De stoel HEIN STOLLE ARCHITECT (1924-2006)

Met terugwerkende kracht werden de ontwerpen van architect Hein Stolle alsnog met prijzen bekroond...

Hein Stolle, op 8 augustus op 82-jarige leeftijd overleden, had zeeman willen worden. Tot op hoge leeftijd zeilde hij, groot en robuust, in klassieke jollen, leed schipbreuk in het Kanaal en vertelde prachtige verhalen. Maar zijn grote passie was architectuur. Hij werd meubelontwerper en architect. In de eerste naoorlogse jaren richtte hij, jong en vol idealisme, voor Goed Wonen modelwoningen in. Bij wijze van keurmerk zetten hij en zijn vrienden dan een melkfles op tafel, want, stond er geschreven, ‘als deze fles in uw interieur past, is uw interieur in overeenstemming met onze tijd. Vindt u dat het beslist nodig is de melk eerst over te gieten in een mooi kannetje, dan is er ergens een fout. Óf bij u, óf bij uw interieur, want de fles is goed.’

Hij werd in Den Haag geboren, stammend uit een geslacht van scheepstimmerlieden en meubelmakers. Hij maakte zijn eerste stoel op het atelier van zijn grootvader, jarenlang raadslid voor de SDAP in Rotterdam. Hein was lid van de Arbeiders Jeugd Centrale, bleef geloven in ‘eerlijk en eenvoudig’ wonen. Maar opgewekt en vrolijk als hij was, dronk hij wel een borrel en rookte ook een kleine sigaar. In de oorlog studeerde hij interieurarchitectuur aan de Haagse kunstacademie. ‘Een wonderlijke tijd, spannend, je was altijd bezig, gapte stempels voor persoonsbewijzen, wel link, maar we waren nooit bang.’ Thuis bij zijn ouders, waar joden ondergedoken zaten, organiseerde hij discussieavonden over de toekomst van de architectuur. Na het zien van de bioscoop van Rietveld op het Vreeburg in Utrecht, wilde hij thuis alle tafels en stoelen het raam uitgooien.

Na de bevrijding richtte hij met vrienden ‘Groep & ’ op. ‘We waren straatarm, liftten naar Parijs om het werk van Le Corbusier te zien, kenden totaal geen jaloezie.’

Hij deed mee aan prijsvragen, won prijzen, maar fabrikanten bleven huiverig. Architecten als Van Den Broek en Bakema vroegen hem het interieur en de meubelen voor hun gebouwen te ontwerpen. Voor de Ahoy-tentoonstelling van 1950 maakte hij het paviljoen waar Zadkine’s Stad zonder hart voor het eerst te zien was. Hij hielp Mart Visser en Aldo van Eyck hij bij het moderniseren van de meubelafdeling van de Bijenkorf. Van bestaande kastjes zaagde hij de poten en knoppen af. Zijn eigen ontwerpen werden op de historische Bijenkorf-tentoonstelling: Ons Huis Ons Thuis geprezen, maar ze verkochten niet en kwamen in de uitverkoop.

Een verloren gewaand tafeltje uit 1946, een driehoek met de hoeken als poot naar beneden gevouwen, werd pas een paar jaar geleden in Engeland in productie genomen. Het werd prompt genomineerd voor de prijs van het beste English Design. Bij de prijsuitreiking in het Victoria & Albert Museum vroeg Prins Charles Hein alles over het simpele ontwerp te vertellen.

In de jaren vijftig kwamen de eerste moderne meubelen uit het buitenland en Hein kreeg opdrachten om zelf woningen te bouwen. Hij vormde een maatschap met de architecten Oyevaar en Van Gool. Na zijn pensioen keerde hij terug naar zijn oude liefde: de stoel. Hij bleek vlak naast Wonderwood te wonen, de winkel van houten designmeubelen. Eigenaar Wiet Hekking vroeg de latjes-stoel, Hommage à Rietveld in productie te mogen nemen. Hein wilde de stoelen zelf in elkaar zetten, buiten op de stoep van zijn huis. De hele buurt leefde mee en toen het Stedelijk Museum het eerste exemplaar kocht, werd dat bescheiden in het buurtcafé gevierd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden