Recensie De zwarte heer Bazetub

De vele vertakkingen in De zwarte heer Bazetub zijn soms vermakelijk, soms vermoeiend (drie sterren)

Vermakelijke anekdotes en vermoeiende uitweidingen wisselen elkaar af bij Albert Vigoleis Thelen, een Duitse bohemien die lang in Nederland woonde.

Beeld Martyn F. Overweel

Talenwonder Albert Vigoleis Thelen (1903-1989), geboren net over de Duitse grens, was een bohemien zoals je ze zelden meer tegenkomt. In 1931 arriveerde hij in Amsterdam, waar zijn Zwitserse geliefde Beatrice Bruckner werkte als gouvernante. Hij maakte er kennis met schrijvers als Menno ter Braak, Hendrik Marsman, Victor van Vriesland. Nog datzelfde jaar vertrok het paar naar Mallorca, maar het contact met de Nederlandse letteren bleef. Vanaf 1936 waren Thelen en Bruckner voortdurend op de vlucht voor de aanhangers van dictator Franco. Na de oorlog keerden ze vanuit Portugal terug naar Amsterdam, waar ze tot 1954 woonden.

Het verhaal wil dat Thelen destijds bij een goed glas wijn prachtig kon vertellen over zijn mediterrane avonturen. Op zeker moment zou uitgever Geert van Oorschot hebben geroepen: ‘Mensch, schreiben Sie mir das mal auf.’ Dat gebeurde. In 1953 debuteerde Thelen bij Van Oorschot met Die Insel des zweiten Gesichts. Een Nederlandse vertaling kwam er toen niet van.

In Duitsland was het lijvige boek meteen een sensatie. De auteur ontving er de Theodor Fontane-prijs voor en lovende woorden van onder meer Thomas Mann. Het duurde tot 2004 voor het in het Nederlands verscheen. Het eiland van het tweede gezicht heeft sindsdien de status van geheimtip: bewonderd in kleine kring, onbekend bij het brede publiek en allang niet meer leverbaar.

En nu is daar De zwarte heer Bazetub, vertaling van Thelens tweede, even lijvige boek uit 1956. Subsidies en een crowdfundingactie kwamen eraan te pas om de uitgave mogelijk te maken. Sowieso moet de hoed diep af voor de wederom voortreffelijke vertaling van Wil Boesten, vol vondsten voor het eigenzinnige Duits dat Thelen gebruikte.

De plot is ditmaal flinterdun. Armlastig schrijver Vigoleis, met zijn Beatrice woonachtig in de Amsterdamse Derde Helmersstraat, krijgt een telefoontje. Of hij wil tolken voor een Braziliaanse rechtsgeleerde die een conferentie in het Haagse Vredespaleis moet bijwonen. De man heet voluit José Alvaro da Silva Ponto, maar het eerste dat Vigoleis hem in de hotellobby hoort roepen is ‘bazetub’ – gebrekkige uitspraak van het Engelse woord voor badkuip. Het zal niet bij dit misverstand blijven. Wat volgt is veel slapstickachtig gedoe rond geld, kledingaankopen, restaurantbezoek, en pogingen om in Den Haag te geraken (‘een niet bijzonder mooie en uitgesproken duffe stad’). De huidskleur van de Braziliaan leidt bovendien tot menig geval van alledaags racisme.

Welbeschouwd is deze verhaallijn niet meer dan een schaamlapje voor een eindeloze reeks anekdotes, herinneringen en bespiegelingen. Het miniemste detail kan aanleiding zijn om bladzijdenlang uit te weiden – bijvoorbeeld over de aardappelteelt, het belastingwezen, de haringvangst, de Nederlandse volksaard, pausin Johanna en de ‘levensgevaarlijke’ fietsers in Amsterdam. ‘Zo bezien – en ik bezie het zo – bepaalt het rijwiel het straatbeeld in Nederland, zoals de glijkoetsen dat op Madeira doen en bedelaars in Portugese steden, en het is onnodig te zeggen dat ook het Koninklijk Huis gebruikmaakt van dit weinig esthetische vehikel, sterker nog: een koningin die niet fietst zou eerder ten val komen dan een die geen kinderen krijgt.’

Al die vertakkingen zijn soms erg vermakelijk, soms doodvermoeiend – juist vanwege de zwakke verhaallijn. Charmant is dan weer dat de verteller zelf regelmatig de lage ‘gebeurtenisdichtheid’ hekelt in deze ‘buiten alle raamwerken vallende geschiedenis’. Bijzonder op dreef vind ik hem in zijn portretten. Personages als de Italiaanse hoteleigenaar, de rondborstige Boldootverkoopster, de vileine bibliothecaris van het Vredespaleis – ik zal ze niet snel vergeten. En goddank is de schrijver behalve een enorme kletsmajoor ook een geweldig stilist. Zijn zinnen meanderen dat het een aard heeft maar komen steeds op hun pootjes terecht.

Het enige dat de lezer kan doen is zich overgeven aan Thelens fabuleuze verteltalent. Wie dat lukt wordt rijkelijk beloond. Wie dat niet lukt zal hopeloos stranden.

Albert Vigoleis Thelen: De zwarte heer Bazetub
Uit het Duits vertaald door Wil Boesten. 
Cossee; 654 pagina’s; € 29,99.

Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden