De triomf van rechts begon in de revolutionaire linkse jaren zestig van de vrije seks en het kabinet-Den Uyl

Geen linksere tijd dan die van Provo, de anti-autoritaire kresj en lsd. Tot je beter kijkt. Want in de schaduw van de revolutie begon rechts aan zijn grote opmars. De neo-nationalisten van nu hebben hun wortels in de jaren zestig. 

De Norderney, zendschip van Radio Veronica van waaruit de geluidsbanden die in Hilversum werden opgenomen werden uitgezonden. In de boordstudio Dj Lex Harding en technicus. Beeld ANP

In het voorjaar van 1967 werd de hal van het Centraal Station in Amsterdam bevolkt door ‘langharige nozems’, hangjongeren die reizigers lastigvielen en de hal bevuilden. Op 4 april besloten mariniers uit Den Helder het station schoon te vegen.

‘Voor de ogen van de verbijsterde treinreizigers, die van een dergelijk krachtdadig optreden tegen lanterfanters slechts hadden gedroomd, vielen er links en rechts harde klappen. Elke nozem werd deskundig afgeranseld. Gillend en schreeuwend van angst probeerden zij, sommigen met bebloede gezichten, het hazepad te kiezen’, schreef De Telegraaf de volgende ochtend op triomfantelijke toon. Een 18-jarige nozem moest met zwaar hoofdletsel in het ziekenhuis worden opgenomen omdat een marinier met zijn schaar was uitgeschoten toen hij de lange haren van de jongen wilde afknippen.

De koppen van de ochtendbladen die met vette letters het nieuws van de inval in Tsjecho-Slowakije brachten. Beeld ANP

Culturele revolutie

De jaren zestig en zeventig worden altijd gezien als de linkse jaren van Provo, het kabinet-Den Uyl, vrije seks en geestverruimende drugs, van antipsychiatrie, krities teejater en de anti-autoritaire kresj. Maar in de schaduw van de ‘revolutie’ vond ook een opmars van rechts plaats. De Telegraaf werd in 1966 de grootste krant van Nederland, de TROS en Radio Veronica veroverden de ether en de VVD werd onder Hans Wiegel omgevormd van een sociëteit voor ‘zindelijke burgerheren’ tot een volkspartij die ook de bouwvakker en de taxichauffeur aansprak en grote winst boekte.

In hedendaagse nieuwrechtse kringen wordt de culturele revolutie van de jaren zestig en zeventig vaak gezien als de bron van alle hedendaagse problemen. Volgens Pim Fortuyn was de samenleving na de jaren zestig verweesd. Onder leiding van Fortuyn moest zij op zoek naar een nieuwe Vader en Moeder.

Geert Wilders beriep zich op de Duitse filosoof Peter Sloterdijk: ‘De vrijheid die in de jaren zeventig is bevochten op een verzuilde samenleving die velen als kleingeestig en kleinburgerlijk ervoeren, is volgens Sloterdijk decadent geworden: ontaard in vormloosheid, een gebrek aan verantwoordelijkheid en in onverschilligheid.’

Het meest expliciet was het Forum voor Democratie in een uitnodiging voor zijn Summer Academy. ‘In 1968 gingen studenten in heel Europa de straat op om verandering te eisen. Ze werden begeesterd door een cultuurmarxistische agenda waarin alle bestaande autoriteiten het moesten ontgelden’, schreef het Forum. ‘Ze waren met weinigen – maar omdat ze gedreven en goed georganiseerd waren, wisten ze binnen enkele jaren invloedrijke posities te bemachtigen in alle maatschappelijke sectoren: politiek, bedrijfsleven, onderwijs, cultuur en journalistiek. Die posities hebben ze sindsdien nooit meer prijs gegeven. Het beleid van de afgelopen decennia  de massale immigratie, de euromunt, de kaalslag in het onderwijs, het multiculturalisme, de schaamte voor onze eigen geschiedenis en de culturele zelfhaat: het valt direct op dit beslissende moment terug te voeren.’

Natuurlijk was links destijds in het offensief, waardoor het een invloed had die zijn numerieke kracht verre te boven ging – eenzelfde fenomeen zien we nu bij populistisch rechts. Maar in de jaren zestig en zeventig waren De Telegraaf en het Algemeen Dagblad de grootste kranten, de AVRO en de TROS de omroepverenigingen met de meeste leden. Tussen 1966 en 1989 werd het land geregeerd door de christelijke partijen  later het CDA – en de VVD. Het kabinet-Den Uyl (1973-1977) was een uitzondering die veel publiciteit genereerde maar weinig concrete resultaten boekte.

Veel linkse stokpaardjes bleken van zeer voorbijgaande aard: van de anti-autoritaire kresj is weinig meer vernomen, evenmin als van de beweging voor de afschaffing van het strafrecht.

Henk van der Meijden, hoofdredacteur Privé, voor club Privé in Amsterdam. Beeld HH

No-nonsenseburgerij

In sommige opzichten zijn de rechtse jaren zestig duurzamer gebleken. Destijds werd de basis gelegd voor een individualistische en ongebonden burgerij die zich niet langer de les liet lezen door dominees en bisschoppen, laat staan door moralistische opinieleiders van linkse snit. Een no-nonsenseburgerij die voor haar eigen belangen opkwam en zich daar niet voor schaamde. In hedendaagse termen: een burgerij met een groot wantrouwen tegen gutmenschen. Er loopt een lijn van de rechtse jaren zestig naar het populisme van Pim Fortuyn, Geert Wilders en Thierry Baudet, vele decennia later.

De snelle ontzuiling van de jaren zestig leidde aanvankelijk tot een sterke politisering. Menigeen die van zijn geloof viel ging op zoek naar een nieuw houvast. Dat werd veelal gevonden in links engagement, verbondenheid met de verworpenen der aarde, in Nederland en ver daarbuiten. Het linkse levensgevoel was kosmopolitisch. Mei ’68 was slechts 23 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog. In de jaren zestig drong het tot Nederland door dat nergens anders in bezet Europa zo veel Joden waren weggevoerd. Daaruit trokken velen, niet alleen ter linkerzijde, de conclusie dat ‘de Ander’ nooit meer mocht worden gediscrimineerd. Kritiek op minderheden werd al snel beschouwd als een vorm van stigmatisering, en we wisten nu allemaal waartoe dat kon leiden. Het linkse levensgevoel koppelde individueel hedonisme aan een strenge collectieve moraal met zijn eigen geboden en verboden. Sommige dingen mocht je niet zeggen, niet eens denken.

De nieuwlinkse pseudozuil riep meteen sterke tegenkrachten op. Het is geen toeval dat De Telegraaf de grootste krant van Nederland werd, vond de krant zelf, toen hij op 23 november 1967 de 500 duizendste abonnee verwelkomde. ‘De individualistische Nederlander keert zich bij de keuze van zijn krant steeds duidelijker af van bevoogding door een pers, die hem als een soort propagandist of predikant in een of andere politieke of kerkelijke richting wil sturen.’

Vertrossing

De Telegraaf was in de oorlog fout geweest, maar begon in de jaren vijftig aan een triomftocht. In het verzuilde Nederland onderscheidde de krant zich door zijn ongebonden karakter, schrijft historicus Mariëtte Wolf in Het geheim van De Telegraaf. Na de Watersnoodramp van 1953 vonden de meeste kranten het onfatsoenlijk om meteen de schuldvraag te stellen. Onder de kop ‘Paraat volk – verlammend systeem’ wees De Telegraaf echter een ‘falend overheidssysteem’ als hoofdschuldige aan. Niet bekwaamheid, maar politieke kleur zou de doorslag geven bij de benoemingen op verantwoordelijke posten als minister van Waterstaat. Eerlijk volk tegenover falende overheid, het is een motief dat heel hedendaags aandoet, inclusief een voorafschaduwing van Thierry Baudets kritiek op het partijkartel.

De Telegraaf zag ook weinig in de gedachte van volksverheffing, die de verzuilde media tot de kern van hun opdracht rekenden. Het volk hoefde niet verheven te worden. Het was goed zoals het was. En het moest krijgen wat het wilde, zonder de bevoogding van de elite. Spannende verhalen, met veel misdaad. Roddel en shownieuws. In 1960 begon Henk van der Meijden in De Telegraaf een showpagina die zou uitgroeien tot Privé. Zijn slogan: ‘Wat voor plezierig nieuws brengt de Showpagina u vandaag weer?’

In 1960 begon Radio Veronica met zijn uitzendingen vanaf de Noordzee, in 1964 werd de TROS opgericht, een omroepvereniging die haar leden vooral wilde vermaken, met de Mounties, André van Duin en de achteruitrijrace met Dafjes. Zo werd in de jaren zestig de basis gelegd voor een cultureel schisma tussen hoger en lager opgeleiden, dat nadien versterkt werd door commerciële televisie en internet. Voor de lagere burgerij was het een niet te onderschatten vorm van emancipatie. Zij hoefde niet meer omhoog te kijken, maar werd bediend door media die haar taal spraken.

Piratenzender Tv Noordzee. Beeld HH
Wibo van de Linde van Avro's Televizier en Tros Aktua, in 1968. Beeld HH

De culturele elite keek er diep op neer. ‘Vertrossing’ werd een veel gebruikt scheldwoord voor amusement zonder het vereiste ‘engagement’. Provo bestempelde de verburgerlijkte arbeidersklasse als ‘het klootjesvolk’, te beroerd voor revolutionaire actie omdat het totaal verdoofd was door televisie en consumptiemaatschappij. ‘Wij kunnen de massa niet overtuigen, we willen het nauwelijks. Hoe iemand ook in die apathiese, afhankelijke, geestloze troep kakkerlakken, torren en lieveheersbeestjes enig vertrouwen kan stellen is onbegrijpelijk’, schreef opperprovo Roel van Duijn.

Liberale liefde

In politiek Den Haag wist de VVD van Hans Wiegel de weg naar het volk te vinden. In 1971 werd hij fractievoorzitter, net 30 jaar oud. Hij was de zoon van een eenvoudige Amsterdamse meubelmaker, maar kleedde zich graag als een heer van stand, in driedelig pak met horloge aan een ketting, een dikke sigaar in de mond. Een theatraal antwoord op de tegencultuur van shagrokende spijkerpakkendragers. Toen Wiegel aantrad had de VVD 16 zetels in de Tweede Kamer. In 1972 won hij er 6 zetels bij, in 1977 nog eens 6.

Hans Wiegel, fractievoorzitter VVD Beeld HH

Wiegel wierp zich op als de spreekbuis van de hardwerkende Nederlander die zich verzette tegen de ‘dwingelandij’ van de overheid, in het bijzonder hoge belastingen en sociale premies. Tegenover de ‘socialistische bedilzucht’ plaatste hij de liberale liefde voor de individuele vrijheid. Deze ideeënstrijd zou de VVD glansrijk winnen. Vanaf de jaren tachtig domineerde het liberalisme, zozeer zelfs dat de PvdA zich tot de markt zou bekeren en met de VVD twee paarse kabinetten zou vormen. Aan het culturele kosmopolitisme van links werd een economisch kosmopolitisme toegevoegd, een grenzeloze markt die iedereen zo niet gelukkig dan toch welvarend moest maken. De polarisatie van de jaren zestig was voorbij.

Een nieuwe eeuw bracht een nieuwe vorm van polarisatie, tussen kosmopolitisme en nationalisme. Sindsdien draait het publieke steeds meer om kwesties als immigratie, islam, identiteit, Europa en globalisering.

Linkse vleug

Voor een deel bouwen de neonationalisten, die doorgaans gemakshalve als populisten worden aangeduid, verder op de rechtse jaren zestig, op de ongebonden en individualistische lagere burgerij die destijds haar eigen media kreeg. De opmars van de PVV kan worden gezien als de wraak van het ‘klootjesvolk’ op een elite die jarenlang op hoge toon opdroeg om immigratie te accepteren, omdat anders een nieuw Auschwitz in het verschiet zou liggen. De rechtse burger die zich niets meer laat zeggen heeft zijn wortels in de jaren zestig.

Anderzijds hebben politici als Pim Fortuyn, Geert Wilders en Thierry Baudet elementen overgenomen uit de linkse tegencultuur die ze zo verafschuwen. Het populisme slaat moslims graag om de oren met vrouwen- en homorechten. De exuberant beleden homoseksualiteit van Fortuyn, het mozartkapsel van Wilders, het dandyisme en de seksuele opschepperij van Baudet zouden ondenkbaar zijn geweest vóór Mei ’68, toen politici een degelijk conservatisme uitstraalden. Wie kan zich voorstellen dat Willem Drees zou schrijven dat hij ‘niets lekkerder vindt dan kontje likken’, zoals Pim Fortuyn deed? Of dat de katholieke ex-duikbootkapitein Piet de Jong een roman zou schrijven à la Thierry Baudet, waarin vrouwen al op de eerste pagina van deel 3 ‘doorweekt zijn tot in hun broekjes’? Net als de barricadenbouwers van Mei ’68 zijn de populisten polariserend, zuiver in de leer, wars van compromissen, luidruchtig en soms opzettelijk onbeschoft omdat ze het wellevende entre-soi van ‘de elite’ verafschuwen.

De rechtse populisten vormen de nieuwe tegencultuur van nationalistisch verzet tegen een kosmopolitische orde. In zijn platste vorm is dat een simpele afwijzing van immigratie. Maar het populisme verkondigt ook een ideaal dat zijn aanhangers mobiliseert, dat van een cultureel homogene natie die geborgenheid en saamhorigheid belooft in een onzekere wereld.

De vernieuwers van de jaren zestig zijn het establishment geworden. Evenmin als de ‘regenten’ van weleer begrijpen zij waarom er zoveel onvrede is, terwijl het land toch heel goed draait met een florerende economie en een lage werkloosheid. Maar net als in Mei ’68 hebben hun uitdagers geen boodschap aan de groeicijfers en de statistieken van de technocraten. In een onttoverde wereld zoeken zij naar geloof en bezieling, en hopen die te vinden in een opnieuw beleden nationale identiteit. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden