De Volkskrantcode

De Volkskrantcode - 30 november 2015

De Volkskrant is een kwaliteitskrant. Dat betekent dat we in alles wat we doen betrouwbaar en objectief dienen te zijn. Alles wat we doen valt onder de Code van Bordeaux en onder de vertaling daarvan naar de Nederlandse situatie.

Onze werkwijze is vastgelegd in het Stijlboek (laatste editie 2007) en in een aantal protocollen: het Protocol Primeurs (mei 2008) en het Van Calmthout protocol dat specifiek is bedoeld voor publicaties over wetenschappelijk nieuws. De richtlijnen uit het Stijlboek en het Protocol Primeurs zijn in 2015 aangescherpt, om nog duidelijker te formuleren wanneer gebruik mag worden gemaakt van anonieme bronnen en hoeveel ruimte moet worden geboden aan wederhoor. We verwachten van elke medewerker dat hij alle richtlijnen en protocollen kent en zijn werk - zeker gevoelig werk - eraan toetst.

De Volkskrant Code wordt indien nodig bijgewerkt en van aanvullingen voorzien. De meest recente versie is te raadplegen op Volkskrantnet.

Stijlboek (2007)

Relevante bepalingen uit het Volkskrant Stijlboek (vierde editie 2007) op alfabetische volgorde:

Autoriseren
Het is gebruikelijk geworden interviews vóór publicatie te laten autoriseren, maar het is geen journalistieke plicht. Maak hierover vooraf afspraken met de geïnterviewde: maak duidelijk dat hij alleen feitelijke onjuistheden en onjuiste citaten mag rechtzetten, maar de strekking van het artikel niet kan wijzigen. De stelregel is: gezegd is gezegd.

Bronbescherming
Het is een journalistiek vereiste bronnen te beschermen. Journalisten doen hun werk in principe met open vizier; de bron dient bekend te zijn. Maar als een publicatie de informant in problemen kan brengen, mag deze erop kunnen vertrouwen dat zijn naam niet wordt genoemd. Journalisten hebben geen verschoningsrecht. Zij moeten zich ervan bewust zijn dat zij zich eventueel wegens de bescherming van hun bron moeten verantwoorden voor de rechter. Ze kunnen zelfs op last van de rechter worden gegijzeld om hen te dwingen de bron te noemen.

Bronnengebruik
Vermijd zo veel mogelijk het gebruik van anonieme zegslieden in de krant. Als het niet anders kan, onderzoek dan altijd of de door zo'n bron gedane mededelingen juist zijn. Vaar niet blind op de bron, ook al lijkt die nog zo betrouwbaar. Publiceer niet als er nog twijfels bestaan. Pas altijd wederhoor toe in geval van beschuldigingen of negatieve kwalificaties over personen, instellingen of bedrijven. Overleg bij twijfel met de hoofdredactie. Met bronnen die de eigen identiteit niet aan de redactie willen onthullen, dient extreme voorzichtigheid in acht te worden genomen. Overleg in dat geval altijd met de hoofdredactie. Mocht de informatie belangwekkend genoeg lijken, dan dient ze bevestigd te worden door ten minste twee onafhankelijke andere bronnen. Vermijd zo veel mogelijk het gebruik van gefingeerde namen.

Bronnenvermelding
Het noemen van bronnen behoort tot de informatie aan de lezer. Vermeld zo veel mogelijk van welke bronnen gebruik is gemaakt. Bronnen moeten in redelijkheid betrouwbaar zijn. Onderzoek zelf of door derden gedane mededelingen juist zijn. Zoek steeds naar bevestiging door een tweede onafhankelijke bron. Pas wederhoor toe.

Vermijd vage en niet altijd even geloofwaardige bronaanduidingen als 'ingewijden', 'wandelgangen', 'bronnen in de omgeving van', 'waarnemers', 'analisten'. De lezer wil zich een indruk kunnen vormen van de betrouwbaarheid en de kwaliteit van de bron die een journalist hanteert. Onderzoek in de Verenigde Staten, maar ook reacties van lezers van de Volkskrant wijzen erop dat het versluieren van bronnen het vertrouwen in en de geloofwaardigheid van een krant aantasten, ook als dat gebeurt in een krant van naam.

Als een opzienbarend feit of bericht in een andere krant stond, noemen we die bron bij de naam, ook als de redactie die nieuwsfeiten zelf inmiddels op waarheid heeft getoetst. Bij verwijzing naar eerdere berichtgeving in de eigen krant is het: de Volkskrant of deze krant, niet 'onze krant'.

Onafhankelijkheid
De lezer hecht aan zo objectief mogelijke berichtgeving, dat wil zeggen zo eerlijk en zorgvuldig mogelijk. Onafhankelijkheid van de journalist draagt bij aan versterking van het vertrouwen dat de lezer in de objectiviteit van de berichtgeving heeft. Columnist Jan Blokker formuleerde deze journalistieke houding in 1984 in een feestrede voor de honderdjarige Nederlandse Vereniging van Journalisten: 'De journalist zit terzijde, kijkt, loert, stelt af en toe een vraag, spreekt altijd met twee woorden, is beleefd, neemt van vreemde mensen nooit een glas Rijnwijn aan, en laat zich door de tegenpartij meneer noemen.'

Open vizier
Een journalist werkt met open vizier. Hij dient zich bij de uitoefening van zijn beroep als journalist bekend te maken. Alleen als er echt geen andere methode te bedenken is om de gewenste informatie te verkrijgen, of om te kunnen publiceren, valt een uitzondering op deze regel te maken. Met open vizier houdt ook afspraken met bronnen in: leg duidelijk uit waarvoor de informatie wordt gebruikt en bij voorkeur ook in welke context.

Protocol Primeurs (mei 2008)

1) Verslaggevers maken zich bij het verzamelen van informatie als zodanig bekend. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt wanneer informatie die het algemeen belang dient alleen op een andere manier kan worden verkregen.

2) Bij ernstige beschuldigingen of diskwalificaties die in een artikel of een video worden gedaan, past de verslaggever zoveel als mogelijk wederhoor toe. In principe verstrekt hij/zij voor publicatie of uitzending de integrale tekst of band aan de beschuldigde, tenzij de verslaggever goede redenen heeft om dat niet te doen en chefs en hoofdredactie het daarmee eens zijn. Minimaal wordt de concrete aantijging voorgelegd die op de beschuldigde betrekking heeft. Deze krijgt voldoende tijd om te reageren. Bij ernstige beschuldigingen of diskwalificaties die van andere media worden overgenomen, wordt ook wederhoor toegepast. Wederhoor is niet alleen vaak een juridische plicht, maar biedt ook kansen tot een evenwichtige weergave van de feiten, en dus tot een beter artikel of een betere video, te komen.

3) Anonieme bronnen worden zoveel mogelijk geweerd in artikelen en video's. Voor het gebruik ervan moet de verslaggever zwaarwegende redenen opvoeren, zoals de waarschijnlijkheid van represailles, verlies van levensonderhoud of schending van de privacy. Duidt bij het gebruik van een anonieme bron zoveel mogelijk diens functie aan en in welke relatie hij of zij tot het nieuwsfeit staat (bij voorkeur in overleg met de bron). De identiteit van anonieme bronnen wordt te allen tijde beschermd.

4) Aan onthullingen moeten twee of meer bronnen (al dan niet anoniem) ten grondslag liggen. Zij dienen onafhankelijk van elkaar wetenschap te hebben van datgene waarover wordt gepubliceerd. Met één bron kan alleen worden volstaan in de volgende twee gevallen:

a) er zijn documenten (of ander materiaal) die kunnen dienen als een onafhankelijke bevestiging van het relaas van die bron;

b) de bron is bevoegd de beslissing, die de basis vormt van de onthulling, te nemen of mede te delen.

5) Het belang van publicatie of uitzending moet opwegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie of uitzending worden geschaad.

6) Indien anonieme bronnen in een artikel/video worden aangehaald of in een artikel/video een zware beschuldiging wordt gedaan, controleert de chef van de verslaggever voor publicatie/uitzending of aan de in dit protocol gestelde eisen is voldaan. Daarbij worden identiteit en geloofwaardigheid van bronnen besproken en relevante documenten ingezien. Ook gaat de chef na of er contra-indicaties zijn, zaken die op het tegendeel wijzen van wat het artikel/de video probeert aan te tonen. Dit ter voorkoming van tunnelvisie. Als de controle niet heeft plaatsgevonden, wordt niet tot publicatie/uitzending overgegaan.

7) Indien een artikel/video naar verwachting grote politieke of economische gevolgen heeft of de staatsveiligheid erdoor in het geding kan komen, oefent ook de hoofdredactie deze controle voor publicatie/uitzending uit. In zulke gevallen moet tegenspraak worden georganiseerd. Een (oud-)collega die geen bemoeienis met het artikel/de video heeft gehad wordt dan gevraagd de zwakke punten aan te geven. Ook wordt de huisadvocaat gevraagd het artikel/ de video te toetsen op juridische complicaties en consequenties. Het verdient aanbeveling dat de verslaggever bijhoudt hoe en wanneer hij aan welke informatie is gekomen. Dat vergemakkelijkt de controle. Ook kunnen deze gegevens worden geraadpleegd in het geval het artikel/de video wordt aangevochten.

Bij het vaststellen van dit protocol zijn de volgende bronnen geraadpleegd:
* Stijlboek de Volkskrant (met daarin de Code van Bordeaux en de Code Genootschap van Hoofdredacteuren)
* Leidraad van de Raad voor de Journalistiek 2007
* Confidential News Sources Policy van de New York Times Company

Van Calmthout Protocol (september 2011)

Opzienbarend wetenschapsnieuws haalt geregeld gemakkelijk de krant, juist omdat het zo tot de verbeelding spreekt. Nieuws in de krant is goed. Maar ook de wetenschap als bron dient gecontroleerd te worden voor het door de media wordt rondgebazuind. Voor wetenschapsnieuws gelden in principe dus dezelfde journalistieke regels als in alle andere sectoren: verifiëren en context zoeken.

Probleem is dat wetenschappers in aanleg meer verstand van een onderwerp hebben dan journalisten. Dat is echter geen reden om een spectaculair verhaal maar gewoon te geloven. Dat is een reden om als verslaggever externe hulp te zoeken.

Vandaar een journalistieke afspraak met onszelf, niet alleen voor wetenschapsredacteuren, maar voor alle verslaggevers, samenstellers en nieuwsjagers van de krant.

Bij elk onderzoeksnieuws, al of niet wetenschappelijk, bellen we met minimaal één onafhankelijke deskundige, die we vragen wat hij of zij ervan vindt. En we bellen niet alleen, we publiceren in elk wetenschapsbericht minimaal één alinea uit dat commentaar van derden. Niet om ons in te dekken, maar om de lezer te laten zien dat we er over hebben nagedacht en geheel bereid zijn ook de nuances te zien.

Het gaat erom dat we ons steeds afvragen of we geen bullshit in de krant zetten. Omdat uiteindelijk niemand daar iets aan heeft. Wij niet. De lezer niet. En ook de wetenschap niet.

Anonieme bronnen - aanscherping (april 2015):

Wanneer mag je een bron anonimiseren in reportages en persoonlijke verhalen? (2015)

Omdat Volkskrant-artikelen op internet het eeuwige leven hebben en makkelijk doorzoekbaar zijn, willen steeds minder mensen met hun naam in de krant. De verleiding om anonieme bronnen of gefingeerde namen op te voeren zal groter worden. Dat kan de kwaliteit van onze stukken en onze betrouwbaarheid op enig moment gaan schaden.

Journalisten moeten altijd het belang van de lezer voorop stellen en streven naar controleerbare bronnen. De richtlijn blijft dus: nee, tenzij...

Of een bron geanonimiseerd kan worden, hangt af van de aard van de uitlatingen. Bij citaten waarin iemand wordt beschuldigd of waarin uitspraken worden gedaan over de wereld om ons heen ('Ik denk dat de buurman het heeft gedaan''Het is een shariadriehoek hier'), moet altijd de volledige naam worden vermeld of anders moet het citaat moet bij andere bronnen worden gecheckt.

Als iemand over zijn hoogst persoonlijke ervaringen vertelt en niets of niemand beschadigt met zijn uitlatingen behalve hem- of haarzelf, dan kan anonimiteit worden overwogen. Zeker als de persoon door de onthullingen gevaar loopt of er in zijn verdere leven hinder of schade door zal ondervinden. De verslaggever moet zelf een inschatting maken of anonimiteit gerechtvaardigd is en moet dat aan zijn chefs kunnen uitleggen. Hoe kwetsbaarder de geïnterviewde, hoe eerder anonimiteit kan worden verleend, het initiatief daartoe kan ook bij de journalist liggen.

Als alleen de voornaam wordt gebruikt of een gefingeerde naam, dan moet de volledige naam altijd bij de verslaggever bekend zijn. De chef moet de namen kunnen opvragen. Vermeldt bij anonimisering zoveel mogelijk andere gegevens, indien relevant: leeftijd, beroep, relatie tot het nieuwsonderwerp.

Voor buitenlandse reportages geldt dit ook. Wel kan de chef Buitenland incidenteel oordelen dat in sommige gebieden het onthullen van de identiteit zo gevoelig ligt dat het te veel gevraagd kan zijn om de volledige naam aan de verslaggever te geven. Ook hierbij geldt dat de verslaggever zich moet kunnen verantwoorden en dat er altijd goede redenen moeten zijn om de geïnterviewde anonimiteit te verlenen.

Als een naam gefingeerd of geanonimiseerd is, meldt dit dan zo spoedig mogelijk in het stuk en leg verantwoording af waarom dit het geval is. Maak de lezer deelgenoot van je overwegingen, wees transparant. Door een regeltje aan het einde van het stuk - 'De naam van de x is gefingeerd wegens privacyredenen' - kan de lezer zich belazerd voelen.

Privacy als reden is te algemeen. Probeer zoveel mogelijk te concretiseren. 'X is niet gemachtigd om uitspraken tegen de pers te doen (in het geval van officials)'; 'X vreest represailles van de maffia of uit de moslimgemeenschap' of 'X wil niet met zijn echte naam in de krant uit vrees dat zijn ziekte later tegen hem werkt bij sollicitaties'.

Bij grote producties waarvoor verschillende anonieme bronnen zijn gebruikt, verdient een apart kader met een uitgebreide verantwoording de voorkeur. Wanneer er voor het eerst anonieme bronnen worden opgevoerd, wordt al verwezen naar het kader ('zie kader voor verantwoording bronnen').

Wanneer anonieme bronnen worden geraadpleegd in een moeilijk doordringbare wereld en bij complexe onderwerpen verdienen twee paar ogen en oren de voorkeur om de geloofwaardigheid en belangen van bronnen beter te kunnen inschatten, en om een tunnelvisie te voorkomen.

Resumerend komen we dan op deze vijf geboden:

1 De Volkskrant gebruikt in principe geen anonieme bronnen, tenzij de ondervraagde aannemelijk kan maken dat hij disproportionele schade ondervindt als zijn naam bekend wordt.

2 Als een bron geanonimiseerd wordt (door de naam af te korten of een gefingeerde naam te gebruiken) wordt dat direct gemeld, op het moment dat de bron voor het eerst in de tekst opduikt, met de reden erbij.

3 De reden wordt zo concreet mogelijk gemaakt. Een beroep op de privacy is niet voldoende.

4 De echte namen zijn altijd bij de verslaggever en de chef bekend. De chef bepaalt uiteindelijk of anonimisering verantwoord is.

5 Bij gevoelige primeurs of beeldbepalende stukken zijn de echte namen ook bij de hoofdredactie bekend.

Wederhoor aanscherping (november) 2015

Zonder wederhoor geen verhaal

Bij journalistiek de mogelijk zeer beschadigend is voor betrokkenen is chirurgische precisie en zorgvuldigheid vereist. Wederhoor is essentieel bij dergelijke verhalen. Lezers die een eenzijdig verhaal krijgen voorgeschoteld, wantrouwen de krant en voelen zich beledigd in hun intelligentie.

Een goede opzet van het werk voorkomt dit: het verzamelen van de beschuldigingen/bewijzen/getuigenissen die de ene kant op wijzen is slechts eenderde van het werk. Het volgende derde deel is het verhaal van de andere kant, de wederhoor dus. Auteur en lezer hebben dit heel hard nodig om te begrijpen wat er is gebeurd en om in te schatten hoeveel er waar is van de beschuldiging. Krijg je het verhaal van de andere kant niet rechtstreeks, rust dan niet voordat je de hele zaak toch vanuit het andere perspectief hebt kunnen bekijken, desnoods aan de hand van eerdere uitingen of getuigenissen van derden.

Het derde en laatste deel is het inschatten en opschrijven. Nu pas wordt besloten vanuit welk perspectief het verhaal wordt verteld: het perspectief van het slachtoffer of de helicopterblik? En wat is de beste vorm die hierbij past? Een interview met het vermeende slachtoffer/ klokkenluider? Of zijn diens waarnemingen zo twijfelachtig dat een reconstructie de meest geschikte vorm is? Bij de presentatie van het materiaal neemt de krant idealiter een helikopterpositie in: dit is de beschuldiging, dit het verweer, en dit zijn de omstandigheden/aanwijzingen die ons helpen het verhaal te plaatsen.

Neem ruim de tijd voor wederhoor en verwerking

Om een evenwichtige benadering mogelijk te maken, moet wederhoor ver voor publicatie plaatsvinden. Immers, deze essentiële bouwsteen van het verhaal heeft grote invloed op de keuze van het journalistiek perspectief: koele analyse of persoonlijk relaas? Er is ook een juridische noodzaak: bij alle gedoe met advocaten en kort gedingen omtrent eigen onthullingen blijkt het ruim en bijtijds gelegenheid bieden tot wederhoor essentieel in de ogen van de rechter. We staan dus een stuk sterker als we dat correct hebben gedaan. Drie dagen voor beoogde publicatie is een redelijke termijn, maar bij ingewikkelde publicaties en zware beschuldigingen is een langere periode nodig. De precieze periode hangt af van omstandigheden, maar we moeten hoe dan ook de beschuldigde in staat stellen een serieus verweer te geven. Later dan een etmaal voor publicatie is in alle gevallen onwenselijk.

Leg ook het gehele stuk voor
Uiteindelijk wordt ook het hele verhaal aan de betrokken partij voorgelegd. Ze zullen vast gaan steigeren en soms advocaten op ons dak sturen, maar in dit soort reacties zit vrijwel altijd ook nuttige kritiek, die ons voor journalistieke fouten en juridische kwetsbaarheid behoedt. Laat ze proberen vóór publicatie zoveel mogelijk gaten in je stuk te schieten, daar wordt je stuk alleen maar beter van. Niets vervelender voor de auteur (en zeker ook voor de krant) dan wanneer we achteraf moeten rectificeren of de Ombudsvrouw de benadeelde partij gelijk moet geven.

Vermijd tijdsdruk

Bij de meeste onderzoeksjournalistiek kunnen we zelf bepalen wanneer het in de krant komt. Vermijd zelf opgelegde tijdsdruk, zoals het voornemen iets in de zaterdagkrant te krijgen of een belofte aan een beschuldigende partij dat iets snel in de krant komt. Dat soort overwegingen mag nooit leiden tot veronachtzaming van bovenstaande drie punten. Wij stellen publicatie liever uit dan dat we in haast fouten maken. Als de beschuldigde partij extra tijd nodig heeft, kunnen we dat dus bieden, tenzij we zeker weten dat degene helemaal niet van plan is te antwoorden en alleen maar probeert publicatie te traineren door tijd te vragen. Dat betekent dat we bij een uitgezette vraag die die dag niet wordt beantwoord, niet toch publiceren en volstaan met de zin 'was niet bereikbaar voor commentaar'. Terecht vragen lezers zich dan af of we wel ons best hebben gedaan, en waarom we niet hebben gewacht tot we wel wederhoor kregen.

Bij 'geen commentaar': leg het goed uit aan de lezer en zoek vervangende wederhoor

Het komt ook voor dat beschuldigde partijen echt geen commentaar willen geven. Dan moeten we aan de lezer duidelijk maken dat we herhaaldelijk hebben verzocht om een reactie, maar die niet hebben gekregen. En we moeten op zoek naar vervangende wederhoor, bijvoorbeeld eerdere uitspraken van de beschuldigde (mens of instantie) in een interview, in een rechtszaak, op sociale media, uitleg van mensen om de beschuldigde heen, notulen uit de Tweede Kamer waar partijen spreken over beschuldigde, enz. Je kunt bij ontstentenis van zegslieden ook al veel bereiken door als auteur een denkwijze samen te vatten, of uit te leggen waar een bepaalde wet/maatregel/ instelling oorspronkelijk voor bedoeld was. Geeft beschuldigde een heel formeel en nietszeggend weerwoord, breng dat dan, maar vul het aan met bovengenoemde zaken. Het gaat ons er niet om formeel te voldoen aan regels van wederhoor, wij willen als krant het hele verhaal vertellen. De lezers zijn nieuwsgierig naar alles wat de zaak begrijpelijker maakt, dus rusten we niet tot we alle perspectieven hebben.

Blijf bij snel handelen zorgvuldig

Het nieuws dwingt ons soms tot grote haast. Doorloop dan zoveel als mogelijk toch alle bovenstaande stadia. Alleen bij overmacht mogen we ons toevlucht nemen tot formuleringen als 'niet bereikbaar voor commentaar'.

De code van Bordeaux

De International Federation of Journalists heeft tijdens een congres in Bordeaux in april 1954 negen punten geformuleerd die als standaard kunnen dienen voor het beroepsgedrag van journa-listen. De negen punten van de Code van Bordeaux, die een indicatie geven voor oprecht en eerlijk journalistiek gedrag, zijn:

1. Eerbied voor waarheid en voor het recht van het publiek op waarheid is de eerste plicht van de journalist.

2. Bij het nakomen van deze plicht zal de journalist opkomen voor de volgende twee beginselen: vrijheid in verantwoord bijeenbrengen en publiceren van nieuws, en het recht van fair commentaar en kritiek.

3. De journalist doet zijn berichtgeving alleen berusten op feiten waarvan hij de bron kent. Hij zal wezenlijke informatie niet achterwege laten en geen documenten vervalsen.

4. Bij het verkrijgen van nieuws, foto's en documenten zal hij op faire wijze te werk gaan.

5. Hij zal bereid zijn elke verstrekte informatie die schadelijk onnauwkeurig blijkt, op royale wijze recht te zetten.

6. Hij zal het beroepsgeheim in acht nemen ten aanzien van de bron van in vertrouwen verkregen informatie.

7. De journalist zal zich bewust zijn van het gevaar dat discriminatie wordt bevorderd door de media, en zal al het mogelijke doen om te vermijden dat dergelijke discriminatie wordt verge-makkelijkt, die gebaseerd is op onder andere ras, sekse, seksuele voorkeur, taal, godsdienst, politieke of andere opvattingen, en nationale of sociale afkomst.

8. Hij zal als ernstige journalistieke vergrijpen beschouwen: plagiaat, laster, smaad, belediging en ongegronde beschuldigingen; het aanvaarden van steekpenningen in welke vorm dan ook, tot het verrichten van of achterwege laten van enige publicatie.

9. Iedere journalist die deze aanduiding waardig is, beschouwt het als zijn plicht bovenstaande beginselen oprecht in acht te nemen. Artikel 9 verwijst verder naar de noodzaak van tuchtrechtspraak. Die bestaat in Nederland niet. Wel is er de Raad voor de Journalistiek.

Gedragscode NGVH

Het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren heeft in 1995 op basis van de Code van Bordeaux een gedragscode geformuleerd. Deze code is tot op heden nooit formeel van kracht geworden. Wel wordt deze code door de Raad voor de Journalistiek gebruikt als referentiekader. Hij is er als onafhankelijke instelling niet aan gebonden.

Deze code bevat zeven richtlijnen:

1. De journalist beschouwt een deugdelijke publieke nieuwsvoorziening als een algemeen belang van de eerste orde. Ten behoeve daarvan geeft hij via zijn medium informatie door, die bestaat uit feiten, meningen en/of beelden. Daarbij neemt hij de werkelijkheid, zoals hij die aantreft en waarneemt, als uitgangspunt.

2. Bij het verzamelen, vormgeven en doorgeven van informatie komt de journalist vrijheid en onafhankelijkheid toe; een onbelemmerde nieuwsgaring is daartoe een primaire maatschappelijke voorwaarde. Op zijn beurt gaat de journalist bij zijn berichtgeving, ook in maatschappelijk opzicht, zorgvuldig en integer te werk.

3. De journalist verwerpt: - het aannemen van materiële of immateriële vergoedingen die bedoeld zijn berichtgeving te beïnvloeden, te bevorderen of tegen te gaan; - het opzettelijk onjuist, onvolledig of niet weergeven van beschikbare informatie, die voor een goede publieke nieuwsvoorziening relevant is; - het bedrijven van informatievervalsing of andere vormen van misleiding; - het in berichtgeving uiten van ongegronde beschuldigingen; - het misbruik maken van zijn positie als journalist.

4. De feiten, meningen en/of beelden die de journalist weergeeft, berusten uitsluitend op eigen waarneming of op bronnen die hem bekend zijn en die hij betrouwbaar acht. De journalist zal overeengekomen vertrouwelijkheid van deze bronnen respecteren en zoveel als in zijn vermogen ligt garanderen. Hij past hoor en wederhoor toe waar dit geboden is voor het verwerven van de feiten. Hij past eveneens hoor en wederhoor toe om niet door het algemeen belang gerechtvaardigde eenzijdigheid in berichtgeving te voorkomen.

5. In beginsel maakt de journalist zich bij het verzamelen van informatie als zodanig bekend. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt wanneer informatie die het algemeen belang dient, alleen op een andere manier kan worden verkregen.

6. De journalist ontziet de privacy van slachto¿ ers, nabestaanden, patiënten, verdachten, veroordeelden en eventueel anderen door de algemene herkenbaarheid van betrokkenen in de berichtgeving te vermijden in al die gevallen waarin deze personen onevenredig nadeel van herkenbaarheid zullen ondervinden en voor zover het vermijden van herkenbaarheid niet in strijd is met het belang van een adequate berichtgeving. De journalist hoeft met betrekking tot de privacy geen of minder terughoudendheid te betrachten - indien anders verwarring met anderen kan ontstaan; - indien het nieuwsfeit van dien aard is dat de identiteit van een betrokkene als integrerend onderdeel van de berichtgeving moet worden gezien; - indien een betrokkene in lokale, regionale, nationale of internationale zin geacht kan worden een publieke of bekende persoonlijkheid te zijn; - indien een betrokkene uitdrukkelijk te kennen geeft tegen openbaarmaking van zijn identiteit geen bezwaar te hebben.

7. De journalist van wie blijkt dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan onjuiste berichtgeving, zal op de kortst mogelijke termijn tot een passende rechtzetting overgaan c.q. deze bevorderen. Voorts bevordert de journalist dat een betrokkene die zich door zijn berichtgeving in redelijkheid tekort gedaan voelt, de gelegenheid krijgt binnen de daarvoor door het medium gestelde spelregels te reageren.