theatersolovoorstellingen

De theatermonoloog bloeit op: solovoorstellingen zijn coronaproof én spannend om te zien

Beeld Rachel Sender

Toneelmonologen zijn bij uitstek geschikt voor het theater in coronatijd. Hoe is het om een monoloog op te voeren? En wat zijn de beste monologen aller tijden?  

En ja hoor, daar is dan het geluid van zachtjes snikken, aan het eind van de voorstelling Ma. Nadat het publiek bijna anderhalf uur heeft geluisterd naar wat acteur Eric Corton op vrij luchtige wijze over een dementerende moeder heeft verteld, slaat de ontroering toe. Ma is een theatermonoloog gebaseerd op het gelijknamige boek van Hugo Borst. Daarin beschrijft hij met mededogen hoe zijn moeder moet verhuizen van haar eigen flat naar een verpleeghuis en daar steeds verder in haar eigen hoofd verdwaalt. Herkenbaar onderwerp, herkenbaar theater. Zoals ook een week later, als Saskia Temmink de monoloog Doet sneeuw pijn speelt, voor een al even betrokken publiek. Dit keer gaat het over rouw nadat een geliefde onverwacht is overleden.

Beide voorstellingen zijn gemaakt door Solo Stories, een betrekkelijk nieuwe producent in theaterland. Gespecialiseerd in solovoorstellingen, oftewel monologen. En juist die zijn op dit moment razend populair in de theaters. Noodgedwongen, dat wel, want door de coronacrisis en het daarna schoorvoetend heropenen van de theaters is dit genre goed inzetbaar. Niet alleen in de kleinere theaters, ook bij ’s lands grote gezelschappen in Amsterdam en Den Haag staan de acteurs nu vaak alleen op het podium. Nieuwe monologen worden snel ingestudeerd, oude worden opgelapt en hernomen. Het produceren van een solovoorstelling is relatief goedkoop, er is geen gedoe met coronaregels en afstanden. En: het publiek blijkt het te waarderen. 

Om verwarring te voorkomen: als we het hier hebben over ‘de monoloog’ in het theater gaat het om voorstellingen die door één acteur of actrice worden gespeeld. Solotoneel dus. Er zijn ook ontelbare monologen ín allerlei toneelstukken waarin meerdere personages rondlopen, van wie er eentje een tijdlang het woord neemt. Zoals de beroemde monoloog van Hamlet, of die van de ijdele schrijver Trigorin in De meeuw van Tsjechov. ‘De aria van het toneel’, wordt dat wel genoemd, zoals er ook in bijna alle opera’s aria’s zitten. ‘Toneelschrijvers kunnen er hun literaire kwaliteiten in kwijt, voor acteurs is de monoloog wat de dubbele salto voor de acrobaat is: het moment van de waarheid’, schrijft dramaturg Rob Klinkenberg in zijn boek Nu ben ik alleen, waarin hij een aantal beroemde toneelmonologen heeft verzameld. Allemaal mooie teksten, maar in de ware solovoorstelling is de acteur alleenheerser op het podium.

Hoe is dat voor een acteur, om moederziel alleen op het podium te staan, in je eentje stad en land af te reizen met in je tas dat ene, enkele script?

‘Het spelen van La voix humaine is de hefstigste ervaring die ik als actrice heb meegemaakt. Het is alsof je elke keer weer de Mount Everest moet beklimmen. Als het goed gaat, kom je tijdens het spelen in een soort roes terecht, en niemand die je uit die trance haalt.’ Aldus Halina Reijn, die met recht de koningin van de monoloog kan worden genoemd, omdat ze de afgelopen tien jaar de wereld over reisde met La voix humaine van Jean Cocteau. Aanvankelijk tegen wil en dank, want het was zeker niet de bedoeling dat ze La voix humaine meer dan 180 keer zou spelen – van Amsterdam via Sydney naar New York en Sint-Petersburg. Het plan was om dit beroemde Franse toneelstuk, over een verlaten vrouw die anderhalf uur lang telefoneert met haar ex, een paar keer op te voeren in een klein theater in Antwerpen. Maar het liep dus anders.

Reijn: ‘Ivo van Hove (directeur van Internationaal Theater Amsterdam, red.) zocht onder zijn spelers iemand om een monoloog te spelen. De rest zat allemaal al in het toneelstuk Romeinse tragedies, dus de vraag was of ik La voix humaine wilde doen. Doodeng vond ik het in het begin, gewend als ik was aan het spelen in een groot ensemble. In zo’n monoloog ga je helemaal terug tot de kern van acteren, maar voor mij bleek het ook de ultieme kans om mezelf als actrice te verdiepen. Ivo noemde het een bonsaiboompje, iets kleins en fijnbesnaards waaraan hij kon werken. Alsof hij één instrument moest stemmen in plaats van een heel orkest.’

Tijdens het repeteren aan een monoloog zijn die ene acteur en die ene regisseur wekenlang aan elkaar overgeleverd. Is dat op den duur niet saai? Ivo van Hove: ‘Ik heb nu vier monologen geregisseerd, met Halina, Hans Kesting, Eelco Smits en Ramsey Nasr. Ik werk daar heel anders aan dan aan een grote voorstelling, informeler vooral. Een monoloog heeft altijd iets eenzaams, in mijn geval gaan ze ook nog eens over mensen die ergens zijn waar ze weg willen, waar ze uit willen breken, maar niet kunnen. Saai is het zeker niet: ik speel vaak mee, de andere rol, die van de onzichtbare. Als Halina de hele tijd tegen die telefoon praat, geef ik af en toe antwoord. Zo ontstond langzamerhand een partituur van een echt telefoongesprek met stiltes.’

In de manier waarop een monoloog wordt gemaakt, zitten grote verschillen. Waar Van Hove er echt theater van maakt door zijn acteurs vooral tegen zichzelf te laten spelen (in La voix humaine is Reijn door een grote glazen wand zelfs van het publiek afgesneden en hoort ze niets vanuit de zaal) zijn er ook veel acteurs die rechtstreeks tot het publiek spreken, bijna als in een conference. De zogeheten vierde wand – de onzichtbare scheidslijn tussen podium en zaal – wordt dan bewust doorbroken. Het publiek wordt als het ware de tegenspeler van de acteur. Dat is misschien wel de oervorm van theater: de een vertelt een verhaal, de ander luistert ernaar.

De opmars van de ‘dramatische monoloog’ oftewel het ‘monodrama’, zoals dit genre door theaterwetenschappers wordt genoemd, begint in de 19de eeuw. Floortje Bakkeren, theaterwetenschapper: ‘Toen begonnen schrijvers en dichters ook speciaal monologen te schrijven. Ze dienden vaak niet eens om opgevoerd te worden, maar om thuis te lezen, de dramatische monoloog als eigen literair genre. Soms bood de monoloog ook uitkomst. In de 17de en 18de eeuw werden in de schouwburgen de stukken van Vondel gespeeld, maar als die zomers dicht waren trokken de acteurs met een monoloog uit de Gijsbrecht of Hamlet langs kermissen en braderieën om op die manier aan de kost te komen. Toen in de Tweede Wereldoorlog de theaters dicht waren, werden er zogeheten Zwarte Avonden gehouden, illegale bijeenkomsten bij mensen thuis waarop kamermuziek of een monoloog werd gespeeld.’

Als er niets anders meer kan, biedt de monoloog uitkomst, zo lijkt het wel. Zoals nu in de coronacrisis, met alle strenge regels. Af en toe wordt er met enig dedain over dit genre gesproken; er zijn acteurs die vinden dat een monoloog spelen weliswaar moeilijk is, maar uiteindelijk toch geen echt theater, hooguit een uitdaging – haalt de acteur het eind wel? Maar dat is te negatief, want er zijn voorbeelden te over van schitterende monologen, zowel wat tekst als uitvoering betreft. Zie alleen al de toptien hieronder.

Bakkeren onderstreept dat de opkomst van de monoloog als kunstvorm in de 19de eeuw samenhangt met de interesse in het gevoelsleven en de binnenwereld van de mens, dus ook met de ontwikkeling van de psychologie en psychiatrie. Nicolaj Gogol schreef in 1835 Dagboek van een gek, dat anderhalve eeuw later honderden keren als theatermonoloog door Henk van Ulsen in zowat elk Nederlands theater is gespeeld. Deze vorm van solotoneel was trouwens in de hele 20ste eeuw enorm populair in Nederland – Charlotte Köhler, Jan Musch, Albert Vogel en Max Croiset golden als grote namen in de voordrachtskunst.

Opvallend de laatste jaren is dat vooral jongere en nieuwe theatermakers van niet-Nederlandse afkomst de monoloog omarmen om hun persoonlijke verhalen te vertellen. Een paar jaar terug verraste acteur Fahd Larhzaoui met de solovoorstelling Schijn, waarin hij openhartig reflecteert op zijn strubbelingen als homoseksuele jongen binnen een streng-religieus Marokkaans gezin. Zowel Nasrdin Dchar als Sadettin Kirmiziyüz maken voorstellingen over hun afkomst en familiebanden. En op dit moment staat de 25-jarige Joy Delima, net aangenomen bij Internationaal Theater Amsterdam, zelfverzekerd op het grote podium van de Stadsschouwburg met haar voorstelling Stamboom monologen

Larhzaoui: ‘Ik geef mezelf inderdaad helemaal bloot, ga iedere avond door een pijntunnel. Maar dit is voor mij theater: hier en nu, real, echt. Het is prachtig om in een stuk van Shakespeare te spelen, maar dat was eeuwen geleden. We leven nu, in de 21ste eeuw, en die heeft zijn eigen verhalen.’

Toen Jean Cocteau in 1930 La voix humaine voor de befaamde Comédie-Française schreef, schijnt hij gezegd te hebben dit stuk alleen te schrijven om het de actrice zo moeilijk mogelijk te maken. Halina Reijn heeft niettemin de berg beklommen, en belooft bij dezen dat ze de voorstelling voor haar 60ste op verzoek zeker nog zal blijven spelen. ‘Uiteindelijk is deze voorstelling uitgegroeid tot een levenslange opdracht’, lacht ze.

Tien topmonologen

Wat waren nu de beste monologen van de afgelopen pak ’m beet veertig jaar? Direct te binnen schieten onder meer Happy Days van Samuel Beckett en Liefhebber van Gerardjan Rijnders. Maar er is één probleem: in die stukken spelen meerdere acteurs mee, al hebben ze niet of nauwelijks tekst. Die vallen dus helaas af. Overigens zijn er ook monologen waarin die ene acteur verschillende personages speelt, zoals Joop Admiraal in U bent mijn moeder en Jeroen Willems in Twee stemmen. Na scherpe schifting blijven tien titels en solisten over. Hun teksten variëren van hoge literatuur tot huis-tuin-en-keukentaal, maar hebben één ding gemeen: ze betoveren het publiek met niet meer dan één acteur, één tekst en één podium.

1 U bent mijn moeder door Joop Admiraal/Werktheater. Zoon bezoekt moeder in verpleeghuis, elke zondag weer. Monument voor alle vergeten moeders.

2 Twee stemmen naar Pier Paolo Pasolini, door Jeroen Willems. Geniale metamorfose van Willems in een aantal industriëlen en machthebbers en hun vuige spelletjes.

3 Samenloop van omstandigheden door Saman Amini. Mix van tekst, muziek en rap in bijtende monoloog over het lot van een vluchteling.

4 Missie door Bruno Van den Broecke/KVS. Belgische pater kijkt hartverscheurend terug op koloniaal verleden in Congo.

5 The Sunshine Show door Esther Scheldwacht. Thaise ladyboy over het leven aan de rand van wat nog een menselijk bestaan is.

6 Rinus van Rob de Graaf door Nieuw West. Marien Jongewaard in bezwerende woordenstroom over Rinus van der Lubbe, die de Berlijnse Rijksdag in brand stak.

7 La voix humaine door Halina Reijn. Verlatingsangst bij vrouw die zich vastklampt aan haar telefoon en daardoor aan haar ex-geliefde. IJzersterke opbouw, hypnotiserend acteren.

8 Jihad van liefde door Mohammed Azaay, geschreven door Sarah Ringoet op basis van het gelijknamige boek van Mohamed el Bachiri. Theatraal verslag van terroristische aanslag in Brussel, waarbij de vrouw van de hoofdpersoon omkwam.

9 Dagboek van een gek van Gogol door Henk van Ulsen. Dé monoloog waar half toneel-minnend Nederland in de jaren zestig en zeventig naar toeging.

10 Kijk mama, ik dans door Vanessa Van Durme. Vlaamse cultactrice Van Durme blikt genadeloos terug op de tijd dat ze nog Bob heette en naar een kliniek in Casablanca ging om geopereerd te worden. 

Monologen in het theater

Een kleine greep uit de monologen die de komende maanden te zien zijn. Bij Internationaal Theater Amsterdam staan op dit moment nog Hans Kesting (Wie heeft mijn vader vermoord?) en Joy Delima (Stamboom monologen) op het podium. Onder de noemer Het Nationale Theater Speelt Altijd zijn vanaf 26/8 monologen te zien van onder meer Bram Coopmans (Tom Pain), Jaap Spijkers (Krapps laatste band) en Rick Paul van Mulligen (U bent mijn moeder). Doet sneeuw pijn van Saskia Temmink gaat vanaf 22/8 weer op tournee. Komend seizoen speelt Fahd Larhzaoui zowel zijn monoloog Schijn als de opvolger daarvan: Shirt uit, Fahd!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden