De vergeten schrijver heb je voor jezelf

Bij sommigen staat Thomas Graftdijk bekend als begenadigd vertaler. Maar hij schreef zelf ook, en goed, vindt Arjan Peters, die Thomas opnam in zijn Vergeet mij niet-register.

Beeld Hilde Harshagen en Antonia Hrastar

Een vergeten schrijver heb je voor jezelf. Er is geen fanclub om je bij aan te sluiten, op de achterste rij. Je hoeft hem slechts tussen je contacten te zetten in het virtuele Vergeet mij niet-register in je hoofd. Er bestaat geen imago of opinie - er vigeert of reputeert niemendal. Maar voor niets heeft de vergeten schrijver niet geschreven, mits hij een goede vergeten schrijver is. Hij heeft alleen voor jou geschreven. Door hem uit de kast te halen, wordt jouw eenpersoonsdank elke keer opnieuw ververst.

Het is daarom niet zonder risico dat ik hier openbaar liefhebber te zijn van Thomas Graftdijk (1949-1992), bij sommigen bekend, maar dan als begenadigd vertaler van Nietzsche, Canetti, Hesse, Rilke, Mann, Thomas Bernhard en Freud.

Niet als auteur. Hij schreef de novelle Positieve helden (1980). De positiefste eigenschap van de personages is hun defaitisme, zoals de flaptekst zonnig stelt. Een arme balletpianist die zijn vriendin en zijn werk kwijt is, consumeert zijn zelfmedelijden met kilo's tegelijk, 'zoals Popeye zijn spinazie', en foetert het hele verhaal door welbespraakt en zinloos. Ik kan het iedereen aanbevelen.

Al even onterecht vergetelijk zijn de twee dichtbundels die Graftdijk publiceerde, Lachend op de achterste rij (1970) en Treurarbeid (1977). Bij een antiquariaat kocht ik een voormalig bibliotheek-exemplaar, zodat op het titelblad staat: 'Thomas Graftdijk Treurarbeid', en dan een stempel 'Afgeschreven'. Zoveel verdriet vraagt om bescherming.

Met stilistisch vertoon, omdat de auteur het vertikt om voor zijige romanticus te spelen, put Graftdijk uit een rijk reservoir aan grimmigheden.

'Ik heb me niet dan noodgedwongen/ tot de poëtische houding verwrongen/ en ga mank aan de onechtheid en de pose/ van de eeuw/ die geeuwt', zegt hij in het gedicht 'Wat de hedendaagse roos betreft', een verdediging van zijn methode om het allemaal niet klein en sereen te houden, maar het machtige klassieke klavier te verkiezen: 'de hedendaagse roos, hoe wonderschoon ook,/ moet men liever tactvol in het plastic laten,/ om haar aarzelend geplukte nutteloosheid te ontzien.'

Graftdijk zocht het 'in de zwaargestoorde overdaad/ die schaadt'. Hij hield dermate van de grote auteurs die hij vertaalde, schreef Geerten Meijsing, die zijn vriend herdacht in de roman Tussen mes en keel (1998), dat hij steeds wanhopiger naar zijn eigen stem bleef zoeken. Zijn grote boek kwam niet meer, dat was duidelijk toen Graftdijk ongeneeslijk ziek bleek.

Op 1 januari 1992 dicteerde hij in één sessie zijn acht laatste gedichten, die verschenen in een oplage van zeventig exemplaren. Daarin spreekt hij de dood toe: 'Je bent getuige van mijn schaamte,/ en dat brandt in mijn vlees, in mijn geraamte.' Als verliezer kon Thomas Graftdijk gloriëren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.