Boekenweek

De vijf beste (historische) Boekenweekgeschenken volgens Onno Blom

Onno Blom selecteerde voor u de vijf beste Boekenweekgeschenken die zijn verschenen sinds 1932.

Onno Blom
null Beeld Querido
Beeld Querido

Boekenweekgeschenken, die de boekverkoper jaarlijks aan zijn klanten cadeau doet, bij aankoop van een bepaald bedrag en zolang de voorraad strekt, verschijnen al vanaf 1932 bij de Stichting CPNB, de Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek. Tijdens de oorlog verschenen ze vier jaar niet. Vanaf De ortolaan van Maarten ’t Hart uit 1984 wordt het Boekenweekgeschenk jaarlijks geschreven door een literaire auteur. Elke door de CPNB uitverkoren schrijver is vrij in onderwerp en stijl – en hoeft zich dus niet te houden aan het Boekenweekthema. De enige eis: dat de tekst redelijkerwijs in 96 pagina’s kan worden afgedrukt (6 katernen van 16 pagina’s). De maat blijkt geen sinecure. Een novelle zit tussen roman en kort verhaal in, tussen tafellaken en servet.

1.

1948 Hella S. Haasse: Oeroeg

Het literaire oer-Boekenweekgeschenk. Verscheen oorspronkelijk zonder de naam van de auteur op het omslag – daar moesten de lezers naar raden. Sommigen hadden het goed, hoewel Haasse slechts een dichtbundel en een theatertekst had gepubliceerd. Mythische beginzin: ‘Oeroeg was mijn vriend.’ Het prozadebuut van Haasse bevatte essentiële thema’s die haar werk én leven tekenden: vriendschap, eenzaamheid, en liefde voor Indonesië, haar land van herkomst. Overigens is Haasse de enige auteur die het Boekenweekgeschenk drie maal heeft geschreven: in 1959 verscheen Dat weet ik zelf niet, een essay ‘over het beeld van de jonge mens in de literatuur’. En in 1994 verscheen Transit, waarin de destijds 76-jarige schrijfster zich met verve verplaatste in een strijdbare, twintigjarige heldin.

2.

1991 Cees Nooteboom: Het volgende verhaal

Cees Nooteboom overkwam wat het leeuwendeel van de Boekenweekschrijvers overkwam: zijn geschenk werd door de vaderlandse critici hardhandig gekraakt. Het virtuoze verhaal van de classicus en reisboekenschrijver Herman Mussert die door Lissabon doolt en op een dodenschip terechtkomt werd hier voor ‘kitsch’ en ‘koud’ versleten, maar heeft voor de Nederlandse literatuur de weg geëffend in het buitenland. Het volgende verhaal werd dáár, om te beginnen in Duitsland door de criticus Marcel Reich Ranicki, juichend ontvangen – en is inmiddels in bijna dertig talen vertaald.

3.

1993 W.F. Hermans: In de mist van het schimmenrijk

Op 3 februari 1993, tegen een uur of twaalf, stapte W.F. Hermans uit een taxi voor het Amstelhotel om aldaar zijn Boekenweekgeschenk tijdens een persconferentie ten doop te houden. Dat was een klein wonder. Hermans was pas uit Parijs gekomen omdat zijn geboortestad hem, nadat hij vanwege een bezoek aan Zuid-Afrika jaren ‘persona non grata’ was geweest, weer in genade had aangenomen. ‘De spons erover!’ In de mist van het schimmenrij, ‘fragmenten uit het oorlogsdagboek van de student Karel R.’, had Hermans grotendeels ontleend aan het typoscript van de roman Argeloze Terreur, dat hij als jongeman tijdens de Tweede Wereldoorlog in bezet Amsterdam had geschreven maar nooit gepubliceerd.

4.

2000 Harry Mulisch: Het theater, de brief en de waarheid

Voor zijn Boekenweekgeschenk liet Harry Mulisch zich inspireren door de acteur Jules Croiset, die vlak voor de Nederlandse première van Fassbinders Het vuil, de stad en de dood zijn eigen ontvoering in scène had gezet om zo de aandacht te vestigen op de gevaren van het antisemitisme. Het theater, de brief en de waarheid, ‘een tegenspraak’, waarin twee toespraken aan de kist van een geliefde worden gehouden die elkaar uitsluiten, is een duizelingwekkende detective waarin een virtuoos spel met de waarheid wordt gespeeld. Freek de Jonge, die op het Boekenbal van 2000 in Carré zou optreden, beviel dat allerminst. Zijn vrouw Hella had dreigbrieven van Croiset ontvangen. Freek kondigde aan om Het theater, de brief en de waarheid te verbranden. Toen hij het podium opliep, waar een hoge brandstapel was gebouwd, riep hij naar de ereloge: ‘Harry, heb je lucifers bij je?’

5.

NIET in 1981 Gerard Reve: De Vierde Man

Het beste Boekenweekgeschenk dat nooit als zodanig verscheen. In 1980 werd Gerard Reve door de CPNB gevraagd om het Boekenweekgeschenk voor het jaar daarop te schrijven. Men had de Volksschrijver om zijn ‘jeugdherinneringen’ gevraagd, maar het propagandabestuur schrok zich kapot van wat Reve instuurde. De Vierde Man is een novelle over een schrijver die een lezing houdt in de stad V, bij een vrouw blijft slapen. ‘En van het een komt het ander.’ De schrijver ontdekt dat drie vorige minnaars van de vrouw haar liefde niet hebben overleefd. Vanwege het ‘fors raketten’, ‘situatie Venusberg’ (ook bij Reve tussen aanhalingstekens) én de expliciete homo-erotische scène achtte het propagandabestuur ongeschikt als Boekenweekgeschenk. Dat werd in 1981 het slaapverwekkende De ronde van ’43 van Henri Knap. De Vierde man verscheen als reguliere uitgave bij Elsevier, werd bejubeld door de kritiek, een bestseller en later succesvol verfilmd door Paul Verhoeven.

Onno Blom publiceerde in 2000 Zolang de voorraad strekt – De literaire Boekenweekgeschenken 1984-2000. Uitgave Stichting CPNB.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden