De Swaan: Socioloog van de fonkelende zinnen

De socioloog, die gisteren de P.C. Hooftprijs 2008 kreeg toegekend, is een zeer breed georiënteerde intellectueel...

Abram de Swaan schrijft in ‘glasheldere en lenige taal, waar het plezier in schrijven vanaf vonkt’, stelt de jury die hem de P.C. Hooftprijs 2008 heeft toegekend. Tot zijn grote kwaliteiten behoort voorts een ‘onstilbare nieuwsgierigheid, die uiteindelijk de begrenzingen van zijn vakgebied verre te buiten gaan’.

Abram de Swaan is inderdaad een betrekkelijk zeldzame verschijning in de Nederlandse wetenschap. Een zeer breed georiënteerde publieke intellectueel, die even gemakkelijk schrijft over het drama van Srebrenica als over de verzorgingsstaat of het slechte humeur dat Nederland aan het begin van de 21ste eeuw zo kenmerkt.

Als socioloog is De Swaan een vertegenwoordiger van de zogeheten Amsterdamse School, die sterk is geïnspireerd door het werk van de Duits-Britse socioloog Norbert Elias. Het oeuvre van De Swaan, die in januari afscheid nam van de Universiteit van Amsterdam, heeft raakvlakken met geschiedschrijving en sociale filosofie, maar ook met opiniërende journalistiek. Niet voor niets schreef hij jarenlang columns voor NRC Handelsblad. De Swaan beschrijft, analyseert en interpreteert de wereld, waar veel andere sociologen – vooral die van de rivaliserende Utrechtse School – meer heil zien in empirisch onderzoek met behulp van statistische modellen. De Swaan is de socioloog van de fonkelende zinnen, niet van de regressie-analyse of de odds-ratio’s. Mede daardoor hij nu de P.C. Hooftprijs gekregen.

Abram de Swaan werd in 1942 geboren in Amsterdam. De eerste jaren van zijn leven zat hij ondergedoken in Beverwijk, zonder zijn ouders. Hij groeide op in een links en kosmopolitisch milieu. Zijn vader was directeur van het linkse tijdschrift De Vrije Katheder. Thuis kwamen politici, kunstenaars en intellectuelen over de vloer, onder wie de schrijver Gerard Reve. Over koetjes en kalfjes werd niet gesproken, zei De Swaan later tegen de Volkskrant: ‘Ik ben niet opgegroeid in een sfeer waarin kinderen zomaar interessant waren. Volstrekt niet interessant. Interessant was de grote wereld.’

Tot de eerste serieus genomen bijdragen van de kleine De Swaan aan de gezinsconversatie behoorde het plan om in enkele Nederlandse gemeenten het communisme in te voeren, om te zien of het werkte.

De Swaan studeerde politicologie in Amsterdam en in de Verenigde Staten. Voor het studentenblad Propria Cures schreef hij in 1965 een parodie op het evangelie. Een verdwaald exemplaar kwam op het gereformeerde eiland Tholen terecht. Prompt werd hij aangeklaagd en veroordeeld tot een boete van honderd gulden. Naar eigen zeggen is De Swaan de enige levende Nederlander die wegens godslastering is veroordeeld.

In 1973 promoveerde hij op een proefschrift over kabinetsformaties in elf landen. Daarna stapte hij over naar de sociologie. Lange tijd was hij niet alleen hoogleraar, maar ook psycho-analyticus. Zijn sociologische werk wordt dan ook gekenmerkt door inlevingsvermogen en een grote belangstelling voor menselijke drijfveren.

Een wetenschappelijk hoogtepunt was het boek Zorg en de staat uit 1988, dat in vier talen werd vertaald. Hierin beschreef De Swaan hoe mensen zich in de loop van de geschiedenis steeds meer met onbekende anderen identificeerden. Aanvankelijk gold solidariteit vooral de naaste familie, maar gaandeweg werd de kring steeds wijder. Zo strekt de solidariteit van de verzorgingsstaat zich ook uit tot anonieme medeburgers. Volgens De Swaan zou de kring nog groter kunnen worden. Aan het einde van het boek pleitte hij voor een basale verzorgingsstaat op mondiaal niveau, ook om overlast van migranten uit de Derde Wereld te voorkomen. Op lokaal en nationaal niveau was de sociale zekerheid eveneens ontstaan, omdat welvarende burgers te veel last hadden van wanhopige paupers.

Tegenover die toegenomen identificatie met onbekende anderen stond echter een evenzeer toenemende ‘desidentificatie’, een belangrijk thema in De Swaans latere werk. De onbekende anderen konden niet alleen worden gesteund en bemind, maar ook gehaat, vermoord of uitgeroeid. Moord en de Staat heette de Huizingalezing die De Swaan in 2003 uitsprak, en waarin hij de misdaden van Hitler, Stalin en Mao memoreerde.

Vanuit dat historisch perspectief kon De Swaan zich verbazen over het ‘slechte humeur’ van het hedendaagse Nederland. De Tweede Wereldoorlog was voorbij, de Koude Oorlog overleefd. Maar van opluchting of tevredenheid is weinig te merken. In zijn laatste bundel Bakens in Niemandsland verklaarde hij het chagrijn door het wegvallen van de zuilen en de oude ideologieën. De Nederlander is zijn kompas kwijt en staart onzeker de toekomst in, aldus De Swaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.