De vrouw die mode de Stadsschouwburg in bracht

Ze was elegant, mooi en ook vasthoudend in haar opvattingen; daar hadden kunstbobo's nogal eens moeite mee.

Cox Habbema in het VPRO-programma De dief in 1974, als Egyptische prinses naar een verhaal van de Griekse schrijver Herodotus.Beeld Hollandse Hoogte

Van geëngageerd actrice, voor een groot deel in het communistische Oost-Berlijn, naar schouwburgdirecteur die haar poorten opengooide voor musicals en modeshows. Dat is in het kort samengevat het spectrum waarbinnen het openbare leven van Cox Habbema zich heeft afgespeeld. De actrice, directrice, regisseur, bestuurder en programmamaker is maandag in haar woonplaats Amsterdam op 72 jarige leeftijd overleden.

Tien jaar lang was Habbema directeur van de Amsterdamse Stadsschouwburg, van 1986 tot 1996. Het waren roerige tijden, want Habbema was eigenzinnig en lag vaak overhoop met de nog eigenzinniger theatermaker Gerardjan Rijnders die toen de baas was van huisgezelschap Toneelgroep Amsterdam.

Tussen de twee boterde het niet echt. Rijnders noemde haar ooit 'de Anneke Grönloh van het Nederlandse theater'; kennelijk had hij moeite met een actrice als directeur van zijn schouwburg en toneelhuis. Uit protest vertrok hij met Toneelgroep Amsterdam op zeker moment uit de schouwburg en vestigde zich in een eigen gebouw op het terrein van de Westergasfabriek.

Mooi én vasthoudend

Habbema's beleid was erop gericht de schouwburgdeuren wijd open te gooien. Niet alleen maar elitair kunsttoneel, maar ook musicals van Jos Brink en de Van den Ende-productie Cyrano waren bij haar welkom, evenals modeshows van Frans Molenaar. Later kwam het weer redelijk goed tussen de schouwburg en het huisgezelschap.

Cox Habbema debuteerde als actrice in 1967 bij de toen befaamde Toneelgroep Centrum. Twee jaar later vertrok ze al naar Berlijn waar ze een rijke carrière opbouwde als actrice en regisseur, bij onder meer het Oost-Duitse stadsgezelschap Deutsches Theater.

Midden jaren tachtig kwam ze terug naar Nederland en al snel daarna solliciteerde ze naar de functie van schouwburgdirecteur in Amsterdam, waar zij de opvolgster werd van Berend Boudewijn.

Habbema was behalve uitermate elegant en mooi, ook vasthoudend - een combinatie van eigenschappen waarmee een aantal kunstbobo's en beleidsmakers nogal eens moeite had. In die tijd was de scheiding tussen wat kunst was en wat entertainment ook veel stringenter en rechtlijniger. Tegelijk kon ze met een verleidelijk soort overredingskracht en doortastendheid ook veel gedaan krijgen.

Cox Habbema in een scene uit het toneelstuk 'Rampsinitos en de dief' in 1973.Beeld anp

Maatschappelijk was Habbema ook voortdurend actief, onder meer als voorzitter van de Federatie van Kunstenaarsverenigingen en voor de lokale afdeling van de Partij van de Arbeid in Amsterdam. Samen met Cees van Eede maakte ze het kunsttelevisieprogramma Nederland C. Het artiestencafé en restaurant aan de zijkant van de schouwburg werd naar haar vernoemd: Café Cox. In 2002 verscheen haar autobiografie Mijn koffer in Berlijn.

In Nederland heeft Habbema niet heel veel toneel gespeeld, althans niet in het theater. Wel was ze regelmatig te zien in films en televisie-series als Medisch Centrum West en Het Glazen Huis.

Haar mooiste rol speelde ze in De stilte rond Christine M. van Marleen Gorris. In deze feministisch getinte film speelde ze de psychiater van drie vrouwen die terecht moesten staan voor de moord op een kledingverkoper.

De manier waarop ze die rol speelde, kwam aardig overeen met hoe ze in haar openbare leven was: met zachte hand vastberaden.

Cox Habbema samen met Hans Boswinkel in 1979.Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden