De tijd voor de tijd

In den beginne was het Woord, schrijft Johannes, en zijn evangelie begint meteen met de mooiste proloog die er bestaat....

Voorwoord en nawoord zijn verwisselbaar. Ze zijn beide na voltooiing van een werk geschreven. Het voorwoord is evenzeer een terugblik als het nawoord. De tekst ervan staat buiten de grote tekst van een boek. Puriteinse uitgevers nummeren het voorwoord in Romeinse cijfers. Pas na het voorwoord begint het boek echt. Omdat het voorwoord een nawoord is, lees ik het meestal pas als ik het boek uit heb. Ik wil het begin niet uitstellen en ik wil al helemaal niet van een ander te lezen krijgen hoe ik het boek moet gaan lezen. Een inleider hoort een nawoord te schrijven. Samen met de in- of beter uitleider uitblazen,- dat is mooi. De inleider die de vrijheid van een voorwoord neemt, is een portier; hij bedient de draaideur van beslagen glas; die blijft maar draaien. Ik heb een hekel aan hem (en aan mijzelf voorzover ik voorwoorden heb geschreven).

Er is een soort voorwoord dat ik vergeef. De literaire schrijver leidt na jaren zijn eigen werk in. Henry James heeft bij de herziene editie van zijn werk alle romans van schitterende voorwoorden voorzien - ze zijn weer literatuur op zichzelf. George Bernard Shaw gaf zijn toneelstukkken fascinerende voorwoorden mee. Had Vestdijk maar voor een groot aantal van zijn romans voorwoorden geschreven, ze zouden briljant zijn geweest. In de achttiende eeuw, toen de roman nog maar net de keuken had verlaten, kregen bijna alle romans een voorwoord mee, waarin de lezer werd toegesproken. 'Nederlandsche Juffers' - tot hen richten zich Aagje Wolff en Betje Deken in de 'voorrede' bij hun Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart. Die begint zo:

'Velen uwer lezen: niet eenig en alleen, om de verveling te ontvlieden; niet eenig en alleen, om eene ongevallige vertoning te maken, door het opzeggen van kundigheden, die niet altoos van de nuttigste soort zijn; neen, velen uwer lezen om uwe denkbeelden te vermeerderen, en dus verstandiger te leeren denken en doen.'

Het is mooi te zien hoe in deze 'voorrede' de geest het langzaam wint van de les. Er ontstaat iets van een samenzwering tussen schrijfsters en lezers. Wat de laatsten natuurlijk zeer welwillend maakt. Samen zullen ze alle vooroordelen over vrouwen en over de vaderlandse letteren verslaan. Door de aanhef heeft de 'voorrede' het karakter van een brief. En dat past wonderwel bij de roman in brieven die Sara Burgerhart is. De 'voorrede' is bijna deel van het werk zelf gaan uitmaken. En zo is ze proloog geworden!

Proloog en epiloog zijn allerminst verwisselbaar. Beide horen tot het werk, hoewel, toch niet helemaal. In het klassiek drama wordt in de proloog de stand van zaken op het beslissende moment van het begin verteld. In een grote monoloog. Als de proloogspreker terugtreedt, begint de handeling en daarmee het stuk. Maar dat is in de geest van de kijkers al begonnen; de kijker naar de Gijsbrecht van Amstel deelt in de misvattingen van proloogspreker Gijsbrecht zelf. Het is geoorloofd de woorden van de engel aan het einde van het stuk - een nieuwe toekomst wordt in het vooruitzicht gesteld - als epiloog te zien. De laatste handeling is ook een bezinning op het stuk zelf. Proloog en epiloog zijn echt begin en einde.

De allergrootste proloog is natuurlijk die van het evangelie van Johannes. Hij begint met de woorden 'In den beginne was het Woord'. Hier lezen we een schitterende lyrische theologische samenvatting van alles dat we nog gaan lezen in het verhaal dat volgt. In de proloog wordt het begin van het verhaal aan het begin van alles gelegd; het begint in de tijd voor de tijd. In een dergelijke, onpeilbare verte, zal geen verhaal beginnen. Het heeft met geloof niets te maken,- ik beschouw de proloog van Johannes als een van de allergrootste stukken literatuur die ik ken. Het grootste begin dat ooit is geschreven.

Elke wat dwarse lezer schept zijn eigen proloog. Hij bladert in het nieuwe boek, leest hier en daar een paar zinnen of bij poëzie een paar gedichten; hij probeert de schrijver aan het spreken te krijgen. Soms blijft de auteur zwijgen,- het boek wordt niet gekocht. Een andere keer spreekt hij ineens schitterend in de toevallig gelezen regels. Het boek wordt gekocht. Dat blijkt vaak toch niet zo goed als de zelfgeschapen proloog. Elke bladeraar heeft helaas het instinct elk boek op een beslissende bladzijde open te slaan. Het begin dat het einde is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden