Take five Tusky

De vijf belangrijkste albums voor de punkrockmannen van Tusky

Hoe kom je een jaar nadat je je debuutalbum hebt uitgebracht al met nieuwe songs op de proppen? Gewoon doorrammen. Vraag maar aan Tusky. Veertien maanden na Rated Gnar baarden de Utrechtse punkrockmannen hun tweede kindje, de ep Love Love Love.

Tusky Beeld Daniel Cohen

Drummer Bas Allein Richir (34): ‘We hebben besloten met deadlines te werken.’

Gitarist Alfred van Luttikhuizen (34): ‘Dat maakt ons de efficiëntste, maar ook de luiste band van Nederland. Want tot vlak voor die deadline doen we weinig tot niets. Wij zijn die scholieren die bij een aangekondigd proefwerk op het allerlaatste moment gaan blokken. Dan moet je wel doorrammen.’

Dat doen ze uitstekend, ook muzikaal. De jongens beschrijven hun vijf nieuwe nummers als ‘punkrocksongs die strakker zijn dan een Speedo-zwembroekje’. Ze hadden al de nodige ervaring.

Alfred van Luttikhuizen en Christoffer van Teijllingen (29) waren tot 2016 gitarist en bassist van John Coffey, hardcorepunkdarlings van Nederland. In een oefenruimte in Utrecht staan Alfred, Christoffer, Bas en gitarist Sjors van Reeuwijk (32), net als Bas voormalig crewmember van John Coffey, klaar om hun nieuwe repertoire te repeteren.

Misschien was die opgeschroefde productiviteit wel een vereiste voor een band met tot voor kort slechts negen nummers. Die zijn in de beste punkrocktradite ook nog eens snel en kort.

Alfred: ‘Redden we een half uurtje liveshow mee. Dat is als je het twee minuten intro van Klaus Wunderlich meetelt.’

Christoffer: ‘En als afsluiter Anita Meyers Why Tell Me, Why.’

Was het geen optie om dan ook wat John Coffey-nummers te spelen?

Christoffer: ‘Hebben we een keer voor de gein gedaan. Maar John Coffey is een afgesloten hoofdstuk.’

Als je vraagt waarom de band eigenlijk uit elkaar ging, antwoordt Van Luttikhuizen discreet: ‘Iedereen had andere prioriteiten. De koek was op.’

Bij Bas en Sjors, als crewmembers altijd in de periferie van John Coffey, ging het toch weer kriebelen. Ze benaderden hun maten en het sloeg aan.

Christoffer: ‘Nu wordt elk idee van elk bandlid goed ontvangen. Dat was bij John Coffey lang niet altijd het geval.’

Ze zijn er klaar voor. Vandaag het oefenhok, morgen de wereld. Of wacht. Er gaan stemmen op om eerst pizza’s te bestellen. Tijd zat, toch?

Foo Fighters – There Is Nothing Left to Lose (1999)

Derde album van de rockband van voormalig Nirvanagitarist Dave Grohl.

Christoffer: ‘Ik was 9 of 10 en ik wilde eigenlijk de laatste Nirvana hebben. Maar de verkoper haalde me over dit album te kopen. Nooit spijt van gehad. Voor mij is het de eerste keer dat Foo Fighters op plaat als een hechte band klinkt. Hij heeft alle ingrediënten die je van een rockplaat kunt wensen, van jazzy gitaarriffjes en ruige, maar melodieuze dingen tot keihard gebeuk. Typisch zo’n plaat die verbonden is aan een tijdperk. Het geeft me altijd een verliefdheidsgevoel en doet me denken aan vakanties uit het verleden.’

Norma Jean – Bless the Martyr and Kiss the Child (2002)

Debuutalbum van een metalcoreband uit Atlanta (Georgia), waarop grunts worden ondersteund door gitaar- en drumsalvo’s.

Sjors: ‘Na mijn middelbare school en mijn skatepunkperiode richtte ik me op metal. Ik was gek van Metallica, maar nadat ik dit had gehoord was ik meteen verkocht. Grof, heftig, helemaal goed. Ik kan me helemaal verliezen in de lange stukken vol georganiseerd gitaargruis. Een nummer als Memphis Will Be Laid to Waste is over de 15 minuten. Je kunt wel zeggen dat ik nogal door ze ben beïnvloed. Ik speelde altijd een gitaarriffje van hen als opwarmertje. Dat is uitgegroeid tot ons nummer Jawbreaker.’

The Chariot – Long Live (2010)

Vierde album van de metalcoreband uit Douglasville (Georgia). Na het debuutalbum van Norma Jean sloot diens zanger Josh Scogin zich aan bij The Chariot.

Alfred: ‘Je merkt meteen wat van de chaos die Scogin inbracht in de liedjes. Nou ja, ‘liedjes’, het is meer noise, maar elk stukje daarvan heeft zijn nut, wat ook waanzinnig vet was. Scogin had John Coffey opgemerkt en liet via via weten dat hij ons tof vond. Nu is Scogin de Bruce Springsteen van de metal underground. Dus toen we met John Coffey een keer in het voorprogramma van The Chariot mochten spelen, voelden we ons de coolste jongetjes van de wereld.’

Faith No More – King for a Day... Fool for a Lifetime (1995)

Het vijfde en gevarieerdste album van de Amerikaanse rockband, dat aan een extreme vorm van genrehopping doet.

Bas: ‘Ik was 14, speelde in een punrockbandje en een vriendje zei: ‘Hier, moet je luisteren.’ Ik vond het in eerste instantie vooral heel raar. Het ging alle kanten op en was muzikaal veel ingewikkelder dan ik gewend was. Maar nu? Ik krijg nog steeds kippenvel als ik The Gentle Art of Making Enemies hoor. Het is alsof die gasten hadden afgesproken: we doen alles wat we kunnen en doen het supergoed. Van de bossanova in Caralho Voador tot de gospel in Just a Man.’

Turnstile – Time & Space (2018)

Tweede album van de jonge Amerikaanse hardcorepunkband uit Baltimore.

Sjors: ‘Op alle platen die we gekozen hebben, hebben de muzikanten zichzelf uitgedaagd’

Bas: ‘Je kan zeggen: ik zit in een punkrockbandje, ik ga lekker punkrock maken, maar dat doen al zoveel.’

Alfred: ‘Turnstile is fris, maakt ook lompe hardcore, maar toch anders. Ze hebben atypische koortjes en drums die heel breed klinken met veel galm. Je mag wel zeggen dat ze een oud genre nieuw leven hebben ingeblazen.’

Christoffer: ‘Binnen het format van hardcore wordt al zo veel nagedaan.’

Alfred: ‘Dan heeft gitaarmuziek een bandje als Turnstile hard nodig. Een genre waar 90 procent gewoon kut is.’

Tusky - Love Love Love (V2 Records)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.