De vergeten oorlog van Noord-Holland

Tweehonderd jaar geleden woedde in de kop van Noord-Holland een van de bloedigste oorlogen uit de vaderlandse geschiedenis. Maar deze strijd tussen een Nederlands-Frans verdedigingsleger en een invasieleger van Engelsen en Russen kreeg geen plaats in de geschiedenisboekjes....

WAAROM kreeg een oorlog waarin 80 duizend man vochten geen plaats in de geschiedenisboekjes? Was hij te grievend voor de Oranjes, die aanzienlijk minder steun onder de bevolking genoten dan de voor de Fransen gevluchte stadhouder Willem V en zijn Engelse beschermheren hadden gedacht? Was het omdat de historici lange tijd niet goed raad wisten met de Bataafse Republiek, het vreemde tijdperk waarin het land een satelliet van Frankrijk was? Of eenvoudig omdat de duizenden doden, het plunderen en verwoesten slechts 'een rimpeling in de geschiedenis' waren?

'Toch', zo zei de Amsterdamse historicus Nic van Sas gisteren op een symposium in het Marinemuseum in Den Helder, waar een boeiende tentoonstelling is gewijd aan deze Strijd achter de Duinen, 'is het zeker niet onzinnig deze affaire in een wat breder perspectief te zien. Wat er in 1799 in Noord-Holland plaatsvond, had te maken met de geschiedenis in het groot' - de expansiedrift van de Fransen, die tien jaar na de Franse Revolutie heel Europa dreigden te ontregelen.

Bovendien, zo betoogde Van Sas, had de mislukte poging de Oranjes terug aan de macht te brengen tot gevolg dat in het land een nationaal gevoel begon te ontstaan, een ontluikende vaderlandsliefde die patriotten, republikeinen en oranjeklanten zou verenigen.

De Fransen, in oorlog met de Engelsen, hadden de Bataafse Republiek verboden handel met het perfide Albion te drijven, waar de economie van beide landen ernstig onder leed. De Engelsen zochten bondgenoten, sloten een akkoord met Rusland, maar Pruisen hield zich op het laatste moment afzijdig. De Fransen hadden het moeilijk op het zuidelijk front en de Britten zagen hun kans schoon de Lage Landen te 'bevrijden'.

Toch nog onverwacht verschenen de Engelsen in de vroege ochtend van 27 augustus 1799 voor Den Helder. Binnen drie uur stonden zevenduizend man op het strand. Slechts twintig soldaten verdronken bij de landing. De Bataafse (Hollandse) troepen van generaal Daendels waren verrast. Zij verloren op de eerste dag 1400 man aan doden,gewonden en krijgsgevangenen. Daendels zelf bevond zich, dapper, maar onwijs, in de eerste linie. In een kogelregen vond zijn paard de dood.

De Bataafse vloot, die het nieuwe bewind niet had kunnen zuiveren van orangisten, gaf zich zonder slag of stoot over, een weinig glorieuze daad die - prijzenswaardig - op de Helderse tentoonstelling niet is weggepoetst. Het zag er goed uit voor de Engelsen. De zoon van de stadhouder, de latere koning Willem I, mocht naar de bevrijde gebieden komen. In dorpen en steden werden de Vrijheidsbomen, symbolen van de Revolutie, van Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap, omgehakt en de Engelsen rekenden op een massale opstand tegen de Franse nieuwlichters en hun Bataafse meelopers. Dat viel tegen.

Midden september kwamen de Russen. Het werd tijd. Het weer was erbarmelijk, wegen waren onbegaanbaar. De bevoorrading van de troepen verliep moeilijk, de bevolking was niet echt vrijgevig. Het vorderen van paarden en karren leverde weinig op. De Russen, ondervoed en onwennig na de woeste zeereis, waren bang van de vurige Friese en Engelse paarden waar zij de strijd mee in moesten. Zij waren gewend aan aftandse paarden. De Engels-Russische troepenmacht kwam op een sterkte van ongeveer 35 duizend man, waar een maand later de helft van zou zijn uitgeschakeld.

OP 19 september vertrokken de Russen, 's nachts en veel vroeger dan met de Engelsen was afgesproken, via Petten, Camperduin, Groet en Schoorl naar Bergen. Dominee Simon Blom, predikant in Schoorl schreef: 'Dien dagh 19 september waren wij te Schoorl in 't grootste levensgevaar, de musketkogels, ook soms die van het kanon snorden overal, de glazen van de pastorij wierden grootdeels verbrijselt.' De dominee vervolgde: '10 à 12 maal wiert mij de bajonet op de borst gezet.' Burgemeester Hoogvorst werd schuilend in de katholieke kerk gedood.

Door de duinen trokken de Russen verder, het contact met de Engelsen was verbroken. Uitgeput bereikten ze Bergen, plunderden huizen, zochten eten en geld; en konden een tegenaanval van de Fransen niet afslaan. Zij sloegen op de vlucht. Er sneuvelden die dag 1500 Russen. Ze werden begraven in massagraven, zoals bij het Russisch monument op de Russenweg.

Schrijvers van de interessante herdenkingsbundel De lange herfst van 1799 (uitgave: Stichting Herdenking 1799, Castricum) wijzen erop dat in de oude krantenverslagen feiten en geruchten moeilijk te onderscheiden zijn. De Bataafsche Courant schreef op 25 september dat de Russen 'vrouwen (hadden) geschonden, aan bomen gekneveld, de borsten afgesneden, met vuur gezengd, meisjes van 12 jaar verkragt, verscheiden van deze weerlooze sexe mee naar de duinen gesleept, en, God weet hoe, aldaar met hen geleefd.'

Het gemeentebestuur van Bergen deed onderzoek en rapporteerde - na het verdrijven van de Russen - 'dat geene mishandeling aan eenige persoonen door de Russen is geschied.' Wel hadden zij meegenomen wat zij aan goud en zilver hadden gevonden. Er was slechts 'één burger gesneuveld en twee geblesseerd'.

Historisch onderzoek heeft uitgewezen dat er meer burgers bij de Slag om Bergen werden gedood. Het gemeentebestuur zou met het rapport over het goede gedrag van de Russen, willen protesteren tegen het 'wangedrag' van de 'bevriende' Fransen.

TOCH VIELEN er, volgens moderne maatstaven, opmerkelijk weinig doden onder de burgerbevolking. Veel mensen waren gevlucht naar veiliger oorden. Maar dat op grote schaal geplunderd, geroofd en verkracht werd, is wel bewezen. Burgers moesten voedsel en onderdak bieden aan de militairen, meestal geronselde huursoldaten uit alle delen van Europa. Zij stalen koeien, varkens en schapen uit de wei, die ze slachtten en op houtvuren braadden. Engelsen stookten de kerkbanken en preekstoel op van de kerk van Callantsoog waar ze waren ingekwartierd. Herhaalijk werden mannen van hun bed gelicht om loopgraven te graven en wegen en bruggen te herstellen.

Na de Slag om Bergen likten beide partijen hun wonden. In de kranten verschenen overlijdensadvertenties als: 'Het heeft den Vrijmagtigen God behaagd mijn teergeliefde Egtgenoot, Jan von Stamford, Major in 't eerste Bataillon der Jagers, in een gevecht met den vyand op den 19 deezer, op 't Slagveld, in den ouderdom van 32 Jaar, te doen sneuvelen; gevoelige harte zullen ligtelyk bezeffen hoe treffend deeze Slag voor my en myn onnozel Kind, omtrent 8 maanden oud, is.' Het was niet ongewoon dat vrouwen hun mannen vergezelden. Doopregisters melden de doop van kinderen van Engelse soldaten die tijdens de veldtocht werden geboren, en soms ook stierven.

Twee weken later gingen de Engelsen opnieuw in de aanval. De Fransen verlieten Alkmaar en de erfprins trok jubelend de stad binnen. Op zondag 6 oktober ging hij naar de kerk om God te danken voor het herstel van de Oranjes. De dienst mocht niet lang duren. De Britse bevelhebber, de hertog van York, wilde om half twee een Engelse dienst bijwonen. Maar de hertog is niet in de kerk geweest. Onverwacht moest hij naar Castricum, waar schermutselingen uit de hand waren gelopen. Op een breed front werd gevochten, Castricum zelf werd die zondag enkele malen door beide legers bezet.

Op een cruciaal moment greep een Bataafs officier in en wierp de huzaren in de strijd. De infanterie hield op met schieten en stormde met de bajonet op het geweer op de vijand af. Bij de man-tot-man-gevechten vielen veel doden. De Engelsen en de Russen sloegen op de vlucht. Zij verloren die dag 2536 man en elf kanonnen. Het Bataafs-Franse leger raakte 1382 man kwijt. Slechts één burger, de 14-jarige Neeltje Groentjes, verloor bij de Slag om Castricum het leven. Zij werd in een kelder doodgeschoten.

De slag bij Castricum bracht de beslissing. De hertog van York begreep dat zijn leger te veel verzwakt was om zich te kunnen herstellen. De terugtocht verliep chaotisch. Twee veldhospitalen met zieken en gewonden werden in de haast 'vergeten.' Op 18 oktober sloten de Franse veldheer Brune en de hertog van York een akkoord. De Engelsen en de Russen kregen vrije aftocht, hoefden geen oorlogsschade te betalen en mochten de oorlogsbuit houden. Brune kreeg als dank een aantal prachtige paarden van de hertog.

De 'Bataven' wilden, zo was duidelijk, geen terugkeer van het reactionaire Oranje-regime, maar de liefde voor de Franse uitvreters bekoelde ook. Noord-Holland herstelde zich traag, de armoe was groot en veel mensen leden jaren honger. Over het land hing lange tijd 'een kwalijke geur' van lijken van gesneuvelde militairen en krengen van paarden die uit het zand tevoorschijn kwamen'. Burgers moesten de stoffelijke overschotten opnieuw begraven vanwege het gevaar voor de volkskgezondheid.

Na de nederlaag van Napoleon bij Leipzig, in 1813, mocht de prins alsnog terugkomen naar het leeggeroofde vaderland. In 1815 werd hij koning van het nieuwe koninkrijk. Nog een enkele keer worden kogels, uniformknopen en zelfs skeletten gevonden op de slagvelden van deze 'Vergeten Oorlog'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden