De Volkskrant heeft alle kluisters afgeworpen

IN 1946 BESTOND de Volkskrant 25 jaar als dagblad. Er was na vier jaren van proteststaking tijdens de oorlog weinig méér te vieren dan dat het katholieke arbeidersblad weer verscheen én met graagte werd gelezen....

De Volkskrant bestaat 75 jaar, en wil dat weten ook. Elke dag is er het speciale 75-logo. Om de andere week wordt er een nieuw katern gedoopt of herdoopt. En zaterdagavond wordt het boek De metamorfose van een dagblad - Een journalistieke geschiedenis van de Volkskrant van de media- en cultuurhistoricus Frank van Vree aangeboden aan premier Wim Kok tijdens een jubileumconcert in de Utrechtse cultuurtempel Vredenburg. 'Feestelijke kleding wordt op prijs gesteld', vermaant de uitnodigingskaart. Geen overall of tuinbroek dus, liever smoking.

Kan het trotser, zelfbewuster? Nauwelijks. En terecht. De krant blaakt en bloeit als nooit tevoren. Het lijkt wel alsof ze eindelijk de berg heeft bedwongen, na een lange tocht vol dwaalsporen, ravijnranden en ontberingen, en de grazige weiden heeft bereikt. Eindelijk is 'gearriveerd'. Maar waar precies?

Dat is minder duidelijk. In het dunbevolkte land van de 'kwaliteitskranten', zoveel is zeker. Nog minder duidelijk is of de krant nu kan uitrusten, of opnieuw op zoek moet naar vers gras. Dat laatste wil de nieuwe hoofdredacteur Pieter Broertjes. Bij zijn aantreden zei hij dat hij naar wegen wil zoeken om de krant ook voor de 'aanstormende zap-generatie' aantrekkelijk te maken. Maar terwijl hij en zijn nieuwe adjuncts zich het leplazarus werken om dat te bereiken, zijn de eerste geluiden die duiden op een nieuwe richtingenstrijd, al weer hoorbaar: 'We zitten hier goed' 'We moeten deze kant op' 'Ben je gek, die kant' 'Wij willen liever terug'

Dat was de teneur van het artikel, 'Op zaal' - in de speciale bijlage Tussen de linies - De krant & de macht - van Vrij Nederland-redacteur Gerard van Westerloo. Met de woorden 'journalistiek', 'macht' en 'op zaal' hebben we de drie sleutelwoorden te pakken waar het bij de Volkskrant de afgelopen decennia om heeft gedraaid.

Voor wie geïnteresseerd is in de voorgeschiedenis, is De metamorfose van een dagblad onmisbaar. In nauwelijks tweehonderd bladzijden tekst weet Van Vree in grote lijnen de marsroute te reconstrueren die de krant sinds 1945 heeft genomen.

Dat is knap werk, want persgeschiedenis is altijd tevens maatschappijgeschiedenis. Dat maakt in feite integrale geschiedschrijving noodzakelijk, hetgeen onmogelijk is. Daarom kiest de ene pershistoricus voor de institutionele aanpak, de andere voor de biografie, en weer een ander voor een gedetailleerde beschrijving van een korte periode. Van Vree heeft een andere weg gekozen: die van een strak opgezette en uitgevoerde studie die nergens al te veel afwijkt van de vooraf uitgestippelde lijn. Die lijn is de politieke (en minder de culturele) ontwikkeling van de krant, en de rol die de redactie hierin speelde.

Gezien de afstand die Van Vree heeft gekozen, kan men niet anders dan bewonderend instemmen met de vaak even geserreerde als trefzekere schetsen die hij geeft van de diverse gedaanteverwisselingen die de Volkskrant heeft doorgemaakt. Dat doet hij met een schaars citaat en nog schaarsere sfeerbeschrijving, maar ook veel duidende zinnen.

Vóór 1940 was de krant 'een manifestatie van het ontluikende zelfbewustzijn van de roomse arbeiders binnen de katholieke zuil'. De eerste kentering kwam na 1945. Hoofdredacteur Lücker vernieuwde de krant in journalistiek opzicht; KVP-leider en staatkundig hoofdredacteur Romme, 'bedreef politiek met de Volkskrant en bezorgde de krant gewicht in brede maatschappelijke kringen'.

De tweede breuk begon met het Tweede Vaticaans Concilie. 'De culturele revolutie die de kerk zo vroeg beroerde, hield niet op bij de vernieuwing van het geloof, maar barstte naar alle kanten door. In enkele jaren wist de Volkskrant zich te ontpoppen als de krant waar de nieuwe politieke cultuur vorm kreeg.' Maar toen! Toen kwam die metamorfose tot 'progressief dagblad', waarvan in de boektitel sprake is.

Na de jaren zestig, die tijd van 'creativiteit en optimisme', concludeert Van Vree, 'moeten de jaren zeventig worden opgevat als de periode van ontaarding, waarin verkrampt en vaak tegen beter weten in werd vastgehouden aan de illusie van een alomvattende verandering. (. . .) Uiteindelijk werd het roer op tijd omgegooid'.

De derde en laatste kentering begon na de 'ontgoocheling' over de komst van het kabinet-Van Agt/Wiegel in 1977 en werd aangevuurd door de charismatische adjunct Jan Blokker: terug naar het midden, terug naar 'de journalistiek'. Die terugkeer is nu definitief. En de vraag is: wat nu? Als de aanbieding van het boek zaterdagavond in Utrecht, het geografisch middelpunt van Nederland, aan Wim Kok, 'de premier van alle Nederlanders', een symbolische boodschap heeft, dan deze: de Volkskrant wil voortaan ook voor alle Nederlanders zijn.

Daarmee heeft de krant het summum van emancipatie bereikt. Met de katholieke arbeiders uit de kluisters van de arbeid naar de witteboordenwereld van de vooruitstrevende middenklasse. Uit de kluisters van de orthodoxe kerk naar de religieuze en culturele vrijzinnigheid. Uit de kluisters van de politieke progressiviteit naar de voor-elk-wat-wils-wereld van het postmodernisme, inclusief de sociaal-economische behoudzucht en morele bezorgdheid die deze wereld inmiddels ook rijk is.

In deze succesvolle bevrijdingsgeschiedenis passen alleen die verrekte jaren zeventig niet, toen de krant bijna kapseisde onder de last van de getuigenisjournalistiek van de als redacteur vermomde actievoerders met hun, in de woorden van Blokker, 'zelfgebreide denken' over de revolutie en de maakbare samenleving. Voor Van Vree eindigde deze 'ontaarding' met de zeer eenzijdige verslaggeving in 1980 van de inhuldiging van koningin Beatrix, die 'poppenkast' van de 'politieke elite' in de Nieuwe Kerk, en de 'kroningsveldslag' daarbuiten.

Ter redactie heerste naderhand, aldus Van Vree, 'niet alleen zelfkritiek, maar ook schaamte. En dat was begrijpelijk.' Bij de huidige hoofdredactie en de meeste redacteuren lijkt die schaamte nog steeds te heersen. 'We gingen ver, (. . .) onbegrijpelijk ver', zegt nu een van hen.

Dat nu vind ik enigszins 'onbegrijpelijk'. Woorden als 'ontaarding' en 'schaamte' hebben een sterk normatief karakter. Ze verklaren niet veel. Hoe deze 'aberratie' ontstond en wie deze mogelijk maakte, wordt niet precies duidelijk, ook al zijn de hoofdmoot van het boek én de titel eraan gewijd. Zich bewust van de complexiteit van het historische proces plaatst Van Vree de Werdegang van de Volkskrant in de ruimere religieuze, maatschappelijke, politiek-culturele en last but not least economische ontwikkelingen. Zijn conclusie: ze weerspiegelde én beïnvloedde deze ontwikkelingen.

Dat blijft aan de vage en dus onbevredigende kant. Niet dat Van Vree de factoren die aard en uiterlijk van de krant hebben beïnvloed, niet noemt. Dat doet hij wel degelijk. De partijpolitieke aspiraties van Romme tot Lindner, de vernieuwing in de katholieke kerk, de behoefte van de KVP en de vakbeweging aan expansie buiten de krant om, de commerciële drijfveren achter het laten vallen van de ondertitel 'Katholiek dagblad voor Nederland' en het lanceren van al die katernen, de 'matiging' (of zelfcensuur) inzake katholieken, Israël en koningshuis na abonnees vretende rellen en rechtszaken. Maar ze worden los van elkaar genoemd, niet met elkaar in verband gebracht in een verklarende slotbeschouwing.

Zo is het beeld dat bij stukjes en beetjes oprijst, dat van een wassende rivier die, al meanderend door het landschap, hier eens van koers werd veranderd door een boomstronk, maar daar zelf de oevers verlegde. Dankzij de soepelheid en stuurmanskunst van de hoofdredactie groeide de rivier uit tot een brede stroom. Alleen in die 'verpolitiekte' jaren zeventig trad die rivier, de redactie, buiten haar oevers.

M AAR is dit tamelijk harde oordeel over de 'ontaarding' van 'de redactie' niet wat eenzijdig? Was hoofdredacteur Van der Pluijm niet zelf, uit onmacht en overtuiging, de initiator van al die democratisering? Dat het aannemen van nieuwe redacteuren een van de belangrijkste instrumenten van een hoofdredactie is, blijft ongemeld. En belangrijker, wordt 'de redactie' niet te veel als een zelfstandige actor opgevoerd? 'Man glaubt zu schieben, aber wird geschoben', blijft een nuttig adagium voor elke historicus. En, allerbelangrijkst, wordt bij dit oordeel niet te zeer het doel uit het oog verloren waarom de krant überhaupt werd opgericht?

Het doel van de eerste hoofdredacteur Vesters was in 1921 niet 'een leuk krantje maken', maar om de eigen aanhang een eigen identiteit te geven en vooral om een politiek instrument te hebben om die eigen aanhang meer macht te geven. Dat doel is soms meer, soms minder, maar nooit helemaal afwezig geweest. 'Er is eigenlijk altijd de neiging geweest het politieke spel mee te spelen', zo wordt Bas de Gaay Fortman geciteerd.

Waarom het 'van geheel andere orde' was dat de Volkskrant in de jaren zeventig - na de kortstondige liefde voor de PPR - een 'PvdA-kaderkrant' werd, legt Van Vree niet uit. Dat is wat vreemd, want de verwevenheid met de politiek was kenmerkend voor de verzuilde, maar ook voor de andere kranten, of ze nu 'vrij en onverveerd' of 'Lux et Libertas' in het logo hadden staan of niet.

Zo bezien was de Volkskrant in 1977, toen ze 'meeformeerde' aan het tweede kabinet-Den Uyl, dichter dan ooit bij het doel dat de in 1973 door directie en (hoofd-)redactie alom toegejuichte 'identiteitsverklaring' zo verwoordde: de krant wil 'vooruitstrevend zijn en vooral opkomen voor verdrukten en ontrechten. (. . .) In het bijzonder beoogt zij ontwikkelingen te bevorderen, die een belofte inhouden voor een menswgageerdheid, maar die verklaring, die nooit is herroepen, vereiste die zelfs min of meer. Als schaamte nodig is, zou die dus eerder over het mislukken van die poging tot politieke beïnvloeding moeten gaan. Maar het einde van de verzuiling en het politieke engagement worden nu als tekenen van onafhankelijkheid en vrijheid geprezen. De keerzijde is dat de krant onbelangrijker is geworden, ja, dat de ontzuiling zelfs 'een ramp in disguise voor de journalistiek' (H.J. Schoo) is genoemd.

Het kan dus verkeren. Dat geldt niet alleen voor de Volkskrant, dat geldt voor heel Nederland. Dat leidt tot de vraag wie meer is veranderd. Een voorbeeld. In een van die jaren van 'ontaarding', 1975, werd de krant van NVV-zijde juist 'halfhartigheid' verweten en werd in die kringen onverholen nostalgie geuit naar de tijd dat men met Het Vrije Volk nog over 'een eigen spreekbuis' beschikte. Ook door NVV-voorzitter Wim Kok, nu premier van alle Nederlanders.

Het kan verkeren, en daar is weinig mis mee. Kranten die koppig 'zichzelf' bleven, verzetskranten 'van één generatie' zoals Het Parool, of strijdorganen 'voor één doel', zoals De Waarheid of Het Vrije Volk, hebben de strijd verloren. De Volkskrant heeft gewonnen, juist omdat ze zich voortdurend flexibel wist aan te passen aan 'de tijdgeest'.

Zoals de zeilen zich de kracht wanen die het schip voortstuwt en vergeten dat het de wind is, zo mag de Volkskrant ook niet vergeten dat ze niet louter op de kracht van eigen ideaal en eigen ontgoocheling is geworden tot wat ze nu is. Het was ook, en misschien wel vooral, de wind der omstandigheden - van boven en buiten geëntameerde vernieuwingen - die de krant telkens dwong de bakens te verzetten. De krant was per saldo toch meer volgend dan initiërend.

Het woord 'metamorfose' zou ik daarom niet in de titel hebben gezet. Wel het woord 'emancipatie' en zeker het woord 'aggiornamento'. Met deze term omschreef paus Johannes XXIII de vernieuwingen die noodzakelijk waren om de kerk 'bij de tijd' te brengen: opruiming van alles wat achterhaald is en recht laten wedervaren aan moderne waarden. Aggiornamento - daar was Lücker mee bezig op het terrein van de journalistiek, na hem Van der Pluijm op het terrein van de interne democratie, en Lockefeer op het terrein van de organisatie en redactionele uitbouw tot 'kwaliteitskrant'. En, gezien zijn zorg om 'de aanstormende zap-generatie', is Broertjes er niet minder hard mee bezig.

75 Jaar de Volkskrant is 75 jaar aggiornamento.

Henri Beunders

Frank van Vree: De metamorfose van een dagblad - Een journalistieke geschiedenis van de Volkskrant.

Meulenhoff; 239 pagina's; ¿ 39,90.

ISBN 90 290 5379 8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden