OorlogsboekenDe SS'ers

De verhalen van de staalhelmen maken duidelijk hoe gemakkelijk mensen kunnen vallen voor een oorlog

Aan de vooravond van de viering van 75 jaar bevrijding bespreekt Onno Blom acht literaire boeken die het beeld van de Duitse bezetting in Nederland hebben bepaald. Vandaag: De SS’ers van Armando en Sleutelaar.

Beeld Sabine van Wechem

De SS’ers veroorzaakte bij verschijning in 1967 een storm van verontwaardiging. Sommigen vonden het boek ‘een gevaar voor de volksgezondheid’ en meenden dat het aanzette ‘tot antisemitisch geweld’. Anderen vonden de interviews met acht oud-strijders van het zwarte korps juist hoogst noodzakelijk om inzicht te krijgen in de motieven van ‘onmensen’. ‘In alle opzichten een opzienbarend boek’, vond Willem Frederik Hermans.

‘Ongehinderd door persoonlijke gevoelens’ waren Armando en Hans Sleutelaar in het midden van de jaren zestig op zoek gegaan naar oud-SS’ers die hun verleden niet verloochenden en hun verhaal wilden doen. Dat was een revolutionair idee. Voor hoe het verzetslieden tijdens en na de oorlog was vergaan kwam in de jaren vijftig en zestig langzaam meer aandacht, maar niemand had tot dan toe strijders aan de ‘foute’ kant aan het woord willen laten.

Toch had volgens de schrijvers ‘geen ander leger uit de Tweede Wereldoorlog zoveel soldatenroem vergaard en zich zo gehaat gemaakt als de Waffen-SS’. Duizenden jongemannen hadden vrijwillig getekend. ‘Is het ongerijmd te veronderstellen dat de Waffen-SS meer Nederlandse jongens trok dan de ondergrondse knokploegen?’

Armando is altijd gefascineerd geweest door ‘de vijand’. Zijn werk is op grimmige wijze van de oorlog doortrokken. Hij groeide op in de schaduw van het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort en zag als jongen hoe rijen gevangenen van het kamp naar het station werden gevoerd, de treinen in naar Bergen-Belsen, Neuengamme of Dachau. Toen hij daarvan in de jaren zestig foto’s terugzag, viel zijn oog op de bewakers. Hij dacht: wat zou hun verhaal zijn?

Het viel nog niet mee om acht oud-SS’ers, zeven mannen en één vrouw uit zeer verschillende milieus, te vinden en te laten spreken. Dat lukte pas nadat hun anonimiteit was gewaarborgd en de teksten waren geautoriseerd. De namen en de goedgekeurde gesprekken gingen voor publicatie in de kluis bij Geert Lubberhuizen, de uitgever van De Bezige Bij, die nota bene was ontstaan uit de illegaliteit. Op het omslag van de eerste druk staat een uitspraak van Lubberhuizen: ‘Een verschrikkelijk boek, maar een boek dat verschijnen moest.’

De crux van De SS’ers is de vorm. De oud-strijders werden ‘zonder enig commentaar’ aan het woord gelaten. Alsof zij hun verhaal spontaan en aus einem Guss vertelden. Terwijl de gesprekken confronterend zijn geweest, ‘vol emotie’ en soms ook ‘vol drank’ waren gevoerd.

Beeld Sabine van Wechem

De hand van de schrijvers is onzichtbaar aanwezig in de selectie van het materiaal – 464 pagina’s bleven over uit 2.500 uitgetikte foliovellen – en in de montage en dramatische opbouw. Dit paste naadloos in de filosofie van Armando en Sleutelaar, die in het literaire tijdschrift De Nieuwe Stijl publiceerden en tramgesprekken en boodschappenbriefjes als poëzie presenteerden. Het was ze te doen om ‘de glans van het alledaagse’, het gewone op een sokkel te zetten.

Juist door de vorm heeft De SS’ers een choquerend effect. Er worden rauw en rechtuit de verschrikkelijkste dingen gezegd. Over hoe je iemands kaak breekt met een pioniersschop, hoe het been van een jongen er onder de knie finaal werd afgeschoten en hoe hij gewoon verder liep. Hoe een van hen aan het oostfront door een granaat werd geraakt in zijn armen, benen, buik en gezicht. ‘Het zag zwart van de scherven.’

Maar nóg schokkender is het bagatelliseren of zelfs ontkennen van de Holocaust, waaraan alle acht SS’ers zich schuldig maken. Twintig jaar na de oorlog. De bombardementen op Duitsland waren erger dan de gaskamers waar Joden in zouden zijn gestuurd. ‘Ik zeg niet dat ze doodgemaakt móéten worden. Helemaal niet. Maar als je over die bombardementen gehoord hebt en zelf veel meegemaakt, deze meedogenloze manier van oorlogsvoeren, dan zeg ik: waar praten jullie eigenlijk over?’

De verhalen van de staalhelmen maken duidelijk hoe gemakkelijk mensen uit opstandigheid of domme volgzaamheid, zucht naar avontuur en gestaalde discipline of blind idealisme kunnen vallen voor een gruwelijke oorlog – en hoe hun ideologie kan standhouden tegen alle historische bewijzen in.

Juist door de commentaarloze weergave van de woorden van de SS’ers lieten Armando en Sleutelaar zien hoe aantrekkelijk én gevaarlijk idealisme kan zijn. En hoe banaal het kwaad.

Onno Blom besprak eerder De donkere kamer van Damocles van W.F. Hermans, Het bittere kruid van Marga Minco, Het meisje met het rode haar van Theun de Vries, De ondergang van de familie Boslowits van Gerard Reve, Pastorale 1943 van Simon Vestdijk en Het Achterhuis van Anne Frank. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden