De vernieuwingsdrift van het jongste kind

TOEN CHARLES Darwin 22 was, had hij een paar mislukte studies achter de rug en leek hij voorbestemd om predikant te worden....

LOUIS BOON

Hoe kon hij dit alles doen? Waarom uitgerekend hij? Die vragen stelt de Amerikaanse wetenschapshistoricus Frank Sulloway zich in De rebel van de familie - De invloed van de plaats in het gezin op de levensloop. Darwin en zijn evolutietheorie vormen een beetje de rode draad door al Sulloway's werk. Hij kreeg in de jaren zeventig bekendheid met een boek waarin hij liet zien dat Freud eigenlijk een soort evolutiebioloog was. De psychoanalytici namen hem Freud, Biologist of the Mind niet in dank af.

Uiteraard is zijn probleemstelling in dit nieuwe boek breder dan alleen Darwin. Het gaat hem om de vraag waarom sommigen vernieuwingen in de wetenschappen bedenken dan wel ze meteen omhelzen, en anderen zich er fel tegen verzetten. De rebel van de familie gaat over de grote creatieve vernieuwers van de wetenschap en over hun tegenstanders, de verdedigers van de gevestigde kennisorde. Het antwoord op zijn vraagstelling vindt Sulloway, hoe kan het anders, in de ideeën van Darwin zelf.

Hoezeer sommigen het harmonieuze gezin en de liefde van ouders voor kinderen ook benadrukken, op grond van darwinistische principes mag men ook in het gezin een strijd om het bestaan verwachten. De tijd en de vermogens van ouders zijn niet onbeperkt en dus zal er een wedijver zijn tussen nakomelingen om voedsel en bescherming van de ouders.

Zo is het bij sommige vogelsoorten niet ongebruikelijk dat het eerstgeboren jong de later uitgekomen kuikens over de rand van het nest zet en zo alle ouderlijke aandacht voor zich opeist. Voor ouders is het verstandig hun oudste en grootste jong voor te trekken. De nakomers zijn toch meer extraatjes: meegenomen als ze het halen, maar meer ook niet.

Bij mensen is dat weinig anders en in de strijd tussen kleuters over wie door mama de liefste wordt gevonden, worden oude evolutionaire vraagstukken aan de orde gesteld. Volgens Sulloway leidt dit alles tot verschillende belangen voor het oudste kind en de jongeren in het gezin. Het oudste kind zal geneigd zijn zich te identificeren met de ideeën van de ouders.

Het oudste kind wedt als het ware op de nis waarin de ouders hun succes hebben bewezen. Omdat in die nis niet onbeperkt ruimte bestaat, is voor jongere kinderen een strategie van divergentie meer voor de hand liggend: probeer iets anders dan je ouders te doen, zoek een ander territorium, ga op reis, bedenk een nieuwe wetenschappelijke theorie, sticht een nieuwe godsdienst.

Dat nu is precies wat de historische feiten volgens Sulloway laten zien. Het overgrote deel van de grote wetenschappelijke vernieuwingen is bedacht door kinderen met een lage plaats in de kinderrij. Hun tegenstanders zijn meestal eerstgeborenen. Darwin zelf werd als vijfde kind geboren.

Sulloway heeft letterlijk duizenden biografieën van geleerden onderzocht om te kijken wat hun reactie was op vernieuwingen in relatie tot hun plaats in de geboorterij. Het bewijsmateriaal voor zijn opvatting is overweldigend. Om bij Darwins theorie te blijven: niet alleen is die door een jongste kind ontwikkeld, ook de vroege aanhangers van de theorie waren meestal laatstgeboren kinderen. De kans dat een eerstgeborene de theorie steunde, was in de eerste decennia na publicatie vele malen kleiner dan dat latergeborenen dat deden.

De kracht van Sulloway's boek is de systematische en nauwgezette wijze waarop hij dit basisidee vormgeeft en nader onderzoekt. Hij verfijnt en toetst zijn hypothesen aan het biografisch materiaal van vele duizenden wetenschappers. Het idee dat eerstgeborenen behoudend zijn en latergeborenen open staan voor vernieuwing, is immers niet meer dan een eerste stap, waarna een gigantische berg complicaties moet worden verwerkt.

Maakt het wat uit hoeveel kinderen er in totaal in een gezin zijn? Je mag verwachten dat een gezin met twee kinderen een andere dynamiek heeft dan een gezin met tien. Hoe zit het met het verlies van een van de ouders? Wat voor effecten heeft dat op de ontwikkeling van eerst- en latergeborenen? Wat is de relatie met zoiets als temperament? Voor deze en vele andere vragen roept Sulloway zijn gecomputeriseerde bestand met biografische gegevens te hulp. Dat stelt hem in staat meestal overtuigende en vaak interessante antwoorden te geven.

Dat biografische bestand komt hem ook te hulp wanneer hij zich bezighoudt met de uitzonderingen op de regels. Sulloway is er niet tevreden mee uitzonderingen over te laten aan de kansberekening, maar wil verklaringen telkens wanneer een eerstgeborene een radicale wetenschappelijke theorie (ook daarvoor heeft hij een ijking gemaakt) heeft ontwikkeld.

Galilei bijvoorbeeld was als oudste zoon geen waarschijnlijke kandidaat om voorvechter van een revolutie in astronomie en natuurkunde te worden. Hij had echter een radicale, vernieuwingsgezinde vader, en met die vernieuwingsdrift identificeerde de eerstgeborene zich. Daarbij laat Sulloway het niet, maar hij haalt uit zijn bestand meteen materiaal waaruit blijkt dat dit ook in andere vergelijkbare gevallen opgaat. Zo wordt elke anekdote met algemeen statistisch materiaal gestaafd.

Sulloway's boek heeft een bredere implicatie. In feite komt De rebel van de familie neer op het primaat van de psychologie bij het verklaren van menselijk gedrag. Regelmatig schuift Sulloway dan ook allerlei sociologische variabelen zoals klasse of sociaal-economische status terzijde om te laten zien dat bepaalde opvattingen een functie zijn van plaats in de geboorterij.

Tijdens de Franse Revolutie staan niet zozeer klassen tegenover elkaar, maar eerstgeborenen en jongere kinderen; tijdens de Reformatie was het niet anders. Wat Sulloway betreft is voor de verklaring van menselijk gedrag een darwinistisch gekleurde psychologie veel belangrijker dan enig ander gezichtspunt.

Is Sulloway daarmee een radicale vernieuwer, een rebelse jongste zoon of ontpopt hij zich toch meer als de oudste zoon van de sociobioloog Wilson? Hoe dat ook zij, met De rebel van de familie heeft hij een mooi boek geschreven, dat voor historisch onderzoek naar vernieuwing en traditie in de wetenschappen nieuwe standaarden zet.

Louis Boon

Frank J. Sulloway: De rebel van de familie - De invloed van de plaats in het gezin op de levensloop.

Prometheus; 534 pagina's; * 65,-.

ISBN 90 5333 591 9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden