RecensieJoris-Karl Huysmans

De terugkeer van Huysmans is charmant ★★★★★

Een kleine Joris-Karl Huysmans-revival toont de charmante kant van de als conservatief beschouwde Franse schrijver (1848-1907).

Beeld Lebowski

‘De afkeer van alles wat dom was aan vrouwen had André genezen van de vrouw. Hij verzonk in milde apathie, in een toenemende behoefte om te blijven waar hij was, een soort Vlaamse voldaanheid, lekker in zijn stoel, domweg gelukkig met een volle maag en warme voeten.’ Helaas voor André, een half mislukte schrijver die leeft van een kleine rente, duurt dit moment van volmaakt geluk niet lang. Net als zijn beste vriend Cyprien, de drieste, armlastige schilder die dagdroomt van grootse schilderijen waarop niet de natuur, maar de stad wordt verbeeld, kan hij niet mét en kan hij niet zonder.

André en Cyprien zijn de hoofdpersonen in een naturalistische, kostelijke zedenroman uit 1881 van Joris-Karl Huysmans (1848-1907): En ménage. Hij is nu voor het eerst vertaald door het duo Martin de Haan en Rokus Hofstede en verschenen onder de prachtige titel Aan de vrouw. Huysmans, die drie jaar later bekend wordt met A rebours, de bijbel van het decadentisme, zou een oerconservatieve vrouwenhater zijn, maar uit dit grappige en op enkele pagina’s zelfs ontroerende boek kun je net zo goed het tegendeel opmaken. Toegegeven, het verwende kindvrouwtje met wie André is getrouwd, strekt (zeker in het begin) niet tot voorbeeld, maar verder zijn de vrouwen in Aan de vrouw stevige, pragmatische tantes die van wanten weten. André daarentegen is een gevoelige slappeling die maar één keer daadkrachtig optreedt: als hij zijn vrouw verlaat nadat hij haar (in een slapstickachtige scène) betrapt heeft op overspel. Cyprien is een sympathieke praatjesmaker die de wereld zou willen veranderen met zijn kunst, maar zijn geld en gezondheid verspilt aan drank en vrouwen.

Een tijdje is André gelukkig, alleen in zijn appartement dat hij naar zijn eigen zin heeft ingericht. Hij woont tegenover het ministerie van Binnenlandse Zaken en in plaats van te werken kijkt hij vaak naar de ambtenaren die er achter hun bureaus zitten. Een van hen zien we terug in een charmant kortverhaal van Huysmans uit 1888 dat nu is vertaald door Walter van der Star en is verschenen bij de kleine uitgeverij De Wilde Tomaat: De pensionering van meneer Bougran. Met twee Nederlandse vertalingen tegelijk, én een Franse Pléiade-uitgave van bijna 2.000 pagina’s, kun je inderdaad, zoals vertalers De Haan en Hofstede dat doen in hun nawoord bij Aan de vrouw, spreken van een ‘Huysmans-revival’. En terecht.

Beeld De Wilde Tomaat

Niet alleen beschrijft Huysmans op smakelijke wijze het huiselijke leven in Parijs aan het einde van de negentiende eeuw, ook heeft hij zonder schroom ‘modern’ willen zijn met deze grootsteedse roman. In zijn Parijs rijden omnibussen en schitteren straten door verlichte etalages, fabrieksschoorstenen walmen in de voorsteden en arbeidsmigratie naar het al verder geïndustrialiseerde Engeland komt ook al voor. En dat alles op een ongekunstelde manier en zonder te moraliseren.

Uiteindelijk raakt ook Cyprien, verstokt vrijgezel, tot verbazing van André, ‘aan de vrouw’: ‘Dat bewijst maar één ding, lieve vriend, namelijk dat geen enkele man slim en geen enkele man sterk is als het om vrouwen gaat. De lui die het hevigst op vrouwen afgeven zijn de lui die het bangst zijn’.

Joris-Karl Huysmans: Aan de vrouw.  Uit het Frans vertaald door Martin de Haan en Rokus Hofstede. Lebowski; 303 pagina’s; € 21,90.

Joris-Karl-Huysmans: De pensionering van meneer Bougran. Uit het Frans vertaald door Walter van der Star. De Wilde Tomaat; 38 pagina’s; € 7,90.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden