Interview Frank van Dok

De stille kracht van New Cool Collective: Frank van Dok speelt ‘alleen het noodzakelijke’ op zijn conga's

De geheime motor van New Cool Collective, de band die deze maand zijn zilveren jubileum viert: de conga’s van Frank van Dok (53). ‘Pa-da-pam. Je raakt in een trance.’ 

Frank van Dok met zijn conga's: ‘Je hoort vel op vel klappen. Een oerkick.’ Beeld Imke Ligthart

Er zijn instrumenten waarvan de bespeler je heel even kan laten geloven dat wat hij doet, eenvoudig is. Gewoonlijk zijn er dan genoeg signalen die zo’n gedachte meteen weer verdrijven: een imponerende hoeveelheid toetsen of kleppen, een bijzondere vingertechniek.

Maar wie Frank van Dok (53) achter zijn Afro-Cubaanse handtrommels ziet, de conga’s, kan nog weleens echt denken dat ze niet moeilijk te bespelen zijn.

Kijk naar Van Doks rol in de achtkoppige instrumentale dansband New Cool Collective: met zijn schijnbaar eenvoudige handbewegingen en soepel afhangende armen, lijkt hij de ontspanning zelve.

‘Ritmisch baken’

New Cool Collective (NCC) bestaat dit jaar een kwart eeuw, een jubileum dat de band op 28 december viert met een concert in de Melkweg, Amsterdam. Van Dok richtte NCC samen op met saxofonist Benjamin Herman. De band maakte ruim vijftien albums, waarvan meerdere werden bekroond met een Edison, en begeleidt gerenommeerde soloartiesten, onder wie zanger Guus Meeuwis in uitverkochte stadion­shows.

De conga’s spelen een sleutelrol in de sound van de band. In NCC’s mix van dansmuziek van over de hele wereld, van salsa en afrobeat tot ska en jazz, vertegenwoordigen zijn conga’s de karakteristieke warm­bloedige Afro-Cubaanse sound. Bandleden noemen Van Dok een ‘ritmisch baken’ voor hun eigen spel. Ze typeren zijn stijl als eenvoudig en niet op techniek leunend. Van Dok speelt ‘alleen het noodzakelijke’. Waar collega’s in vrijwel elk nummer uitpakken, geeft hij zelden een solo. Het maakt Van Dok de stille kracht van NCC; zelden op de voorgrond, maar onmisbaar.

Uiteenlopende karakters

Van Dok vindt die plek in de luwte prettig. Maar nu hij is gevraagd een minicollege te geven over zijn instrument, wil hij het ook goed doen. Dus heeft hij vanmiddag in zijn woonkamer voorbereidingen getroffen. Een aantekeningenboekje ligt opengeklapt naast hem, de laptop is ingeplugd in de stereo-installatie.

De ultieme conguero, een archetype met kwaliteiten die iedere conga­speler nastreeft, bestaat niet, zegt Van Dok. Hun karakters zijn net zo uiteenlopend als hun congastijl. De basistechniek bestaat uit drie slagen. Van daar kun je alle kanten uit. ‘Er zijn grote conguero’s die schel spelen en er zijn er die dof spelen, die minimalistisch of druk spelen, constant of reagerend, dienend of leidend, met twee of met zes conga’s.’

Rouwdouwers

Van Dok laat een YouTube-filmpje zien van een door vier conga’s ingebouwde muzikant. Zijn handen stuiven onnavolgbaar snel over de vellen. Geen maat klinkt hetzelfde.

Deze stijl is typerend voor de jongere spelers van nu, zegt Van Dok. ‘In alle opzichten is het technisch moeilijker dan de stijl die een halve eeuw geleden domineerde. Je ziet dat deze gast veel meer slagen gebruikt dan ­de drie basisslagen. Dit is echt een virtuoos.’

Toch heeft Van Dok het liever iets minder imponerend. De conguero’s naar wier spel Van Dok zijn eigen stijl adapteerde, vertrouwen niet op techniek maar op volume. Het zijn rouwdouwers die halverwege de ­vorige eeuw hip waren. Ze hebben ­namen als Chano, Ray en Tata – rechttoe-rechtaan, net als hun speelstijl.

Zijn liefde voor het simpele, haast primitieve spel gaat terug naar de eerste keer dat Van Dok oog in oog met de conga’s stond. Hij was tiener en bezocht een concert van een latin-band. ‘Ik begreep meteen wat die gast achter de conga’s deed. Het was simpel, maar ik voelde het. Dat had ik ­alleen bij hem. Waarom? Ik weet het niet. Het was puur een gevoel.’ Het concert zou hem later doen besluiten zichzelf conga te leren spelen.

Oerkick

Van Dok start een filmpje dat, ­getuige de korrelige beeldkwaliteit en jampotmonturen van de musici, enige decennia geleden is opgenomen.

Pontificaal in het midden van het beeld: Mongo Santamaria, de ­congakolos uit Cuba die met zijn toegankelijke stijl een miljoenenpubliek aansprak en werd opgenomen in de Grammy Hall of Fame. Zijn compositie Afro Blue kreeg in jazzkringen ­canonieke status nadat saxofoongod John Coltrane er in 1963 zijn eigen ­i­nterpretatie van had uitgebracht.

De piano zet een salsamotief in. Mongo strekt zijn ingetapete vingers, en lanceert zijn eerste salvo. Pa-da-pam. Het zijn mokerslagen, zo hard dat je ervan schrikt. Pa-da-pam. Zodra de band invalt, herhaalt Mongo hetzelfde congaritme – opgebouwd uit de makkelijk te volgen basisslagen – keer op keer op keer.

Beter dan dit klinkt de conga niet, vindt Van Dok. ‘In Mongo’s tijd was er nog geen versterking. Het was noodzakelijk om hard te slaan.’ Daardoor gaf Mongo, bedoeld of onbedoeld, zijn spel een extra dimensie. ‘Door die harde slagen ontstaat er een extra ­boventoon die Mongo’s spel intensiteit geeft, een soort oerkick. Je hóórt vel op vel klappen.’

En die eenvoud? ‘Mensen denken misschien dat het saai is om eindeloos hetzelfde te spelen. Het is juist heel lekker. Je raakt in een soort trance. Je gaat op in de muziek. Dat is gaaf.’

Grooven

De eenvoud is ook belangrijk voor New Cool Collective. ‘New Cool is een dansbandje. Om te dansen heb je groove nodig, en om te grooven ­herhaling en herkenning. De kunst van grooven is niet te veel doen.’ Het is daarom dat Frank van Dok eenvoudigweg niet hóéft af te stappen van die minimalistische, beukende één-conga-één-ritmestijl.

Tot in welk detail hij het spel van zijn helden heeft overgenomen, blijkt wanneer hij een live-registratie opzet waarin NCC het razendsnelle Jules speelt. Van Dok, wijzend naar zichzelf op het laptopscherm. ‘Hoor je dat ik mijn conga extra laag heb gestemd? Deed Mongo ook.’

New Cool Collective 25 years (Big Band + Special Guests), 28/12, Melkweg Amsterdam.

Drie iconische platen die Frank van Dok conga leerden spelen

Ray Barretto: Acid

De conga wordt vaak beschouwd als een instrument voor erbij. In deze opname hoor je duidelijk de toe­gevoegde waarde van de conga, doordat het stuk heel ­sober met alleen bas begint en conga later invalt. Ray Barretto is ook zo’n rouw­douwer: zijn spel is oerhard en vol energie.’

Israel Lopez ‘Cachao’ & Tata Guines: Descarga Cubana

‘Dit is de beste latinplaat die er bestaat. Niet in de laatste plaats door de interactie tussen Tata Guines’ conga’s met de andere percussie-­instrumenten. Het is een dialoog. In sommige stukken bespeelt Tata zijn conga’s met zijn ­nagels. Dat geeft ­een maffe, schurende sound.’

Mongo Santamaria:  Afro Blue

‘Op deze plaat hoor je een ingetogen Mongo Santamaria. Afro Blue is een prachtig voorbeeld van hoe de klank van conga’s sferen kan oproepen en conga’s dus niet alleen ritmisch nuttige dingen doen.’

Gloria Estefan

‘Come on, shake your body baby, do the conga’ zingt zangeres Gloria Estefan in haar wereldhit Conga (1985). Ze verwijst daarmee niet naar het instrument de conga, maar naar de gelijknamige dans. Die bestaat namelijk ook. De conga (oorspronkelijk congada) is een in Latijns-Amerika ontwikkelde dans die geldt als voorloper van de bekendere chachacha, een dansstijl en ritme waarbij - het zal niet verbazen - het instrument de conga een hoofdrol speelt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden