Recensie Tentoonstelling De Laatste Aai

De tentoonstelling De laatste aai schuurt. Maar juist dat schuren maakt het ­interessant ★★★★☆

Het is knap hoe de tentoonstel­ling ontroert en tegelijkertijd moeilijke vragen opwerpt. 

'In memoriam de koeien' van Herman de Vries. Beeld Tineke Schuurmans

Hoe belangrijk zijn dieren voor mensen? Je kunt die vraag beantwoorden door te kijken naar hoe we met ze leven, maar je kunt ook, zoals nu gebeurt inMuseum Tot Zover, kijken naar hoe we ze laten sterven.

Met De laatste aai maakte het museum – gevestigd op begraafplaats De Nieuwe Ooster in Amsterdam – een mooie, gelaagde tentoonstelling over onze relatie tot dode dieren. Twee perspectieven worden daarin knap met elkaar gecombineerd: aan de ene kant de rouw om geliefde ­levensgezellen, aan de andere kant de barbaarse omgang met productie­dieren.

Aan de hand van videofragmenten en fotoreportages zie je in het eerste deel van de expositie hoe de rouwcultuur rondom gezelschapsdieren sinds de jaren negentig flink is opgerukt. De benadering is antropologisch, toegankelijk en informatief, de aaibaarheidsfactor hoog. BN’ers vertellen over de rouw om geliefde beesten en er zijn nuttige tips (‘Zo praat je met iemand over de dood van zijn huisdier’) en tegeltjeswijsheden (‘Van dieren kunnen we leren hoe te sterven’).

In het tweede deel reflecteren achttien beeldend kunstenaars op de omgang met dode dieren en maakt aaibaarheid plaats voor confrontatie. Prachtig is de fotoserie van Tineke Schuurmans, die als embedded fotograaf een jaar lang mee liep op een varkenshouderij. 64 varkensogen kijken je vanaf de muur aan, in close-up gefotografeerd. De ene zeug spert haar ogen wijd open in iets wat lijkt op angst, een tweede slaat ze melancholiek neer en een derde kijkt nieuwsgierig de lens in. Met dat karakter dat erdoorheen schijnt, de lange wimpers en rimpeltjes eromheen, zijn ze amper van mensenogen te onderscheiden. De dood is hier indirect aanwezig, in het lot dat deze varkens wacht, juist dat maakt de beelden zo ontroerend.

Een minstens zo prangende verwijzing naar de vleesindustrie is te vinden in In memoriam de koeien van Herman de Vries. Van twintig ton koeienbeenderen – slachtafval van een abattoir in België – bouwde De Vries een grafheuvel in het bos. De knekelberg roept afschuwelijke associaties op met genocide en concentratiekampen. Tegelijkertijd is het een liefdevol monument, dat de kunstenaar liet begroeien met kronkelende blauwe winde.

Waarom rouwen we om huisdieren en laat de dood van andere dieren ons koud? Die vraag, die als een rode draad door de tentoonstelling loopt, is ook die vraag die Tinkebell wilde stellen met My dearest cat Pinkeltje. Voor dit kunstwerk, een kittig damestasje van bont, haalde de kunstenaar zich oneindig veel haatmail en doodsbedreigingen op de hals. Het bont kwam namelijk van haar eigen huiskat Pinkeltje, die ze eigenhandig doodde en vilde, naar eigen zeggen omdat hij ‘gedeprimeerd’ was.

Het is knap hoe de tentoonstelling ontroert en tegelijkertijd moeilijke vragen opwerpt. De aaibaarheidsfactor van het antropologische deel staat in schril contrast met de pijnlijke beelden en vragen die de beeldend kunstenaars je voorschotelen, met het werk van De Vries, Schuurmans en Tinkebell als hoogtepunten. Het schuurt, en juist dat schuren maakt het interessant. Ja, die dubbele standaard die we hanteren is hypocriet, lijken de tentoonstellingsmakers te zeggen. Maar toch: die rouw om een overleden maatje is echt. Wat je daarvan vindt, mag je als bezoeker zelf bedenken. Aaien en tegen de haren instrijken, De laatste aai doet het allebei overtuigend.

De laatste aai

Beeldende kunst

Museum Tot Zover, Amsterdam

T/m 19 januari

Pas vanaf eind 19de eeuw werd het begraven van huisdieren gangbaar. Inmiddels kent Nederland circa dertig dierencrematoria.

In het magazine dat het museum bij de tentoonstelling uitgeeft, schetst historicus Wim Cappers de fascinerende geschiedenis van het rouwen om dieren in Nederland. Cappers schrijft over de eerste officiële hondenbegrafenis die plaatsvond in 1634, toen de hond Tijter van de Leidse schout mr. Willem de Bont overleed. De schout organiseerde een begrafenisoptocht, begroef zijn trouwe makker en serveerde een rouwmaaltijd aan zijn vrienden. 

De begrafenis veroorzaakte veel ophef en het zou nog tot eind 19de eeuw duren voordat het begraven van huisdieren gangbaarder werd, in de eerste plaats onder de elite. Zo ligt in het park bij Paleis Het Loo sinds 1886 een dierenbegraafplaats voor de (huis)dieren van de Oranjes. 

Vanaf de jaren zestig begonnen dierenliefhebbers massaal om hun huisdieren te rouwen en werden dieren steeds vaker individueel begraven in plaats van opgehaald door een ‘destructiebedrijf’. Sinds 1979 mogen huisdieren door een wetswijziging ook worden gecremeerd en niet veel later werd het eerste dierencrematorium geopend in Stompwijk. Inmiddels kent Nederland circa dertig dierencrematoria, waar baasjes vaak persoonlijk afscheid kunnen nemen en hun lievelingsdieren in speciale urnen de eeuwige jachtvelden op sturen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden