De vele gezichten van Julie Verhoeven

Het tekenen van geestige, soms een tikje grimmige vrouwengezichten: de Britse mode-illustratrice en kunstenares Julie Verhoeven is er wereldberoemd mee geworden....

Van een afstandje zijn ze sexy, grappig en lief, de vrouwen op de schilderijen van de Engelse Julie Verhoeven. Maar wie dichterbij komt, ziet een donkere kant – angst, boosheid, leegte en verdwazing – in de vele gezichten, die zijn omringd door modeaccessoires, meubels en dieren. ‘Een van de oudste wetten uit de reclamewereld’, zegt Julie Verhoeven (40). ‘Mooie vrouwen en spullen gebruiken om je een beeld in te trekken. En pas in tweede instantie vertellen waar het om gaat: mijn kleine protest tegen de macht van schoonheid. Want die vrouwen zijn eigenlijk helemaal niet zo mooi.’

Zinger presents, een kleine galerie in de Amsterdamse Pijp, lijkt niet de meest voor de hand liggende plaats om te exposeren voor een van ‘s werelds beroemdste mode-illustratoren en dessinontwerpers. Verhoeven publiceerde in bladen als Vogue Italia en Wallpaper en deed projecten voor grote merken als Louis Vuitton, Lancôme en Mulberry. In de show van de voorjaarscollectie 2009 van Versace zaten jurken en badpakken met zomers Verhoeven-dessin met schelpen, scherven en de altijd aanwezige vrouwengezichten. Voor hetzelfde modehuis is ze bezig met nieuwe etalagepoppen, en ze ontwierp een serie voor de voorjaarscollectie 2010 van H & M Home. Deze week openen in Londen drie tentoonstellingen waarop tekeningen, behang en een installatie van haar te zien zullen zijn.

De eigenaar van de Amsterdamse galerie, Steven van Grinsven (33), is haar vriend. Hij leerde haar vier jaar geleden kennen toen hij haar uitnodigde voor een groepstentoonstelling. Bij hun eerste ontmoeting had Verhoeven een plastic tasje van Heineken in haar hand, met daarin weer een tasje met Van Gogh-zonnebloemen. Een opmerkelijk amodieuze keuze die haar meteen voor hem innam: ‘Zo dottig.’

Haar vader was een Nederlander die in de jaren vijftig als tiener naar Engeland ging om daar te werken als grafisch ontwerper, maar Britser dan Verhoeven bestaat niet. Met haar wijde, felgekleurde jurken, haar oranje geverfde haar en theatrale, popperige make-up is ze een schoolvoorbeeld van een English eccentric. ‘Ik heb mezelf nooit aantrekkelijk gevonden, veel te mannelijk’, zegt ze. ‘Op mijn 11de begon ik me al op te maken om dat recht te trekken. Hoewel dat niet altijd lukt. Soms kijk ik in de spiegel en zie ik een travestiet.’

De al even typisch Britse zelfspot laat ze alleen af en toe varen als ze het heeft over haar werk: ‘Ik kan het niet uitstaan als mensen doen alsof tekenen niet zoveel voorstelt. Het kost heel veel concentratie en inspanning wat ik doe.’

Verhoeven doorliep een modeopleiding in haar geboortestreek Kent. Ze wilde daarna graag door naar de beroemde modeafdeling van Central Saint Martins in Londen – waar ze nu docent modeontwerpen is – maar werd tot twee keer toe afgewezen. ‘Ik had belachelijke kleren aan en ik was zo verlegen dat ik geen woord kon uitbrengen’, zegt ze. ‘Tenminste, ik maak mezelf wijs dat dat de reden was.’

Via via kon ze terecht bij John Galliano, die toen net een paar jaar bezig was. ‘Het was voor iemand uit Kent heel, eh, kleurrijk.’ In de avonduren volgde ze cursussen modeltekenen en modetekenen. Ze werkte zich op van veredeld koffiemeisje tot eerste ontwerpassistent, maar stapte na vier jaar op. ‘Ik kreeg een idee van hoe het seizoen na seizoen door zou gaan.’ En zij, besefte ze, wilde tekenen, hoewel ze de eerste jaren ook kleding bleef ontwerpen voor onder anderen Martine Sitbon en Richard Tyler. ‘Ik heb er altijd dingen bij moeten doen. Er is weinig werk voor mode-illustratoren. Een tekening is goedkoper dan een foto, en kan veel beter liegen, maar voor het grote publiek zijn foto’s veel aansprekender. Illustratie zal altijd een niche blijven.’

Haar grote doorbraak kwam in 2002, met een serie patchwork tassen met regenbogen, schildpadden en paddestoelen die ze voor Louis Vuitton maakte. Vlak daarna kreeg ze een eigen modelijn bij de Italiaanse modeproducent Gibo, vrouwenkleren waarin dessins en kleur een grote rol speelden. Na vier seizoenen werd de stekker eruit getrokken. ‘Ze hadden geen vertrouwen meer in me omdat het niet zo goed verkocht als ze hadden gehoopt. De enige keer dat ik ergens ben ontslagen. Behoorlijk traumatisch.’

In 2002 exposeerde ze voor het eerst in een galerie, met de tentoonstelling Fat bottomed girls; tekeningen, collages en installaties. Sinds vijf jaar concentreert ze zich op vrij werk, afgewisseld met eervolle modeopdrachten; anoniem ontwerpen doet ze niet meer.

‘Ik voel me helemaal thuis in de kunstwereld’, zegt ze. ‘Ik kan precies doen wat ik zelf wil, ik heb eindelijk tijd om nieuwe dingen te proberen; laatst heb ik voor het eerst een linoleumsnede gemaakt. Mode is zo hard werken. Het is alsof ik altijd heb meegedaan in een film en nu pas eindelijk de kans heb om hem te bekijken. Hoewel ik het in het begin wel genant vond om mezelf zo serieus te nemen – het zal komen doordat ik een vrouw ben.’

Voordat Verhoeven begint te tekenen en schilderen, begraaft ze zich dagenlang in bibliotheken, waar ze weer uit komt met stapels fotokopieën: pagina’s uit kunstboeken, tijdschriften, instructieboeken over fotografie en reclame, vooral uit de jaren zestig en zeventig. ‘De invloed van mijn vroege jeugd, vermoed ik.’

Een paar weken geleden was ze nog in de openbare bibliotheek in Eindhoven. Half november opent daar in het centrum voor hedendaagse kunst MU een grote tentoonstelling van haar, met tekeningen, installaties en beelden van stof. Het is de bedoeling dat ze een behang ontwerpt op basis van materiaal uit de plaatselijke bibliotheek. De oude Nederlandse tijdschriften waar ze op hoopte, vond ze er niet. ‘Ik heb wel een aantal Nederlandse kunstenaars en stromingen ontdekt. Cobra vond ik erg inspirerend, en Carel Willink; zijn vrouw Mathilde in de kleren van Fong Leng.’

Tekenen doet ze het liefst heel vroeg in de ochtend. De gordijnen van haar Londense atelier gaan dicht en de muziek gaat keihard aan. Beelden uit de fotokopieën worden verwerkt tussen haar uit het hoofd getekende vrouwfiguren – mannen zijn non-existent in het universum van Verhoeven. Een computer gebruikt ze niet: ‘Die gaat veel te langzaam.’

In de loop der jaren zijn haar kleurrijke, geestige tekeningen grover van streek geworden, schilderachtiger. Er zitten invloeden in van het Duitse expressionisme, de uitdrukkingen op de bleke gezichten zijn grimmiger dan vroeger. Dat laatste, zegt ze, ‘kwam als een verrassing voor mezelf. Ik wist niet dat ik het in me had.’

Vaak is haar werk het resultaat van, zoals ze noemt, ‘gelukkige ongelukjes’. Aan de schilderijen in galerie Zinger presents gingen er twee vooraf. De gekleurde, geometrische vlakken tussen de vrouwenfiguren en voorwerpen ontstonden nadat ze op die manier een mislukking had weggewerkt. Dat ze voor de eerste keer op doek heeft gewerkt, kwam door een aanbieding van de plaatselijke winkel in kunstenaarsbenodigdheden. ‘Ik heb altijd een aversie tegen doek gehad. Ik vond het ruw, en ik begreep niet waarom je werk er meerwaarde door zou krijgen; over papier wordt altijd neerbuigend gedaan. Deze doeken waren zo goedkoop dat ik ze wel moest kopen – o, de kracht van reclame! – en ik vond het een amusante ervaring, alsof ik voor het eerst met de grote jongens meedeed.’ Ze lacht haar aanstekelijke hoge giechel: ‘Hoewel ik ze natuurlijk gewoon heb behandeld als papier.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden