De tijd is eindelijk rijp voor bassist Eric Calmes

VPRO Radio zendt zijn muziek uit in de serie 'Is Dit Nog Wel Jazz?' Als het werk van bassist Eric Calmes iets bewijst, dan is het hoe gevarieerd de jazz inmiddels is, nu steeds meer mensen met wortels in verschillende culturen zijn gaan improviseren....

Van onze medewerker

Frank van Herk

AMSTERDAM

Kaya Grandi ('brede straat', de hoofdstraat van Willemstad) is een bonte staalkaart. Er staan bruisende polyritmische stukken op, met melodieën die even vertrouwd als origineel klinken, maar ook een solo op een Nigeriaanse kleitrommel, een duet voor contrabas en klarinet, en twee klassiek aandoende pianosolo's. Naast blaasinstrumenten en ritmesectie is er in de tienmansbezetting ook plaats voor steeldrums, een altviool en de stevig rockende gitaar van Cedric Dandaré, die zelf ook middels een contract bij Sony/Columbia aan een veelbelovende carrière bezig is.

Die van Calmes gaat relatief laat van start, want hij manifesteert zich pas nu hij 41 is als leider. 'Ik was altijd al bezig met meer dan die bas. Arrangementen schrijven voor het kerkkoor en in bandjes was ik degene die uitzocht hoe liedjes in elkaar zaten, om ze na te spelen. Later, toen ik veel salsa speelde, analyseerde ik opnamen van Eddie Palmieri, Ray Baretto en Irakere. Ik schreef ook zelf wel eens wat, maar ik vond het nooit goed genoeg. Eenmaal in Nederland speelde ik al snel met mensen als Franky Douglas en Ronald Snijders, die geweldige dingen maakten. Toen dacht ik: misschien kan ik het wel niet, ik hou het maar stil dat ik ook wel eens iets bedenk.'

Nu is de tijd rijp, met voldoende materiaal en de juiste medemuzikanten. Maar net als musici als Douglas, het Surinam Music Ensemble, Fra Fra Sound en Ronald Snijders, die voornamelijk vanuit de Surinaamse cultuur opereren, bevindt Calmes zich in een niemandsland tussen twee werelden, met alle risico's van dien. Rechtlijnige geesten vinden zijn jazz te dansbaar, te aangenaam en dus verdacht, of men noemt zijn stukken juist te jazzy, te moeilijk voor een feest of te weinig 'authentiek' voor wereldmuziek.

Calmes: 'Ik begrijp niet waarom mensen het niet gewoon accepteren als wat het is. En die hele discussie over authenticiteit, daar doe ik gewoon niet aan mee. Alle muziek is een mengvorm, die zich voortdurend ontwikkelt. Dat geldt zeker voor de Antilliaanse, want die cultuur is een mengelmoes. De ritmes zijn grotendeels afkomstig uit West-Afrika, maar er zijn ook invloeden uit de rest van het Caribisch gebied, en uit Europa. Op de cd heb ik geprobeerd die verscheidenheid te laten horen. Daarom staan er die twee melodieën op die pianist Pedro Libert vanuit zijn klassieke achtergrond tot solostukken heeft bewerkt, met wat grapjes erin zoals een citaat uit Für Elise. Dat is niet om te laten zien dat ik ook iets met klassiek kan, ik zie het gewoon als een Antilliaans walsje.

'De meest typische stijl op Curaçao is de tumba, met zijn snelle twaalf-achtste ritme, dat ik onder andere in het titelstuk van de cd heb toegepast. Ik moet voorzichtig zijn met wat ik zeg, want ik ben al in 1975 naar Nederland gekomen, maar ik heb de indruk dat de mensen daar te weinig beseffen hoe goed hun eigen muziek is. Op feestjes daar hoor je heel veel dansmuziek uit andere Caribische gebieden, zoals merengue en zouk, zodat buitenstaanders denken dat dit Antilliaanse muziek is. Dan denk ik: we hebben toch zelf ook lekkere ritmes waar je hitjes mee kunt scoren.

'Je hoort de tumba in elk geval één keer per jaar met carnaval, als er een wedstrijd wordt uitgeschreven voor het lied dat tijdens de optocht wordt gespeeld, dat moet per se in dat ritme zijn. Het is wel een moeilijk ritme, je kunt het niet zomaar gaan spelen. Daarom heb ik bij Zamanakitoki ook gekozen voor jongens met een Antilliaanse achtergrond, die voelen het toch beter aan. Als het niet strak uitgevoerd wordt, komt de bedoeling niet over.'

Zoals het cd-boekje uitlegt, slaat de groepsnaam op een behendigheidsspel waarbij iemand op stokken balanceert die door anderen omhoog worden gehouden. Maar voor Calmes was het vooral een mooi woord. 'Het lijkt moeilijk, maar als je het een paar keer uitspreekt gaat het vlot. Net als de meeste Antillianen die ik ernaar vroeg, wist ik eerst niet wat het betekende. Je kunt er wel symbolische betekenissen aan geven. De man op de stokken zijn wij als groep, die met iets moeilijks bezig zijn en toch overeind moeten blijven.

'Ik hoorde een tijdje geleden een percussiegroep uit Senegal, die zo precies sloeg dat het leek of het één iemand was. Na verloop van tijd ga je in die ritmes melodieën horen, waarschijnlijk ook doordat ze met hardere of zachtere klappen de boventonen beheersen. Ik ging naar huis met een ritme in m'n hoofd, waar ik later zelf een motief op bedacht. Zo werkt het vaak.

'Een goede melodie is belangrijk, dan kunnen de luisteraars je muziek beter volgen en onthouden. Daar moet je niet voor terugschrikken. Er wordt in de hedendaagse jazz vaak zo moeilijk geschreven. Ik schrijf in principe simpele, op volksmuziek gebaseerde thema's. Die ga ik dan wel bijschaven, ik leg er wat meer akkoorden onder, maar het uitgangspunt blijft een lekkere melodie. Het is toch prachtig als de mensen op straat iets fluiten wat jij geschreven hebt?

Grupo Zamanakitoki: Kaya Grandi. Pan Records PAN 161CD.

Eric Calmes' Afro-Euro-Caribbean Octet speelt 27 en 29 december in Frascati, Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden