Interview Duran Lantink

De verknipte creaties van Duran Lantink

Duran Lantink Beeld Sophie van der Perre

Ontwerper Duran Lantink, 31 nog maar, krijgt nu al een eigen tentoonstelling. Lantink verknipt, husselt en upcyclet designermode tot nieuwe kledingstukken - en schiet daarmee in hoog tempo naar de top.

Er zijn van die mensen bij wie je er zogezegd maar een stuiver in hoeft te gooien en ze beginnen te praten. Duran Lantink is niet zo’n mens – die begint al te praten voordat je een stuiver kunt pakken. Als je eindelijk de ingang hebt gevonden van de antikraakflat waar hij atelier houdt, staat hij lachend klaar met twee halve aaneengenaaide petjes op z’n olijke hoofd en een parel aan zijn linkeroor, geeft drie klapzoenen, zegt: ‘Rare plek hè? Niemand kan het vinden.’ 

In zijn atelier, een uitgewoonde, gestripte kantoorflat, is het rommelig gezellig. Twee assistenten vouwen vogelbekjes van tijdschriftpagina’s om er later een jurk van te maken, een vrije opdracht voor het jubilerende Amerikaanse modetijdschrift V magazine. Lantink wijst op een lege kamer naast zijn atelier: daar hangen de jurken van het Centraal Museum waarvan hij nieuwe creaties gaat maken. Hoe cool is het dat hij, 31 pas, een tentoonstelling krijgt in dat Centraal Museum? Supercool is het, en daarom hebben we dit gesprek. 

Oblong Twins Beeld Bon Duke

Old Stock

Even over die expositie: in het Utrechtse Centraal Museum zullen deze zomer onder de titel Old Stock drie projecten van Lantink te bewonderen zijn. Allereerst een wat ouder maar voortdurend mode- en fotografieproject, dat hij in 2016 samen met transsekswerkersorganisatie Sistaazhood en fotograaf Jan Hoek startte: Sistaaz of the Castle, over flamboyante transgender-sekswerkers in Kaapstad. 

Ten tweede: de installatie Straight from the Sales Bin, een aanklacht van Lantink en kunstenaar Joeri Woudstra tegen het huidige modesysteem. Of preciezer: een aanklacht tegen de vernietigingsmachinerie aan het eind van de productieketen, waarin niet-verkochte luxekleding wordt verbrand of versnipperd om te voorkomen dat ze in het uitverkoopcircuit terechtkomt. Een doorn in het oog van Lantink, want waarom zou je piekfijne, prachtige kleren vernietigen? 

Ten derde: de ‘ontzamelde’, afgestoten designerjurken uit het museumdepot die hij uit elkaar zal halen en zal omvormen tot nieuwe creaties, door er delen van andere afgedankte luxe kledingstukken aan te zetten. Dat is namelijk helemaal Duran Lantinks ding: van twee of meer oude designerstukken totaal nieuwe items maken. Collages maken, wordt het genoemd, maar ook: het upcyclen van afgedankte mode. Lantink maakte er internationaal furore mee en schopte het tot een nominatie voor de prestigieuze internationale LVMH Prize. 

Alsof dat nog niet indrukwekkend genoeg is, staat die bekendheid een beetje in de schaduw van de roem die hij vergaarde met één spraakmakend kledingstuk, gedragen door een Amerikaanse popster. Dat kledingstuk werd ook door het Centraal Museum aangekocht. Om welk ding het gaat? Komt straks aan de orde, want behalve trots is Lantink het ook een beetje beu het telkens over dát stuk te hebben. Terwijl hij nog zó veel meer doet, en kan. 

Sistaaz of the Castle Beeld Jan Hoek

Een groot modehart

Op de vraag hoe het zo gekomen is, met de liefde voor designermode en het verknippen ervan, volgt een Lantinkiaanse spraakwaterval. Zijn moeder – die gedurende het gesprek elders in de stad grote zonnebrillen aan het passen is en haar zoon af en toe foto’s appt om ze te laten keuren – is misschien wel de aanjager van alles. Moeder Lantink, die kort na de geboorte van haar enige kind weduwe werd, heeft altijd al een groot modehart gehad. Duran herinnert zich hoe ze gekleed in Jean Paul Gaultier in hun Haagse huis werd opgehaald door bevriende travestieten, om uit te gaan in de Roxy en de iT in Amsterdam. Ze was niet van de truttigheid en de hokjes, en verstond het talent om haar zoon te laten zijn wie hij is en wil zijn. Ze liet hem naar de vrije school gaan, begreep zijn obsessie voor hysterische kleding van Walter van Beirendonck en zorgde voor goede remedial teaching toen bleek dat Duran dyslectisch was. Toen haar zoon in groep 8 zat, gaf ze hem geld voor de kapper. Hij zag dat ze shocking pink haarverf hadden en liet zijn eigen zwarte haar drie keer bleken en daarna fuchsia verven. Toen de schoolleiding belde dat roze haar niet werd geaccepteerd, greep ze in. Lantink: ‘Ze is als een soort Mammaloe in een Puck & Hans-jurk, op legerkaplaarzen en met haar haar recht omhoog naar school gegaan om me te verdedigen. Het eind van het liedje was dat ik gewoon mocht blijven, mét roze haar.’

Vernoemd, maar naar wie?

In de categorie trivia: wie denkt dat Durans ouders hun zoon hebben vernoemd naar de Britse band Duran Duran, heeft het bij het verkeerde eind. ‘Had gekund’, zegt hij zelf, ‘want ze scoorden hits toen ik geboren werd. Maar nee, ik ben vernoemd naar de Panamese bokser Roberto Durán. Daarbij is Duran een mengelmoes van vijf letters uit de voornamen van mijn ouders: Rudi en Miranda.’

Dead Stock Beeld Jan Hoek

Op de middelbare school, het Vrijzinnig-Christelijk Lyceum waarop ook Willem-Alexander ooit zat, bleef hij er excentriek bijlopen, met knaloranje nethemdjes en loeistrakke halskettingen met gebloemde balletjes. Hij raakte bevriend met kakkers die Ralph Lauren-polo’s met opstaande kraagjes droegen. Gepest werd hij niet, daar was hij naar eigen zeggen te goedgebekt voor. En die ene keer dat een groepje hem bij school stond op te wachten om hem in elkaar te slaan, was Lantink er niet. Hij zat nietsvermoedend in een coffeeshop te blowen. 

Echt soepel liep Lantinks onderwijscarrière niet, hij werd van verschillende scholen verwijderd en kon op het Amsterdam Fashion Institute niet aarden: te schools. Uiteindelijk werd het de Rietveld Academie en daarna een master aan het Sandberg Instituut, waar hij alle ruimte kreeg, en goede begeleiding van Niels Klavers en Oscar Raaijmakers. Zij waren zelf ooit gevierde ontwerpers, herkenden Lantinks drive en talent en begrepen en respecteerden zijn behoefte aan vrijheid. Op de Rietveld begon Lantink voor het eerst collages te maken, geïnspireerd door het project Exactitudes van de Rotterdamse fotografen Ari Versluis en Ellie Uyttenbroek. Of geïnspireerd niet zozeer, eerder getriggerd: ‘Omdat ze overeenkomsten van subculturen laten zien. Hokjes. Zo denk ik niet.’ Hij knipte de foto’s door en plakte een halve punker aan een halve gabber, en een halve corpsbal aan een halve rocker.

Op een dag vond hij in een tweedehandswinkel een complete modecollectie van de Nederlandse ontwerper Alexander van Slobbe. Lantink was enerzijds dolblij en onder de indruk van de kwaliteit van de stoffen en het vakmanschap, en anderzijds een beetje droef dat dit moois was afgedankt. Hij verknipte en husselde de stukken en maakte er nieuwe creaties van voor zijn afstuderen in 2013. ‘Ik werk het liefst met designerkleren, dat werd al snel duidelijk. De stoffen, de snit, het is zo veel mooier.’ 

Lantink kreeg de smaak te pakken en wilde meer afgedankte designerkleding. Hij benaderde luxeboetieks als Van Ravenstein, Ennu, Concrete en Kiki Niesten met de vraag of hij hun dead stock mocht hebben en verknippen. Dat mocht, wat resulteerde in hybrides van Celine en Dries Van Noten, en Junya Watanabe en Balenciaga. 

Sistaaz of the Castle Beeld Jan Hoek

LVMH Prize

Het was met dat werk, en met het Kaapstad-project, dat Lantink zich in de kijker speelde van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, dat in opdracht van de Nederlandse ambassade in Londen op zoek was naar jong modetalent. Hij werd aangedragen en geselecteerd voor een coachingstraject in Somerset House en streek neer in Londen. Om daar weer een nieuwe collagecollectie te kunnen maken, klopte hij aan bij een Britse luxewinkel, Liberty’s dit keer, en ook hier kreeg hij een voet aan de grond – het lijkt wel of Lantink voortdurend de wind mee heeft, of in elk geval een paar goede feeën die hem vooruit helpen. En die hem influisterden dat hij zich moest aanmelden voor de LVMH Prize, dé modeprijs voor jonge ontwerpers. Dat deed hij op het nippertje; hij kwam in de halve finale terecht en daar stond hij dan, bij de presentatie, afgelopen maart in Parijs, naast een rekje met verbouwde designerkleren, terwijl kanonnen als Anna Wintour en Suzy Menkes kwamen kijken en keuren. 

Een van de bezoekers van die presentatie was uiteraard modebobo Bernard Arnault, de ceo van het grote LVMH, die aanvankelijk niets begreep van de halve Louis Vuitton-tas die aan een halve Gucci-tas (van concurrerend conglomeraat Kering nog wel!) was geplakt en van Chanel-jasjes met Dior-mouwen, en aanvankelijk nogal nors reageerde op die brutale fusies. Of Lantink dat eens even wilde uitleggen. Wat hij nerveus deed, om te merken dat Arnault ontdooide en ontspande toen hij de woorden sustainable en upcycling hoorde. ‘Toen was het opeens goed’, zegt Lantink, ‘omdat duurzaamheid en hergebruik momenteel hot topics zijn in de mode. Ik snap dat het milieu een hot topic is, maar het moet een core topic worden. Hot topics kunnen zó weer uit raken. Bovendien wordt het begrip ‘duurzaam’ momenteel bijna verkracht door die populariteit. Ieder merk roept tegenwoordig maar dat het sustainable is, je wordt er zo ongeveer mee doodgegooid, terwijl het gros niet begrijpt waar het echt om gaat: stop gewoon met te veel produceren! Circulariteit is voor mij nooit het doel of de insteek geweest, maar mijn kleding ís wel circulair. En dat is geen marketingstunt. Ik doe wat ik doe, omdat ik niet snap waarom er zo veel nieuwe kleren worden gemaakt als er al zo veel goede bestaan. In Frankrijk komt er nu gelukkig een wet die het verbranden of versnipperen van mode verbiedt.’ 

Sistaaz of the Castle Beeld Jan Hoek

Over zijn volgende stappen is Lantink zich nog aan het beraden. Hij overweegt collages van meubels te gaan maken, ooit. Hij peinst er niet over aan een modeweek mee te doen – kan ook niet, omdat hij niet met ijzeren regelmaat een nieuwe collectie kan maken, aangezien hij qua materiaal afhankelijk is van wat hij aan afgedankte kleren krijgt. Momenteel werkt hij samen met warenhuis Browns en praat hij met de Bijenkorf. Hij fantaseert over een show met maskers die eruitzien als collages van oude en jonge, witte en zwarte mensen. En begin volgend jaar zit er iets groots (en helaas ook geheims) aan te komen in samenwerking met een serieuze internationale partij. Niets te mopperen dus, en genoeg te doen.

Installatie in Somerset House Beeld Joeri Woudstra

Vaginabroek

Rest de vraag met welk item Lantink zo bekend werd. Voor wie het nog niet wist: het is de roze broek met enorme schaamlipvormige ruches die popster Janelle Monáe droeg in de clip bij het nummer Pynk, een ode aan de vulva. Lantinks beste vriendin Emma Westenberg regisseerde die clip. Op het laatste moment haakte de kleedster af, was er paniek en belde Westenberg Lantink: kon hij niet snel een vulvajurk maken? Hij twijfelde even, besloot geen jurk maar een broek te maken en googlede ‘vagina’ – hij had geen idee hoe zoiets eruitziet. ‘Toen ik met een geprinte foto van een vagina door de stoffenwinkel liep, op zoek naar de juiste tint roze voor de schaamlippen, werd ik wel heel vreemd aangekeken.’ Monáe was dolenthousiast, bestelde nog vier broeken voor de dansers, en toen de clip uitkwam ging die, zoals dat heet, viral. Geweldig voor Lantink, en gruwelijk tegelijk, want: ‘Ik wil niet voor eeuwig die jongen van die kutbroek blijven.’

Maar toen werd de broek tentoongesteld in het museum van het Fashion Institute of Technology in New York, als onderdeel van de tentoonstelling Pink: The History of a Punk, Pretty, Powerful Color. En nu hangt hij te pronken bij zijn nieuwe eigenaar, het Centraal Museum in Utrecht, op de begane grond. Wie hem gaat bewonderen: vergeet vooral niet ook even naar de zolder te lopen, om te zien wat Duran nog meer en nóg beter kan. 

Duran Lantink, Old Stock. 13/7 t/m 13/10, Centraal Museum Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden