De toekomst van het verleden

Verwoestende nieuwsgierigheid

Depondt Paul

Jarenlang deed antropoloog Giancarlo Scoditti, hoogleraar aan de universiteit van het Italiaanse Urbino, veldwerk op het afgelegen eiland Kitawa voor de kust van Papoea-Nieuw-Guinea.

Gedurende 25 jaar maakte hij aantekeningen, foto's, films en bandopnamen. Voor de Kitawanen was hij een soort oplettende boekhouder van hun orale cultuur. Op den duur wendden eilandbewoners die meer over hun eigen normen en waarden, maar ook over hun taal en gebruiken wilden weten, zich met vragen tot Scoditti. Hij kreeg van een tovenaar de naam Toruruwai, 'de man met de herinneringen', de enige drager van een complete cultuur.

Op zijn laatste reis naar Kitawa zag Scoditti 'de verontrustende tekenen van het verval', schrijft Alexander Stille in De toekomst van het verleden; het was alsof deze geïsoleerde cultuur 'begon te verbleken zodra we onze nieuwsgierige blikken erop richtten'. You study it, you kill it, 'je vernietigt wat je onderzoekt'. Het is ook het drama van de archeoloog: wat je opgraaft, wordt blootgesteld aan de elementen, aan wind, vocht en smog. We veranderen wat we observeren, heet het in de natuurwetenschap. Dat doet zich ook voor in de archeologie.

In Federico's Fellini's film Roma ontdekken arbeiders tijdens de bouw van de Romeinse metro fresco's uit de oudheid. Terwijl ze die bewonderen, vervagen de schilderingen door de plotselinge blootstelling aan licht en lucht. Alles wat archeologen ontdekken en opgraven, wordt verminkt. Wat we eigenlijk proberen te conserveren, zegt Stille, is het heden: wat we nu weten, wat we nu zien, wat bekend is, niet wat er ooit is geweest. In de oudheid was de sfinx van Gizeh, op de site van de piramiden in Caïro, in felle stripverhaalachtige kleuren beschilderd. Dát beeld kennen we niet.

Toen Napoleon in 1798 naar Egypte kwam, stak de beroemde sfinx nog tot zijn nek in het zand. Nu hij uit het zand is gegraven, wordt hij door sterk vervuilde lucht aangetast. Op internet kun je reconstructies downloaden van een virtueel Pompeï, terwijl het echte Pompeï steeds meer in verval raakt. De grotten van Lascaux gingen dicht omdat de vermaarde tekeningen door ademvocht ernstig waren beschadigd. Het heilige Gangeswater is een ziekmakende poel, het natuurwonder Madagaskar met zijn uitzonderlijke fauna en flora verkommert, op Sicilië worden archeologische sites geplunderd door de mafia dei reperti, de maffia van de oudheden, en het Latijn is allang niet meer de taal van wetenschappers, theologen, vorsers en van het Vaticaan.

Stille woonde van 1990 tot 1993 in Rome, een stad waar de tastbare resten van het verleden op iedere straathoek te vinden zijn. Rome is een levende palimpsest, waarin vele lagen geschiedenis op een curieuze en tegelijk vanzelfsprekende wijze naast elkaar bestaan.

Stille ontmoette er pater Reginald Foster, de pauselijke hoofdlatinist die strijdt voor het behoud van het Latijn. Voor Foster, ontdekte Stille, bestaat Rome uit één grote tekst. Maar de meeste mensen zijn niet meer in staat de muziek van Rome te horen, de bezonken betekenislagen van die 'symfonische stad', al die achtergelaten historische sporen. Ondanks de voortdurende informatiestroom en de spectaculaire archeologische technologie wordt het voor ons steeds moeilijker cultureel erfgoed te begrijpen en te beschermen.

Het is de paradox van Stille: we archiveren verschrikkelijk veel, archeologen en antropologen beschikken over de meest ingewikkelde apparatuur, en toch wordt ons historisch erfgoed door oorlogsgeweld, toerisme, vervuiling en vooral door onverschilligheid vernietigd. De rode draad in De toekomst van het verleden is volgens hem 'het dramatische effect dat het schrift en andere informatietechnologie hebben gehad op het vastleggen van de geschiedenis en op onze verhouding tot het verleden'.

Stille reisde naar Egypte, India, Madagaskar, Somalië, Sicilië en China, en sprak met archeologen en andere wetenschappers. Hij ontdekte hoe er in die landen heel verschillend over

geschiedenis en cultureel erfgoed wordt gedacht. In China, waar hij naar het verhaal over het beroemde terracottaleger nabij Xi'an speurde, besefte hij dat Chinezen heel anders tegen de begrippen 'kopie' en 'origineel' aankijken. Ze houden helemaal niet van ruïnes, zoals de Europeanen. Ze conserveren hun erfgoed, ook de Verboden Stad in Beijing, door kopiëren of herbouwen. Alles blijft oud, ook al wordt het verbouwd.

Chinezen maar ook Japanners hebben een cyclisch tijdsbeeld: ook al wordt een tempel, zoals het Japanse Ise-schrijn, om de twintig jaar ritueel verwoest en herbouwd, toch is dat schrijn in de ogen van de Japanners nog steeds dertien eeuwen oud. In het Westen kennen we een lineair tijdsbeeld; cultuur is een opeenstapeling van verschillende beschavingen. Cultuurbehoud vereist respect voor de ruïnes.

De toekomst van het verleden is een journalistiek verslag. Stille werkt voor The New Yorker. In zijn boek laat hij zich kennen als een rapporterend verslaggever die zijn gesprekspartners portretteert en typeert, ook hun fysionomie. Soms is dat hinderlijk: Stille beschrijft hun gezichten, hun maniertjes, ook hun psychologisch profiel. Het is de stijl van de weekbladreportage, niet de gedurfde toon van het essay.

Stille schreef geen somber boek, ook geen catalogus van ondergangsfilosofietjes en eigenwijze helderziendheid, al heeft hij het over de akelige en noodlottige vaststelling dat cultuur ook zichzelf kan vernietigen. Talen verdwijnen, culturele verschillen vervagen, steden worden afgebroken, oude gebruiken worden folklore, hele beschavingen en hun geschiedenis verdwijnen. Zijn boek is als het ware het journalistieke pendant van het vuistdikke Collapse - How Societies Chose to Fail or Succeed van Jared Diamond (in het Nederlands bij Het Spectrum verschenen).

Ook Diamond gelooft in die onheilspellende paradox van Stille: ondanks hun veerkracht en hun vindingrijkheid gingen beschavingen ten onder, door 'ecocide', klimatologische veranderingen, oorlogen en genocide, economische recessies, maar vooral ook door hun irrationele en zelfs verdorven politieke, economische en sociale keuzes. Ze pleegden zelfmoord.

Mensen hebben steeds minder historisch besef, meent Stille. Ze zien geen verschillen, herkennen geen periodes of breuken, verhaspelen oorzaken en gevolgen, werkelijkheid en fictie. De wereld is letterlijk een schouwtoneel geworden. Door de televisie - door die dwingende beelden - is een platte, tweedimensionale wereld ontstaan 'waarin alles zich in de tegenwoordige tijd afspeelt, waarin alles, of het nu in de tegenwoordige of de verleden tijd speelt, nú lijkt te gebeuren'.

Stille citeert de beroemde regel van William Faulkner: 'Het verleden is niet dood, het is zelfs nog geen verleden.' Hij vertelt in zijn boek over de bibliotheek van Alexandrië, zowel over de verwoeste Grote Bibliotheek uit de oudheid als over de nieuwe Biblioteca Alexandrina, het prestigeproject van de Egyptische president Mubarak. Vroeger was Alexandrië een kosmopolitische stad, een centrum van kunst en cultuur, schrijft Stille. Wat voor de een 'een hoofdstad der herinneringen' is, de tijd van Alexandrijns pluralisme en tolerantie, is voor de ander nu 'de hoofdstad van het vergeten'.

De megalomane bibliotheek is een schoolvoorbeeld van zijn paradox: ondanks het internettijdperk, de miljoenen boeken die in de komende jaren op de schappen zullen staan en de vorsers die er komen werken, verkruimelt het Egyptische erfgoed sneller dan ooit, niet alleen door smog en vocht, maar vooral door corruptie en historische onverschilligheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden