De voorkeur van de elites

HEEFT U ook zo'n hekel aan het dragen van een stropdas? U bent niet de enige. Maar liefst 52 procent van de bestuurders van grote bedrijven kleedt zich bij thuiskomst meteen om....

Peter Giesen

Deze gegevens zijn ontleend aan het onderzoek Wonen op stand - Lifestyles en landschappen van de culturele en economische elite, waarop sociaal-geografe Elleke de Wijs-Mulkens onlangs in Amsterdam promoveerde. De Wijs deed een minutieus onderzoek naar de leef- en woonomstandigheden van kunstenaars, hoogleraren, rechters, captains of industry en accountants.

We komen veel van hen te weten: register-accountants houden van plavuizen, letterkundigen van houten planken. Hoogleraren hebben 66 strekkende meters boeken in huis, leden van de raad van bestuur 'slechts' 23 meter. Accountants houden van De vier jaargetijden en An der schönen blauen Donau, iets waar kunstenaars uiteraard niet mee betrapt willen worden. Zij geven de voorkeur aan Das wohltemperierte Klavier en Die Unvollendete.

De Wijs stuitte ook op een grote lijn. De culturele elite woont graag in de stad, de economische elite op het platteland. Van alle kunstenaars woont maar liefst 44 procent in Amsterdam. Ook hoogleraren hebben een voorkeur voor de stad, doorgaans de plaats waar zij doceren. De topgemeente voor captains of industry is daarentegen Wassenaar.

De top van het bedrijfsleven houdt van Bloemendaal, Blaricum en andere 'plaatsen waarvan het noemen van de naam alleen al een wolk van rijkdom en status doet opstijgen'. Register-accountants geven, ondanks een hoog inkomen, weer de voorkeur aan het 'nieuwe' platteland. Zij wonen in groeikernen als Woerden, Vleuten/De Meern of Capelle aan de IJssel.

De kloof tussen stad en platteland heeft een lange geschiedenis, aldus De Wijs. Vanaf de zeventiende eeuw vond de elite dat de stad, met haar dicht op elkaar gebouwde huizen, te weinig mogelijkheden tot distinctie bood. Naarmate het platteland veiliger werd, kozen steeds meer industriëlen en bankiers voor een groots buitenverblijf. De aantrekkingskracht van het platteland schuilt in grondbezit, aldus De Wijs. Zij ziet hierin een relict van het oude ideaal van de feodale adel.

De stad behield echter één groot voordeel. Zij bleef een centrum voor cultuur. Wie cultureel een beetje mee wil tellen, moet derhalve in de stad wonen, en wel het liefst zo dicht mogelijk bij de tempels der schone kunsten. 'Men moet zich dat voorstellen als het oude streven van iemand met ambitie om begraven te worden in de kerk, liefst zo dicht mogelijk bij het altaar van de Heer, opdat zijn plaats in de hiërarchie tot op de jongste dag gebeiteld zou staan op de wand of in de vloer van de kerk', schrijft De Wijs. Wie echt op extreem cultureel aanzien mikt, vindt ook de grachtengordel te min. Voor zulke mensen is Parijs of New York the place to be.

De culturele elite van kunstenaars en hoogleraren heeft minder geld en hecht minder belang aan auto's dan de economische elite. Zij werkt vaak thuis en ontvangt daar ook haar relaties. Werk en privé zijn niet altijd even duidelijk gescheiden. De huizen van de economische elite vormen daarentegen een bastion waar topmensen zich kunnen terugtrekken uit hun drukke baan. Zakelijke relaties worden er niet vaak ontvangen. Vaak ligt het huis ook verscholen achter heggen en struikgewas, en is het slechts te bereiken via een lange oprijlaan.

Bij de economische elite zit de vrouw meestal thuis. In plaatsen als Bloemendaal of Laren heeft slechts 28 procent van de vrouwen van topmanagers een betaalde baan, heeft De Wijs becijferd. Steun van een echtgenote lijkt wel van groot belang. 'Economische topberoepen worden niet vaak door alleenstaanden uitgeoefend', aldus De Wijs.

Opvallend is het verschil tussen topbestuurders en register-accountants. Accountants hebben een voorkeur voor gemeenten die niet terstond met een hoge status worden geassocieerd, zoals Capelle aan de IJssel. Ze houden van nieuwbouw en kopen eerder nieuwe meubels dan antiek, waarvan de captains of industry weer erg houden. Hun huizen liggen doorgaans niet verscholen, maar pal aan de weg, zodat er zoveel mogelijk ruimte voor de tuin overblijft. De oprijlaan ontbreekt; de dure auto's staan pontificaal voor de deur.

De elite in zulke groeikernen heeft minder boeken dan de stedelijke elite, constateert De Wijs, maar toont ze relatief vaker in de huiskamer. Kennelijk moet hier een cultureel minderwaardigheidscomplex gecompenseerd worden, concludeert zij. 'Tijdens mijn foto-veldwerk viel het mij trouwens op dat eigenlijk alleen in de groeigemeenten 'mijn mensen' vaak naambordjes op de deur hadden met 'drs.', 'prof.dr.' of 'RA'.'

De Wijs ontdekt een verband tussen lifestyle en sociale afkomst. Hoogleraren en topmanagers zijn vaak van hoge komaf, terwijl register-accountants en kunstenaars vaak uit bescheiden milieus komen. Niet verwonderlijk dat de nieuwkomers de meeste behoefte hebben zich te profileren: kunstenaars zijn het meest op cultuur georiënteerd, accountants het meest op vertoon van hun pas verworven welvaart.

Opvallend is hoe consistent De Wijs' bevindingen zijn, helaas zijn ze ook enigszins stereotiep. Terwijl trendwatchers en marketing-goeroes de mond vol hebben van 'de onvoorspelbare consument', laten de archetypes zich gemakkelijk herkennen. De snobistische, grootstedelijke cultuurminnaar, het oud geld van Wassenaar, de lichtelijk cultuurbarbaarse register-accountant die opteert voor een groot nieuwbouwhuis in het groen, bij voorkeur met eigen aanlegsteiger.

Postmoderne verwarring is hier ver te zoeken. Vrijwel iedereen gedraagt zich netjes zoals van hem verwacht mag worden op basis van sociale afkomst en culturele oriëntatie. De Wijs' proefschrift biedt de charme van de herkenning, maar is soms ook nogal voorspelbaar. Bovendien is haar proza soms erg academisch van toon.

Toch zijn haar bevindingen relevant voor de woningbouw-praktijk, gelooft zij. Op menige Vinex-locatie wordt immers geprobeerd ook voor de elite te bouwen, teneinde deze groep voor de stad te behouden. Dit getuigt echter van een gebrekkig inzicht in de doelgroep, vindt De Wijs. De elite houdt immers van de stad óf het platteland, niet van het mistige compromis van een massale nieuwbouwwijk tussen de weilanden.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden