De Tijd blijft in De Bruyns zandhoop steken

Zand door De Tijd. Regie en bewerking: Guido de Bruyn. In Lanteren Rotterdam, 13 december. Tournee...

Meer dan door zijn roman De vrouw in het zand werd de Japanse auteur Kobo Abe bekend door de gelijknamige verfilming ervan. In trage zwart-wit beelden raakt een man verzeild in een woestijn waar hij lotgenoot wordt van een vrouw die in een diepe zandput woont. Hij helpt haar uiteindelijk in haar niet aflatende strijd tegen het zand; het leven in die put lijkt niet beter of slechter dan elk ander leven.

Het Vlaamse gezelschap De Tijd speelt nu een toneelversie van hetzelfde verhaal, een fraaie verbeelding van het zinloze menselijk bestaan. De Japanse elementen zijn geëlimineerd: de man heet nu J.Verbesselt, hij loopt rond in een splinternieuw pak, draagt een modieuze bril en zijn houten koffer met leren handvat lijkt nooit gebruikt.

Het decor van Erik Lagrain bestaat uit een simpele houten vloer en een ingenieuze stellage die lijkt op een lier. Maar het touw gaat nergens heen: de Sysifusarbeid vervat in een object. Het zand zien we pas later. De man laat het in straaltjes uit zijn schoenen lopen en tot slot ruist het in een fraai dun zandgordijn uit de nok van het theater.

De man, een insectenverzamelaar, arriveert op dit afgelegen eiland en wordt aangesproken door een vrouw. Als blijkt dat de laatste boot is vertrokken, biedt ze hem gastvrijheid aan. Het is een val: 's morgens is de touwladder verdwenen, net als een insect is hij gevangen. De vrouw zwijgt, ze heeft hem nodig, de strijd om het bestaan - steeds maar weer zand wegscheppen - is voor haar alleen te zwaar.

De toneelbewerking is van Guido de Bruyn die hiermee als regisseur debuteert. Maar om onnavolgbare redenen had hij niet genoeg aan de oorspronkelijke vertelling. Hij plakt er nog twee verhaalfragmenten tegenaan. De eerste, waarmee de voorstelling opent, is een geestige tekst van Aat Ceelen over een ontmoeting die de man overkwam op een boot.

Alsof hij ons in vertrouwen neemt, horen we hoe hij is aangeklampt door een zekere Cybulski die zegt een vriend van hem te zijn. De man verafschuwt hem, overweegt hem zelfs te doden, maar onverhoeds wordt hij geconfronteerd met zijn eigen homoseksuele geaardheid. Johan van Assche vertelt het op droogkomische toon en het verband met de latere gebeurtenissen is helder. Als de man de toenaderingspogingen van de vrouw afweert, vermoeden we waarom.

Heel anders is dat met het tweede fragment. Van Assche verandert zonder enige aanleiding plotseling in een lollige conferencier: hij pakt een microfoon en spreekt het publiek toe alsof hij de spullenbaas is van een kermistent. Helaas mist hij voor die rol niet alleen het talent, de overgang is zo misplaatst, dat het lijkt alsof we in een totaal andere voorstelling terecht zijn gekomen.

De regisseur maakt de klassieke vergissing dat contrasterende gegevens automatisch spanning creëren. Als we na dat rare intermezzo terugkeren naar de plek in het zand, komt het niet meer goed. Het tweede deel zwiept er als een lamlendige staart achteraan. Naar de veelzeggende afloop (de man mag tenslotte weg, maar kiest ervoor om te blijven) moeten we raden.

De acteurs valt niets te verwijten. Johan van Assche is op zijn best in zijn onderonsjes met het publiek en Tania van der Sanden is teveel kwajongen om de vrouw simpelweg neer te zetten als iemand die zwijgt en berust. Haar ironische intonatie en brutaal glinsterende ogen doen heel andere gedachten vermoeden. Dat maakt haar tot een eigenzinnige sfinx. Maar zelfs zij kan van dit vreemde samenraapsel geen opwindende eenheid maken.

Marian Buijs

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden