De VSB Poëzieprijs wordt voor de laatste keer uitgereikt. Hoe denken dichters hierover?

Op 25 januari wordt voor de laatste keer de VSB Poëzieprijs uitgereikt aan een van de vijf genomineerde dichters. Het VSBfonds houdt ermee op, na 25 jaar. Niet tot ieders tevredenheid. Armando: 'Als je het mij vraagt, is het onzin.'

Het zal je toch overkomen, als dichter. Is daar opeens een declamatie van de juryvoorzitter: 'Je hebt de VSB Poëzieprijs gewonnen, de grootste én meest vooraanstaande jaarlijkse prijs voor de Nederlandstalige dichtkunst.' Wat waait er dan voor poëzie de geest binnen?

'Yohooo', klonk het in huize Arjen Duinker, winnaar 2005. 'De euforie - mix van het twijfelachtige gevoel een of andere erkenning te krijgen en blijdschap om het aan de prijs verbonden geld - duurt een dag of vier, daarna is alles weer normaal.'

Ester Naomi Perquin (2013): 'Het duurde eventjes voordat ik er content mee was. Ik denk een paar maanden nadat ik de prijs kreeg. Toen maakte ik een fietstochtje langs de Rotte en dacht ik: 'God, ik heb die VSB-prijs gekregen. Wat fijn eigenlijk.'

Jan Lauwereyns (2012): 'Er kwam weinig cognitie bij te pas. Ik was blij.'

Antoine de Kom (2014): 'Ik dacht meteen aan het statement dat ik wilde uitspreken: Met mijn bundel wil ik de Nederlandse dichtkunst heter en vooral bevredigender helpen maken.'

'Uiteraard was ik daar zeer mee ingenomen', herinnert Huub Beurskens zich, winnaar in 1995. 'Ook al omdat ik de tweede prijswinnaar mocht zijn na Hugo Claus, en, zoals naderhand bleek, gevolgd zou worden door respectievelijk Leo Vroman, Gerrit Kouwenaar en Rutger Kopland.'

'Ik juich nooit', vertelt Armando (winnaar 2011). 'Ik vond het wel een eer, die prijs. Vooral omdat er zulke andere goeie dichters waren genomineerd.'

Dat innerlijk gejuich van een dichter in Nederland of België zal vanaf volgend jaar niet meer aan de VSB worden gelieerd. Het vermogensfonds van De Verenigde Spaarbank, ooit voortgekomen uit de in 1718 opgerichte Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, ziet geen nut meer in het jaarlijks eren van een dichtbundel. De VSB Poëzieprijs, zoals die sinds 1994 werd toegekend, houdt op te bestaan.

Beeld Leonie Bos

Bernt Schneiders, directeur van het VSBfonds, zegt dat er sprake is van 'een herijking van het donatiebeleid': 'Daarbij hebben we ervoor gekozen iets minder geld aan Kunst en Cultuur te besteden en iets meer geld aan maatschappelijke projecten. De poëzieprijs draagt onvoldoende bij aan het maatschappelijk effect dat wij in de samenleving willen bereiken.'

Armando: 'Heel raar, die verklaring. Maar ja, ze moeten het zelf weten, daar bemoei ik me niet mee. Als je het mij vraagt, is het onzin.'

Lauwereyns: 'Volgens mij is het een vergissing, zeker gezien de aangegeven reden - die eigenlijk een misplaatste aanval tegen de poëzie is. Alsof men in een klap de hele voorgeschiedenis van de prijs wilde veroordelen.'

'Ik vind het rampzalig', aldus De Kom. 'Want poëzie is van onbetaalbaar grote waarde en daar mag best een forse prijs tegenover staan.'

Je kunt wel zeggen dat er gemok klinkt dat het VSBfonds er de brui aan geeft, na 25 jaar. Alsof de Bovag opeens de apk-autokeuring afschaft, en de poëzie nu doelloos, niet prijswinnend en zonder een stempel van goed bedrag ronddobbert. Maar anders gesteld, is het ook al heel wat dat dit fonds, ontstaan na de fusie van VSB en Fortis in 1990, het zo lang heeft volgehouden - en zoveel duizenden euro's en eerder guldens in de poëzie heeft gepompt.

De winnaar van vorig jaar, Hannah van Binsbergen, kreeg 25.000 euro. Het totale bedrag dat het VSBfonds aan poëzie uitgaf was in 2017: 245.568 euro.

Dat geld ging behalve naar de VSB Poëzieprijs (inclusief organisatiekosten) ook naar de Nacht van de Poëzie, de Poëziebus, het Bram Roza Festival en het poëziefestival Dichters in de Prinsentuin. De afgelopen vijf jaar schommelde het bedrag rond het kwart miljoen, soms iets meer, en in 2013 werd zelfs meer dan zes ton aan poëzie uitgegeven.

Dat lijkt een flink bedrag, maar het is ook weer peanuts als je het vergelijkt met wat het VSBfonds jaarlijks aan goede doelen te besteden heeft: 27 miljoen euro. Omgerekend ging 1 procent van het budget van het fonds vorig jaar van de volle goeie doelen-mep op het aan steunen van de dichtkunst. Dan kun je dus moeilijk stellen dat het stoppen van de prijs een financiële snij-operatie moet zijn geweest. Al weet je dat nooit bij banken, want in 2010, op het dieptepunt van de bankencrisis, liet het VSBfonds een jaartje verstek gaan met de poëzieprijs 'vanwege financiële problemen'.

Bernt Schneiders: 'Het kan zijn dat we krediet hebben verspeeld onder de aanhangers van poëzie. Maar ongetwijfeld zijn er ook liefhebbers van poëzie die ons erkentelijk zijn voor het feit dat we deze prijs bijna 25 jaar in leven hebben gehouden. Als we krediet hebben verspeeld is dat jammer. Maar het opbouwen van krediet is niet onze core business.'

De prijs was ooit een idee van dichter-theoloog Huub Oosterhuis. Er diende meer aandacht te komen voor de goeie poëzie zoals die in Nederland en Vlaanderen werd gemaakt - zo meende hij. Met het door hem opgerichte Amsterdamse debatcentrum De Rode Hoed nam hij ook tot 2007 de organisatie en uitreiking voor zijn rekening. De laatste tien jaar was Poetry International, onder leiding van Bas Kwakman, verantwoordelijk. Ook was er de stichting VSB Poëzieprijs.

Huub Oosterhuis: 'Poëzie is een bedreigde minderheid. Ik wilde een jaarlijks poëzie-evenement: de toekenning en uitreiking van een prijs voor de beste bundel van het voorbije jaar. De uitreiking moest allure hebben, publiciteit genereren.'

Kwakman: 'In Engeland had je bijna meer prijzen dan dichters en hier had je bijna niks. De poëzie moest ondersteund worden, en de dichter worden beloond. De meeste dichters verdienen geen droog brood met poëzie. Dus die kunnen wel een stimulans en prijzengeld gebruiken.'

'Ik heb altijd bewust een dubbelleven geleid', zegt dichter Huub Beurskens over die beoogde financiële ondersteuning. 'Ik heb 'echt' parttimewerk om daarnaast niet afhankelijk te hoeven zijn van literair werk. Wel vind ik zo'n geldbedrag van belang voor de status van zo'n prijs.'

Duinker: 'Ik hoefde me een tijdje geen geldzorgen te maken, verder veranderde die prijs helemaal niks. Het geldbedrag was geen stimulans om verder te gaan, maar verloste me van financiële penarie - voor enige tijd. Het verlangen om te schrijven is niet afhankelijk van het winnen van een geldbedrag.'

De Kom: 'Dat geld was voor mij volkomen irrelevant. Ik zorg er namelijk voor dat ik mijn eigen boontjes kan doppen. Maar het is fijn dat poëzie zoveel kan opbrengen.'

Perquin: 'Voor mij is het hele traject rondom die prijs, met schoolbezoeken en dergelijke, veel bepalender geweest.'

Armando: 'Ik heb geen stimulans nodig, want ik doe het toch, ook al word ik niet gelezen.'

Behalve dat eens in de drie jaar de P.C. Hooft-prijs naar een dichter gaat, waren er op het moment van het lanceren van de VSB Poëzieprijs weinig oorkondes van naam en faam die elk jaar uitpakte voor één dichtbundel. Specifieke poëzieprijzen zoals de Ida Gerhardt Poëzieprijs (uit 1998), de J.C. Bloem-poëzieprijs (sinds 2001), C. Buddingh'-prijs (1988) of de Jo Peters Poëzieprijs (2002) waren meest later ontstaan, en hadden de bedoeling een debutant, een tweede bundel of opgebouwd oeuvre te bekronen. De Jan Campert-prijs (uit 1948) is overigens ook uitgegroeid tot een jaarlijkse beloning van een bundel, maar genereert minder ruchtbaarheid.

Want precies zoals Oosterhuis het beoogde, kreeg de VSB Poëzieprijs als jaarlijkse inhuldiging, de meest literair-ceremoniële status. Zeker ook publicitair, met het publiek aankondigen van de jaarlijkse nieuwe juryvoorzitter, bekendmaken van de genomineerden en de uiteindelijke uitreiking op Gedichtendag, aan het begin van de Poëzieweek.

Wellicht om die reden dat de openbaarmaking van het verdwijnen van deze prijs, vorig jaar, de nodige reacties losmaakte. Er waren dichters verontwaardigd, in zeker tien gevallen kwam het zelfs tot een vers uit verzet. Nog verbazingwekkender was de beroering bij talloze financiële instellingen, mecenaten en fondsen. Want Bas Kwakman kreeg steunbetuigingen van legio potentiële geldschieters : 'Dit mag toch niet gebeuren, het verdwijnen van deze belangrijke prijs. Wat kunnen we eraan doen of bijdragen?'

Het leidde ertoe dat Kwakman en de stichting VSB Poëzieprijs nu bezig zijn met 'een doorstart', hij zegt dat het voor 'zestig procent rond is'. Er is een 'serieuze kandidaat', die de prijs wil overnemen, en de kans is groot dat hij op Gedichtendag bekendmaakt hoe deze continuering eruit zal zien. Voorwaarde voor de deal is dat deze nog onbekende financiële instelling zich voor zeker tien jaar aan de poëzie bindt. Het VSBfonds wil bij een eventuele overname ook een financiële bijdrage leveren 'voor een zachte landing', aldus directeur Schneiders.

Mocht er wederom een poëzieprijs komen, met een nieuwe naamgever, met wellicht nog meer geld, dan is daar niet opeens de redding nabij voor het nationale poëziewezen.

Volgens Kees 't Hart, voormalig juryvoorzitter (2016), dichter, schrijver, essayist en recensent, is er zelfs sprake van 'een ernstige crisis' in de Nederlandstalige poëzie en is dat terug te zien in de prijswinnaars van de afgelopen jaren. Hij hoopt dat met een nieuwe prijs er vooral inhoudelijk in de poëzie een nieuwe wind gaat waaien, minder een gesloten bolwerk van dezelfde kraak en smaak. 'Er is geen debat, er is alleen een vast jargon, er is een vaste toon, een vaste club, er is een vaste burcht en een vaste god die Poëzie heet en die een walmende geur verspreidt van grote en ellendige vanzelfsprekendheid', aldus 't Hart.

Ook Arjen Duinker vindt dat er te vaak sprake is van 'middelmaat' en 'zwakke poëzie' die in de prijzen zijn gevallen. 'Ik zou liever zien dat er eens wat meer sterk werk wordt gemaakt en dat al dat zwakke spul de prullenmand in gaat en niet op lachwekkende wijze wordt opgehemeld en de maat is.'

Huub Beurskens heeft vooral zijn bedenking over nomineren van jonge debutanten voor zo'n grote prijs. 'Natuurlijk kan iemand van 25 met een goede debuutbundel komen - hoe vaak komt dat in de hoeveel jaar voor? Maar bewijs je er zowel de dichter als de poëzie een dienst mee wanneer je zo'n debutant meteen op de hoogste tree zet, wanneer je, om er in deze laatste jaargang maar enkele te noemen, Armando, H.C. ten Berge en Hans Tentije niet eens tot de onderste tree van het podium toelaat?'

Vooral van belang, aldus Kees 't Hart, is dat 'aan de weg timmerende dichters van dit moment, zij die de prijzen winnen, moeten stoppen met het avant-gardedenken. Nog steeds hangt dat hier in de lucht. Dat dichters van belang zijn. Die tijd is er wel even geweest: van 1770 tot 1830. Poëzie zou toen de wereld veranderen. Volgens het avant-gardedenken lost de ene generatie de andere af en is die dan weer beter dan de vorige - na de 80'ers kreeg je de 90'ers, na het modernisme krijg je postmodernisme, etc etc. Brrrrr. Te veel houden dichters zich ermee bezig of ze wel meetellen. Ben ik wel avant-gardistisch? Bah.'

Het laatste woord is aan de 89-jarige Armando, telefonisch vanuit Berlijn: 'Weet je wat het is met prijzen? Als je oud bent komen ze vanzelf. Ze komen met de ouderdom.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden