Boekrecensie Tegen terreur

De vijand van gisteren kan de bondgenoot van morgen zijn, leert het boek van Beatrice de Graaf ons (drie sterren)

Uit de vredesregeling die na de Napoleontische oorlogen werd getroffen, zijn belangrijke lessen te trekken, betoogt Beatrice de Graaf.

Napoleon. Beeld Max Kisman

Hoe spijtig is het dat de deelnemers aan de vredesconferentie in Versailles, die in januari 1919 begon, zich tevoren niet grondig hebben verdiept in de vredesregeling die ruim honderd jaar eerder na de Napoleontische oorlogen werd getroffen. Dan hadden ze geweten dat je de verslagen vijand niet nodeloos moet vernederen. Dat herstelbetalingen er niet op gericht moeten zijn de wederopstanding van die vijand te verhinderen. En, last but not least, dat de vijand van gisteren de bondgenoot van morgen kan zijn. Als die basale lessen ter harte waren genomen, zou de vrede van 1919 mogelijk minder broos zijn geweest en zou Adolf Hitler – gesteld dat we ooit van hem hadden gehoord – geen argumenten aan ‘Versailles’ hebben kunnen ontlenen.

Nog steeds mag het Congres van Wenen, het kernstuk van de orde die na 1815 ontstond, zich niet in een grote – laat staan in een positieve – belangstelling verheugen. Het staat te boek als het begin van een periode die vaak als ‘de restauratie’ wordt aangeduid: een terugkeer naar de (autoritaire) verhoudingen van de tijd vóór de Franse Revolutie. Of als het begin van ‘het tijdvak tussen de revoluties: die van 1789 en die van 1830 en 1848. Daarmee wordt het Congres van Wenen – en de andere vredesconferenties die na de Napoleontische oorlogen werden belegd – geen recht gedaan, meent Beatrice de Graaf, hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen aan de Universiteit Utrecht. Met haar kloeke boek Tegen de Terreur (‘Hoe Europa veilig werd na Napoleon’) heeft zij het eerherstel van de vrede van 1815 ter hand genomen.

De Graaf zelf lijkt ook enigszins te zijn verrast door de mildheid die de Fransen, aanstichters van de oorlogen waar Europa bijna een kwart eeuw onder heeft gezucht, nadien ten deel is gevallen. Zeker na de ‘eerste vrede’, die van 1814. Napoleon werd overgebracht naar Elba, waarover hij als soeverein vorst mocht regeren, en Frankrijk behield zijn grenzen van 1792, vrijwel al zijn koloniën en vrijwel alle kunstschatten die het de voorgaande jaren had geroofd – de Quadriga, de strijdwagen met vier paarden, op de Brandenburger Tor in Berlijn uitgezonderd. Charles-Maurice de Talleyrand, die alle regimes tussen Lodewijk XVI en Louis Philippe heeft gediend, werd als deelnemer aan het Congres van Wenen uitgenodigd. Ook in dit opzicht onderscheidt ‘Wenen’ zich wezenlijk van ‘Versailles’: daar mochten de overwonnen Duitsers alleen hun handtekening bij het kruisje zetten.

Beeld rv

Beatrice de Graaf: Tegen de Terreur – Hoe Europa veilig werd na Napoleon

Prometheus; 536 pagina’s; € 27,50.

In 1815, na de terugkeer van Napoleon in Frankrijk en diens definitieve nederlaag bij Waterloo, scherpten de geallieerde mogendheden de vredesvoorwaarden weliswaar aan, maar bleef het beginsel intact dat het post-Napoleontische Frankrijk – onder leiding van de Bourbon-koning Lodewijk XVIII – als bondgenoot moest worden behandeld.

Die geest van verzoening werd vooral belichaamd door de Russische tsaar Alexander I (‘laten we geen wraak en rancune Frankrijk binnendragen’) en Arthur Wellesley, de eerste hertog van Wellington – overwinnaar van Waterloo en spil van de Geallieerde Raad, die de regie voerde over de ‘debonapartisering’ van Frankrijk: de verwijdering van de mentale residuen van het regime van Napoleon. Wellington slaagde erin de Franse ressentimenten te temperen (al ontsnapte hij wel aan een klungelig uitgevoerde moordaanslag) en hij wist Pruisen ervan te weerhouden zich op Frankrijk te wreken. Tezelfdertijd trof hij maatregelen die Europa moesten beschermen tegen herleving van de Franse agressie en revolutionaire terreur – het schrikbeeld van zijn tijdgenoten.

Beatrice de Graaf vertelt het verhaal van de wijze vrede van 1815 op een onbevangen manier. Zij probeert de bronnen voor zichzelf te laten spreken en laat zich niet te veel afleiden door de kennis van nu. Tezelfdertijd lijkt ze soms te verdrinken in alle interessante documenten die zij heeft ingezien, en wil zij de lezer niets van al dit heerlijks onthouden. Die lezer voelt zich daardoor soms wat overvoerd. Bijvoorbeeld als De Graaf uitweidt over de negentiende-eeuwse percepties van het begrip ‘machtsevenwicht’, of over de vaststelling van de herstelbetalingen die Frankrijk werden opgelegd. Ze heeft haar fascinatie voor het onderwerp te veel in volledigheid tot uitdrukking willen brengen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.