De vergeten bijdrage aan de hippiecultuur van Boudewijn de Groot

Deus-gitarist Mauro Pawlowski gaat de Groots album Nacht en Ontij live uitvoeren

Tussen zijn successen door maakte Boudewijn de Groot Nacht en Ontij, een experimenteel album over de heksensabbat. Het raakte in vergetelheid. Wat De Groot niet wist, was dat Deus-gitarist Mauro Pawlowski fan is. Hij verzorgt de wereldpremière van de live-uitvoering. 

Mauro Pawlowski: ‘Ik kende zo veel muzikanten die fan zijn van die plaat.’ Foto Foto Titia Hahne/Redferns

De plaat Nacht en Ontij uit 1968 staat te boek als de meest experimentele plaat van Boudewijn de Groot. Het was zijn bijdrage aan de hippiecultuur, na drie albums met hits als Een Meisje van 16, Welterusten Mijnheer de President en Land van Maas en Waal.

De plaat bevat geen hapklare liedjes; het hart wordt gevormd door een vijfentwintig minuten durend, zwaar orkestraal stuk, Heksensabbath. De teksten vol heksen, trollen, kollen en kobolden waren van De Groot zelf en niet van zijn vaste tekstschrijver ­Lennaert Nijgh.

Pretentieuze plaat

De ontvangst was ‘lauw’ herinnert De Groot (73) zich. Volgens OOR’s ­Popencyclopedie was het een ‘mystieke, pretentieuze plaat waarmee hij zich van zijn publiek vervreemdde’.

In elk geval was het nooit de bedoeling het album live te gaan vertolken. ‘Een compleet orkest van wel veertig, vijftig man, was toen ook al financieel onhaalbaar’, aldus De Groot.

Hoe onmogelijk ook, de zanger heeft altijd een zwak gehouden voor het album, dat hij niet ten onrechte als uniek in de Nederlandse pop­muziek ziet. ‘Ik heb het altijd een heel bijzondere plaat gevonden, waaraan ik met trots terugdenk. Jammer dat ze bij iedereen uit het systeem lijkt verdwenen.’

België

Misschien in Nederland maar niet in België. Gitarist en componist Mauro Pawlowski (46), die onder meer speelde in de prominente ­Belgische, dwarse rockbands bands Evil Superstars en dEUS, is al sinds de jaren negentig hartstochtelijk fan van het album.

Pawlowski: ‘Ik heb een vriendengroep die elkaar altijd de meest experimentele muziek laat horen. Platen van White Noise en Pearls Before Swine komen uit die late jaren zestig, bijvoorbeeld. Daar past Nacht en Ontij helemaal tussen. Hij heeft bij ons een cultstatus. Ik kende zo veel muzikanten die fan zijn van die plaat dat ik dacht: waarom gaan we die niet eens live uitvoeren?’

Voordat Pawlowski zijn plannen aan de maker ontvouwde, moesten er nog wat hobbels worden genomen. Meer dan een dozijn muzikanten zou te kostbaar worden. Bovendien was het echt een ‘studio-album’: vol met geluidseffecten.

Zeer vereerd

Toen Pawlowski uiteindelijk alles toch voor elkaar had, legde hij zijn idee voor aan De Groot. Die was zeer vereerd, al had hij zijn twijfels bij de vraag of alle details wel goed tot hun recht zouden komen. ‘Als je door budgettaire beperkingen alles helemaal moet gaan uitkleden, kun je het beter niet doen.’

Op advies van De Groot laat Pawlowski de vertelling in Heksen­sabbath doen door vrouwenstemmen. Pawlowski: ‘Een briljante suggestie. Een mannelijke stem ga je toch vergelijken met die van Boudewijn.’

De Groot: ‘Ik was en klonk toen ook nog heel jong, het zijn eigenlijk toch een soort middelbareschoolteksten.’

Mauro: ‘Ik vind ze juist krachtig, echte nonsenspoëzie, niet voor niets een heus genre geworden.’

Het tijdsgewricht

Maar we moeten niet vergeten dat dit alles met het tijdsgewricht van toen te maken had. Het ‘elfengedoe’ kwam wel ergens vandaan.

De Groot: ‘Ik wilde echt iets anders gaan doen. Experimenteren was een must, toen. Iedereen was in die hippietijd bezig met astrologie, zenboeddhisme, transcendente meditatie en Tolkien. Elfen, heksen en het occulte waren toen hip. Ik deed er ook aan mee, zoals ik toen aan alle stromingen met volle overtuiging meedeed. Ik vond dat hippiegedoe en de bijbehorende psychedelica reuze interessant.’

Bovendien was De Groot zo succesvol dat zijn platenmaatschappij niet op een centje keek. De componist kon iedereen in de studio bestellen die hij wilde. ‘Ze dachten bij de platenmaatschappij: als hij iets maakt, dan komt het wel in orde. Ze hadden echt geen idee.’

De beste muzikanten

Maar, zegt Pawlowski, het was ook prachtig wat De Groot voor elkaar bokste. ‘Niks geen aanklooien, zoals wel gezegd is. Als je iemand als avant-gardist Dick Raaijmakers de elektronische muziek laat verzorgen, en Eelco Gelling van Cuby and the ­Blizzards gitaar laat spelen, heb je echt de beste muzikanten om je heen.’

Dat De Groot de plaat onder invloed van lsd zou hebben gemaakt, is dan ook een fabeltje. ‘Misschien dat ik er wat bij geblowd heb, maar meer niet.’

Nacht en Ontij zou wel een zekere stilte in de carrière van De Groot inleiden. ‘Ik was echt zoekende en maakte ook privé een moeilijke tijd door. Ik probeerde het even met Engelstalige beatmuziek (The Tower, red.), maar dat werd niks.

Uiteindelijk zou De Groot zich in 1972 weer melden bij zijn vaste tekstschrijver Lennaert Nijgh en een van zijn succesvolste platen opnemen, Hoe sterk is de eenzame fietser. ‘Ik bedacht me dat als ik echt door wilde in de muziek, ik moest doen wat ik altijd het beste kon: liedjes zingen.’

Mauro Pawloski & Het Braaknoot ­Ensemble voert Nacht en Ontij op 21/4 uit tijdens Motel Mozaïque, ­Rotterdam.


De muzikanten
Boudewijn de Groot kreeg in 1968 van platenmaatschappij Phonogram carte blanche: hij mocht alle muzikanten die hij nodig had voor Nacht en Ontij naar de studio in Hilversum laten komen. Alleen, wie horen we precies op die plaat? Gitarist Eelco Gelling, dat is zeker. Maar wordt dat hammondorgel bespeeld door Rob Franken? Zou kunnen, De Groot weet het niet meer. Franken heeft met hem gespeeld, maar of dat ook op die plaat was? De muzikantengegevens zijn niet bewaard gebleven. ‘Bizar eigenlijk’, vindt De Groot. ‘Zo slordig als met het archief is omgegaan. Doodzonde.’