, een week lang. Tot die uiteindelijk zei: 'Als je elke dag traint en daar rustig aan doet, achterin de groep blijft hangen, zou je kamp II waarschijnlijk wel kunnen halen.'

Op de weg terug vanuit Frankrijk bleef hij dubben. Zijn besluit veranderde om de honderd kilometer. Hij zou wel gaan - dit was toch een geweldige kans? Hij zou niet gaan - er was een risico op hoogteziekte, longoedeem, hersenoedeem. En op die hoogte komt geen helikopter.

Drie maanden later stond hij aan de voet van de Himalaya. Niet alleen met een zorgvuldig bij elkaar gezochte klimuitrusting - wat een klerewerk was dat zeg - maar ook met vijf camera's, acht lenzen, drie zenders, zes harde schijven, honderdvijftig batterijen en andere apparatuur die je nodig hebt voor het maken van een film. Het moest allemaal mee naar boven.

De volgende foto's tonen het effect van de klim op Lassche. Hij maakte gedurende het proces negen foto's van zichzelf. 5/9 Beeld Geertjan Lassche

Geen spelletje

De eerste dagen voelde hij zich geweldig. Een soort Hercules, sterk en overmoedig. Maar met de meters kwam de koppijn. Onvoorstelbare pijn, alsof er bij elke stap een biljartbal tegen zijn schedel sloeg. En hij was misselijk, kotsmisselijk. Net op het moment dat hij had besloten er weer tegenaan te gaan, rook hij de noodlesoep die een van de sherpa's aan het eten was. Hij gaf over, ten overstaan van de hele groep. De eerste weken waren een ramp. My goodness, wat ben ik een sukkel dat ik dit ben gaan doen, dacht hij toen. Maar naarmate de tijd vorderde ging het beter.

In de vierde week van de expeditie gebeurde er iets beslissends - voor zijn documentaire en ja, eigenlijk ook voor hem. Hugo, een minder ervaren klimmer, was zoekgeraakt. De twee sterkste mannen -onder wie Van Rooijen - zaten op kamp II, Lassche zat met drie anderen op kamp I en ergens daartussenin moest Hugo zitten, alleen en zonder radio, in een ijskoude nacht. De schuld van expeditieleider Van Rooijen, concludeerden de drie in het tentje op kamp I voor de draaiende camera. In diens honger naar de top zou hij zijn taak om minder ervaren klimmers op sleeptouw te nemen, vergeten. Levensgevaarlijk, vonden ze.

Van Rooijens reactie had de ogen van de documentairemaker geopend. 'We zijn hier niet aan het spelen in de Alpen', zei hij, weer terug in het basiskamp. Bovendien, als hij een goede kans had de top te halen, pakte hij die gewoon.

De volgende foto's tonen het effect van de klim op Lassche. Hij maakte gedurende het proces negen foto's van zichzelf. Hier zit hij al vier dagen alleen op 6.439 meter. 6/9 Beeld Geert Jan Lassche

Ieder voor zich

Shit, je hebt gelijk, dacht Lassche. Hij besefte: vanaf deze hoogte is het ieder voor zich. Op zeeniveau kun je nog zo gezellig bier met elkaar drinken, dat telt hier niet meer. Op 6.000 meter begint een nieuwe realiteit. De blikken worden nauwer en de doelen scherper. En dan zit er niets anders op dan meedogenloos te zijn, tegen jezelf en anderen.

Twee toppogingen mislukten. Te veel sneeuw, te veel wind. Op een nacht raakte het basiskamp zo ver ingesneeuwd dat van de oranje tentjes alleen nog de bovenkant te zien was. Toch gloorde er hoop bij de expeditieleden, toen de zon na dagen van slechte weersomstandigheden weer tevoorschijn kwam. De sherpa's waarschuwden de klimmers. Na de sneeuwval zou het lawinegevaar te groot zijn. Niet lang daarvoor waren vijftien sherpa's omgekomen bij een ongeluk op de Mount Everest. Door die ramp was ze voor het eerst in haar leven bang, vertelde een sherpa tegen Lassche.

Ze gingen toch. Nog een toppoging, hun laatste kans. Vlak voor de ijswand bij kamp II haakten twee klimmers af. Lassche besloot niet met hen af te dalen, maar door te klimmen. Hij zou verder gaan dan hij vooraf met zichzelf had afgesproken. In ieder geval naar kamp III en ja, die topvlag had hij die ochtend toch maar ingepakt. Je weet nooit.

De volgende foto's tonen het effect van de klim op Lassche. Hij maakte gedurende het proces negen foto's van zichzelf. Hier is hij net terug op het basiskamp 7/9 Beeld Geert Jan Lassche

Sleutelscène

Samen met de sherpa klom hij ongeveer 200 meter achter andere mannen. Die zouden bijna bij kamp II zijn. Er waren problemen, hoorde hij op de radio. De sherpa haalde de apparatuur uit de rugzak om de portofoongesprekken op te nemen - ze waren inmiddels goed op elkaar ingespeeld. Er klonk verslagenheid door de speaker: kamp II, het cruciale tussenstation naar de top, bleek verwoest te zijn. Een lawine had niets van de oranje tentjes heel gelaten.

De mannen hergroepeerden op 7.000 meter en Lassche legde de wanhoop vast. De documentairemaker besefte: dit is een sleutelscène.

Hij zag de batterijen van zijn camera leeglopen. De hoogte zuigt ze op, wist hij inmiddels. Sommige waren al leeg, in de een zat nog 6 procent, in de andere nog 10. Snel wisselen. Hij filmde hoe de mannen de sherpa's nog een keer probeerden over te halen een laatste poging te doen. Toen ze uit beeld verdwenen, viel zijn camera uit.

De volgende foto's tonen het effect van de klim op Lassche. Hij maakte gedurende het proces negen foto's van zichzelf. 8/9 Beeld Geert Jan Lassche

Dondersgeluk

Hij heeft dondersgeluk gehad, zegt hij nu. Dat hij nog een beetje batterij had en dat hij op de juiste plek was om die belangrijkste scène te filmen. En ja, vooruit: óók omdat hij niet in een tentje op kamp II zat toen die lawine het kamp verwoestte. Maar dat bedacht hij later pas, tijdens de montage.

Bergbeklimmen doet iets met je kop. Je voelt je sterk en onoverwinnelijk. Hij had geen angst. Het was dat hij zijn vrouw en zoon miste, anders had hij nog wel langer willen blijven. In die vier dagen dat hij alleen in een tentje op 6.439 meter hoogte zat, voelde hij zich eigenlijk ontzettend gelukkig. Pas op het moment dat je afstand tot de berg neemt, ga je de waanzin ervan zien.

De volgende foto's tonen het effect van de klim op Lassche. Hij maakte gedurende het proces negen foto's van zichzelf. Hier is hij terug in de bewoonde wereld. 9/9 Beeld Geertjan Lassche
Still uit Killers Slope - Wilco van Rooijen in zijn tentje

Hemelbestormers

Hemelbestormers (110 minuten, Engelse titel: Killers Slope) gaat op het IDFA in première en draait daar in totaal vier keer. Documentairemaker Geertjan Lassche ging zeven weken mee met een expeditie naar de top van de Cho Oyu, een berg ten westen van de Himalaya op de grens tussen Nepal en Tibet. Lassche deed boven het basiskamp (5.700 meter) het meeste camerawerk zelf, op het basiskamp heeft cameraman en ervaren klimmer Frank Moll veel gefilmd. Zo konden ze in meerdere kampen tegelijk opnamen maken.

Op 26/12 wordt Hemelbestormers in verkorte versie op tv uitgezonden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.