kunstrecensieIn the Picture

De vrouwelijke kunstenaars springen eruit in het Van Gogh Museum ★★★★☆

Helene Schjerfbecks ‘Zelfportret met zwarte achtergrond’, 1915.Beeld Finnish National Gallery Ateneum Art Museum, Helsinki. The Hallonblad Collection.

Een vrouw om niet mee te sollen, Helene Schjerfbeck. Je ziet het meteen aan haar krachtige kaaklijn. Aan haar trots opgeven kin. Het helwitte gezicht met opgewonden blosjes richt ze recht op de kijker. En toch kijkt ze je niet echt aan, haar diepgrijze ogen lijken net langs je te glijden. Krachtig, of juist kwetsbaar? Een vrouw met een visie, dat in elk geval. En dat was ze ook, de Finse kunstenares was met haar expressieve stijl haar tijd ver vooruit.

Schjerfbecks Zelfportret met zwarte achtergrond (1915) is een van de hoogtepunten op de tentoonstelling In the Picture, die nu in het Van Goghmuseum te zien is. Het is eenboeiende tentoonstelling met ruim zestig kunstenaarsportretten uit de periode 1850 – 1920. Met een grote rol voor Van Goghs zelfportretten uiteraard, maar ook met andere grote namen als Paul Cézanne, Edvard Munch en Gustave Courbet.

Zelfportret met verbonden oor, 1889, Vincent van Gogh.Beeld Van Gogh Museum
Man met pijp, 1846, Gustave Courbet.Beeld Van Gogh Museum
Louise Jane Jopling, 1879, Sir John Everett Millais.Beeld Van Gogh Museum

Opvallend: er zijn veel vrouwelijke kunstenaars te zien. Naast Schjerfbeck is daar bijvoorbeeld de Amsterdamse societyschilder Thérèse Schwartze, de Franse impressionist Berthe Morisot en een indringend portret van Louise Jane Jopling, geschilderd door haar goede vriend John Everett Millais. Ze springen eruit, die vrouwelijke makers. Niet alleen omdat het een verademing is om te zien dat het  kan: vrouwelijke kunstenaars op zo’n vanzelfsprekende manier een plek geven in de kunstgeschiedenis. Maar ook, en eigenlijk vooral, omdat een aantal van de portretten behoren tot de boeiendste op de tentoonstelling.

Kunstenaarsimago 

De interesse in de mens achter het kunstwerk groeide sterk in de 19de eeuw en daarmee won het kunstenaarsportret aan populariteit. Kunstenaarsportretten zijn een afspiegeling van hoe de maatschappij naar kunstenaars keek. En vooral natuurlijk ook van hoe zij zichzelf graag zagen. In een zelfportret of portret van bevriende kunstenaar konden kunstenaars het beeld van zichzelf als kunstenaar manipuleren, een imagodingetje, dus. Daarmee verraden de portretten heel wat over hun visie op kunst en het kunstenaarschap. Een soort visuele geloofsbrieven zijn het, zoals Wieteke van Zeil het noemt in haar essay in de catalogus.

Zelfportret in hel, 1903, Edvard Munch.Beeld Van Gogh Museum
Zelfportret met Bernstein ketting, ca. 1905, Paula Modersohn-Becker-Stiftung. Beeld Van Gogh Museum

Verschillende versies van dat kunstenaarsimago passeren de revue. We zien de kunstenaar als vrijgevochten genie (zie de wilde haardossen van Courbet, Cezanne en Feuerbach), maar ook als societyfiguur, in nette kleding en met goed verzorgde krulsnorren. Of, zie Van Gogh en Edvard Munch: de kunstenaar als getormenteerde ziel die het leed van de wereld op zijn schouders draagt.

Bij de vrouwelijke kunstenaars wordt die zelfverbeelding extra interessant. Zij gaan niet alleen in gesprek met in de tijd heersende opvattingen over het kunstenaarschap, maar ook met heersende vrouwbeelden.

Portret van Carolus-Duran, 1879, John Singer Sargent.Beeld Van Gogh Museum
Portret van Emile Bernard, 1885, Henri de Toulouse-Lautrec.Beeld Van Gogh Museum

Er staat dus meer op het spel, voor deze vrouwen die tegen de stroom oproeien. Je ziet het terug in hun portretten. In die trots opgeheven kinnen en de krachtige poses, ja. Maar de echte durf zit in de trefzekere, eenvoudige lijnen waarmee Paula Modersohn-Becker zichzelf schildert. In de gewaagde kleurcontrasten van Schjerfbeck. En misschien zie je hem nog wel het meest in de snelheid waarmee Berthe Morisot zichzelf schildert. Haar hand heeft ze met een paar wilde penseelstreken neergezet, alsof ze zichzelf in beweging, druk schilderend, wilde vereeuwigen.

Waar voor hun mannelijke collega’s de zelfportretten vaak dienst deden als oefenmateriaal, lijkt het of deze vrouwen werkelijk een statement wilden maken. Zie: de kunstenaar. Een vrouw.

Vriendschapsportretten

Naast de zelfportretten schitteren op de tentoonstelling ook portretten die schilders van hun kunstenaarsvrienden maakten: eerbetonen aan vriendschap, tekens van  artistieke bewondering en rivaliteit.

Zo vereeuwigde Paul Gauguin zijn vriend Vincent van Gogh als de schilder van de beroemde zonnebloemen. Gauguin maakte het schilderij tijdens een bezoek aan Van Gogh in het Zuid-Franse plaatsje Arles, waar de zonnebloemenschilder een ‘toevluchtsoord’ voor bevriende kunstenaars hoopte op te zetten. Het bezoek verliep stormachtig, felle discussies over kunst liepen steeds vaker uit op hevige ruzies. Vermoedelijk was het na een van deze ruzies dat Van Gogh, ernstig in de war, een stuk van zijn linkeroor afsneed: een van de meest vertelde verhalen uit de kunstgeschiedenis.

Gezelliger kan het natuurlijk ook, zo’n kunstenaarsvriendschap. Elders op de tentoonstelling hangt een aardig voorbeeld daarvan, van Floris Arntzenius. Hij legde een onderonsje vast tussen drie schildersvrienden in zijn atelier, die onder het genot van een sigaartje zijn werk bekijken.

In the Picture. Kunstenaarsportretten

★★★★☆

Beeldende kunst

3/3 Van Gogh Museum, Amsterdam

t/m 24/5

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden