De taaie herinnering aan Dien Bien Phoe

EEN DIK Nijmeegs proefschrift van de hand van P. Meulendijks graaft diep naar de achtergronden en de latere beeldvorming van de val van het Franse bolwerk in Dien Bien Phoe, die het einde van de koloniale overheersing in Vietnam betekende....

Voor Vietnam begon de ellende toen weliswaar pas goed, want op de overwinning in dat afgelegen oord bij de grens met Laos volgde een treurige geschiedenis van deling tussen noord en zuid (langs de zeventiende breedtegraad) en Amerikaanse interventie ten gunste van het regime in het zuiden (Saigon). Dien Bien Phoe behield echter in de historiografie de reputatie van omslagpunt in de koloniale geschiedenis. Voor de Vietnamese generaal Vo Nguyen Giap, de held van het huzarenstuk, hield ook de Amerikaanse legerleiding tot het eind van de (latere) oorlog in Vietnam haar hart vast. Generaal Westmoreland hanteerde Dien Bien Phoe als schrikbeeld: nooit mocht zijn troepenmacht zich op dezelfde manier als generaal Navarre in 1954 in de val laten lokken.

Een al te schetsmatige benadering van de historische analogie creëert helaas meer problemen dan zij oplost. Dat Westmoreland slecht sliep van de herinnering aan Dien Bien Phoe was terecht, maar door het daarbij te laten in plaats van feit en fictie te scheiden gaf hij Noord-Vietnam juist de gelegenheid hem met allerlei schijn-'Dien Bien Phoes', in feite afleidingsmanoeuvres, diverse verrassingen te bereiden. Het deel van Meulendijks' proefschrift waarin de enorme variëteit aan gevolgtrekkingen uit het drama (van een lange stoet waarnemers, door de jaren heen) op een rij is gezet, is buitengewoon boeiend.

In Frankrijk bracht de bloedige nederlaag - het maandenlange beleg van de vesting had zestienhonderd militairen het leven gekost - een regeringswisseling teweeg. Pers en publieke opinie waren geschokt en een diepgaand debat barstte los. Een belangrijke vraag op de achtergrond gold de waarde van het (formeel dan wel materieel) bondgenootschap met de Verenigde Staten. Had Amerika overwogen, of zelfs op het punt gestaan militair te hulp te komen? Of hadden Eisenhower en Dulles (de Amerikaanse president en diens minister van Buitenlandse Zaken) Frankrijk in de steek gelaten?

Vaststaat dat begin april 1954 in Washington serieus beraad is gevoerd over mogelijk ingrijpen. Meulendijks gaat uitvoerig na - zich weliswaar beperkend tot de literatuur - wat er waar is van het al tientallen jaren oude verhaal dat Amerika zelfs kortstondig gedacht heeft aan het gebruik van tactische atoomwapens. Conclusie: binnen het militaire en mogelijk ook het regeringsapparaat zijn bepaalde mensen met de voorbereiding van zo'n actie in de weer geweest, maar hoe ver dit ging en hoe serieus het was, blijft onduidelijk. Mogelijk is de Fransen ook het aanbod gedaan dat zij zelf de beschikking zouden krijgen over Amerikaanse atoombommen, maar zag Parijs hier haastig van af, omdat dit soort grove wapens geen onderscheid kon maken tussen verdedigers en aanvallers.

Elke interventie bleef ten slotte uit. Zo kort na de oorlog in Korea waren de Verenigde Staten nog niet toe aan een nieuw grootscheeps avontuur in Azië. Verder was de operationele kant van een eventuele tussenkomst een nachtmerrie. Niet alleen een atoombom, maar in feite elke 'luchtsteun' (vanaf vliegdekschepen en vanuit bases in de Filipijnen) had iets van de luchtsteun-optie die in Srebrenica in 1995 aan de orde was: het middel kon wel eens erger zijn dan de kwaal. Eisenhowers militaire strategie - de Republikeinen hadden hun kaarten gezet op globaal machtsevenwicht en flink op het staande leger bezuinigd - was überhaupt niet goed toegesneden op dit kleinere werk.

Of Frankrijk werkelijk gediend zou zijn met Amerikaanse hulp, was naast een militaire ook een politieke vraag. De Vierde Republiek verkeerde sinds haar ontstaan na de Tweede Wereldoorlog in een identiteitscrisis. De relatie met de Verenigde Staten was ongemakkelijk, wat alles te maken had met het complex dat Vichy en wat daarop volgde Frankrijk had bezorgd. Een door Amerika aangeboden uitweg uit het Vietnamese moeras was uit het oogpunt van nationale trots nogal pijnlijk. Frankrijk dopte idealiter zijn eigen boontjes. Niet dat deze publieke discussie zeer open werd gevoerd, maar veel Fransen gaven er de voorkeur aan te redden wat er te redden viel door nog even voort te modderen en zo snel mogelijk een politieke oplossing te forceren, in direct overleg met de nationalisten in Vietnam.

Het verloop van de strijd rond Dien Bien Phoe achterhaalde de diplomatieke gedachtewisseling over mogelijk Amerikaans optreden, die grotendeels in het verborgene plaatsvond. En zoals dat gaat: onmiddellijk paste de politieke retoriek in de Verenigde Staten zich ietwat aan de werkelijkheid aan door de gevaren van een communistische overname van Vietnam te relativeren, althans voor de korte termijn. Intussen was het kwaad van de dominotheorie toch gezaaid en de grondslag voor toekomstige Amerikaanse steun aan een anti-communistisch (maar helaas onmachtig en corrupt) bewind in Zuid-Vietnam gelegd.

Meulendijks' studie gaat vooral over 'beeldvorming' en de lessen die beleidsmakers uit het verleden trekken ('the practical past') en minder over de werkelijkheid ('the historical past') achter de veronderstelde geschiedenis. Dat maakt een ogenschijnlijk zwak aspect van zijn betoog, het gebrek aan archiefonderzoek, tot een ondergeschikte kwestie. Het is fascinerend weer eens toegelicht te krijgen hoe politieke en militaire geschiedschrijvers hun eigen verhaal opschrijven en al naar gelang de tijdgeest het verleden naar hun hand zetten. Kwam de (militaire) historicus Hesse d'Alzon in de jaren negentig tot het oordeel dat generaal Navarre geen blaam trof en de Franse politiek des te meer, andere historici houden vol dat het toch echt het Franse leger is geweest dat voornamelijk schuld had aan het debacle in Dien Bien Phoe.

Meulendijks gaat nuchter om met dit soort tegenstellingen en beschouwt ze als inherent aan een verschuivend perspectief. Als hij in dit vaardig geschreven boek één ding duidelijk maakt, is het dat zelfs de grootste kenner van de geschiedenis grote moeite heeft er de goede lessen uit te trekken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden