De utopische dromen van Naomi Klein

Ze sprak zich altijd al uit tegen globalisering, maar kwam nooit met een alternatief. Met haar nieuwste boek is activist Naomi Klein radicaal van gedachten veranderd.

De vrouw die haar aankondigt laat zich helemaal gaan. 'Ze is een stralende visionair, ze is een strijdmakker, ze is de handlezer van de moderne kapitalistische wereld. Ik geef jullie mijn zuster, onze zuster, onze uitverkorene: Naomi Klein!'

Naomi Klein komt het podium op. Ze heeft een nette zwarte broek aan met een zwart jasje en draagt daarover een zilverwitte sjaal. Met haar hakken en haar sjieke kapsel zou ze ook een ambassadeur kunnen zijn, maar ze is een activist, ze is de vrouw die al jaren het verzet leidt tegen de economie zoals we die kennen en die nu de strijd aanbindt met de Amerikaanse president Donald Trump.

Luid applaus. Er zitten ongeveer vijfhonderd aanwezigen in de volgepakte Cooper Union, een historische hal in New York met met dikke pilaren tussen de stoelen, waar presidentskandidaat Abraham Lincoln in 1860 een beroemde rede hield tegen zijn partijgenoten over de oplaaiende ruzie tussen noord en zuid ('Geef niet toe! Sluit geen compromissen! Zoek geen middenweg tussen goed en fout!' - een jaar later brak de burgeroorlog uit). Er zitten veel studenten en veel vrouwen van middelbare leeftijd, veelal met Kleins nieuwe boek op schoot, klaar om dat straks te laten signeren.

Nee is niet genoeg, luidt de titel. 'Ik heb lange tijd gedacht dat nee wél genoeg was', zegt Klein, als ze even later op een houten stoel op het podium zit. 'Ik dacht dat verzet genoeg was om het neoliberalisme te stoppen. Ik heb me totaal vergist. Daar wilde ik duidelijk over zijn. Vandaar dat ik dat maar op de cover heb gezet.'

Utopische dromen

Naomi Klein (47) is ouder geworden, en wijzer misschien, en moeder bovendien: tijdens de voordracht springt af en toe op de eerste rij een jongetje van 5 met een koptelefoon uit zijn stoel, om naar haar toe te rennen. In drie geruchtmakende boeken heeft ze de afgelopen twee decennia inhoud gegeven aan het progressieve protest tegen de uitwassen van het kapitalisme en de mondialisering. Maar daarin kwam ze nooit met een alternatief. 'Ik ben geen utopische denker', zei ze in 2008 tegen The New Yorker. 'Ik stel me geen ideale samenleving voor. Ik voel me veel comfortabeler als ik kan praten over de dingen die er nu zijn.'

Maar ze is dus veranderd. 'We moeten de utopische dromen weer aanwakkeren', zegt ze nu. 'De enige manier om rechts het hoofd te bieden, is als links een alternatief te bieden heeft.'

De oplossing is dus geëvolueerd, maar wat de diagnose betreft vindt Klein dat ze het al die tijd wél bij het rechte eind heeft gehad. In haar nieuwe boek, een schotschrift tegen Trump en de politieke en economische krachten die hem mogelijk hebben gemaakt, komen de drie lijnen samen die ze in haar eerdere werken heeft beschreven.

Doorlopende crisis

Trump is allereerst het ultieme holle supermerk uit No logo (1999), een merknaam die geen product meer nodig heeft. De naam ís het product en elke keer dat de naam genoemd wordt, gaat de waarde ervan omhoog, zegt Klein. Daarnaast ziet ze in zijn presidentschap De shockdoctrine (2007) terug, waarin ze beweerde dat het harde gedereguleerde kapitalisme altijd vrij spel krijgt na crises, of dat nou natuurrampen of oorlogen zijn. Volgens Klein is Trump een doorlopende crisis en geeft hij daarmee de Republikeinen vrij spel om hervormingen door te voeren. En ten derde ziet ze in het Witte Huis van Trump het ultieme bewijs dat het traditionele bedrijfsleven zijn uiterste best doet klimaatbeleid te saboteren, zoals ze beschreef in This Changes Everything, in het Nederlands verschenen met de titel No time (2014).

Trump is een monster van Frankenstein, schrijft Klein, waarvan de ledematen zijn samengesteld uit alle rechtse trends die ze in haar boeken heeft gesignaleerd. Dat betekent ook dat Trump geen aberratie is, maar de culminatie, het logische eindpunt, van de rechtse geloofsartikelen in Noord-Amerika. 'Dat inhaligheid goed is. Dat de markt heerst. Dat alleen geld ertoe doet. Dat witte mannen beter zijn dan de rest. Dat de natuur geplunderd mag worden. Dat de kwetsbaren hun lot verdienen en dat de 1 procent hun gouden torens verdienen. Dat publiek bezit verdacht is en geen bescherming verdient. Dat we omringd worden door gevaar en alleen op onszelf moeten passen.'

Trump staat dus niet op zichzelf, maar is volgens Klein de belangenbehartiger van een kliek superrijken die met valse beloften, vriendjespolitiek en deregulering zichzelf verder probeert te verrijken. 'Hij heeft een rampzalig kapitalistenkabinet om zich heen verzamelt', zegt Klein, 'met een giftige actielijst.' Achter de crisis en de chaos proberen zij zeer georganiseerd en methodisch een neoconservatieve agenda uit te voeren, gericht op de herverdeling van welvaart van arm naar rijk.

Het is om die reden te simpel om alleen te roepen dat Trump afgezet moet worden, of om te denken dat de verkiezingen wel door de Democraten worden gewonnen omdat zoveel mensen een hekel aan Trump hebben, denkt Klein. 'Dan vergeet je de omstandigheden en politiek die de opmars van Trump en rechtse partijen over de hele wereld hebben veroorzaakt. Je moet die stemmers een alternatief bieden.'

Ze haalde eerder deze maand al haar gelijk, toen bij verkiezingen in Georgia de Republikeinse kandidaat 'gewoon' met de winst aan de haal ging. De Democratische kandidaat werd door de Republikeinen simpelweg in verband gebracht met het establishment rond Nancy Pelosi en kwam vervolgens geen procent verder meer. De standaard-Democraten, waarvan Hillary Clinton er eentje was, stellen gewoon geen goed verhaal tegenover de retoriek van het rechtse populisme.

'Zelfs als dit nachtmerrie-achtige presidentschap morgen eindigt, zijn de politieke factoren die ertoe hebben geleid nog steeds springlevend. Met vicepresident Mike Pence en partijleider Paul Ryan in de coulissen en een Democratisch establishment dat ook aanschuurt tegen de miljardairsklasse, is het niet genoeg om alleen de huidige bewoner van het Oval Office te vervangen.'

Vacuüm

Jarenlang dacht Klein dat een beweging van onderop daarvoor krachtig genoeg zou zijn. Nadat No logo was verschenen, werd Klein vaste gast tijdens de demonstraties van anti- en andersglobalisten tijdens internationale handelstoppen. De activisten brachten de onderhandelingen tot stilstand en leken een factor van belang te worden, zeker toen vakbondslui gingen samenwerken met milieuactivisten. Maar na 11 september 2001 vielen de kwetsbare coalities uiteen, toen de activisten over één kam werden geschoren met terroristen. De afkeer van globalisering bleef bestaan, maar het vacuüm werd vervolgens gevuld door rechtse partijen en uiteindelijk door Trump.

De financiële crisis van 2008 leek nog een uitgelezen kans om het tij te keren. Klein ziet in een crisis namelijk ook een mogelijkheid voor een progressieve reactie. Zeker in Amerika, met Obama net aan de macht en een Democratische meerderheid, was er een mogelijkheid om het systeem fundamenteel te veranderen, schrijft Klein. 'Obama had een duidelijk democratisch mandaat om meer te doen dan een beetje sleutelen aan de economie die in duigen was gevallen. Het idee om Wall Street aan te pakken, een campagnethema van Obama, was ongelofelijk populair.' Ook de auto-industrie kon worden gedwongen zich te vergroenen en de ongelijkheid kon worden aangepakt. Maar Obama liet het moment voorbijgaan. 'Dat is niet alleen de schuld van de Democraten. Er was geen progressieve coalitie die druk uitoefende op dit cruciale moment in de geschiedenis. We hadden geen plannen, we hadden geen dromen. We waren er niet klaar voor. We hadden geen zelfvertrouwen.'

Klein heeft daar lang mee geworsteld: in hoeverre moeten activisten zich organiseren om iets gedaan te krijgen? Met politieke partijen heeft ze weinig op. Ze vindt, zei ze tegen The New Yorker in 2008, dat bevrijdingsbewegingen te vaak zijn verraden door de politici voor wie ze gevochten hadden. 'Ze wantrouwt centralisatie, instituties, platforms, theorieën - alles behalve extreem kleine, lokale, ad hoc, spontane initiatieven. Al met al houdt ze er gewoon echt niet van orders te krijgen', schrijft The New Yorker.

Toch is ze geen rasdemonstrant, geeft ze toe. 'Protestmarsen deprimeren me. Een stuk lopen en dan zingen, ik heb er niets mee.'

Feminist

Klein heeft altijd dwarse kanten gehad. Als tiener had ze altijd ruzie met haar ouders, linkse wereldverbeteraars die naar Canada waren verhuisd wegens de Vietnamoorlog. Ze kon urenlang door de winkelcentra van Montréal lopen en was geobsedeerd door make-up en kledingmerken, tot verdriet van haar feministische moeder. Klein loog erop los en leek een kreng te worden.

Tot haar moeder een hersenbloeding krijgt. Zes maanden lang verzorgt Klein haar moeder, en ziet hoe ze zich langzaam gedeeltelijk herstelt en weer wat controle krijgt over haar bewegingen. Klein ontdekt dat ze behulpzaam kan zijn en dat andere mensen het incasserings- en doorzettingsvermogen hebben om een grote crisis (gedeeltelijk) te boven te komen. Rond diezelfde tijd vindt in Montréal een schietpartij plaats waarbij veertien vrouwelijke studenten omkomen. 'Ik haat feministen', zou de man hebben gezegd. Vanaf dat moment noemt Klein zich feminist.

Klein staakt haar studie en wordt journalist. Ze begint te schrijven en wordt op 23-jarige leeftijd hoofdredacteur van het linkse blad The Magazine, totdat ze merkt dat er geen goede linkse verhalen te schrijven zijn: het is midden jaren negentig, de Koude Oorlog is voorbij, het is de tijd van Bill Clinton en Tony Blair en Paars in Nederland. Ze gaat opnieuw naar de universiteit en merkt dan dat er wel degelijk wat broeit: de sluipende opkomst van het bedrijfsleven in de diepste krochten van het publieke leven. Advertenties in de wc's. Cola-contracten met de kantine. En dan ook nog allerlei spullen laten fabriceren in de derde wereld. Daar moet een boek over komen. Na vier jaar schrijven heeft ze No logo af en wordt haar naam zelf een merk.

Ze heeft dan inmiddels haar man Avi Lewis ontmoet, bij de Canadese tegenhanger van MTV. Avi, zelf een telg uit een oud links Canadees geslacht, zal een trouwe medewerker worden en zit op de avond dat Klein haar presentatie geeft ook in het publiek om foto's te maken, en zich over zoontje Toma te ontfermen.

Naomi Klein is een intellectueel, ontegenzeggelijk, ook al is ze geen academicus en geen econoom. Haar boeken bestaan uit origineel denkwerk, gestaafd met jaren leeswerk en eigen onderzoek, of dat nou in de kledingfabriekjes van Indonesië is of achter de frontlinie in Irak (Nee is niet genoeg is anders: dat heeft ze in een paar maanden bij elkaar getikt, maar leunt stevig op al haar eerdere werk). De bewondering is in de Cooper Union hoorbaar; er wordt instemmend gemompeld en zachtjes gejoeld. Het publiek kan geen vragen stellen en dat hoeft het ook niet: in de kerk stel je ook geen vragen.

Dramatiseren

Is ze oppervlakkig? Ze stelt de zaken soms 'overgesimplificeerd' voor, schreef de Nobelprijswinnende econoom Joseph Stiglitz in zijn recensie van De shockdoctrine. 'Er is geen toeval in de wereld van Naomi Klein.' Daarbij dwingt ze haar voorbeelden soms iets te hardhandig in haar theorie: de oorlog van de Russen in Tsjetsjenië was volgens haar niet bedoeld om de onafhankelijkheidsstrijd neer te slaan, maar bedoeld als crisis, zodat Jeltsin zijn kapitalistische hervormingen kon doorzetten.

Daarbij kan ze soms dramatiseren. In haar Trumpboek suggereert ze dat Trump een oorlog zal beginnen om de olieprijzen op te drijven ('Bijzonder zorgwekkend in dit verband zijn de banden van minister van Buitenlandse Zaken Rex Tillerson met ExxonMobil'). En als ze de (splinternieuwe) Dakota Access-oliepijpleiding beschrijft die onder een Sioux-waterreservoir doorgaat, zegt ze dat die 'elk moment kan bezwijken'. Het is bijna wensdenken.

Dat betekent ook dat ze voor eigen parochie lijkt te preken, hoe groot die ook is. Kijk naar de parade van linkse mensen op het omslag van haar nieuwe boek: van Yanis Varoufakis, de voormalige Griekse minister van Financiën, via filosoof Noam Chomsky tot Michael Stipe, de voorman van R.E.M., vinden ze dat Klein weer een 'briljant', 'moedig', 'urgent' en 'noodzakelijk' boek heeft geschreven.

Maar door haar poging een Ja te laten volgen op het Nee van het verzet, is dit toch een minder geharnast betoog dan No logo en De shockdoctrine waren. Haar moederschap lijkt ook mee te spelen: zoals Kleins activisme door haar moeder werd aangewakkerd, zo lijkt haar laatste, meer constructieve wending door haar kind geïnspireerd. Haar klimaatboek van drie jaar geleden was al opgedragen aan haar zoontje Toma en nu koppelt ze haar hoopvolle boodschap expliciet aan kinderen: 'Dit Ja zal een verandering brengen die zo fundamenteel is dat de huidige overname door het bedrijfsleven niet meer dan een historische voetnoot zal blijken, een waarschuwing voor onze kinderen.'

Hoe moet die brede progressieve tegenbeweging er dan uitzien? Ze denkt eerst dat klimaatverandering een soort katalysator kan worden voor een breed en inhoudelijk verzet en schrijft daar dan ook een boek over. Maar de klimaatcrisis is te geleidelijk om echt veel activisten te kunnen motiveren voor een directe politieke verandering.

Toekomstagenda

Een dient zich in het voorjaar van 2015 een onverwachte aanleiding aan. De olieprijzen kelderen sterk, wat grote invloed heeft op de Canadese economie. Klein en haar man besluiten dan een aantal invloedrijke Canadezen (vertegenwoordigers van de milieubeweging, de oorspronkelijke bevolking, de vakbonden, immigranten, huisvesting, landbouw, andere belangenbehartigers) uit te nodigen voor een discussie van twee dagen over wat de nationale agenda voor de toekomst moet zijn. 'Het is het omgekeerde van De shockdoctrine', schrijft ze. 'Het is een schok van onderaf.'

Uit de bijeenkomst rolt het Leap Manifest: een roep om een Canada gebaseerd op zorg voor de aarde en voor elkaar. 'Het moeilijkste stuk dat ik ooit geschreven heb', vindt Klein. Het is bedoeld als een hint voor politieke partijen: dit is wat wij willen. Het wordt gelanceerd tijdens de verkiezingen en wordt, hoewel de kranten het 'nationale zelfmoord' vinden en Klein een 'latte-liberal' noemen, gesteund door drie van de middenpartijen. De verkiezingen worden gewonnen door de liberalen van Justin Trudeau, met een linksere agenda dan de centrumlinkse partij.

Klein hoopt dat het Leap-project ook in andere landen vaste grond onder de voeten krijgt en op die manier politieke partijen kan beïnvloeden. 'Maar de echte truc is natuurlijk als deze dromen op het stembiljet komen', schrijft Klein.

Want dat is haar grote hoop: dat progressieve partijen écht progressieve keuzen durven te maken, in Kleins ogen de enige manier om de rechtse populisten de wind uit de zeilen te nemen. De Hillary Clintons van deze wereld, met hun banden met het bedrijfsleven en liefde voor de status quo, zullen het volgens haar blijven afleggen tegen de Trumps van deze wereld. Bernie Sanders, de eerste presidentskandidaat die Klein ooit heeft gesteund, zou het volgens haar wel kunnen redden, al moet hij zijn economische populisme dan wel verbinden met een duidelijker boodschap voor zwarten en vrouwen.

Zo is Klein toch nog een idealist geworden. De puristische activisten die bij de uitgang van de Cooper Union hun kraampjes hebben opgezet, vinden het maar niets, deze nieuwe Klein. 'Klein zoekt oplossingen binnen het bestaande systeem, maar dat systeem is de bron van de problemen', staat op een vel dat bezoekers uitgereikt krijgen, waarna in een warrig betoog wordt uitgelegd dat na een Nee geen Ja mag komen. In de verte kun je Klein horen zuchten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden