De verslavende poëzie van Joseph Brodsky samen in magistrale bundel

De droge, complexe, verslavende poëzie van Sovjetrebel Joseph Brodsky is verzameld in een magistrale bundel, waaraan Nederlands beste vertalers Russisch hebben meegewerkt. Zonder opvolgers wacht die vertaalcultuur de ondergang. Dat maakt Brodsky's werk voor Nederland des te relevanter.

Brodsky's biografie zou een goudmijn kunnen zijn voor een dichter. Als 2-jarige overleeft hij de eerste hongerwinter van de Leningradse blokkade, waarna hij met zijn moeder wordt geëvacueerd en twee jaar in omstandigheden leeft die waarschijnlijk net iets beter zijn dan de hel van Leningrad. Zijn vader is militair, keert pas in 1948 terug naar zijn gezin en is ongetwijfeld getraumatiseerd door de oorlog. Het Joodse gezin beleeft dan de antisemitische campagnes van de late Stalintijd. Brodsky deugt niet, maakt zijn school niet af, werkt in fabrieken en als manusje van alles op geologische expedities. Hij begint te dichten en vestigt de aandacht op zich van liefhebbers, maar ook van de KGB. Zijn interesse voor het Westen is groot, hij verbergt dat onvoldoende, wordt gearresteerd en weer vrijgelaten.

Zijn poëzie is nooit openlijk politiek, maar zijn volstrekt onafhankelijke houding en zijn mentaliteit, die - en dat is een understatement - fundamenteel onproletarisch is, werd penibel. In 1964 wordt hij veroordeeld tot dwangarbeid vanwege 'sociaal parasitisme', omdat hij de dichtkunst beoefende zonder daarvoor van staatswege te zijn gemachtigd. Die rechtszaak en veroordeling is van een zo grote stupiditeit, dat ze, ook in retrospectief, blijft verbazen. In de Sovjet-Unie ontstonden er publieke protesten tegen het vonnis, van populaire schrijvers als Kornej Tsjoekovski, Samoeil Marsjak, Konstantin Paustovski en zelfs van muziekpatriarch Dmitri Sjostakovitsj. De regering in Moskou raakte in zodanige verlegenheid, dat ze het vijfjarige vonnis negeerde en Brodsky na één jaar vrijliet. Het Brodsky-proces maakte ook duidelijk dat de tijden waarin dichters in de Sovjet-Unie vanwege een enkel gedicht werden vermoord (zoals in het geval van Mandelstam) voorbij waren en dat de Sovjetautoriteiten weliswaar nog intellectuelen wensten te onderdrukken, maar de rauwe passie daarvoor al misten.

Beeld Getty Images

In 1972 wordt Brodsky aangespoord het land te verlaten. Hij vertrekt eerst naar Europa en later naar de Verenigde Staten, dat zijn tweede vaderland zal worden. Hij laat zijn hele leven in de Sovjet-Unie achter, zijn ouders, vrienden, zijn vriendin en hun kind, en nog een kind dat hij had verwekt bij een andere vrouw. In de VS groeit zijn wereldwijde reputatie die hem uiteindelijk in 1987 de Nobelprijs brengt.

Dat hele leven zou geweldige stof kunnen leveren voor een lyrisch autobiografisch oeuvre, niet ongewoon in de Russische poëzietraditie. Daarmee had iemand met zijn goddelijke talent zeker een geweldig en onmiddellijk succes kunnen boeken. Maar Brodsky deed iets heel anders. Zijn poëzie verbindt de meest fundamentele filosofische vragen - over ruimte, tijd, afkomst, de dood, authenticiteit - met een opdracht tot ongehoorde virtuositeit en complexiteit in de vorm. Zoveel pretentie in inhoud en vorm smeekt om een tegenwicht, en die vond hij in een laconieke babbeltoon die bijna iedere strofe van hem kenmerkt: een onnadrukkelijk doorrammelend, woordenrijk geleuter waar je in eerste instantie geen wijs uit wordt. Dat laconieke zie je al in veel van zijn titels: Vertoog over gemorste melk, Glas water, Een vlieg. Heel vaak is zo'n titel alleen een tijds- of plaatsaanduiding. De vraag naar het autobiografische gehalte van zijn werk deed hij ooit af met de frase dat ieder kunstwerk, 'of het nu een gedicht is of een koepel' vanzelf autobiografisch is.

Dat complexe, schijnbaar onpersoonlijke en laconieke geeft zijn poëzie iets kunstmatigs en droogs, een droogte die je associeert met Russische winters, door stadsverwarming loeiheet opgestookte woonkazernes en afbrokkelend pleisterwerk van Leningradse paleizen. Maar het maakt zijn poëzie ook uitdagend, en verslavend. Het is een poëzie die eerst verbaast of intimideert, dan irriteert of vermoeit, en je vervolgens opzuigt en in een staat van hevige concentratie brengt; een poëzie die je niet, zoals meestal, met alcohol associeert, maar met amfetamine.

Grenzeloze excellentie

De poëzie van Brodsky streeft naar een grenzeloze, discriminerende excellentie. Ze viert het recht om uitzonderlijk en intellectueel te zijn in een wereld waarin het populaire maatgevend is, emotie prevaleert over intellect en nutsdenken de enig overgebleven basis is voor ethiek.

Brodsky heeft een bijzondere band met Nederland, die in eerste instantie ontstond door de vriendschap met de Nederlandse slavist en romanschrijver Kees Verheul, nu de samensteller en drijvende kracht achter deze bundel. Verheul ging als Achmatova-specialist in wording naar Leningrad en raakte hecht bevriend met de dichter. Via hem vertaalde Brodsky poëzie van Jan Campert en Victor van Vriesland. Begin jaren zeventig maakte Brodsky voor zijn studenten in de Verenigde Staten een literatuurlijst met werken die 'iedereen gelezen moet hebben'. Daarop prijken vrijwel uitsluitend de voor de hand liggende Griekse, Franse, Engelse, Latijnse schrijvers, type Euripides, Shakespeare, Cervantes, maar ook het gedicht 'Awater', Martinus Nijhoffs onvergetelijke afrekening met het Nederlandse provincialisme. In een Amerikaans interview noemde hij 'Awater' 'een van de grootste dichtwerken uit de 20ste eeuw. Het is de toekomst van de poëzie, denk ik, of plaveit in ieder geval een zeer interessante toekomst.'

Omgekeerd heeft Brodsky altijd een grote reputatie gehad in Nederland. Dat is het gevolg van het uitzonderlijke engagement van een hele generatie vertalers uit het Russisch, die allemaal aan de achthonderd pagina's van deze bundel meewerkten. Verheul is daarin ongetwijfeld de spil, maar de meest productieve vertaler is Peter Zeeman, die een groot deel van zijn leven wijdde aan de overlevering van Brodsky naar het Nederlands. Al deze vertalers (met ook nog Jan Robert Braat, Margriet Berg, Arthur Langeveld, Marja Wiebes, Anne Stoffel en anderen), zijn de 60 ver gepasseerd en hebben geen opvolgers. De vertaalcultuur die in deze magistrale uitgave indrukwekkend gestalte krijgt, zal dus uitsterven. Wat bezielt een samenleving zoveel opgebouwde kwaliteit te miskennen en te laten verdwijnen? Dat alleen al bewijst dat Brodsky's poëzie evenveel betekenis en relevantie heeft voor de Sovjet-Unie van de jaren zeventig als voor Nederland aan het begin van de 21ste eeuw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden