Recensie Jonge Rembrandt – Rising Star

De tentoonstelling over de jonge Rembrandt in De Lakenhal is mogelijk de beste van het hele Rembrandtjaar ★★★★★

We volgen Rembrandts vorderingen op de voet. Met de maand zien we hem beter worden. 

Rembrandt van Rijn, Brillenverkoper (ca. 1624). Beeld Museum De Lakenhal, Leiden

Kon-ie het meteen, de jonge Rembrandt? Nee, het begin was moeilijk. Op de vier allegorieën op de zintuigen die hij als 18-jarige schilderde, zie je hem onhandig bloesemen. Deze kleinoden (één hangt op de expositie) zijn niet slecht, maar wel bruusk en houterig. Onbeholpen ook, qua vlakverdeling: de afgebeelde figuren zitten in het kader als in een te heet gewassen trui. Dat was in 1624. Tien jaar later werd Rembrandt alom erkend als ’s lands toekomstige schildertrots. Eigenlijk was hij het al. Over deze wervelende transformatie gaat Jonge Rembrandt – Rising Star in Museum De Lakenhal, Leiden.

Het is een van de beste exposities van het Rembrandt-jaar, dat zo langzamerhand begint te voelen als de Rembrandt-eeuwigheid; de beste misschien wel. Met haar oogstrelende vormgeving en gedegen catalogus bedient ze evenredig het hart en het hoofd. De selectie is verrassend verrassend. Er hangen schilderijen die je slechts kende als reproductie, zoals De ontvoering van Europa (Los Angeles); er hangen schilderijen met wie het een aangenaam wederzien is, zoals De ontvoering van Proserpina (Berlijn), er hangen schilderen waarvan je het bestaan niet kende, maar die heel goed blijken, zoals Christus te Emmaus uit het Musée Jacquemart-André; ze worden getoond te midden van etsen, tekeningen en werk van tijdgenoten, onder wie een sparringpartner en leerlingen. Chronologisch, heel aangenaam. Hier volgen we Rembrandts vorderingen op de voet. Met de maand zien we hem beter worden; inventiever, slimmer, rijker.

Rembrandt van Rijn, De ontvoering van Proserpina (1630). Beeld Gemäldegalerie Staatliche Museen Berlijn - Preußischer Kulturbesitz

De expositie zit vol artistieke doorbraken en mentale sprongen. Die van tekst naar beeld, bijvoorbeeld. De eerste paar jaar schildert Rembrandt nogal letterlijk. Stukken als Tobit en De steniging van de Heilige Stefanus lijken gemaakt met een bijbel op schoot en een checklist in de hand, zo vol zitten ze met figuren en attributen, allen prominent in beeld. Eind jaren twintig (rond de tijd van De voetoperatie) maakt illustratie plaats voor verbeelding. Rembrandts voorstellingen worden ruimtelijker en contrastrijker. De verhalen erop maken een minder opgevoerde indruk: je valt er meer in. Tobit oogt niet langer als de buurman in verkleedkleren, maar is echt een broze banneling, daar in Ninevé. Elders zie je hoe Rembrandt een naar binnen gekeerde blik of de uitdossing van een oosterling leert schilderen. Het is alles bewijsdrang en nieuwsgierigheid hier.

Rembrandt van Rijn, Kaartspelers in een interieur (ca. 1628). Beeld National Gallery Ireland, Dublin

Mijn favoriete exploratie is die van het donker. Wij associëren Rembrandt automatisch met chiaroscuro, maar er was een tijd dat die techniek ook voor hem nieuw was, dat hij de mogelijkheden ervan verkende, dat-ie zelf, stel je je voor,  soms ook verrast was door wat er onder zijn handen groeide, én onder die van zijn pupillen, want het voltallige Rembrandt-atelier was indertijd aan het clair-obscuren geslagen. Een hele sectie met werken, waaronder een kaartspel in een herberg en een geleerde bij het raam (leerling) gaat erover, culminerend in Het berouw van Judas, een van Rembrandt eerste volwaardige meesterwerken. Ze zitten vol omineuze lichtbronnen en dreigende schaduwen. Je kijkt ernaar als naar een misdaad.

Rembrandt van Rijn, Christus te Emmaus (ca. 1628). Beeld Musée Jacquemart-André – Institut de France, Parijs

Het indrukwekkendst is het voornoemde Christus te Emmaus. Het toont het moment waarop Christus zich op de avond van zijn verrijzenis kenbaar maakt aan twee van zijn discipelen. Hoe modern oogt het, hoe bijdetijds! Door de scherp afgetekende silhouetten en het verschil in schaal tussen de figuren doet het  minder denken aan het werk van een schilder uit de 17de eeuw dan aan dat van een straatfotograaf uit de 21ste. Het is zwanger van nieuwe mogelijkheden. Niet gek, zal Rembrandt bij voltooiing hebben gedacht, eens kijken wat we hier nog meer mee kunnen.

Jonge Rembrandt – Rising Star ★★★★★

Beeldende kunst

Museum De Lakenhal, Leiden, t/m 9/2. 

Rembrandt en Leiden

Rembrandts vormende jaren speelden zich deels af in zijn geboorteplaats, Leiden. Met 47 duizend inwoners was dat na Amsterdam de grootste stad van de Republiek. Er was een florerende textielindustrie. De stad werd  overspoeld door religieuze vluchtelingen en paupers. Op zijn 16de ging Rembrandt hier in de leer bij de historieschilder Jacob Isaacsz. Swanenburg. Later deelde deelde hij er modellen en wellicht ook een atelier met Jan Lievens, die al schilderde sinds zijn 8ste, en op zijn 14de werd beschouwd als een waarachtig wonderkind. Hij kreeg concurrentie van Rembrandt, dat zal geen pretje zijn geweest. In 1632 vertrok Lievens naar Engeland: hij schilderde er portretten van de Britse aristocratie. Rembrandt had Leiden een jaar eerder verlaten: hij trad in dienst van de Amsterdamse kunsthandelaar Hendrick Uylenburgh, oom van zijn vrouw Saskia, god hebbe haar ziel.

Meer over Rembrandt en het Rembrandtjaar

Ook 2019 werd bekroond tot Rembrandtjaar. Waarom roepen we niet meteen de 21e eeuw uit tot Rembrandteeuw

Het nieuwe Rembrandtjaar bracht nieuwe inzichten. Bijvoorbeeld: Rembrandt kon niet álles

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden