ESSAYHet geruststellende ritueel

De vermeende onttovering van de wereld: een veilig gevoel is ook wat waard

Beeld Olivier Heiligers

Sinds we de wetenschap hebben, vinden we riten tegen onheil overbodig. Maar zijn al die veiligheidsinstructies en anderhalvemetermaatregelen niet gewoon aloude bezweringen in rationele vermomming?

Op kousenvoeten liepen mensen door poortjes. Bij sommigen zakte zonder riem de broek af. De hoeveelheid scheerzeep die jaarlijks op luchthavens in beslag werd genomen, was genoeg om een miljoen mannen met baardjes een glad gezicht te bezorgen.

Hoeveel onheil er de laatste twintig jaar is afgewend doordat flesjes en flacons met een inhoud van meer dan 100 milliliter door vliegveldpersoneel in beslag werden genomen, laat zich niet eenvoudig vaststellen. Evenmin hoeveel coronabesmettingen de laatste maanden zijn voorkomen doordat mensen buiten in rijen voor winkels 1,5 meter afstand betrachtten en daarna met zwart tape gemarkeerde tracés volgden.

Duizenden jaren hielden mensen onheil en rampen op afstand met riten en spreuken. Door de oprukkende wetenschap raakten zoenoffers en bezweringen de laatste eeuwen in rap tempo in onbruik. Mensen met het adagium ‘meten is weten’ verklaarden dat je onheil niet afwendt door wierook te branden en schapen te offeren. Socioloog Max Weber muntte in 1919 het begrip ‘de onttovering van de wereld’. In die onttoverde wereld heeft de wetenschap het gewonnen van het magische denken. Onttoverde mensen vertrouwen om onheil af te wenden niet op riten maar op ‘technische middelen en berekening’.

Althans: dat denken ze graag van zichzelf.

Vermomming

Met de wetenschap is het sinds de tijd van Weber alleen maar harder gegaan. Maar rampen, plagen en aanslagen hebben ook de grootste geleerden in de beste laboratoria nog niet de wereld uit kunnen helpen. Onwankelbare vooruitgangsdenkers als de Britse wetenschapsjournalist Matt Ridley (De rationele optimist) weten dat mensen riten tegen onheil tegenwoordig overbodig vinden omdat ze de wetenschap hebben. Wie iets minder oog heeft voor vooruitgang en iets meer voor continuïteit, kan zomaar vermoeden dat mensen aloude zoenoffers een rationele of wetenschappelijke vermomming kunnen geven – dat riten bijvoorbeeld de vorm kunnen krijgen van voorzorgsmaatregelen en bezweringen die van veiligheidsinstructies.

De pandemie van 2020 is de afgelopen maanden veelvuldig bestempeld als een nog grotere ramp dan de terreuraanslagen van 11 september 2001. Niemand weet hoe de wereld eruit zal zien als het coronavirus helemaal achter ons ligt – ’s werelds vliegvelden getuigen ervan dat één grote gebeurtenis een complete bedrijfstak ingrijpend kan veranderen.

Als luchtvaartautoriteiten op 9/11 hadden gereageerd met het offeren van schapen, hadden flink wat mensen de wenkbrauwen gefronst. Mensen die na een half uur wachten hun laptops uit hun tassen mogen halen en op dienbladen mogen leggen die richting bagagescanners rollen en daarna hun schoenen mogen uittrekken en hun riemen mogen afdoen en hun armen omhoog mogen houden in securityscanners, kunnen zich daarentegen rationele wezens wanen in plaats van deelnemers aan een eigentijds ritueel. Voor zulke rationele mensen is het ook logisch dat ze nagelschaartjes en flesjes met een inhoud van meer dan 100 milliliter moeten inleveren, maar scheermesjes en flesjes van 75 milliliter mogen houden.

Beeld Olivier Heiligers

Typisch aan de onttoverde wereld is dat soms helemaal niet zo duidelijk is wat er onttoverd is. Aardig wat commentatoren hebben al geconstateerd dat veiligheidsdemonstraties in vliegtuigen in een seculier-wetenschappelijke façade gegoten schietgebeden lijken. Met luchtvaartmaatschappijen met stewardessen die wierook in vliegtuigen verspreiden en onderwijl prevelen ‘laat ons geen onheil treffen’, wil geen modern mens vliegen; maar moderne mensen wanen zich wel rationele wezens als ze luisteren naar eindeloze herhalingen van een zin als ‘zet eerst uw eigen zuurstofmasker op voordat u iemand anders helpt’.

Vergaande voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen zijn in een kleine twee decennia zo vanzelfsprekend geworden dat de meesten van ons diep in hun geheugen moeten graven om zich de vliegvelden van vóór 9/11 weer voor de geest te halen. Het ging er daar vaak nonchalant aan toe.

Dat ’s werelds economieën door de huidige veiligheidsprotocollen op luchthavens jaarlijks miljarden mislopen (‘tijd is geld’), wordt nauwelijks betwist. De vraag of de aanslagen van 9/11 mogelijk waren geweest als we toen dezelfde veiligheidsmaatregelen hadden gehad als nu, wordt door deskundigen verschillend beantwoord. Voorstanders van de maatregelen onderstrepen dat er na 9/11 nooit meer vergelijkbare aanslagen hebben plaatsgevonden. Degenen die de rationaliteit betwijfelen, stellen dat je niet kunt uitvlakken dat geluk, toeval, pech en noodlot een rol spelen en een ongeluk doorgaans in een klein hoekje zit.

Laten we ervan uitgaan dat er op een luchthaven als Schiphol weinig door de mazen van het veiligheidsnet glipt. Wie weleens een luchthaven in een minder welvarend stuk van de wereld heeft aangedaan, weet dat dit risico daar wel bestaat. Oververmoeide beveiligingsmedewerkers staren vaak wazig naar beeldschermen bij bagagescanners. Sommigen doen weinig anders dan knikkebollen bij een ritueel, zij zijn als priesters van tempels die al dertig uur achter elkaar mensen aan het zegenen zijn. Dat er tot nog toe geen ongelukken zijn gekomen van steekjes die onderbetaalde en overwerkte vliegvelddruïden lieten vallen, is een geluk voor ’s werelds vliegveldpersoneel én voor ’s werelds reizigers.

Wie de afgelopen maanden in verschillende Nederlandse supermarkten boodschappen deed, zag verrassend vergelijkbare taferelen en contrasten. Er waren supermarkten waar klanten buiten in de rij constant door toekijkend personeel werden toegeroepen meer afstand te bewaren, er waren ook rijen voor supermarkten waar nonchalance schering en inslag was. Er was personeel dat steeds weer rigoureus alle karretjes reinigde, er was ook personeel dat vermoeid en routinematig een doekje over de handvatten haalde. Toiletten in openbare gebouwen werden ook op gevarieerde wijze ‘veiliger’ gemaakt. Het aantal kilometers aan vloer- en markeringstape dat de afgelopen maanden is gebruikt, moet in de duizenden lopen. Naar de logica achter de tracés en de afstanden die ermee zijn gemarkeerd, is het soms zoeken. Je moet van de doordachtheid van de mens overtuigd zijn om te geloven dat deze voorzorgsmaatregelen honderd procent rationeel en nul procent ritualistisch waren.

‘controle-illusie’

Het is een publiek geheim dat de inzichten over wat wel en niet helpt tegen de verspreiding van corona nog dagelijks voortschrijden. Het typische van veel voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen is echter dat ze snel wortelschieten, of het effect ervan nu bewezen is of niet. Eenmaal operationeel laten ze zich niet eenvoudig afschaffen of bijstellen.

Beeld Olivier Heiligers

Als ergens over veiligheidsmaatregelen wordt beslist, is de uitdrukking ‘het zekere voor het onzekere nemen’ meestal niet ver weg. Minder gebruikelijk is het om te zeggen: het is belangrijk dat we onze klanten, gebruikers, medewerkers, passagiers de illusie geven dat we ergens controle over hebben.

Het begrip ‘controle-illusie’ stamt uit een experiment waarin twee schakelaars en een lamp fungeerden die slechts sporadisch met elkaar correspondeerden. Proefpersonen bleven hardnekkig op de schakelaars drukken, in de overtuiging dat ze een bepaalde invloed hadden op het licht. Conclusie van de onderzoekers: het is voor mensen moeilijk te accepteren dat ze ergens géén invloed op hebben. Zonder een mate van zelfbedrog, bij voorkeur professioneel gefaciliteerd, zijn we volledig overgeleverd aan het onvoorziene. 

In een ander bekend experiment werd gekeken naar de mate waarin mensen geluidssterkten verdragen. Er waren twee geluidskamers, een met een rode paniekknop en een zonder. In de kamer met de paniekknop konden mensen veel hogere sterkten aan, ondanks het feit dat die paniekknop een placeboknop was.

Zuurstofmaskers in vliegtuigen zijn géén placebomaskers, maar je kunt betogen dat hun functie niet zozeer het verstrekken van zuurstof als wel van gemoedsrust is. Iets dergelijks kun je ook zeggen over al die veilige tracés die nu in openbare gelegenheden zijn gemarkeerd met tape op vloer, en al die flessen desinfecterende gel in winkels die niet zozeer voor de handen als wel voor de ogen van de klanten bedoeld lijken. Of het dragen van een mondkapje in het openbaar vervoer puur rationeel of ook een beetje ritueel is, staat ook nog niet vast.

Voorkomen is beter dan genezen; veel voorzorgsmaatregelen lonen, er bestaan volop veiligheidsmaatregelen waarvan het effect vaststaat. Overal waar het dragen van autogordels de laatste halve eeuw werd verplicht, daalde het aantal verkeersdoden drastisch. Verkeersdrempels dwingen in letterlijke zin lagere snelheden af. 

Luchtvaartdeskundigen spreken evenmin als coronadeskundigen met één stem, maar het is aannemelijk dat in het huidige amalgaam aan veiligheidsmaatregelen een deel zit dat effect sorteert. Een ander deel heeft evenveel of even weinig effect als een kwast met wijwater: het geeft mensen een veilig gevoel. Zo’n veilig gevoel is óók wat waard. In Zuid- en Oost-Europa zegenen priesters tot op de dag van vandaag volop huizen, auto’s en winkels in. Het is een prachtig ritueel, heel veel mensen worden er gelukkiger van, maar niemand pretendeert dat het wetenschappelijk is. Overheden staan erbuiten en deelname is geheel vrijwillig.

De controle-illusie

In 1965 voerden de Amerikaanse sociaal psychologen Herbert Jenkins en William Ward een experiment uit met een eenvoudige proefopstelling: twee schakelaars en een lamp die aan- of uitstond. Jenkins en Ward konden instellen hoe goed of slecht schakelaars en licht met elkaar correspondeerden. Zelfs in gevallen waarin de lamp volkomen toevallig aan- en uitging, waren de testdeelnemers ervan overtuigd dat ze door de schakelaar te bedienen het licht op een of andere manier konden beïnvloeden. De onderzoekers rapporteerden een discrepantie tussen ‘feitelijke invloed’ en ‘het idee van invloed’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden