De tijden van de Fluxus-koorts herleven in De Appel

Het Amsterdamse kunstcentrum De Appel laat de experimenteerdrift van hippies herleven in een expositie over het eerste kunstenaarsinitiatief.

Archiefpresentatie In-Out Center in de Appel Beeld Rob van de Ven

De geschiedenis van de Amsterdamse kunstscene zit vol verhalen en ik-was-erbij-anekdotes, maar ook van mythische plekken. In kunstcentrum De Appel is er momenteel één aan de vergetelheid ontrukt: het In-Out Center, het eerste kunstenaarsinitiatief van Nederland. Tussen 1972 en 1974 raakte hippie-Amsterdam bevangen door de Fluxus-koorts, een experimentele beweging. Negen kunstenaars runden het In-Out Center in een kleine benedenwoning aan de Reguliersgracht 103 in Amsterdam. Een archiefpresentatie in kunstcentrum De Appel brengt die twee jaren tot leven.

Bij de maandelijkse opening hingen bezoekers met de benen buiten. 'Maar verder kwam er geen hond', herinnert zich oud-galeriehouder Michiel Hennus (Wetering Galerie), die net even binnen komt lopen. Hij was bevriend met een van de oprichters, Michel Cardena, en zag als kunstacademiestudent in het In-Out Center nieuwe kunstvormen: mail-art, performances, audiowerk en conceptkunst. Op de eerste opening op 24 november 1972 werd door Cardena de Reguliersgracht 'opgewarmd'- een industriële dompelaar werd onder grote belangstelling in de gracht gehangen tot het water ging sissen en borrelen.

Kunsthistorici Tineke Reijnders (75) en Corinne Groot (52) hebben de afgelopen twee jaar indrukwekkend veel documenten en originele kunstwerken opgediept. Ze houden nu een maand lang - midden in de expositie - kantoor in De Appel, en ontvangen nog dagelijks nieuwe informatie. Exact 44 jaar later lijkt het plezier om die korstondige acties nog even groot bij sommige binnenschuifelende bezoekers die zichzelf op foto's aanwijzen als jonge gasten - toen nog mét uitbundige haardos.

Beeld -

Materiaal onder bedden en in tuinschuurtjes

Het onderzoek van Reijnders en Groot begon met een map met tien bewaarde In-Out-uitnodigingen, gevonden in een archief in Genève. 'Een van de oprichters Pieter Laurens Mol had in Brussel een perfect archief. Anderen bleken niet zo goed in bewaren', zegt Corinne Groot. Ze vond ook materiaal terug 'onder bedden en in tuinschuurtjes'. Een groot deel bestaat uit kwetsbaar papier. Doordat een deel van de oprichters aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht verbleef, waar goede drukfaciliteiten waren, produceerde In-Out een fikse stroom boekjes en affiches. Zoals de vrijzinnige krant Fandangos van de nog immer actieve Raul Marroquin - ook teruggevonden.

Reijnders: 'Ik vind het belangrijk dat ook veel jongeren hier rondkijken, studenten van de Gerrit Rietveld Academie bijvoorbeeld, die heel enthousiast worden. Ze zien deze vroege conceptuele kunst en verbazen zich over de humor, de lichtheid en de onafhankelijkheid ervan.' Ze wijst een werk aan van Hreinn Fridfinnsson genaamd Drawing a Tiger (1972), waarop twee foto's te zien zijn: de kunstenaar als jongetje in IJsland en en als volwassene in Nederland, terwijl hij, dat moet je geloven, een tijger tekent. Of het gedicht Mouw/Touw (1973) van Sigurdur Gudmundsson: een kastje waarin de genoemde voorwerpen aan een haakje hangen. 'Dat kan een kind begrijpen en het laat iedereen glimlachen', zegt Reijnders. Er is nog iets dat jonge kunstenaars inspireert, merkt ze. 'Die non-profithouding: het staat ver af van die commerciële 'artfairs' van nu, het denken in succes, de hype rond 'emerging young talents'. Heel genereus ook: de In-Out kunstenaars maakten in twee jaar 44 exposities, waarbij ze afwisselend zelf exposeerden en daarna een nieuwe kunstenaar toonden.

De oprichters (drie uit IJsland, drie uit Latijns-Amerika en drie uit Nederland) werden bekend. Een aantal van hen zelfs wereldberoemd, zoals Gudmundsson (1942), de Mexicaan Ulises Carrión (1941-1989) en de Colombiaan Michel Cardena (1934-2015). Even belangrijk is de Amsterdamse erfenis, meent Reijnders. Carrión begon hierna de belangrijke kunstboekhandel Other Books and So, en de regelmatige bezoeker Wies Smals richtte vervolgens De Appel op, een centrum voor performancekunst. Hetzelfde De Appel dat dit voorjaar bijna kapseisde door bestuurlijk drama en bezuinigingen. Dat de voorloper nu in eigen huis, als een van de laatste tentoonstellingen in dit pand, wordt getoond is een vreemd toeval.

Een Andere Appel

Kunstcentrum De Appel sluit zondag 11 december, na vierenhalf jaar, de deuren van de huidige locatie aan de Prins Hendrikkade 142. In februari wordt elders in Amsterdam een doorstart gemaakt. Waar precies is nog niet bekend. Het adres wordt ook minder van belang, zegt de nieuwe directeur Niels Van Tomme. 'We hebben besloten om kleiner te worden. De Appel wordt een tijdelijke uitvalsbasis, met kantoor en archief en het curatorial programme, maar de exposities zullen steeds op andere locaties in de stad plaatsvinden.'

De krimp van De Appel (de toevoeging 'arts centre' verdwijnt) is pragmatisch. Na het ontslag van de vorige directeur Lorenzo Benedetti, het aftreden van het bestuur en fors minder inkomsten is een groot pand openhouden in de dure binnenstad onmogelijk. Maar Van Tomme noemt het ook een gerichte actie. 'Wij gaan het dictaat van de groei tegenwerken.' Op den duur zoekt hij wel naar een permanent gebouw, maar 'dit is nu de beste keuze'. De Appel was sinds de oprichting in 1975 op vijf adressen gevestigd. In 2009 kende de instelling ook een 'nomadische periode' en dook op in onder andere Theater Frascati en De Tolhuistuin.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden