De stilte nam haar rokken bij elkaar

SOMMIGE SCHRIJVERS zijn even trots op hun personages als ouders op hun kinderen. Zo kritiekloos als een moeder kan vertellen over de geestigheden van haar kind, zo citeren zij de briljante uitspraken van hun helden met tevreden instemming....

YRA VAN DIJK

Ook de Indiase schrijfster Arundhati Roy kan het niet nalaten te moederen in haar debuut De God van Kleine Dingen. Vertederd beschrijft ze Esthappen, die Estha wordt genoemd, en Rahel, een zevenjarige tweeling, en probeert ze uit alle macht ons 'hardop te laten glimlachen' om de half-geestige taalvondsten die ze broer en zus in de mond legt.

Door het gebruik van veel hoofdletters wil ze de belevingswereld van haar jeugdige hoofdpersonen eigen, kinderlijke trekken geven. Zo heeft ze het over Spelende Kleine Meisjes, of over een raam dat wordt opengezet om Een Verdwaalde Wesp Naar Buiten Te Laten. Het is de wat onhandige uitdrukking van een naïeve, nog onschuldige blik op de wereld, waarin de kleinste dingen letterlijk van kapitaal belang kunnen zijn.

Irritant worden de hoofdletters, wanneer ook de grote abstracte dingen ermee worden aangeduid: Liefde. Waanzin. Hoop. Grenzeloze Vreugde.

Van het laatste is overigens niet vaak sprake in De God van Kleine Dingen. De tweeling en hun moeder Ammu (op de vlucht voor een alcoholistische echtgenoot) wonen in het zuiden van India bij hun anglofiele, ouderwetse en vrij liefdeloze bloedverwanten.

Vanuit een heden waarin de tweeling volwassen is, horen we over de reeks noodlottige gebeurtenissen die heeft geleid tot de ondergang van de familie. Niet alleen over de verdrinkingsdood van hun nichtje Sophie Mol, maar ook over de moord op hun enige echte vriend, Velutha. Hij was een 'paravan', een onaanraakbare.

De kinderen hebben door van hem te houden de Liefdeswetten overtreden, 'die bepalen van wie je moet houden, en hoe. En hoeveel.' Ze geven zichzelf de schuld van zijn dood, maar in feite is hun tante Baby Kochamma de hoofdschuldige in het hele drama. Zij bespeelt met haar jaloerse gekonkel de familieleden als marionetten.

Naast de vileine tante zijn in De God van Kleine Dingen wel meer standaardingrediënten van een gemiddelde streekroman te vinden. Een grote in verval rakende familie, wat schandalen en scheidingen, een tirannieke grootvader, een geile oom en een norse kokkin. Aangevuld met een verboden liefdesrelatie en twee moorden.

De lezer wordt vanaf de eerste zin op een niet mis te verstane manier in de richting van een op handen zijnde tragedie geduwd. Alles in De God van Kleine Dingen is nadrukkelijk vol betekenis, gaat zwanger van symboliek of voorspelt onheil. Al meteen zijn de nachten 'log van laksheid en zwaarmoedige verwachting'.

Niet alleen het drama wordt met de nodige bombast aangekondigd, ook bijvoorbeeld de onderlinge liefde van de tweeling is weinig subtiel beschreven: 'In die vroege, vormeloze jaren, in het prille begin van hun geheugen, toen het leven nog vol Begin was, zonder Einde, en Alles voor Altijd was, dachten Esthappen en Rachel aan hen tweeën samen als Ik en Mij, en aan zichzelf afzonderlijk als aan Wij en Ons.'

Roy's krampachtige pogingen van haar verhaal literatuur te maken (of soms zelfs poëzie), lopen slechts uit op metaforisch geweld. Zij gebruikt bij voorkeur minstens twee beelden in één zin: 'De stilte nam haar rokken bij elkaar en glipte als Spiderwoman tegen de gladde badkamermuur op.'

Als gevolg van de stilistische overdaad, die het inlevingsvermogen aantast, kunnen we zelfs niet ontroerd raken door de meest dramatische scène in het boek. De kleine Estha, driedubbel verraden en zelf tot verrader gemaakt, wordt op de trein gezet en ziet zijn moeder voor het laatst. De schrijfster verliest zich weer in misplaatste stijloefeningen. Haar ellenlange, kunstige beschrijving van het station leidt alleen maar af. Wellicht dat Roy, van huis uit regisseuse, hier het verschil tussen literatuur en film uit het oog verliest.

In een beeldend medium kan het wel tegelijkertijd, de bonte mensenmassa op het station laten zien én Estha's verdriet. In een tekst lukt dat niet: 'Om ze heen de trekkende, duwende massa. Hollend haastend kopend verkopend bagage rollend kruier betalend kinderen poepend mensen spugend komend gaand bedelend pingelend reservering controlerend. Galmende stationsgeluiden. Venters met koffie. Thee.'

En zo nog veel meer, om te besluiten met: 'De stationswereld. Het circus van de maatschappij. Waar zich met de groeiende handel de wanhoop vestigde en langzaam stolde tot berusting.' Voor zover de kracht van de suggestie al werkte, doet de expliciete samenvatting die teniet.

De God van Kleine Dingen is doorspekt met dergelijke sociaal-maatschappelijke observaties. Het verhaal kan plotseling de toon krijgen van een studieboek, bijvoorbeeld als het gaat over 'een coalitie van wat inmiddels twee afzonderlijke partijen waren geworden: de Communistische Partij van India en de Communistische Partij van India (marxistisch). De CPI en de CPI (m).'

Net zo droog en belerend kan Roy uit de hoek komen over het verval van oude waarden, het verdwijnen van het koloniale regime of de terreur van het toerisme.

De invloed van de angelsaksische cultuur wordt iets subtieler gesuggereerd door citaten uit Engelse kinderliedjes en -films of uit Joseph Conrads roman Heart of Darkness. Maar door een onheilsplek simpelweg 'Hart der Duisternis' te noemen, geeft Roy haar verhaal niet de klamme dreiging die van Conrads boek uitgaat.

Ook uit de Indiase cultuur wordt uitgebreid geciteerd. De schrijfster wil eigenlijk dat haar roman is als de Kathakali-dans, die uren duurt en eeuwenoude verhalen uitbeeldt. 'Bij Kathakali hadden ze al lang geleden ontdekt dat het geheim van de Grote Verhalen ligt in het feit dat ze geen geheimen hébben. De Grote Verhalen zijn verhalen die je al kent en steeds opnieuw wilt horen. Waarbij je overal kunt binnenvallen, waar je behaaglijk in kunt wonen.'

Roy wil dat haar boek ook zo is, vertrouwd 'als de huidgeur van je geliefde'. Dit half postmoderne gepraat over Grote Verhalen staat in schril contrast met de lichtheid waar de schrijfster ook naar streeft. Ze heeft een breekbaar verhaal willen vertellen dat gekoesterd moet worden: 'Het is immers maar al te makkelijk om een verhaal kapot te maken. Een gedachtegang te verstoren. Een scherfje droom dat als een stuk porselein zorgvuldig wordt gekoesterd, aan diggelen te slaan.' Maar door haar eigen bombast en breedsprakigheid heeft haar roman niet de lichtheid van de Kathakali-dansers gekregen, maar de logheid van de slapende olifant waar omheen gedanst wordt.

Yra van Dijk

Arundhati Roy: De God van Kleine Dingen.

Vertaald uit het Engels door Christien Jonkheer. Prometheus; 341 pagina's; ¿ 39,90.

ISBN 90 5333 556 0.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden