Kunstwerk van de weekNachtmerrie van Ditlev Blunck

De vrouw in dit schilderij lijkt nachtelijke bezoekers helemaal niet vervelend te vinden

Wekelijks bespreken we een kunstwerk dat nú om aandacht vraagt. Deze week: De Nachtmerrie (1846) van Ditlev Blunck.

Ditlev Blunck, Nachtmerrie (1846) in Rijksmuseum Twenthe Beeld Natascha Libbert
Ditlev Blunck, Nachtmerrie (1846) in Rijksmuseum TwentheBeeld Natascha Libbert

Toen ik jong was, had ik een terugkerende droom. Het was een nogal akelige, zo een waardoor je het inslapen gaat uitstellen. De droom ging zo: ik ontwaakte in mijn kamer, in een bed dat ik herkende als het mijne, maar deze vertrouwde setting werd volledig beheerst door een onbestemd gevoel van onheil, de verontrustende overtuiging in de nabijheid te verkeren van iets verschrikkelijks. Weldra werd het gematerialiseerd: op mijn borst, in het grauwe ochtendlicht, bevond zich iets, een wezen, al klinkt ‘wezen’ te vastomlijnd voor de entiteit die mijn lichaam tegen de matras gedrukt hield, mijn spieren slap als de bladeren van een dode plant, mijn mond opengesperd in een geluidloze schreeuw. Kalm blijven, dacht ik, gewoon kalm blijven, tot ik wederom een hulpkreet probeerde te slaken, waarop ik omhoog viel, en wakker schrok, nu echt.

Die nare droom, die ik tot voor kort hield voor een strikt particuliere ervaring, is een voorbeeld van wat in de slaapwetenschap bekendstaat als slaapverlamming. Het lichaam verkeert daarbij nog in de remslaap (vandaar de verslapte spieren) terwijl de geest reeds de wakende toestand is binnengezeild. Slaapverlamming gaat vaak gepaard met hypnopompie oftewel sluimerhallucinatie: je ligt als bevroren op je matras en bent ondertussen getuige van allerlei angstaanjagende beelden en geluiden. Verhalen over nachtelijke bezoekjes door buitenaardse wezens en bovennatuurlijke ongerijmdheden zouden hier hun oorsprong vinden. De incubus, waarvan u op de Deen Ditlev Bluncks schilderij Nachtmerrie (1846) onschadelijk ogende variant ziet, dankt er zijn bestaan eveneens aan.

Henry Fuseli:  De nachtmerrie (1781), olieverf op doek, Detroit Institute of Arts. Beeld Granger / F1online
Henry Fuseli: De nachtmerrie (1781), olieverf op doek, Detroit Institute of Arts.Beeld Granger / F1online

Dat onschadelijke uiterlijk is bedrieglijk: de incubus was een demon die ’s nachts vrouwen bezocht om ze te verkrachten. Er bestaat ook een vrouwelijke variant, de succubus; die verkrachtte en misleidde mannen, naar verluidt om hun zaad buit te maken. De beroemdste verbeelding van zo’n incubus vinden we op een kunstwerk uit 1781, Henri Fuseli’s angstaanjagende schilderij The Nightmare, maar het is ouder. De middeleeuwse kerkvader Augustinus schreef al over hem, en hield hun bestaan door de frequentie waarmee zijn tijdgenoten erover spraken voor waar. In het 14de-eeuwse nachtgebed Münchener Nachtsegen, wordt er eveneens aan gerefereerd:

‘Laat de mare me niet berijden
Laat de mare me niet beklimmen

undefined

Elf met je kromme neus
Ik verbied je te blazen’

Zo’n incubus, te herkennen aan zijn ongebruikelijk lange en koude penis – deze rubriek is ook een praktische rubriek – duikt in verschillende tijden en perioden onder variërende namen en verschijningen op. In het Germaans heette hij Alb, een kruising tussen een kat en een kobold – aan hem danken we het Duitse woord voor nachtmerrie: Albtraum. In de Scandinavische folklore, vervolgens, kende men hem als de mare, ofwel nachtmare, hier komt ‘nachtmerrie’ zelf vandaan. Deze variant zou eerder een verstikker dan een verkrachter zijn, geen idee of dat vooruitgang is.

De mare op Ditlev Bluncks schilderij heeft echter wel degelijk erotische intenties. Het wezen trekt juist het beddengoed van een slapende vrouw. Alleen oogt zij angstig noch ontstemd. Ze ziet er eerder uit alsof ze genoeglijk ligt te wachten tot het wezen down town zal gaan. De kamer waarin dit gebeurt, fraai gecomponeerd door Blunck, is gevuld met spulletjes (een dichtgeslagen boek, gevallen bladmuziek, tikkend uurwerk, gedoofde kaars, et cetera) die een allegorische betekenis lijken te hebben. Tijdens mijn bezoek hoorde ik een gids zeggen dat ze de hoogburgerlijke cultuur waartoe de vrouw behoorde belichamen, maar evenzeer lijken ze me symbolen voor de ratio. De slaap van de rede, luidde het onderschrift bij een ets uit Goya’s Los Caprichos-reeks, brengt monsters voort. Op Bluncks schilderij lijkt dat monster zeer welkom.

Zelfportret van Ditlev (Detlef) Blunck (1798-1854).  Beeld Getty Images
Zelfportret van Ditlev (Detlef) Blunck (1798-1854).Beeld Getty Images

Ditlev Blunck (1797-1853)

Titel

Nachtmerrie

Jaar

1846

Waar te zien?

Paradox van de Deense Gouden Eeuw, Rijksmuseum Twenthe, Enschede, t/m 29 augustus 2021

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden