De veertig van Heytze

Aanstekelijke combinatie van uitleg en verwondering over de gedichten

Ooit stond ik tegen een jukebox aan te rijden in El Chapultepec, een jazzcafé in Denver, waar vroeger een dronken beatdichter Jack Kerouac uit was gekickt. De jukebox had een zetje nodig, om de naald in het goeie nummer te laten vallen - en goeie nummers, daar stroomde die ouwe muziekbak van over.

Dichter Ingmar Heytze heeft ook een jukebox waar hij liefdevol tegenaan kruipt. Het is zijn eigen draagbare jukebox met zijn veertig favoriete gedichten, zijn 'eigenhandig in elkaar genaaide Dichter van Frankenstein'.

Heytze stapt met deze bundel in een ongedefinieerde traditie, die van de poëzie-dj. Zeg maar: een praatje voor het plaatje, in het geval van de Utrechtse dichter een aanstekelijke combinatie van uitleg & verwondering, waarna het gedicht volgt.

Gerrit Komrij deed het al, gevolgd door aanstekelijke poëziemixers als Chrétien Breukers en Henny Vrienten. Ook was er het geweldige poëzie-dj-debuut van Kees van Kooten die de lezer in de groeven zette van de Amerikaanse dichter Billy Collins.

Kenmerk van de poëzie-dj is dat er geen systeem in de draaisessie hoeft te zitten. Niks geen chronologie of het systematisch behandelen van stromingen of landen of thema's. Recht vanuit de eigen verzameling, bloemlezend in de geest van de Rotterdamse dichter Riekus Waskowsky: 'Dichten is net als koken:/ je pleurt maar wat in de pan/ als je koken kan.'

Heytze hangt sinds zijn 15de aan de dichtkunst, en dat was niet zomaar: thuis stond er poëzie op de plank, en kwam er cabaret uit het platenmeubel. Daarom komen teksten van Hans Dorrestijn en Annie M.G. Schmidt voorbij en het schitterende gedicht 'Reisbrief' van Bergman. Bergman heette eigenlijk Aart Kok en was leraar aardrijkskunde. Heytze kende hem alleen uit de kast, en op een dag hoorde hij hem voordragen 'met de dictie van een dictee'.

Waarde vriend het is hier prachtig/ De koeien zijn ontroerend drachtig

Wat poëzie allemaal moet zijn, daar hoef je bij Heytze niet mee aan te komen. Dat het moet stinken, ontregelen of gevaarlijk hoort te zijn - het doet er niet doe. Hou je vast aan Martinus Nijhoff: 'Lees maar, er staat niet wat er staat'.

Heytze pleit hartstochtelijk voor het werk van Frank Koenegracht, zet de Utrechtse dichter Alain Teister op een schild, bewierookt Anton Korteweg. Dichters die hem 'op een navolgbare manier' helpen met leven. Net als 'de bleke vierkanten in het gras' die achterblijven als de kermis is vertrokken, in het gedicht van Lernert Engelberts.

Niet alle veertig gedichten zijn overigens even goed. Het lijkt alsof Heytze voor bevriende dichters een iets coulanter deurbeleid voerde. Maar alleen al het stuk over de Schot John Burnside en het door Heytze vertaalde gedicht maken deze jukebox een mentale vloervuller.

Burnside dichtte over de dood van de laatste spreker van de Oebychs-taal. Hij las daarover in de krant, voordat hij in een vliegtuig stapte en in de lucht vloeide het gedicht eruit. Dat is precies zoals Heytze het wil, een geweldig gedicht met een wonderlijke ontstaansgeschiedenis. Dat je gewoon bestaat als dichter, een pak karnemelk koopt, in de file staat en dat er onderwijl 'een virusachtig programmaatje' meedraait dat je opeens aan het dichten zet.

Toch zouden ze later het woord onthouden/ Dat hij die ochtend sprak, vlak voordat hij stierf:/ een naam voor de dood, misschien/

of weidegras


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden