reportagearmando in voorlinde

De vlag, het wiel, de ladder en natuurlijk het schuldige landschap – dat is Armando

Hij grossierde in talenten, maar schilder, beeldhouwer, dichter, violist, acteur, tv- en filmmaker Armando (1929-2018) was graag professioneel bokser geworden. Als geen ander zou hij zaterdagavond hebben genoten van het muzikale gevecht in de professionele boksring die te zijner ere stond opgesteld in Museum Voorlinden. Sextet Ikarai verklankte er vier ronden van de legendarische ‘Rumble in the Jungle’-bokswedstrijd tussen George Foreman en Muhammad Ali in 1974.

Prinses Beatrix krijgt zaterdagavond een rondleiding in Museum Voorlinden in Wassenaar van directeur Suzanne Swarts en oprichter Joop van Caldenborgh.Beeld ANP

‘Voor Armando stond boksen nog hoger aangeschreven dan kunst’, zegt Suzanne Swarts, directeur van het Wassenaarse museum. ‘Vanwege de strategie, de tactiek, de snelheid. In zijn werk zie je dat fysieke terug: zoals hij met verf en klei smijt, hoe staccato zijn poëzie is, hoe hij in interviews persoonlijke vragen pareert en dan, nonchalant, een klap uitdeelt als afleidingsmanoeuvre.’

Hoewel de kunstenaar hoopte onsterfelijk te zijn, overleed hij op 1 juli, 88 jaar oud. Voorlinden besloot daarom een expositie ter gelegenheid van zijn negentigste verjaardag te vervroegen. ‘Armando genoot enorm van dit museum. Hij hield van het licht en de hoge ruimten’, zegt Swarts. ‘Toen hij hier was, hintte hij: Suzanne, je weet toch dat ik in 2019 90 word? Dat heeft het zaadje geplant. Toen we de afgelopen week de tentoonstelling inrichtten, voelde het alsof Armando dwars door de doeken heen naar ons keek.’

Sinds eind jaren tachtig heeft industrieel Joop van Caldenborgh, de grondlegger van Voorlinden, werk van Armando verzameld; de teller staat op 45 schilderijen en bronzen beelden. Tien dagen voor Armando’s dood bezochten Swarts en Van Caldenborgh hem nog in zijn atelier in Potsdam. De kunstenaar was tot zijn frustratie fysiek weinig mobiel, maar hij bleef schilderen, was nog scherp en humoristisch. ‘We zouden in september met hem doorpraten over de expositie en hem dan zien bij de opening.’

De laatste werkhandschoenen van Armando.Beeld Bart Dirks

In zes zalen toont Voorlinden nu vijftig schilderijen en beelden  vijftien uit de eigen collectie, de overige geleend van musea en particuliere verzamelaars. Bij de banken met uitzicht op het landgoed hangen koptelefoons om te luisteren naar zijn muziek en poëzie. In drie vitrines liggen persoonlijke objecten: de bokshandschoenen die hij had als knaap, zijn viool (hij won in 1995 een Edison) en zijn laatste latex werkhandschoenen. Ze zijn besmeurd met blauwe en grijze verf.

Armando gebruikte geen kwasten, maar kneep de verf direct uit de tube, masseerde het over het doek. Een intiemere vorm van schilderen, even kwetsbaar als trefzeker, is haast niet denkbaar. Dat fysieke zie je ook in zijn bronzen afgietsels: met zijn handen kneedde hij de klei; zijn vingerafdrukken en handgrepen zijn nog duidelijk zichtbaar.

De expositie is niet chronologisch ingedeeld, aangezien veel thema’s in zijn carrière regelmatig terugkwamen. Zoals het begrip ‘schuldig landschap’, landschap dat (in de Tweede Wereldoorlog) getuige is van een gruwelijk voorval, maar niet ingrijpt: de wind blijft gewoon ruisen, de bomen groeien door. Zijn jeugd in de oorlog nabij Kamp Amersfoort vormde zijn leven en zijn oeuvre, maar Armando vond het predicaat ‘oorlogskunstenaar’ verschrikkelijk.

Een bronzen vlag (Fahne) van Armando in Museum Voorlinden.Beeld Antoine van Kaam

En dan zijn er terugkerende symbolen als het wiel (martelwerktuig uit christelijke heiligenverhalen én metafoor voor de cyclische voortgang van de tijd), de ladder (symbool voor opklimmen, waarbij een val nooit ver weg is) en de vlag (symbool van zowel vrijheid, als machtsmiddel om grenzen te markeren). ‘Die dubbelzinnigheid is de kern van zijn blik op de wereld’, zegt Swarts. ‘Voor hem was niets werkelijk zwart-wit. Er is altijd een nuance van grijs. Tegenstellingen als dader en slachtoffer, macht en machteloosheid, schoonheid en kwaad kun je altijd omdraaien. Er is geen harde scheidslijn.’

In de zesde en laatste zaal komen wiel, ladder en vlag samen in grote, krachtige doeken en bronzen beelden in zwart, wit en grijs. Slechts op één bescheiden doek, Fahne III uit 1981, liet hij ook rode verf toe. ‘Voor mij is de kleur rood de mens’, aldus Armando. ‘Het menselijke in de meest abstracte vorm.’

Verklaring

Oppermachtig is, zo verklaar ik,
het raadselachtige, het
onverwachte,
het onberekenbare.
Of is deze bewering te onstuimig, te blind,
te bloeddorstig?
Ja, ik heb het waarlijk verklaard.

Uit de dichtbundel ‘Ze kwamen’ van Armando. Uitgeverij Atlas Contact, 2011.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden