DE 'URBAN' ACTIE TOMAAT

'Urban' theater - met de taal van hiphop en acteurs 'van de straat' - krijgt voorzichtig een plek op traditionele podia....

Wat wij doen, zegt Jörgen Tjon a Fong gedecideerd, is volstrekt nieuw.Goed, hij speelt zaterdag dan wel gewoon de Griekse tragedie Tyestes in deStadsschouwburg Amsterdam, maar zie dan toch de videoschermen, deimprovisaties met het publiek, en vooral: het hele Wraakfestival eromheendat zijn groep Urban Myth organiseert. Met daarin óók maatschappelijkedebatten, een clubavond, muziekoptredens; alles aangekondigd door eenstevige politiek getinte postercampagne - deze week al goed voor nieuws,toen de poster met daarop Mohammed B. met rode verf bleek te zijn beklad.

Dit is theater voor een nieuwe generatie, meent Tjon a Fong. Coolture,om een al even nieuwe term te lanceren. Niet zozeer de straattaal, nietzozeer multicultureel, niet zozeer jongeren, maar gewoon: de taal van destad, van de subculturen, van clubs, hiphop, en de actualiteit. 'De taaldie in het traditionele theater afwezig is.'

Maar of hij nu de enige is met deze visie? Urban Myth raakt zijdelingsaan een andere groep: het Amsterdamse Made in da Shade maakt al sinds 1993'theater voor nieuwe tijden': 'Theater van nu', met invloeden 'van hiphoptot Hollywood, van de straat tot het klassieke podium'. En ook dat isopvallend geëngageerd: eind 2005 speelde de groep het stuk Kings, overdrie Marokkaanse vrienden. Een stuk over de knappe Leila, door haar broervermoord: eerwraak. Wrang theater, begeleid door beat en videobeelden,'uitgevochten' in een boksring.

En in Rotterdam klinken vergelijkbare woorden van theatergroepRotterdams Lef, die 'de hartslag van de grote stad' vertolkt. Klassiektheater én 'expressievormen van de straat'. Rotterdams Lef maakt, in eigenwoorden, 'urban theater'.

'Urban theater'. De term ronkt al weer een paar jaar rond in de wereldvan clubs, theaters en zelfs die van de subsidieverstrekkers. Het is eenverzamelnaam geworden om een reeks van nieuwe, diverse initiatieven op hetgebied van jongerentheater aan te kunnen duiden.

Een term die - ook al wordt hij gebruikt door makers zelf - regelmatigvergezeld gaat van luid protest: 'Zeg nou als-je-blieft geen urban',reageert theatermaker Jarrod Francisco van het Amsterdamse Likeminds. 'Alser een beat in zit en een gekleurde jongen in speelt, zeggen mensen opeensdat het urban is. Het is gewoon theater. Voor mijn part nieuw ofexperimenteel theater, maar wel theater.'

Goed. 'Nieuw theater' dan, met 'grootstedelijke kenmerken': wantovereenkomsten zijn er zeker. De groepen gebruiken hiphop, breakdance,skaters, acteurs, zangers en soms zelfs debatten; de plekken zijn nietalleen de theaters, maar ook clubs als Bitterzoet, Nighttown en de Melkweg;de thema's zijn over het algemeen flink geëngageerd. Niet dat het toneelvan de Theu Boermansen en Johan Simonsen dat níet is. Maar tsja, dat isvoor veertigers, en dit is voor de grootstedelijke jongeren. 'Twintigers',verduidelijkt Tjon a Fong van Urban Myth, 'die normaal nooit het theaterinkomen.' En die zijn nu eenmaal geëngageerd. 'Nieuwe problemen leverennu eenmaal nieuwe kunst op: de noodzaak is nu groter.'

Successen worden nu voorzichtig geboekt. Made in da Shade heeftinmiddels het Cosmic theater in Amsterdam overgenomen, Don't hit mama, dedansgroep van choreografe Nita Liem, begint deze week een project met hetNationaal Ballet: naast het Zwanenmeer van Rudi van Dantzig maakte Liem eenversie met jongeren uit de Bijlmer: het Bijlmermeer-Zwanenmeer. En Tyestes, dat Urban Myth in de Amsterdamse Stadsschouwburg zal opvoeren, ishet eerste Griekse toneelstuk - of waarschijnlijk het eerste toneelstuküberhaupt - dat wordt gepromoot door muziekzender The Box.

De gevestigde orde lonkt, maar zitten de groepen 'van de straat' daardan zo op te wachten? En zijn ze eigenlijk wel goed genoeg voor de 'echte'theaters?

'Multicultureel jongerentheater', heette het begin jaren negentig nog.En al deze nieuwe groepen zijn er in feite de nazaten van, zegt Arjen Kolk,programmeur van Clup Act, een maandelijkse 'urban' avond in het Rotterdamsetheater Lantaren/Venster; groepen die toen nog gewoon Nultwintig heetten,en die banden hadden met het welzijnswerk, met buurtcentra en met wat toen'probleemjongeren in de wijken' werd genoemd.

Langzaamaan werd de ambitie artistieker, ook onder invloed vanbuitenlandse voorbeelden, zoals het community theatre in Londen, hetbloeiende hiphoptheater uit New York en Parijs, en dansgroepen uitZuid-Afrikaanse townships. Zo ontstond Made in da Shade in 1993. En zoontstond de laatste acht jaar een hele reeks groepen, van Dox totLikeminds, en van Rast tot Alba. En de aanwas van nieuwe jongeren zal zekernog toenemen, zegt Kolk: 'Ze ontdekken dat je in het theater vrijer bentdan op het muziekpodium, en meer kwetsbare onderwerpen kunt brengen.'

Maar: noem het alsjeblieft niet multicultureel, zegt Jörgen Tjon aFong. Multicultureel, dat hoort bij het oude theater Cosmic, multicultureelhoort ook bij de latere Van der Ploeg-gedachte, naar de staatssecretarisdie beleid maakte van meer kleur in de kunsten. En die tijd is gewoonvoorbij, zegt ook Lucien Kembel, mede-oprichter van Made in da Shade, eninmiddels de nieuwe directeur van Cosmic. 'Toen Cosmic bijna dertig jaargeleden begon, was de theaterwereld totaal niet gekleurd. Cosmic heeft eenijsbrekerfunctie gehad. Voor Shade was het samengaan van culturen enstijlen al vanzelfsprekend. Cosmic is nu in een fase dat schreeuwen nietmeer nodig is, we moeten gewoon mooie producties maken voor een breedpubliek.'

Hoewel de binding met 'de straat' er nog steeds is. Via zogeheten peereducation en workshops leiden groepen als Rotterdams Lef en Don't hit mamahun eigen spelers op. Zo is Likeminds, inmiddels een reservoir voor nieuwetheatermakers, ontstaan vanuit de Bijlmer. Voormalig jongerenwerker JarrodFrancisco werd er benaderd door het Nederlands instituut voor ZuidelijkAfrika - 'Ze hadden jongens uit Kaapstad die wel workshops wilden geven inde Bijlmer. Ze dachten dat de Bijlmer ook een soort township was.'

Toen twee van de deelnemers uit de Bijlmer werden uitgenodigd inKaapstad om op te treden, groeide het idee van Likeminds verder. 'We zagendat daar het idee leefde dat je samen iets aan de armoede kon doen. Zo isLikeminds ontstaan: om talenten te professionaliseren en, als zegeprofessionaliseerd zijn, iets terug te doen door nieuwe jongeren op teleiden.'

De tijden zijn echter wél veranderd, sinds de begindagen van hetjongerentheater in de 'wijken'. Want Likeminds wordt gesponsord door deVandenEnde Foundation, die overigens zowat alle 'nieuwe theatergroepen'bijstaat. Volgens Francisco ziet de markt de mogelijkheden in de 'nieuwe'theatergroepen. 'Voor de musical The Lion King ging Van den Ende drie jaargeleden op zoek naar gekleurde acteurs. Via de gewone opleidingen kondenze die moeilijk vinden. Toen ze merkten dat talent niet altijd viavakopleidingen te vinden is, zijn ze breder gaan investeren.'

Volgens de VandenEnde Foundation ligt hier dan ook een nieuwe markt voorde klassieke theaters. 'Schouwburgen', vertelt Marc van Zijp van deFoundation, 'zouden stom zijn als ze de nieuwe groepen niet serieus zoudennemen: hun publiek vergrijst. Zo'n groep als Urban Myth maakt eenvertaalslag van het klassieke theater, die begrijpelijk is voor mensen diede schouwburg als een onbetreedbaar bastion beschouwen. En dat zijn erveel.'

Maar wie nu denkt dat het allemaal wel erg makkelijk is voor de 'urban'groepen, zegt Jörgen Tjon a Fong, vergist zich schromelijk. 'De waarderingin de theaterwereld en het vinden van nieuw publiek gaat héél erglangzaam.' Een voorbeeld: 'Bij een subsidiecommissie liet ik wel eensvallen wat er buiten het traditionele theater ontstaat. Dan hoorde je: ach,in de jaren zeventig hadden wij vormingstoneel. Dat ging ook wel weerover.'

Francisco van Likeminds merkt dat de 'officiële' theaterwereld en zijnbezoekers domweg niet weten waar ze zijn theater kunnen vinden. 'Ik heb nu contact met Peter Blok, acteur in onder meer Cloaca. Hij kende onzevoorstellingen niet, dus heb ik bij hem thuis videobanden laten zien.''Tjeezus, die jongen speelt wel goed hè'', zegt hij dan over een acteurvan Likeminds. Ja, die speelt goed. En hij is niet de enige.'

De theaterwereld is nog weinig overtuigd van de kwaliteit van de meesteurban producties. Leuk, nieuw jongerentheater, maatschappelijk belangrijkook. Maar goed?

André Veltkamp, directeur van de Theaterschool Amsterdam, zegt het'moeilijk' te vinden 'om de houdbaarheid van urban theater in te schatten.Ik denk vaak: dat kan beter, er zit nog veel meer in die acteurs dan eruitkomt. Het is goed dat ze een opleidingstraject krijgen, maar ik denk tochdat wij dat beter kunnen. Het probleem is echter dat de drempel van eenreguliere opleiding dan vaak weer te hoog blijkt.'

Francisco beaamt dat er meer op kwaliteit moet worden beoordeeld, enniet op 'het exotische', zoals bij vroegere stukken van Cosmic welgebeurde. Dat zijn de nadelen van het Van der Ploeg-effect, zegtprogrammeur Kolk: in korte tijd werden jonge groepen geprogrammeerd, alleenomdat ze multicultureel waren. De artisticiteit deed minder ter zake.

Gun ze daarom nog wat tijd om te prutsen. Want het belang van de nieuwegroepen, zegt Kolk, is wel degelijk artistiek. 'Er wordt geput uit anderetradities dan alleen de westerse, de bewerking van Grieken en een rapversievan Shakespeare daargelaten. Maar iedere vernieuwing is interessant voorhet theater als geheel. Je had in de jaren zeventig de vernieuwing vanActie Tomaat. Nu is er dit.'

De echte slag, zegt Kolk, moet nog komen. Hij ziet voorbeelden inFrankrijk en Engeland, waar al jaren meer ruimte is voor urban theater.Francisco is sceptischer. Wil het nieuwe theater een plek krijgen, dan moeter worden samengewerkt. Maar dan écht. 'Niet even een donkere acteuruitlenen en in een stuk plaatsen waar een rolletje voor een allochtoon inzit, en niet alleen in jongerenprogramma's. Er is genoeg talent. NasrdinDchar, die in Kings speelde. Youssef Gnaoui van Likeminds. Yahya Gaier,bekend van Het schnitzelparadijs. Nee, veel namen zijn dat niet. Maar alsje me vraagt wie van de klassieke acteurs écht goed zijn, dan zijn dat erook niet veel: Pierre Bokma, Gijs Scholten van Aschat, Cees Geel. De enigemanier om te laten zien dat die jongens talent hebben, is door ze naast henop het podium te zetten.

'Maar theater bestaat helaas uit veel puristen. Aan beide zijden: bijde jongeren en bij de klassieke theatermakers. Allemaal denken ze dat watzij doen het enige juiste is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden