De vijf inspiratiebronnen van toppercussionist Nils Fischer

Een van Europa's beste percussionisten speelt als een latino

Nils Fischer is een van Europa's beste percussionisten en speelt als een latino. Wie waren zijn vijf inspiratiebronnen?

Foto Zahra Reijs

Een blonde Noord-Europeaan die zich bekwaamd had in Latijns-Amerikaanse percussie. Het moet een omgekeerde exotische ervaring zijn geweest voor al die Zuidamerikaanse muziekhelden die Nils Fischer heeft ontmoet. 'En geloof me, ik heb overal rondgeneusd, met zo'n beetje iedereen gespeeld.' Maar nooit heeft percussionist Fischer (48), geboren in Bremen, nu met thuishaven Rotterdam, enige reserve bespeurd bij latingrootmeesters die werden geconfronteerd met die Duitse gast met zijn conga's. Wel was er, zo gauw ze de eerste maten samen speelden, herkenning. 'Alsof je een ver familielid ontmoet hebt.' En erkenning. De eerste keer dat hij met de vermaarde Cubaanse trompettist Alexander Abreu musiceerde, kreeg hij het ultieme compliment. 'Abreu sprak zijn waardering uit en ik ging daar bescheiden overheen met "Och, ik doe wat ik kan." Zei die: "Nee, jij doet het onmogelijke."

Dat gevoel wordt breed gedeeld. De Amerikaanse website Timba.com noemde Fischer een van de belangrijkste percussionisten uit Europa. Hij heeft met zijn band Timbazo twee keer op de long list gestaan voor een Grammy in vier categorieën. Hij speelde op meer dan zestig albums, geeft les aan Codarts - het Rotterdamse conservatorium - en geeft workshops in Europa, Azië en Amerika. En dan heeft Fischer nog tijd om met zijn twee bands - Timbazo en CaboCubaJazz (met medebandleider en toetsenist Carlos Matos) - op te treden.

Terwijl de mogelijkheden om Latijns-Amerikaanse percussie te leren, voor een Bremer jochie van 15, destijds uiterst mager waren. Aangestoken door het drummende vriendje van zijn zus, speelde Fischer dan maar in eerste instantie zo goed hij kon mee met platen.

Maar hij heeft nooit echt de drang gevoeld om dichter bij het salsavuur te gaan zitten en naar Zuid Amerika te verhuizen. 'Ik had het altijd te druk in Nederland met bands zoals Nueva Manteca en Cubop City Big Band. Daarbij had ik het geluk intensief met veel latin legendes te kunnen toeren Rotterdam heeft zoveel muzikanten die van over de hele wereld komen en zoveel verschillende stijlen spelen. Met hen musiceren bevordert je muzikale ontwikkeling. Nee man, als uitvalsbasis is Nederland geweldig.'


Vijf inspiratiebronnen

Grover Washington Jr. - Winelight (1980)
Album van de jazzsaxofonist die bekend stond om zijn warme volle geluid. Zowel het album als de single Just the Two Of Us, met zanger Bill Withers, ontvingen een Grammy.

'Niet écht latin nee; eerder smooth jazz met die saxofoon van Washington die zich loom uitstrekt bij sfeerlicht. Maar wel heel belangrijk voor mijn vorming. Dit was een van die albums waarmee ik mijn eerste stappen zette op het percussiepad. Zat ik daar dan met mijn shakers en woodblock mee te grooven met de plaat, met percussionist Ralph MacDonald, drummer Steve Gadd en bassist Marcus Miller. Het is niet heel moeilijk qua percussie maar het gaat ook om de juiste feel te pakken krijgen. Zelfs in een rustige track als Just The Two Of Us. Er zat helemaal geen masterplan achter hoor. Ik merkte gewoon, ik kan dit spelen en daardoor werd ik er steeds enthousiaster over.'

Irakere - The Best Of (1979)
Legendarische Cubaanse band die in Cuba jazz en latin met elkaar versmolt.

'Toen ik ongeveer zestien was, speelde de beste Cubaanse jazzband bij mij om de hoek. Irakere was een groot orkest met het breedste spectrum aan percussie-instrumenten dat je je kan voorstellen. Niet alleen conga's, timbales en bongo's maar ook van oorsprong Afrikaanse percussie als batá, en abakuá trommels. Daarbij was de band een laboratorium waarin Cubaanse muziek werd gemengd met Noordamerikaanse jazz, funk en zelfs klassieke muziek. Toen ik ze live had gezien probeerde ik thuis de elementaire ritmes uit te vlooien. En als ik het bijbehorende slaginstrument niet had, oefende ik gewoon op mijn borst. Hun percussionist Jorge 'El Niño' Alfonso was een ongeloofelijke groover op zijn vijf conga's. Zo'n slagwerker die lang een levendige én steady puls kan vasthouden. Door naar hem te luisteren heb ik conceptueel heel veel geleerd.'

Jerry Gonzalez - Rumba Para Monk (1988)
Amerikaans bandleider, trompettist/percussionist van Portoricaanse afkomst en een van de kopstukken van de latin jazz. Samen met zijn broer Andy speelde hij een belangrijke rol in de ontwikkeling van het genre.

'Bewaar ik om meerdere redenen warme herinneringen aan. Gonzalez heeft hierop nummers van jazzpianist Thelonious Monk in latin jazz vertaald. Gonzalez speelt zowel trompet als conga maar heeft een andere stijl dan El Niño. Bij hem is het meer traditionele rumba in een jazzcontext. Hij speelde in de jaren tachtig in Hannover. En ik moest er gewoon naar toe. Zat ik daar aan een tafeltje te documenteren met mijn schrijfblok en mijn walkman. Na het concert vroeg ik Gonzalez: "Sorry sir, can I have some lessons tomorrow?" En, je gelooft het niet maar die man heeft me de volgende dag tenminste vijf uur lang les gegeven en wilde er geen cent voor hebben.'

Sérgio Mendes - Brasileiro (1992)
Grootmeester van de met pop gefuseerde Braziliaanse jazz, samba en bossa. Had in de jaren zestig eerst succes in Amerika waarna in een u-bocht Brazilië volgde.

'Ik vind het zo goed hoe Mendes op deze plaat Braziliaanse muziek een innovatieve boost heeft gegeven. Vooral de samenwerking tussen Brazilië en Los Angeles is geweldig goed gelukt; met de Cubaanse Luis Conte op percussie en Jeff Porcaro, van Toto, op drums. Op Sambadouro bijvoorbeeld klinkt dat typische schuifelende sambaritme maar dan cool gespeeld zodat het, met wat slaggitaartjes en toetsen, meteen opschuift naar een soort poppy latin jazz. De composities zijn ongelooflijk sterk en veelzijdig.'

Os Tubarões - Porton D'Nós Ilha (1994)
Een van de populairste groepen in Kaap Verdië die traditionele genres als coladera en funaná speelt.

'Coladera en funaná zijn vrolijk en dansbaar; de andere kant van de Kaapverdische muziek die hier vooral om de melancholieke morna van een zangeres als Cesária Évora bekend is geworden. Als je uit de Cubaanse hoek komt, raak je vertrouwd met vaststaande percussiepatronen die je eerst onder de knie moet hebben voordat je er je eigen draai aan kan geven. Met CaboCubaJazz kwam de connectie met de Kaap Verdische Eilanden. Ik beluisterde dit en hoorde dat de percussionist in aanleg meer vrijheid heeft, omdat er gewoon niet zoveel traditionele vormen zijn. Die manier van van spelen wilde ik ook leren. En ja, ook dit album gebruikte ik vervolgens als lesmateriaal.'