ter redactie

De vraag stellen is net zo’n grote kunst als hem beantwoorden, weet de verslaggever achter Beter/leven

Vragen voor de rubriek Beter/leven op een gedegen, wetenschappelijke manier beantwoorden heeft zijn uitdagingen voor de wetenschapsredactie. Maar de juiste vraag stellen, is ook een kunst. Chef Tonie Mudde: ‘Als mensen denken: hè, is dat überhaupt een ding, dan is het geen goede vraag. Sorry lezer.’ Moet je een navelstreng uitkloppen?

Ellen de Visser en Tonie Mudde in overleg. Beeld Pauline Marie Niks

Lezer Sjef heeft al jaren de drang om iets zoets te eten na het avondmaal. Een koekje, bijvoorbeeld. ‘Mijn vraag is daarom: waarom heb je na het diner behoefte aan zoet?’, leest chef wetenschap Tonie Mudde voor uit Sjefs e-mail. Mudde zit op de bank naast wetenschapsredacteur Ellen de Visser. Ze bekijken de inzendingen in de inbox van de redactie van gezondheidsrubriek Beter/leven.

Een heel goede vraag voor de rubriek, vinden ze beiden. Mudde: ‘Eigenlijk is het criterium: als je die vraag zo in een groep zou gooien, zeggen mensen dan: nou inderdaad ja, hoe werkt dat?’ De Visser: ‘Je moet zelf ook denken: leuk, nooit over nagedacht.’ 

De Gids, de nieuwe online-sectie die lezers helpt met persoonlijke levensvragen – ‘van hypotheek tot koortslip’, zegt chef Corinne van Duin – heeft maart tot Beter Leven-maand uitgeroepen. Naast alle nieuwe artikelen en video’s over gezond leven (zie fitboy Maarten), haalt de redactie een maand lang elke dag een aflevering van de rubriek Beter/leven uit het archief. Je zou dat ook makkelijk een heel jaar kunnen volhouden, want inmiddels zijn er meer dan driehonderd afleveringen gemaakt.

Mudde overziet als chef wetenschap alle Beter/leven afleveringen, maar Ellen de Visser is degene die de rubriek acht jaar geleden op poten heeft gezet na een enthousiaste suggestie van de hoofdredacteur: hij wilde een rubriek over persoonlijke gezondheid waarin de vragen van de lezers centraal stonden. ‘Een what’s in it for me-rubriek voor lezers, zo omschreef hij dat’, zegt De Visser. Volgens Mudde wacht de traditionele wetenschapsjournalistiek af tot een onderzoeker iets ontdekt heeft. Maar waarom zou je het niet omdraaien. ‘Je kan natuurlijk ook beginnen bij wat bij mensen leeft.’

Vlinders in je buik

Voor De Visser was het nieuw om als wetenschapsredacteur een keer te kunnen schrijven over alledaagse dingen. ‘Kleine weetjes die je eigenlijk niet behandelt als je gewoon wetenschapstukken tikt, want die gaan vaak over grotere ontwikkelingen.’ Ze wist dat mensen graag over alledaagse zaken zouden lezen. Zij zelf ook, dat is het mooie. Antwoorden op vragen zoals: waarom heb je vlinders in je buik als je verliefd bent? ‘Ik was verliefd toen ik die vraag ging beantwoorden. Er zit blijkbaar een directe koppeling tussen je hersenen en je maag en darmen. Dat vond ik zo grappig om te lezen.’

Voor elke aflevering belt de redacteur van dienst een of twee experts op het gebied van de vraag, en leest het meest relevante onderzoek dat naar het onderwerp is gedaan. Mudde: ‘Een kleinschalige studie ergens in Japan is dan natuurlijk minder gezaghebbend dan de Gezondheidsraad die alles eens op een rijtje heeft gezet. Dat soort afwegingen moet je ook maken.’ Voor de vragen over voeding is het Voedingscentrum een goede basis, zegt Mudde, want het is hun taak is om de consensus onder voedingswetenschappers in kaart te brengen.

Verder gelden de regels van de wetenschapsjournalistiek en het gezond verstand – zelf het onderzoek lezen en niet alleen op persberichten afgaan, bij één enthousiaste wetenschapper ook altijd nog eentje raadplegen die er mogelijk kritischer tegenover staat. Mudde en De Visser kunnen zich niet herinneren dat ze ooit op een aflevering moesten terugkomen. Wel plaatste een auteur van de rubriek één keer per ongeluk de verkeerde versie van een stuk, waarin het commentaar van de expert niet goed was verwerkt, dus dat moest worden rechtgezet. Mudde: ‘We hebben die wetenschapper onze excuses aangeboden en de juiste versie van het stuk snel alsnog online geplaatst.’

Mudde en De Visser klikken door de mailbox. De Visser heeft er al een tijdje niet meer in gekeken, want na honderden afleveringen gemaakt te hebben voor de rubriek sinds 2011, droeg zij anderhalf jaar geleden het stokje over aan een pool van andere wetenschapsredacteuren. Maar er zitten genoeg vragen bij die ze ook in haar tijd binnenkreeg. ‘Zijn zoetstoffen gezonder dan suiker, is de vraag van deze lezer’, zegt Mudde. ‘Die krijgen we elke week wel.’ De Visser knikt, die kent zij ook. Waarom gapen aanstekelijk werkt, ook zo eentje. Meestal mailde De Visser de lezer dan wel even de link naar het verhaal op de website. Het lijkt Mudde een goed idee om al die honderden afleveringen overzichtelijk te bundelen op de site. ‘Daar moeten we snel werk van maken.’

Vitaminen

Er komt ook een vraag over vitaminen binnen, duidelijk ook een onderwerp dat lezers bezig blijft houden. De eerste aflevering van de rubriek, toen nog onder de naam Gezond, verscheen in maart 2011 en heette ‘Vitamythe’. De vraag was: De griepgolf is voorbij, maar de R is nog in de maand. Moeten we extra vitamine C blijven nemen? De titel verraadt al dat het antwoord geen ja was. De conclusie: vitamine C is belangrijk voor het immuunsysteem, maar extra bijslikken maakt weinig verschil.

‘Relativeren, daar komt het toch eigenlijk elke week op neer,’ zegt De Visser. Vooral met voedsel, wat op gezondheidsgebied misschien het meest aan mode en drama onderhevig is. ‘E-nummers zijn gevaarlijk, we moeten allemaal aan de superfoods, suiker is hartstikke slecht. Jeetje mina, wat een hypes allemaal.’ Dan schreef zij in een stuk dat ontgiften (het gif uit je darmen spoelen door een speciaal dieet of een sapkuur,  red.) geen zin heeft, kreeg ze de volgende dag een mailbox vol boze reacties. De Visser: ‘Echt boos. Van: hoe kom je hierbij? Mensen zijn over voeding heel fanatiek. Een hoogleraar gezondheid en voeding zei ooit tegen me: We hebben in Nederland gewoon zestien miljoen wetenschappers op het gebied van voeding.’

Wat voor lezers lastig kan zijn is dat de rubriek alleen algemene effecten bespreekt, terwijl die op individueel niveau enorm kunnen verschillen. Heeft iemand een lagere weerstand, een glutenallergie of lactose-intolerantie, dan gaat het advies misschien al niet meer op. Mudde: ‘Vaak lossen we dat op door een zinnetje toe te voegen als: ‘Individuele verschillen zijn groot, maar voor de meeste mensen geldt…’ Dan kan de lezer zelf een inschatting maken.’ Toch schrijft er soms iemand: ‘Als ik karnemelk drink, gebeurt er altijd iets heel anders bij mij.’ Daar kunnen ze dan weinig mee. ‘Wij zijn geen artsen. Wat voor een individueel persoon werkt kan zo specifiek zijn. Mensen moeten dan eigenlijk gewoon zelf medische hulp zoeken.’ Heel eerlijk: op deze vragen stuurt hij niet altijd een antwoord. ‘Die tijd is er helaas niet.’

Mudde en De Visser hebben wel beiden het idee dat die boosheid en de ergste voedinghypes inmiddels wat afnemen. Misschien omdat alle superfoods en killerbodydiëten toch niet echt bleken te werken. Mudde: ‘Ik denk dat mensen na dieetboek 37 ook wel weten dat er geen wondermiddel is.’ Na twee jaar Beter/eten, de voorganger van Beter/leven met alleen vragen over voeding, werd het zelfs een beetje saai. ‘Het advies was altijd hetzelfde: eet matig en gevarieerd’, zegt Mudde. De Visser: ‘Gewoon een beetje normaal doen. Groente, fruit, nootjes, de schijf van vijf is zo slecht nog niet. Wel een beetje flauw hè?’

Tonie en Ellen bepalen welke lezersvragen aan bod komen. Beeld Pauline Marie Niks

Vandaar dat Beter/eten samenging met de rubriek Gezond en Beter/leven ging heten. Alle vragen die iets met persoonlijke gezondheid te maken hebben, kunnen aan bod komen. 

Uitkloppen van navelstreng

Mudde klikt een mailtje aan van een lezer die een vraag heeft over het ‘uitkloppen van de navelstreng’ na de geboorte van een kind. Mudde, fronsend: ‘Kennen jullie het fenomeen uitkloppen van de navelstreng?’ De Visser schudt haar hoofd. ‘Ik ook niet’, zegt Mudde. ‘Ik heb drie kinderen, jij hebt een kind gekregen, Ellen. Dan denk ik: blijkbaar leeft dit niet.’

Dat is wel een vereiste voor de rubriek, dat het een brede groep mensen bezighoudt. Mudde: ‘Als mensen denken: hè, is dat überhaupt een ding dan?, is het geen goede vraag. Sorry lezer Roeland.’

De vragen die het meest geschikt zijn, blijken die inzendingen te zijn waar de redacteuren zelf hardop over na gaan denken. In één mail staat bijvoorbeeld: moet je eten eerst laten afkoelen voordat het in de koelkast mag?

De Visser: ‘Ik heb geleerd: eerst afkoelen.’

Mudde: ‘Ik denk wel: vanuit energiestandpunt is het misschien beter om het buiten de koelkast te laten afkoelen omdat je er elektriciteit voor gebruikt.’

De Visser: ‘Klopt, klopt.’

Mudde: ‘Maar ik heb ooit een jaar lang in de keuken bij een studentenvereniging gewerkt, en daar zeiden ze altijd: meteen koelen tegen de bacteriën.’

De Visser: ‘Nou, dit is dus zo’n goede vraag.’

Mudde: ‘Superleuk deze. Lezer Sam, topvraag.’

Bij een mailtje met de vraag of je uitrust als je in bed ligt zonder te slapen, veren ze op.

‘Dit zeg ik ook altijd tegen mijn dochter als ze niet kan slapen’, zegt Mudde. Hij lacht. ‘Maak je geen zorgen, zeg ik dan, als je ligt, rust je ook uit.’

De Visser: ‘Daar dacht ik gisteren nog aan, mijn moeder zei dat ook altijd. Dat slaat nergens op hè?’

Mudde: ‘Volgens mij ook niet. Ik denk dat je meer uitrust dan wanneer je aan het dansen bent, maar…’

De Visser: ‘Weet je wat wel zo is: mensen denken dan dat ze niet slapen, maar dan doen ze wel van die kleine sluimerslaapjes. Dat telt wel mee.’

Mudde: ‘Het is een goede vraag dit toch?’

De Visser: ‘Ja, want dit zeggen heel veel ouders tegen hun kinderen.’ Het is duidelijk: Christa’s vraag gaat binnenkort langskomen.

Sporten versus stroopwafel

De wetenschapsjournalisten steken er zelf ook nog wel wat van op, zo’n rubriek. Mudde dacht bijvoorbeeld altijd dat je moest sporten om op gewicht te blijven, maar uit een aflevering van de rubriek bleek eten ‘oneindig veel belangrijker’. ‘Om te compenseren voor één stroopwafel moet je al flink wat rondjes op de atletiekbaan rennen.’

De Visser leefde al behoorlijk gezond, zegt ze, dus ze heeft geen radicale wijzigingen doorgevoerd tijdens die zes jaar dat ze voor de rubriek schreef. Maar: soms is zelfs de oprichter van de gezond-levenrubriek zo eigenwijs dat ze een keihard bewijs uit haar rubriek links laat liggen. Die aflevering over katten mee naar bed nemen in het bijzonder. ‘Dat is blijkbaar ongelooflijk smerig, een kat mee naar bed’, zegt De Visser. ‘Ik dacht, die likken zichzelf de hele dag, dus die zijn schoon. Maar nee. Ze likken ook hun kont en daarna hun vacht, dat zitten wij dan te aaien. En katten kunnen allerlei parasieten en bacteriën meenemen.’ Als je een open wond hebt, is het blijkbaar helemaal gevaarlijk. ‘Er zijn bloedstollende studies verschenen, dat wil je niet weten.’ 

Het heeft haar gewoonte niet veranderd. ‘Die kat van mij die gaat gewoon op het bed. Veel te gezellig.’ Vrolijk: ‘Je hoeft je niet overal wat van aan te trekken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.